Bij darmkanker speelt erfelijke aanleg in ongeveer 5-10% van de patiënten een rol, bij jongere patiënten is dit percentage hoger. Nieuw onderzoek van het Radboudumc en het universitair ziekenhuis van Bonn in samenwerking met onderzoekers uit München en Barcelona laat zien dat DNA-analyse van darmpoliepen zelf belangrijke extra informatie geeft over de ontwikkeling van deze poliepen en darmkanker. Deze DNA-analyse met de meest geavanceerde technologieën leidt tot betere diagnostiek en behandeling en geeft patiënten en hun familieleden meer duidelijkheid. De resultaten zijn nu gepubliceerd in vakblad Gastroenterology.
Darmkanker is één van de meest voorkomende kankers in de Westerse wereld. Naar schatting speelt bij zo'n 5-10% van dit type kanker erfelijkheid een rol. Daarbij geldt: hoe jonger de patiënt, hoe hoger de kans op erfelijkheid. Een groot aantal darmpoliepen geldt als een mogelijke voorloper van darmkanker: minstens 10 bij mensen jonger dan 60 en meer dan 20 bij mensen jonger dan 70. Deze mensen kunnen deelnemen aan erfelijkheidsonderzoek, via een DNA-analyse van het bloed. Bij ongeveer een vierde van hen wordt daadwerkelijk een genetische oorzaak gevonden. Deze mensen en eventueel directe familieleden komen in aanmerking voor regelmatige controles, om darmkanker in een vroeg stadium op te sporen en te behandelen.
Bij de overige 75% van de mensen wordt echter geen genetische oorzaak van de ziekte gevonden, terwijl er soms wel een sterke verdenking is op erfelijke aanleg, vertelt Richarda de Voer, hoofdonderzoeker van het Radboudumc. ‘Bijvoorbeeld omdat ze familieleden hebben met een groot aantal poliepen of waar darmkanker is vastgesteld. Bij deze groep patiënten hebben we nu uitgebreide genetische analyse op het DNA van de poliepen zélf uitgevoerd. We wilden weten of we daar meer informatie uit kunnen halen, bijvoorbeeld hoe een poliep is ontstaan.’
Risicoberekening
Samen met een groep internationale onderzoekers binnen het Solve-RD consortium, analyseerden de onderzoeksgroepen 333 poliepen van 180 mensen uit heel Europa, waarbij in het bloed geen genetische oorzaak werd gevonden. Hier kwam een duidelijk beeld uit naar voren. Tachtig individuen hadden adenomateuze poliepen. Deze poliepen werden vooral veroorzaakt door niet-erfelijke mutaties in het APC-gen, maar bij minimaal 20% van de personen was er sprake van APC-mozaïcisme. Dit betekent dat de aanleg niet in alle cellen van het lichaam aanwezig is, maar bijvoorbeeld alleen in cellen van de dikke darm.
‘We weten al enige tijd dat deze aanleg voor poliepen en darmkanker bestaat, maar binnen Europa wordt dit nog niet overal routinematig geanalyseerd’, vertelt Stefan Aretz, hoofdonderzoeker van de University Hospital Bonn. Daarnaast suggereert deze studie dat bij ontwikkeling van adenomateuze poliepen zonder erfelijke aanleg, APC waarschijnlijk het enige gen is waarbij mozaïcisme een rol speelt. ‘Als een bloedtest negatief uitvalt, is DNA-analyse van poliepen de manier om deze vorm van aanleg op te sporen. Dat is fijn, want hierdoor weten we dat broers of zussen van iemand met deze afwijking geen verhoogd risico lopen, maar het nageslacht van die persoon wel’, vervolgt De Voer. Bovendien bood de studie waardevolle inzichten in de vroege genetische en epigenetische mechanismen van tumorvorming in het maag-darmkanaal.
Uitgroei van normaal weefsel?
Ruim zestig mensen hadden zogeheten serrated poliepen. Bij vrijwel al deze poliepen werd een niet-erfelijke mutatie in het BRAF-gen gevonden. De uitgebreide genetische analyse van deze poliepen liet zien dat deze poliepen genetisch lijken op een uitgroei van normaal darmweefsel. De Voer: ‘We kunnen nu nog niet zeggen of deze poliepen altijd kunnen ontwikkelen tot darmkanker, dus deze bevinding willen we verder onderzoeken.’
Duidelijkheid in diagnose
Met dit onderzoek hebben de teams van De Voer, Aretz en hun collega's een grote groep patiënten duidelijkheid kunnen geven, waarbij ze laten zien dat het meerwaarde heeft als DNA-analyse van de poliepen met geavanceerde technologieën standaard onderdeel wordt van diagnostiek in Europa. ‘Dankzij een uitgebreidere diagnostische aanpak in de zorg kunnen we APC-mosaicisme vaststellen. Dat biedt niet alleen duidelijkheid voor patiënten, maar stelt ook hun familie gerust en sluit bij de meeste van hun kinderen een risico uit’, aldus Aretz.
Wanneer is onderzoek nodig?
In Nederland krijgen ieder jaar ongeveer 12.000 mensen de diagnose darmkanker. Iedereen van 55 tot 75 jaar krijgt in Nederland elke twee jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Meedoen is vrijwillig en helpt darmkanker vroeg op te sporen. Worden er bij vervolgonderzoek enkele poliepen gevonden (bijvoorbeeld 2 of 3), dan geeft dat meestal geen verhoogd risico. Alleen bij heel veel poliepen (10 onder 60 of 20 onder 70) of bij klachten zoals onverklaarbare buikpijn of bloed in de ontlasting kan extra onderzoek nodig zijn. Twijfelt u of heeft u klachten? Neem dan contact op met uw behandelend (huis)arts.
Over de publicatie
Dit onderzoek is gepubliceerd in Gastroenterology: Mutational landscape of colorectal tumors from individuals with unexplained adenomatous or serrated colorectal polyposis. Anna K. Sommer, Iris B.A.W. te Paske, Erik A.M. Jansen, [...] Alexander Hoischen, Christian Gilissen, Rachel S. van der Post, Glen Kristiansen, Nicoline Hoogerbrugge, Stephan Ossowski, Laura Valle, Elke Holinski-Feder, Marjolijn J.L. Ligtenberg, Stefan Aretz, Richarda M. de Voer. DOI: 10.1053/j.gastro.2025.10.011.
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





