Sluiten

Nazorg en controles

Omdat het blaaspijnsyndroom/IC een chronische aandoening is, komt u meestal regelmatig voor controle. Vooral in het eerste jaar zijn de controles vaker, omdat de behandeling dan nog wordt aangepast aan uw situatie. Als de klachten goed onder controle zijn, is meestal één controle per jaar voldoende of alleen controle bij te veel klachten.

Als er weefsel is weggehaald voor onderzoek, krijgt u de uitslag meestal binnen 2 tot 6 weken via de arts. Hierbij zal de arts met u de mogelijkheden bespreken voor het vervolg zoals controles en eventueel aanvullende behandeling.

Algemene informatie

Algemeen


Over de aandoening blaaspijnsyndroom wat is het?

Interstitiële cystitis (IC) noemen we ook wel blaaspijnsyndroom. Het is een chronische goedaardige aandoening van de urineblaas, die niet wordt veroorzaakt door bacteriën. Het lijkt op een blaasontsteking, maar antibiotica helpen niet. Het is niet precies bekend waardoor het blaaspijnsyndroom ontstaat.

lees meer

Sluiten

Over de aandoening blaaspijnsyndroom wat is het?

Interstitiële cystitis (IC) noemen we ook wel blaaspijnsyndroom. Het is een chronische goedaardige aandoening van de urineblaas, die niet wordt veroorzaakt door bacteriën. Het lijkt op een blaasontsteking, maar antibiotica helpen niet.

Het is niet precies bekend waardoor het blaaspijnsyndroom ontstaat. Artsen denken dat het een auto-immuunziekte is. Dat betekent dat het afweersysteem anders werkt dan normaal. Daardoor kan de blaaswand ontstoken raken. Door die ontsteking raakt de beschermlaag in de blaas beschadigd. De zenuwen onder die laag worden dan sneller geprikkeld. Hierdoor voelt iemand vaker aandrang om te plassen en kan er pijn ontstaan. Veel mensen met dit syndroom hebben eerder vaak blaasontstekingen gehad.

Mensen die een andere auto-immuunziekte hebben, zoals Sjögren of reuma, krijgen dit syndroom ook vaker. Langdurige stress of heftige gebeurtenissen kunnen het afweersysteem beïnvloeden. Ook ongezonde voeding of een ongezonde leefstijl kunnen een rol spelen. Daardoor kunt u gevoeliger worden voor dit soort ziektes.
Hormonen lijken ook belangrijk te zijn. Bij veel vrouwen beginnen de klachten rond de overgang. De klachten kunnen ook erger worden tijdens de eisprong of menstruatie.

Er is veel overlap met chronische bekkenpijn. Daarbij hebben mensen pijn op meerdere plekken in het bekken.

Klachten, verloop en gevolgen

De eerste klachten zijn vaak dat iemand vaker moet plassen en sneller het gevoel heeft dat hij of zij moet plassen. Ook kan de pijn erger worden wanneer de blaas voller raakt. Veel mensen denken dan eerst aan een gewone blaasontsteking. Maar dit is niet altijd te zien in een urineonderzoek. Daarom is het belangrijk om ook een urinekweek te doen. Daarmee kan beter worden onderzocht of er een bacterie in de urine zit.

Het blaaspijnsyndroom of interstitiële cystitis (BPS/IC) is een langdurige, chronische aandoening. Het gaat meestal niet helemaal over. U kunt het zien als een ‘zwakke plek’ in het lichaam. Gelukkig kunnen veel mensen met verschillende behandelingen toch bereiken dat de klachten minder worden en beter te verdragen zijn. In heel ernstige gevallen wordt soms de blaas verwijderd en een stoma aangelegd. Het doel is altijd om dit te voorkomen.

De gevolgen van dit syndroom kunnen groot zijn, omdat de blaas altijd actief is, dag en nacht. Door de pijn en het vele aandranggevoel bent u vaak bezig met het zoeken naar een wc. Dat is lastig in situaties waarin u niet zomaar weg kunt, zoals tijdens een reis, een vergadering of een theatervoorstelling.

Diagnosefase

Diagnostische onderzoeken


Wat kunt u verwachten tijdens uw eerste afspraak?

Tijdens een telefonische afspraak met een verpleegkundig specialist of arts vragen we naar uw klachten en uw algemene gezondheid. Op basis daarvan bepalen we welke extra onderzoeken nodig zijn. U krijgt bijvoorbeeld het verzoek om een dagboek bij te houden. Daarin schrijft u op wat u drinkt, hoe vaak u plast en hoe uw ontlasting is. Daarnaast bespreken we met u of we naast de afspraken bij urologie ook nog andere afspraken inplannen bij bijvoorbeeld gynaecologie, bekkenfysio, pijndokter en/of psycholoog/ seksuoloog.

lees meer

Sluiten

Wat kunt u verwachten tijdens uw eerste afspraak?

Tijdens een telefonische afspraak met een verpleegkundig specialist of arts vragen we naar uw klachten en uw algemene gezondheid. Op basis daarvan bepalen we welke extra onderzoeken nodig zijn. U krijgt bijvoorbeeld het verzoek om een dagboek bij te houden. Daarin schrijft u op wat u drinkt, hoe vaak u plast en hoe uw ontlasting is. Dit dagboek neemt u mee naar uw eerste afspraak in het ziekenhuis. 

Daarnaast bespreken we met u of we naast de afspraken bij urologie ook nog andere afspraken inplannen bij bijvoorbeeld gynaecologie, bekkenfysio, pijndokter en/of psycholoog/seksuoloog.

Bij het eerste bezoek op de poli doen we een lichamelijk onderzoek en een blaasonderzoek (cystoscopie) op de polikliniek. Bij dit blaasonderzoek kijkt de arts met een klein cameraatje via de plasbuis in de blaas. Dit is het enige onderzoek waarmee we kunnen zien hoe ontstoken de blaaswand is. Soms blijkt tijdens dit onderzoek dat er ook een stukje weefsel (biopt) moet worden afgenomen. Dit gebeurt dan op een later moment op de operatiekamer.

Het kan zijn dat we u vragen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek.


Cystoscopie (blaasonderzoek)

We vragen u om voor het urine-onderzoek in een potje te plassen. Het is fijn als het lukt om van tevoren wat urine op te houden. U hoeft dus niet met een helemaal volle blaas te komen als dit te veel blaas(pijn)klachten voor u geeft.

naar pagina

Overzicht diagnostische onderzoeken

Uw behandelend arts zal in overleg met u beslissen welke onderzoeken voor uw aandoening nodig zijn. 

  • We vragen u bij te houden in een dagboek met wat u drinkt, hoe vaak u plast en hoe uw ontlasting is.

    naar het document

Uitslagfase

Uitslaggesprek


Het uitslaggesprek

Na het blaasonderzoek (cystoscopie) heeft u direct een gesprek met uw arts en verpleegkundig specialist over het behandelplan. De behandeling wordt aangepast aan uw persoonlijke situatie.

lees meer

Sluiten

Het uitslaggesprek

Na het blaasonderzoek (cystoscopie) heeft u direct een gesprek met uw arts en verpleegkundig specialist over het behandelplan. De behandeling wordt aangepast aan uw persoonlijke situatie. U beslist samen met uw arts wat er verder gebeurt. 

Uw partner, een familielid of een begeleider mag bij het uitslaggesprek aanwezig zijn. U kunt er ook voor kiezen om het gesprek op te nemen, zodat u het later nog eens kunt beluisteren.

Afhankelijk van uw situatie starten wij zelf de behandeling. Soms geven we advies aan de arts die u naar ons heeft doorverwezen.

Het kan zijn dat we u vragen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek.


Multidisciplinair overleg (MDO)

Het is mogelijk dat uw onderzoeksresultaten worden besproken in een MDO. In dit overleg zitten verschillende specialisten. Samen bekijken zij uw situatie en zij geven op basis van alle onderzoeken een behandeladvies. U bent als patiënt niet bij dit overleg aanwezig.

lees meer

Sluiten

Multidisciplinair overleg (MDO)

Het is mogelijk dat uw onderzoeksresultaten worden besproken in een MDO. Dit betekent Multi Disciplinair Overleg. In dit overleg zitten verschillende specialisten, zoals uroloog, gynaecoloog, bekkenfysio, pijndokter en psycholoog/seksuoloog. Samen bekijken zij uw situatie en zij geven op basis van alle onderzoeken een behandeladvies.

Het doel van het MDO is om een behandelplan op maat te maken, zodat u de beste zorg en behandeling krijgt. De uitkomsten van dit overleg hoort u tijdens het gesprek over de uitslag.

U bent als patiënt niet bij dit overleg aanwezig.
 


Samen beslissen

Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?

naar pagina

Behandelfase

Behandelingen


Behandelingen bij blaaspijnsyndroom

De behandeling van het blaaspijnsyndroom/IC bestaat meestal uit een combinatie van verschillende mogelijkheden. Blaaspijnsyndroom is een chronische aandoening. Dit betekent dat de klachten kunnen terugkomen. Daarom bespreekt uw arts samen met u wat het plan wordt en welk vervolg voor u nodig is. Als de behandeling niet goed genoeg helpt, of als de klachten later terugkomen, kijken we samen opnieuw welke mogelijkheden er dan zijn.


Sluiten

Behandelingen bij blaaspijnsyndroom


Overzicht behandelingen

  • Door uw voeding aan te passen kunt u ervoor zorgen dat uw blaas zo min mogelijk geïrriteerd raakt.

    lees meer


    Sluiten

    Adviezen over voeding en leefstijl

    Door uw voeding aan te passen kunt u ervoor zorgen dat uw blaas zo min mogelijk geïrriteerd raakt. 

    • Dieetlijst: Een lijst met voedingsmiddelen die wel of niet geschikt zijn bij het blaaspijnsyndroom/IC
    • Blaaspijnsyndroom - Leemborg Diëtisten: Diëtisten met ervaring in het begeleiden van mensen met het blaaspijnsyndroom/IC
    • Het is goed om zoveel mogelijk verse en niet-bewerkte producten te eten. Het is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen.

    Algemene leefstijladviezen voor mensen met blaas- of bekkenpijn: 

    • Neem een warm bad of gebruik een warme kruik om de pijn te verminderen.
    • Als u veel klachten heeft, doe dan geen zware inspanning of intensieve sport. Wandelen kan wel helpen om de bekkenbodem soepel te houden. Bespreek met uw bekkenfysiotherapeut of arts wat in uw situatie het beste is.

    Daarnaast kunnen sommige voedingssupplementen helpen om klachten te verminderen en de kans op een blaasontsteking kleiner te maken:

    • Wij raden vitamine C‑supplementen en cranberrycapsules of cranberrysap af. Deze producten zijn vaak zuur en kunnen de blaas irriteren.
    • Pure D‑mannose (poeder of capsules) kan helpen om blaasontstekingen te voorkomen, vooral als u eerder vaak E. coli‑bacteriën in uw urine heeft gehad.
    • Ook probiotica kunnen helpen om blaasontstekingen te voorkomen. Voor vrouwen hebben we goede ervaringen met het probioticum Bacilac Femina. Bespreek met uw uroloog welk probioticum in uw situatie het meest geschikt is.

  • Sluiten

    Bekkenfysiotherapie

    • De bekkenfysiotherapeut geeft u adviezen, bijvoorbeeld over een goede houding tijdens het plassen.
    • U hebt geen verwijzing nodig voor bekkenfysiotherapie. Het kan wel handig zijn als uw uroloog u verwijst met een duidelijke vraag. De brief van uw ziekenhuisbezoek kan hiervoor gebruikt worden.
    • Bij chronische bekken- of blaaspijn is het fijn als de fysiotherapeut een apparaat heeft (een EMG of Maple) om de spierspanning te meten. Met dit apparaat kan ook een behandeling worden gegeven die helpt bij ontspanning en pijnvermindering.
    • De uroloog bespreekt met u welke bekkenfysiotherapeut hier speciaal voor geschikt is.

Nazorgfase

Nazorg en controle


Nazorg en controles

Bij blaaspijnsyndroom/IC zijn regelmatige controles nodig. In het begin vaker, later meestal jaarlijks. Als er  weefsel­onderzoek is gedaan bespreekt de arts het vervolg.

lees meer

Waar vinden de controles plaats?

De arts bespreekt met u waar de vervolgcontroles plaatsvinden. Dit kan in het Radboudumc zijn of bij de arts die u heeft doorverwezen. 

Expertisecentrum

Zeldzame aandoeningen


Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen Blaaspijnsyndroom

Binnen het Radboudumc Expertisecentrum voor Urogenitale Afwijkingen bij Volwassenen kunnen patiënten met een zeldzame aandoening, zoals blaaspijnsyndroom/IC terecht voor advies, onderzoek en behandeling.

lees meer

Sluiten

Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen Blaaspijnsyndroom

Binnen het Radboudumc Expertisecentrum voor Urogenitale Afwijkingen bij Volwassenen kunnen patiënten met een zeldzame aandoening, zoals blaaspijnsyndroom/IC terecht voor advies, onderzoek en behandeling.

Er wordt binnen dit centrum bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de werking van nieuwe medicijnen of naar langetermijneffecten van behandelingen. 

Deze aanvraag voor erkenning wordt door het Radboudumc ingediend bij het Ministerie van VWS.


Zeldzame aandoeningen

Het Radboudumc beschikt over 39 Erkende Expertisecentra voor Zeldzame Aandoeningen (ECZA). Door kennis en kunde over de aandoeningen te bundelen in expertisecentra, kunt u beter en sneller worden behandeld.

naar pagina