Longkanker


Over longkanker

Longkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen en staat bij vrouwen op de tweede plaats. Het komt vooral voor bij mannen tussen de 65 en 80 jaar en bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar. Het wordt vaak pas laat ontdekt, omdat er vaak weinig klachten zijn.

lees meer

Over longkanker

Longkanker

Longkanker is de meest voorkomende kanker bij mannen en staat bij vrouwen op de tweede plaats. Het komt vooral voor bij mannen tussen de 65 en 80 jaar en bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar. Het wordt vaak pas laat ontdekt, omdat er vaak weinig klachten zijn. Klachten die kunnen wijzen op longkanker zijn bijvoorbeeld:
Verandering in uw hoestpatroon;
  • Bloed in opgehoest slijm
  • Kortademigheid
  • Terugkerende longontsteking
  • Aanhoudende heesheid
  • Zeurende pijn in de borststreek, rug of in het gebied van de schouders
De prognose is bij longkanker vaak niet erg positief. Dit komt omdat de ziekte vaak pas in een laat stadium wordt ontdekt, wanneer het soms te laat is om de patiënt nog te genezen.
 

Oorzaak en ontstaan bij longkanker

Er zijn twee hoofdtypen longkanker, die elk hun eigen verloop en behandeling hebben. Bepaalde factoren, zoals roken, beïnvloeden de kans op longkanker.

lees meer

Oorzaak en ontstaan bij longkanker

Oorzaak en ontstaan

Er zijn twee hoofdtypen longkanker, die elk hun eigen verloop en behandeling hebben:
  • Niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Deze komt het meest voor.
  • Het kleincellig longcarcinoom (SCLC).
Hiernaast is er nog het mesothelioom of borstvlieskanker. De informatie op deze pagina gaat over de twee hoofdtypen longkanker. Er zijn enkele factoren waarvan bekend is dat ze het risico op longkanker vergroten. Op de eerste plaats is dit roken. In de meerderheid van de gevallen is longkanker het gevolg van roken. Zogenaamde ‘meerokers’ hebben ook een groter risico op longkanker. Daarnaast is luchtvervuiling een risicofactor. Iedereen krijgt tot op een bepaalde hoogte met luchtvervuiling te maken. Het draait hierbij vooral om uitlaatgassen, die fijnstof bevatten.

De longziekte COPD kan ook leiden tot longkanker. Bij COPD is er sprake van een chronische ontsteking van de luchtwegen. Ook COPD wordt bijna altijd veroorzaakt door roken. Tabak is een directe en indirecte oorzaak van het ontstaan van longkanker. Als laatste wordt het risico op longkanker ook vergroot door blootstelling aan bepaalde stoffen, zoals:
  • Arseen
  • Asbest
  • Nikkel
  • Radon

Borstvlieskanker

Borstvlieskanker is een tumor in het borstvlies. Borstvlieskanker is een vrij zeldzame ziekte. Het komt ongeveer voor bij 350 mensen per jaar.

naar de aandoening

Onderzoeken bij longkanker

Als u symptomen vertoont die kunnen passen bij longkanker, kunt u het beste naar de huisarts gaan. Deze zal u lichamelijk onderzoeken. Als uw huisarts een verdenking op longkanker heeft, zal hij u doorverwijzen naar een specialist. Deze kan een aantal onderzoeken doen.

  • Als de specialist vermoedt dat u longkanker heeft, kunnen we u via sneldiagnostiek onderzoeken. lees meer


    Sneldiagnose

    Als de specialist vermoedt dat u longkanker heeft, kunnen we u via sneldiagnostiek onderzoeken. U krijgt dan gewoonlijk binnen twee dagen een voorlopige diagnose. Als u geen sneldiagnostiek wilt of kunt ondergaan, voeren we dezelfde onderzoeken uit maar krijgt u de uitslag binnen twee tot drie weken.

Behandeling bij longkanker

Welke behandeling voor u het meest geschikt is, hangt af van de grootte, kwaadaardigheid en plaats van de tumor. Uw arts bespreekt de mogelijkheden en kies samen met u de juiste behandeling. De behandeling kan erop gericht zijn om te genezen of om de ziekte te remmen.

  • Het verloop van de behandeling is afhankelijk van welke soort longkanker u heeft. lees meer


    Over de behandeling

    Het verloop van de behandeling is afhankelijk van welke soort longkanker u heeft.

    Niet-kleincellig longcarcinoom

    Om de behandeling te bepalen kijkt uw arts eerst naar het stadium van de kanker. Dit doet de arts door te kijken naar de grootte en plaats van de tumor, de lymfeklieren en naar uitzaaiingen. In een laag stadium (I of II) kan de tumor worden verwijderd door middel van een operatie. Hierna vindt eventueel nog chemotherapie of radiotherapie plaats. Bij patiënten in een later stadium (III of IV) is de kans op genezing veel kleiner. Opereren gaat in deze gevallen niet. De behandeling bestaat dan uit chemotherapie en eventueel radiotherapie.

    Kleincellig longcarcinoom

    Deze soort longkanker is in het algemeen agressief en zaait snel uit. Op het moment van diagnose zijn er vaak al uitzaaiingen. De primaire behandeling is chemotherapie. Hier reageren vrijwel alle patiënten goed op. Deze vorm komt helaas vaak terug na korte of lange tijd. Er zijn dan mogelijkheden om u opnieuw te behandelen.

    Chemotherapie

    Chemotherapie bij longkanker

    Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Deze medicijnen zijn erop gericht om de kwaadaardige kankercellen te doden of celdeling te remmen. Bij niet-kleincellige longkanker kunt u chemotherapie krijgen vóór of na een operatie of als palliatieve behandeling. Bij kleincellige longkanker krijgt u meestal chemotherapie als palliatieve behandeling. U wordt opgenomen op de afdeling Longziekten.

    Voorbereiding

    Voordat u begint met de chemotherapie is een aantal voorbereidingen nodig. U krijgt uiteraard een informatiegesprek over de behandeling. Daarnaast controleert de arts uw bloed en soms uw gebit. Soms krijgt u aanvullende medicijnen als ondersteunende behandeling.

    Verloop

    De behandeling bestaat uit toediening van cytostatica. Voor het beste resultaat dienen we u vaak een combinatie van verschillende soorten toe. Dit gebeurt via het bloed. U krijgt chemotherapie als een kuur. Dit betekent dat u een periode medicijnen krijgt en een periode niet. Meestal krijgt u om de drie weken een kuur. Hoe lang het toedienen van de medicijnen duurt, is afhankelijk van de methode. Het kan vijf minuten duren maar ook een paar dagen. Als de chemotherapie aanslaat, kan voor een onderhoudsbehandeling gekozen worden. Dit wil zeggen dat er langer met de chemokuur doorgegaan wordt om de kans op terugkerende kanker te verkleinen.

    Na de operatie

    De cytostatica tasten niet alleen de kankercellen maar ook de goedaardige cellen aan. Hierdoor ondervindt u vaak nog bijwerkingen na de behandeling. Deze verschillen per medicijn en zijn afhankelijk van uw lichamelijke conditie en lichaam. De bijwerkingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid, haaruitval en een verhoogd risico op infecties. Als u behandeld wordt met chemoradiatie, bent u waarschijnlijk erg moe door de behandeling.

    Resten van de medicijnen kunnen nog acht dagen na de behandeling aanwezig zijn in uw lichaamsvocht. Hierom is het belangrijk om een aantal maatregelen te nemen om mensen in uw omgeving niet bloot te stellen aan cytostatica. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u zittend plast en met de deksel naar beneden doorspoelt. Ook kunt u het beste het toilet één keer per dag reinigen. Braaksel kunt u door het toilet spoelen. Gedurende deze periode moet u een condoom gebruiken bij geslachtsgemeenschap.
     

    Fysiotherapie

    Na een longoperatie ondersteunt een fysiotherapeut u bij uw herstel en revalidatie. Voor de operatie maakt u al kennis met de fysiotherapeut en zal hij uitleg geven. De dag na de operatie starts de behandeling. U verblijft dan nog op de verkoeverafdeling.

    De eerste dagen komt de fysiotherapeut bij u langs om samen te oefenen. Tussentijds moet u zelf ook regelmatig oefenen. Hebt u zoveel pijn dat u de oefeningen niet goed uit kunt voeren? Geeft dit dan aan bij de fysiotherapeut, verpleegkundige of arts. Veel pijn is niet nodig en kan uw herstel vertragen. De fysiotherapeut vraagt u een pijnscore te geven tijdens het oefenen.


    PleurX katheter

    Tussen uw longvlies en borstvlies zit een klein beetje vocht: pleuravocht. Als uw long- en borstvlies aangedaan zijn door ziekte wordt er meer vocht aangemaakt en minder vocht afgevoerd. Bij longkanker kan dit pleuravocht ontstaan doordat de tumor is uitgezaaid naar uw long- en borstvlies. De toename van het pleuravocht verkleint de ruimte voor uw longen. Hierdoor kunt u kortademig zijn. Om deze klachten te verlichten, kunnen we ontlastende puncties verrichten.

    Bij deze puncties brengen we via uw borstwand een naald in (prikken), in de vrije pleuraholte. Hiervoor moet u steeds naar het ziekenhuis komen. Als deze puncties elkaar snel opvolgen, kunnen we kiezen voor een permanente drain: een PleurX katheter.
     

Ondersteunende zorg bij longkanker

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen.

lees meer

Ondersteunende zorg bij longkanker

Ondersteunende zorg

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen. Om deze knelpunten te herkennen èn bespreekbaar te maken, maken we tijdens uw behandeling op vaste momenten gebruik van de Lastmeter. De Lastmeter is een korte vragenlijst waarop u kunt aangeven hoe het met u gaat en welke problemen u mogelijk ervaart op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en spiritueel gebied. Uw casemanager zal de vragenlijst met u doornemen en uw behoefte aan zorg met u in kaart brengen. Samen met uw casemanager en behandelend arts kunt u vervolgens beoordelen of een doorverwijzing naar een gespecialiseerde zorgverlener u kan ondersteunen bij uw behandeling(en).

Voor jongeren en jongvolwassenen (AYA’s, 18-35 jaar) en ouderen (70+) bieden we gespecialiseerde, leeftijdspecifieke ondersteuning. AYA’s kunnen terecht bij de AYA-poli; ouderen krijgen steun van een ouderenconsulent.

Voor patiënten met longkanker is een speciale training over mindfulness ontwikkeld. Deze training leert u zorgvuldig waar te nemen, het onderscheid tussen oordelen en waarnemen en de automatische piloot uit te schakelen. Voor deze training kunt u informeren bij uw arts.
 

Contact


Centrum voor Oncologie
(024) 361 11 11


Links voor u als patiënt

Onderstaande websites bieden u nuttige informatie, manieren om in contact te komen met lotgenoten of praktische informatie.

inloggen