Kunstmatige beademing redt levens, maar heeft ook risico’s en mogelijk zelfs gevolgen voor de hersenen. Technisch geneeskundige Jonne Doorduin van het Radboudumc onderzoekt hoe beademing de hersenactiviteit verstoort en zoekt nieuwe behandelingen. ‘Elke dag minder op de IC is winst.’
De hoeksteen van intensive-care-zorg, wordt kunstmatige beademing ook wel genoemd. Het redt levens en geeft patiënten de tijd te herstellen van hun ziekte. Tegelijkertijd brengt het ook grote risico’s met zich mee, zoals beschadigde longen en verminderde kracht van de ademhalingsspieren. Dat dit ook tot negatieve langetermijneffecten kan leiden, mag geen verrassing heten.
Maar kunstmatige beademing heeft mogelijk ook gevolgen voor de hersenen, vertelt technisch geneeskundige Jonne Doorduin, verbonden aan de IC. Hij maakt deel uit van de Radboudumc Talent Track en ontving onlangs een Vidi-beurs. Met deze prestigieuze financiering van de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) kunnen talentvolle onderzoekers een eigen vernieuwende onderzoekslijn opzetten. Doorduin wil in een vijfjarig project de relatie tussen beademing en hersenactiviteit ontrafelen.
Er zijn namelijk verschillende aanwijzingen voor dit verband, legt hij uit. ‘We weten dat er van nature een heel sterke koppeling is tussen onze natuurlijke ademhaling en hersenfuncties. Veel hersengolven lopen synchroon met je ademhaling.’ Zo bleek uit internationaal onderzoek dat mensen die tijdens een geheugentest door hun neus ademden beter scoorden dan mensen die door hun mond ademden. Doorduin: ‘Dat komt doordat de neus de luchtstroom registreert, die rechtstreeks verbonden is met de hippocampus. Dat hersengebied is cruciaal voor leren en geheugen.’

Technisch geneeskundige Jonne Doorduin.
Verstoring natuurlijk ritme
‘Maar wat doen we op de IC? Patiënten die beademing nodig hebben, worden geïntubeerd via hun mond. Daardoor gaat de ademhaling niet meer via hun neus’, legt Doorduin uit. Daarbij kan beademing het natuurlijke ademhalingsritme verstoren, waardoor verschillende hersengebieden ontregeld raken. ‘Je kunt je voorstellen dat dit niet zonder gevolgen is. We weten ook uit grote klinische studies dat er een verband is tussen de duur van de beademing en acute en langetermijn-cognitieve uitkomsten.’ Elke dag dat iemand langer beademd wordt, vergroot onder meer de kans dat diegene acuut verward raakt, een zogenaamd delier.
Maar hoe het precies zit, wil Doorduin nu achterhalen. In een nu lopende studie meet hij via EEG hoe hersenactiviteit varieert bij gezonde proefpersonen die door de neus of door de mond ademen. Voor deze studie brengt hij zijn jarenlange ervaring bij de klinische neurofysiologie mee. ‘Ik heb daar enorm veel geleerd over de hersenen en EEG. Daarom kan ik nu de koppeling met beademing maken.’
Want als hij beter begrijpt hoe hersenactiviteit en ademhaling samenhangen bij gezonde mensen, kan hij onderzoeken hoe beademing deze koppeling bij IC-patiënten verstoort. Dat leidt hopelijk tot strategieën om verstoringen te voorkomen, zoals extra neusbeademing bij geïntubeerde patiënten.
Denkvermogen
Behoorlijk technisch onderzoek dus, maar met concrete gevolgen. ‘Als we IC patiënten op een andere manier beademen en hun denkvermogen daardoor minder achteruit gaat, kan dat hun kwaliteit van leven na de IC opname verbeteren’, aldus Jonne Doorduin. Zijn werk sluit hiermee aan op de langlopende studies naar de kwaliteit van leven na IC-opname van IC-collega's Mark van den Boogaard en Marieke Zegers.’
De hersenen vormen een nieuw aandachtsgebied van het onderzoek naar de effecten van beademing. Het meeste andere onderzoek is gericht op de longen en de ademhalingsspieren, waarvan het middenrif – of diafragma – het bekendste is. Ook hier doet de technisch geneeskundige onderzoek naar. Al in zijn promotieonderzoek, ook op de IC, keek hij hoe hij met nieuwe behandelstrategieën kon voorkomen dat het middenrif verzwakt raakt door beademing.
In een van de nieuwe projecten onderzoekt Doorduin het effect van PEEP, een beademingsinstelling die de longen openhoudt door een constante druk te geven. ‘Heel belangrijk dus, maar een nadeel is dat deze druk het middenrif naar beneden duwt, waardoor het minder efficiënt kan werken. PEEP beïnvloedt ademhalingsspieren en de aansturing van de ademhaling; sommige patiënten zetten zelfs buikspieren in om dit tegen te gaan. In deze studie onderzoeken we met een groot aantal metingen hoe we PEEP optimaal kunnen instellen.’
Sterker middenrif
Jonne Doorduin vertelt tot slot over een Radboudumc-onderzoekslijn die in 2008 begon en heeft geleid tot een grote Nederlandse studie. Het onderzoek richt zich op levosimendan, een middel bij hartfalen. In het lab bleek het ook gunstig voor de spiercellen van het middenrif. Tijdens zijn promotieonderzoek testte hij dit bij gezonde vrijwilligers en liet zien dat het de kracht van het middenrif verbeterde. Daarna volgde een kleine studie bij IC-patiënten, opnieuw veelbelovend. Nu loopt een landelijke trial, geleid door Doorduin en intensivist en afdelingshoofd Leo Heunks, met 250 patiënten die moeilijk van de beademing komen. ‘Het is een dubbelblind gecontroleerd onderzoek, dus de helft krijgt levosimendan en de andere helft een placebo. Het is mooi dat een studie die hier begon, nu landelijk vervolg krijgt’, aldus Doorduin.
Uiteindelijk is al het onderzoek van Doorduin terug te voeren op de vraag ‘hoe kunnen we de schadelijke effecten van beademing zo minimaal mogelijk houden?’ Hij vertelt: ‘We weten dat IC-opname slecht voor je is. Dus elke dag die we van een IC-opname weten af te halen, is winst. Dat kan door de kunstmatige beademing – die nu eenmaal vaak nodig is op een IC – zo optimaal mogelijk te maken. Daar draag ik graag aan bij.’
Onderzoek: langetermijngevolgen IC-opname
Dat een IC-opname grote impact heeft, blijkt ook uit het MonitorIC project van hoogleraar Verplegingswetenschap Mark van den Boogaard en associate professor Marieke Zegers. Sinds 2016 brengen zij de langetermijngevolgen voor ICpatiënten in kaart, op zowel fysiek, mentaal als cognitief vlak en kwaliteit van leven. Ze ontwikkelden de inmiddels grootste database wereldwijd met gegevens van patiënten vóór, tijdens en tot twee jaar na hun ICopname, gebaseerd op gegevens van acht ziekenhuizen. Hieruit blijkt onder meer dat ruim de helft van de patiënten een jaar na ontslag nieuwe klachten heeft, zoals vermoeidheid, angst of spierzwakte: het PostIntensive Care Syndroom (PICS). Het gaat om een grote groep. In 2024 werden in Nederland ongeveer 70.000 mensen opgenomen op de IC, van wie zo’n 90% die opname overleefde. In het Radboudumc komen patiënten op de Nazorg ICpolikliniek, waar ze begeleiding en uitleg krijgen over hun eigen situatie. Mark van den Boogaard: ‘Met de juiste informatie gaan patiënten weer terug naar controles bij de huisarts én houden ze zelf de regie over hun gezondheid.’

Hoogleraar Verplegingswetenschap Mark van den Boogaard.
Dit artikel verscheen eerder in Radbode #1 van 2026.
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





