Voor de operatie

Voorafgaand aan de ingreep bespreekt de chirurg uw gezondheidstoestand en medicijngebruik met u. U mag 4 weken voor en na de operatie niet roken. Voor de operatie mag u gewoon eten en drinken. U mag geen sieraden dragen.
Patientenzorg Behandelingen Carpaletunnelsyndroom

Waarom deze behandeling?

Om de beknelde zenuw in uw pols meer ruimte te geven, maakt de chirurg tijdens de operatie voor het carpaletunnelsyndroom een band in uw pols glad.

Voor de operatie

Voor de ingreep bespreekt de chirurg uw gezondheid en medicijngebruik met u.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm of been tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

  • Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm of been, tijdelijk verdoofd. Vaak maken we dan gebruik van een echoapparaat.
  • Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.
Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. Als het mogelijk is, krijgt u dan extra verdoving. Helpt dat niet, dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie.

Na de operatie
Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.

Toxische reacties
Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.

Na de verdoving

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond gaat geleidelijk aan pijn doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Hoe verloopt de operatie?

In de operatiekamer neemt u plaats op de operatietafel. Uw arm ligt op een speciale armtafel. De ingreep duurt 20 tot 30 minuten.

lees meer

Hoe verloopt de operatie?

In de operatiekamer neemt u plaats op de operatietafel. Uw arm ligt op een speciale armtafel. De chirurg prikt in uw pols en handpalm om uw hand te verdoven. U krijgt een strakke band om uw bovenarm. Deze band houdt het bloed weg zodat de chirurg beter overzicht heeft. We maken uw hand schoon en dekken die af met steriele doeken. De chirurg maakt een snee in uw hand en maakt de band die op de zenuw drukt glad. Hierdoor krijgt de zenuw weer ruimte. Na het hechten krijgt u een drukverband om. De ingreep duurt 20 tot 30 minuten.

Na de operatie

Als u pijn heeft, mag u pijnstillers innemen, bijvoorbeeld paracetamol. Een dag na de operatie kunt u het drukverband afdoen en een pleister op de wond plakken. Die mag er 2 dagen later af.

lees meer

Na de operatie

Als u pijn heeft, mag u pijnstillers innemen, bijvoorbeeld paracetamol. Een dag na de operatie kunt u het drukverband afdoen en een pleister op de wond plakken. Die mag er 2 dagen later af. Houd de hand de eerste 2 dagen na de operatie zoveel mogelijk omhoog en leg hem ’s nachts op een kussen. Zo vermindert u de zwelling en geneest de wond sneller. Om stijfheid te voorkomen, moet u de schouder, elleboog, vingers en pols regelmatig bewegen. U kunt de hand steeds meer gebruiken. Na ongeveer 2 weken verwijderen we de hechtingen.

Vervoer

We raden aan om vervoer naar huis te regelen. Vraag aan uw autoverzekeraar of u na de ingreep mag autorijden.
 

Risico's en complicaties

De kans op complicaties is klein. Toch kan na de operatie een infectie of nabloeding optreden.

lees meer

Risico's en complicaties

De kans op complicaties klein. Toch kan na de operatie een infectie of nabloeding optreden. De huid rondom de wond kan tijdelijk gevoelloos zijn. Ook kan de zenuw (nervus medianus) tijdelijk of blijvend niet meer werken.

Bij problemen kunt u overdag bellen met de polikliniek Plastische Chirurgie (024) 361 95 94.

Contact

Polikliniek Plastische Chirurgie

(024) 361 95 94
contact


Naar uw afspraak op de polikliniek

Bezoekadres

Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Huispostnummer: 727

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Volg route 725

Team Plastische Chirurgie

Ons team bestaat uit specialisten van verschillende disciplines.


Afdeling Plastische Chirurgie

De afdeling Plastische Chirurgie houdt zich bezig met herstel van vorm en functie van een lichaamsdeel. Het gaat om correctie van aangeboren of verkregen afwijkingen en verminkingen of gebreken.

lees meer