Diagnosefase
Tijdens de diagnosefase krijgt u verschillende onderzoeken
Onderzoek
Diagnose-onderzoek
Afdeling gynaecologie
Behandelfase
In de behandelfase krijgt u één of meerdere van onderstaande behandelingen. Welke behandeling u krijgt, is afhankelijk van de ernst en het stadium van uw ziekte.
Behandeling
Behandeling van schaamlipkanker
Afdeling gynaecologische oncologie
Gevolgen van de behandeling
Controlefase
Na de behandeling van schaamlipkanker blijft u levenslang onder controle.
De controles

Diagnosefase

Tijdens de diagnosefase krijgt u verschillende onderzoeken

Diagnose-onderzoek


Welke onderzoeken krijgt u?

Om te ontdekken of u schaamlipkanker heeft, halen we één of meerdere stukjes huid weg (biopt). Dit biopt onderzoeken we onder de microscoop. Meestal krijgt u de uitslag binnen 2 weken.

lees meer

Welke onderzoeken krijgt u?

Om te ontdekken of u schaamlipkanker heeft, halen we één of meerdere stukjes huid weg (biopt). Dit biopt onderzoeken we onder de microscoop. Het afnemen van een biopt gebeurt vaak onder plaatselijke verdoving op de polikliniek. Soms gebeurt het ook met een roesje of met een ruggenprik.

De uitslag

De uitslag krijgt u meestal binnen 2 weken.

Extra onderzoek

Als blijkt dat u schaamlipkanker heeft, zal de arts één of meerdere aanvullende onderzoeken voorstellen. Welke onderzoeken dat zijn, is afhankelijk van uw situatie. 


Echografie liezen

Als u schaamlipkanker heeft, maken we meestal een echografie van uw liezen. Tijdens de echografie maakt de radioloog beelden met behulp van ultrageluidsgolven. 

lees meer

Echografie liezen

Als u schaamlipkanker heeft, maken we meestal een echografie van uw liezen. Tijdens de echografie maakt de radioloog beelden met behulp van ultrageluidsgolven. 

Punctie bij uitzaaiingen 

Op de beelden kunnen we zien of er een kans is op uitzaaiingen naar de lymfeklieren in uw lies. Als we een afwijkende lymfeklier zien, dan zuigt de radioloog met een naald een aantal cellen op uit de lymfeklier (punctie). De patholoog onderzoekt de cellen. Als de patholoog kankercellen ziet, dan heeft u een uitzaaiing uw de lies. 

Als er bij de echo geen punctie wordt gedaan, dan zijn er op dat moment geen aanwijzingen voor uitzaaiingen. 

CT-scan 

We maken geen echografie als de tumor groter is dan 4 centimeter, op meerdere plekken zit of wanneer we denken aan uitzaaiing naar de liezen. We maken dan een CT-scan.


CT-scan

Uw arts kan ook een CT-scan adviseren. Bijvoorbeeld wanneer de tumor groter is dan 4 centimeter, op meerdere plekken zit of wanneer gedacht wordt dat er uitzaaiingen zijn naar de lymfeklier in de lies. Tijdens een CT-scan worden met behulp van röntgenstralen beelden (scans) gemaakt van uw lichaam. 

meer informatie over de CT-scan

Extra onderzoek

Een enkele keer adviseert uw arts een MRI-scan of een PET-scan. Dit doen we om eventuele doorgroei van de kanker in omliggende organen of andere delen van uw lichaam te onderzoeken. 

Behandelfase

In de behandelfase krijgt u één of meerdere van onderstaande behandelingen. Welke behandeling u krijgt, is afhankelijk van de ernst en het stadium van uw ziekte.

Behandeling van schaamlipkanker


Behandeling

Er zijn 3 behandeling mogelijk als u schaamlipkanker heeft. 

  • operatie (zonder nabehandeling)
  • operatie en radiotherapie
  • Chemoradiatie

Welke behandeling is geschikt?

Welke behandeling voor u het meest geschikt is, is afhankelijk van de plaats van de tumor, de grootte van de tumor en of er uitzaaiingen zijn. Samen met de arts kiest u voor een behandeling.

lees meer

Welke behandeling is geschikt?

Als blijkt dat u schaamlipkanker heeft, dan bespreken we de uitslagen in een tumorwerkgroep. De tumorwerkgroep is een overleg tussen verschillende afdelingen. U bent hier zelf niet bij. Tijdens dit overleg bespreken de artsen wat uw behandelopties zijn en welke behandeling zij adviseren. Welke behandeling voor u het meest geschikt is, is afhankelijk van de plaats van de tumor, de grootte van de tumor en of er uitzaaiingen zijn. Na dit overleg bespreekt de gynaecoloog met u de mogelijkheden.

Samen met de arts kiest u voor een behandeling. Meestal is de behandeling gericht op het genezen van de kanker. Soms is het doel om de ziekte te remmen en de klachten te verminderen.


Operatie

Meestal bestaat de behandeling van schaamlipkanker uit een operatie. Er zijn 3 verschillende operaties.

meer over de operatie

Operatie gevolgd door radiotherapie (bestraling)

Radiotherapie is behandeling van de tumor met bestraling. Het doel is om zo veel mogelijk kankercellen te vernietigen en daarbij zo veel mogelijk gezonde cellen te besparen. 

meer over de bestraling

Chemoradiatie

Chemoradiatie wordt soms gedaan als de tumor niet in één keer weggehaald kan worden tijdens een operatie. De behandeling bestaat uit chemotherapie en bestraling. De chemoradiatie duurt ongeveer 5 tot 6 weken.

lees meer

Chemoradiatie

Soms adviseert de tumorwerkgroep een combinatie van chemotherapie en radiotherapie (bestraling). Dit noemen we chemoradiatie. Chemoradiatie wordt soms gedaan als de tumor niet in één keer weggehaald kan worden tijdens een operatie. Bijvoorbeeld als de tumor te dicht tegen de sluitspier van de anus zit, of te dicht tegen de plasbuis groeit. Chemoradiatie maakt de tumor kleiner, waardoor eventueel toch een operatie mogelijk is. Soms is door chemoradiatie de hele tumor behandeld en is een operatie niet meer nodig.

Van de radiotherapeut en de medisch oncoloog krijgt u uitleg. De radiotherapeut maakt een bestralingsplan. Vaak is eerst extra onderzoek nodig, zoals een PET-CT. Soms is ook een MRI-scan nodig. Met behulp van deze informatie wordt precies uitgerekend waar u bestraling krijgt en hoe sterk de bestraling moet zijn. Dit is het bestralingsplan. Bij de gezonde organen moet de bestraling zo min mogelijk in de buurt komen. 

Tijdens het intakegesprek bij de medisch oncoloog krijgt u informatie over de chemotherapie. Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die kwaadaardige kankercellen doden of zorgen dat deze kankercellen minder snel groeien. Chemotherapie beschadigt niet alleen de kankercellen, maar ook op uw gezonde cellen. Hierdoor kunt u last krijgen van bijwerkingen. De behandelingen met chemotherapie vinden plaats op de afdeling Medisch oncologie, onder begeleiding van de internist- medisch oncoloog. 

Verloop chemoradiatie

De behandeling bestaat uit chemotherapie en bestraling. De chemoradiatie duurt ongeveer 5 tot 6 weken. U krijgt meestal 1 keer per week chemotherapie via een infuus in uw bloedbaan. Gemiddeld wordt u 5 keer per week bestraald. 

Gevolgen van de behandeling


Gevolgen

Van de behandeling kunt u klachten of bijwerkingen ervaren. De gevolgen verschillen per behandeling. 


Gevolgen



Gevolgen na de operatie

Na de operatie kan het wondgebied gevoelig of pijnlijk zijn. Als het nodig is krijgt u een recept mee naar huis voor pijnstillers. Het verschilt per persoon hoe lang u pijnstillers nodig heeft. Stop niet direct met pijnstillers, maar bouw het af. In de leefregels en adviezen die u heeft gekregen leest u hoe u dit doet. Heeft u vragen? Neem contact op met uw casemanager.

Eerste weken na de operatie

De eerste periode na de operatie kan het gevoelig zijn om te plassen of ontlasting te hebben. In de eerste weken adviseren we u om het wondgebied schoon te spoelen met water als u naar de wc bent geweest. Dit kan onder de douche met een zachte straal of u kunt een spoelflesje gebruiken. 

Als er lymfeklieren uit de lies zijn verwijderd, kan het litteken wat roder zijn. Dat is normaal. Als de roodheid erger wordt, er een zwelling in de lies ontstaat, het litteken pussig is en/of u krijgt koorts, neem dan contact op met de casemanager. 

Als het herstel goed gaat en u zich goed voelt, kunt u na ongeveer 6 weken gaan sporten, werken en huishoudelijk werk doen. Als u zich goed voelt, kunt u soms als eerder beginnen met het opbouwen van dit soort activiteiten. Luister naar uw lichaam en wissel activiteit en rust af. Begin rustig en bouw het langzaam op. Hoe snel u geneest is voor iedereen verschillend. 

Lange termijn

De operatie kan ook emoties oproepen. Sommige vrouwen vinden het litteken niet mooi. Andere vrouwen voelen zich aangetast in het ‘vrouw zijn’. Probeer hierover te praten. U heeft een ingrijpende operatie ondergaan waarvan u ook geestelijk moet herstellen. Geef uzelf de tijd en zorg voor voldoende rust en ontspanning. Praat erover met uw eventuele partner en/of andere vertrouwde personen in uw omgeving. Zij kunnen steunen. Eventueel kunt u dit ook bespreken met uw huisarts, behandelend arts of casemanager. Zij kunnen u adviseren als u behoefte heeft aan professionele ondersteuning.

Seksualiteit

Zolang de wond nog niet helemaal is genezen en gesloten, raden we geslachtsgemeenschap (penetratie) af. Houd in ieder geval minimaal 6 weken aan. Als de wond helemaal is genezen, kunt u voorzichtig proberen geslachtsgemeenschap (penetratie) te hebben. Andere vormen van intimiteit zoals bevrediging door aanraking (zonder penetratie) kan al eerder. Het is normaal als het langer duurt voordat weer zin heeft in seks.

Doordat er in het gebied van de schaamlippen is geopereerd, kan uw gevoel tijdens het vrijen veranderd zijn. U kunt minder voelen, pijn hebben of het kan ongemakkelijk voelen. Luister naar uw lichaam en neem rustig de tijd. We raden aan om een glijmiddel te gebruiken. Op emotioneel vlak kan het langer duren voor u weer plezier beleeft aan vrijen. Probeer hierover te praten, dat maakt het vaak makkelijker. Als u vragen heeft of problemen ervaart, bespreek dit dan met uw behandelend arts of casemanager.

Lymfoedeem

Na een behandeling van de lymfeklieren in de lies, is er een kans dat er lymfoedeem ontstaat in de schaamstreek en/of onderste ledematen (voeten/benen). Het risico is onder andere afhankelijk van het aantal lymfeklieren dat is weggehaald of bestraald. Na het verwijderen/bestralen van alle lymfeklieren uit de liezen, krijgen veel vrouwen last van lymfoedeem. Daarnaast kunnen de schaamstreek en/of uw benen een beetje opzwellen. 

Als u deze klachten meerdere keren heeft gehad, neem dan contact op met de casemanagers van de polikliniek gynaecologische oncologie. Zij kunnen u hierin adviseren. Er zijn een aantal risicofactoren die de kans op lymfoedeem vergroten, zoals overgewicht (BMI > 25) en te weinig beweging. Het is daarom belangrijk een gezond gewicht te hebben en genoeg te bewegen (beweeg minimaal 5x per week 30 minuten). 



Gevolgen na radiotherapie

Radiotherapie is een plaatselijke behandeling. De bijwerkingen en gevolgen doen zich daarom ook met name voor in het gebied dat bestraald wordt. 

Korte termijn

Meestal ontstaat 1 tot 2 weken na de eerste bestraling roodheid en irritatie van het bestraalde gebied. Bij sommige vrouwen is het nodig om de plasbuis of de anus mee te bestralen. U kunt dan veel last hebben tijdens plassen of ontlasting. Wat het plassen minder pijnlijk kan maken, is plassen terwijl u lauw water langs uw schaamlippen laat lopen. Ook raden we aan om veel te drinken.  De urine prikt daardoor minder tijdens het plassen. Wanneer u al meerdere bestraling heeft gehad, kunnen de huid en slijmvliezen kapot gaan. Dat doet meestal pijn. Ook kan zitten gevoelig of pijnlijk zijn. De radiotherapeut of verpleegkundige kan een pijnstiller voorschrijven. Dit kan een zalf zijn of een tablet. Soms kan een kussen in de vorm van een ring helpen bij het zitten. Bij sommige vrouwen valt het schaamhaar geheel of gedeeltelijk uit. Dit komt meestal 1 tot 2 maanden na de laatste bestraling weer terug. 

U kunt na het afronden van de bestraling het meest last hebben van deze klachten. Een aantal weken na afronding van de bestraling verdwijnen de klachten vanzelf. De verpleegkundige neemt in de eerste weken na de bestraling vaker contact met u op. Als u veel klachten heeft kan een extra bezoek ingeplant worden.  

Lange termijn

Een aantal weken na afronding van de bestraling zullen de ‘korte termijn’ klachten afnemen. De bestraalde huid en slijmvliezen blijven anders aanvoelen. Het voelt droger en stugger. Ook kan het gevoeliger zijn. Dit kan invloed hebben op seksueel contact. Als uw huid en slijmvliezen genezen zijn, kunt u (indien u hier behoefte aan heeft) voorzichtig proberen geslachtsgemeenschap (penetratie) te hebben. 

Doordat er in de schaamlipregio is bestraald, kan het gevoel tijdens het vrijen veranderd zijn. Er kan sprake zijn van een verminderd gevoel, maar er kan ook pijn of ongemak ontstaan. Luister daarom naar uw lichaam en neem rustig de tijd. Het gebruik van een glijmiddel raden we aan. Op emotioneel vlak kan het langer duren voor u weer plezier heeft in het vrijen. 

Als de plasbuis een hoge dosis bestraling heeft gekregen, kan de plasbuis smaller worden. Hierdoor kunt u meer moeite hebben met plassen. Heel soms komt het voor dat iemand plotseling niet meer kan plassen. 
Ook bij een hoge dosis bestraling op de anus of op het onderste deel van de endeldarm kan het ontlastingspatroon veranderen. U kunt wat vaker kleine beetjes ontlasting krijgen, of wat makkelijker kleine beetjes ontlasting verliezen. Als de liezen bestraald zijn, heeft u een verhoogde kans op lymfoedeem



Gevolgen na chemoradiatie

De klachten na chemoradiatie zijn bijna hetzelfde als bij radiotherapie. Wel zijn de bijwerkingen bij chemoradiatie heftiger, omdat chemotherapie het effect van radiotherapie versterkt. Hierdoor kunnen ook de bijwerkingen heviger zijn. Door de chemotherapie kunt u last krijgen van bijvoorbeeld misselijkheid, darmklachten, vermoeidheid en een verhoogd risico op infecties.

De medicijnen in de chemotherapie beschadigen namelijk ook de gezonde cellen. Welke bijwerkingen u van de chemotherapie krijgt, verschilt per medicijn en per persoon. Ieder lichaam is anders.

Resten van de chemotherapie kunnen nog 8 dagen na de behandeling aanwezig zijn in uw lichaamsvocht. Bijvoorbeeld in uw urine. Het is daarom belangrijk om maatregelen te nemen om mensen in uw omgeving niet bloot te stellen aan de resten chemotherapie. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u zittend plast en met de deksel naar beneden doorspoelt. Ook kunt u het beste het toilet één keer per dag schoonmaken. Braaksel kunt u door het toilet spoelen. Indien u geslachtsgemeenschap hebt in de periode dat u chemotherapie krijgt, moet u een condoom gebruiken.

Controlefase

Na de behandeling van schaamlipkanker blijft u levenslang onder controle.

De controles


Wanneer komt u op controle?

De eerste 2 jaar na de behandeling komt u in meestal iedere 3-4 maanden op controle bij de arts of verpleegkundig specialist.

lees meer

Wanneer komt u op controle?

Na de behandeling van schaamlipkanker blijft u levenslang onder controle.

Nazorggesprek

Ongeveer 4 tot 6 weken na de behandeling heeft u een nazorggesprek met de verpleegkundige. Tijdens dit gesprek bespreekt de verpleegkundige met uw welke behandeling heeft plaatsgevonden en hoe de controles (nazorgfase) er uit komen te zien. Ook wordt besproken welke gevolgen u kunt merken van de behandeling. Dit kunnen korte termijn effecten zijn, maar ook lange termijn effecten. Alles wat in dit nazorggesprek wordt besproken, krijgt u mee in een persoonlijk nazorgplan. 

Controle

De eerste 2 jaar na de behandeling komt u in meestal iedere 3-4 maanden op controle bij de arts of verpleegkundig specialist. Tijdens deze controles bespreken we hoe het met u gaat en volgt er een lichamelijk onderzoek. Eventueel vindt er aansluitend een gesprek met de verpleegkundige plaats. Dit is het lastmetergesprek. Als voorbereiding op het lastmetergesprek, vult u een vragenlijst in.

Tijdens het lastmetergesprek wordt er besproken of u ergens last van heeft. In het 3e en 4e jaar na de behandeling wordt de tijd tussen de controles in principe iets langer.Mminimaal iedere 6 maanden komt u op controle bij de arts of verpleegkundig specialist. Vanaf het vijfde jaar na behandeling, komt u minimaal ieder jaar op controle. Uiteraard wordt dit afgestemd op uw persoonlijke situatie. Aanvullende onderzoeken zoals scans of bloedonderzoek vinden niet standaard plaats. 


Waar vinden de controles plaats?

Waar de nacontroles plaatsvinden, ligt aan de behandeling die u gehad heeft.

lees meer

Waar vinden de controles plaats?

Waar de nacontroles plaatsvinden, ligt aan de behandeling die u gehad heeft:

  • Als u alleen een operatie heeft gehad, dan komt u op controle bij gynaecologie.
  • Heeft u na de operatie ook bestraling gehad, dan vinden de nacontroles afwisselend bij gynaecologie en radiotherapie plaats.
  • Als u chemoradiatie heeft gehad met eventueel een aanvullende operatie, dan komt u afwisselend op controle bij gynaecologie, radiotherapie en in het eerst jaar na behandeling ook bij medische oncologie.
  • Medewerkers
  • Intranet