De parasiet die malaria veroorzaakt huist in rode bloedcellen. Daarom tapten artsen vroeger het geïnfecteerde bloed af, en vervingen dat door donorbloed. Of deze 'wisseltransfusies' ook echt de overleving verbeterden is nooit overtuigend aangetoond. Ze zijn inmiddels uit gebruik geraakt door gebrek aan bewezen voordeel én door de komst van snelle, effectievere middelen tegen malaria.
Bij malaria infecteren parasieten de rode bloedcellen. 'De rijpere malariaparasieten zorgen dat die rode bloedcellen gaan plakken aan je vaatwand. Dat geeft verstopping van de kleine bloedvaatjes. En dat is een van de belangrijkste oorzaken waarom malaria je zo ziek maakt', legt internist Quirijn de Mast van het Radboudumc uit. 'Daarom vervingen artsen zelfs tot in de huidige eeuw het geïnfecteerde bloed soms door donorbloed.'
Gezondheidswinst
Deze wisseltransfusies vonden vooral plaats bij mensen met veel parasieten, met soms wel meer dan tien procent geïnfecteerde rode bloedcellen. Of bij ernstige complicaties, zoals hersenmalaria. 'Maar in verschillende studies naar deze transfusies is nooit een overtuigende gezondheidswinst aangetoond', vertelt De Mast. 'De methode bracht tegelijkertijd wel risico’s, zoals transfusiereacties en stollingsproblemen.'
Artsen konden het bloed op verschillende manieren wisselen. In de eenvoudigste vorm kreeg een patiënt twee infusen; aan de ene kant zoog een arts het bloed met een grote spuit op, aan de andere kant diende die donorbloed toe. Soms verving een arts zo een groot deel van het totale bloedvolume. Later werd aferese gebruikt: een apparaat dat de rode bloedcellen verwijdert, waarna plasma en andere componenten worden teruggegeven en rode bloedcellen worden vervangen.
Zomeralsem
'Dat wisseltransfusies uit beeld raakten, heeft meerdere redenen. Naast het gebrek aan bewijs voor klinisch voordeel, kregen we ook nieuwe middelen die het aantal parasieten sneller en betrouwbaar onderdrukken. Want resistentie tegen meerdere oudere middelen, zoals chloroquine, maakte de zoektocht naar betere therapie urgenter', zegt De Mast. 'De wereld moest op zoek naar iets nieuws. Onderzoekers stuitten daarbij op een stof met de naam artemisinine. Dat kwam uit de plant Artemisia annua, de zomeralsem. Die stof bleek verreweg het beste te werken tegen malaria.'
'Artemisinine en stoffen die daar op lijken geven een snelle daling van het aantal parasieten in het bloed. Daarnaast werkt het vlot tegen meerdere bloedstadia van de parasiet, in tegenstelling tot andere middelen die alleen de rijpere parasiet bestrijden', aldus De Mast. ‘Met de komst van deze therapie én het ontbreken van overtuigend bewijs voor hun werking raakten wisseltransfusies uit gebruik.’
Nobelprijs
De stof is min of meer herontdekt, want de Chinezen gebruiken de plant al eeuwen tegen ziekten met koorts. Daarnaast kwam het effect tegen malaria in de Vietnamoorlog al aan het licht. De Mast: 'De Noord-Vietnamezen kwamen toen moeilijk aan middelen tegen malaria. Mao Zedong schoot te hulp. Hij bracht in 1967 Chinese wetenschappers bij elkaar met de opdracht: kom met een nieuw medicijn tegen malaria.'
Dat lukte: onderzoekster Youyou Tu en collega’s isoleerden begin jaren zeventig een werkzame stof die een snelle daling van parasieten gaf. De groep deelde de belangrijke ontdekking eerst vooral binnen China en internationale erkenning kwam traag op gang. Hierdoor duurde het nog tot rond de eeuwwisseling voordat artemisinine wereldwijd een revolutie veroorzaakte in de behandeling van malaria. In 2015 ontving Tu alsnog de Nobelprijs voor de Geneeskunde voor haar bijdrage aan deze doorbraak.
Beeld bovenaan dit bericht: Archief Erfgoed Radboudumc, fotograaf Jan van Teeffelen.
Dit artikel is onderdeel van een serie over ontwikkelingen in medisch onderzoek, in het kader van het jubileum 75 jaar Medische Faculteit / 70 jaar Radboudumc. Bezoek voor meer info onze jubileumpagina.
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





