Patientenzorg Behandelingen Cochleaire implantatie CI Cochleaire implantatie kinderen

Wanneer een CI voor uw kind?

Als uw kind een ernstige vorm van slechthorendheid of doofheid heeft, of de slechthorendheid van uw kind zeer snel toeneemt, kunt u terecht bij het CI-team voor kinderen. Daar krijgt u informatie, advies en begeleiding bij een eventuele CI-implantatie en revalidatie.

lees meer

Wanneer een CI voor uw kind?

Heeft uw kind een ernstige vorm van slechthorendheid of doofheid of neemt de slechthorendheid van uw kind zeer snel toe? Dan kunt u terecht bij het CI-team voor kinderen. De medewerkers geven u informatie en advies en begeleiden u bij een eventuele CI-implantatie en revalidatie.

Ervaren begeleiders

Wij hebben uitgebreide en jarenlange ervaring bij het begeleiden van kinderen die een cochleair implantaat krijgen. Ook werken wij voor de begeleiding van uw kind nauw samen met instanties uit uw omgeving, zoals de gezinsbegeleiding, peuterspeelzaal, basis- of middelbare school.

Vrijblijvend kennismakingsgesprek

Bij het CI-team voor kinderen begeleiden we kinderen tot 16 jaar. Oudere kinderen en volwassenen kunnen terecht bij het volwassenenteam. U kunt vrijblijvend een kennismakingsgesprek aanvragen.

Contact

Hearing & Implants

(024) 361 35 06

neem contact op

Wat is een CI?

Een cochleair implantaat (CI) is een hoorapparaat dat de functie van het slakkenhuis elektrisch overneemt als u doof of ernstig slechthorend bent en u vanwege een defect in uw slakkenhuis met een gewoon hoortoestel geen of weinig geluiden kunt waarnemen.

Vooronderzoek

Tijdens het vooronderzoek kijken we of een cochleair implantaat (CI) de juiste oplossing is voor het gehoorprobleem van uw kind.

  • Tijdens het intakegesprek stelt de arts u vragen over de medische toestand van uw kind en krijgt uw kind een keel-, neus- en ooronderzoek. lees meer


    Intakegesprek

    Tijdens het intakegesprek bespreken we de voor- en nadelen van een CI bij uw kind en krijgt u informatie over de onderzoeken die daarvoor nodig zijn. De arts stelt u vragen over de medische toestand van uw kind: het gehoorverlies, het ontstaan en het verloop ervan en de algehele ontwikkeling van uw kind. Ook krijgt uw kind een keel-, neus- en ooronderzoek. Er is uitgebreid gelegenheid tot het stellen van vragen.

  • Gehoor- en communicatie-onderzoek

    Met het communicatief/auditief onderzoek beoordelen we de huidige mogelijkheden van uw kind om geluiden/spraakklanken waar te nemen en daarmee gesproken taal te ontwikkelen. Hiermee kunnen we inschatten in hoeverre uw kind met een CI geluiden en spraakklanken waar zal kunnen nemen en daarmee gesproken taal zal kunnen ontwikkelen. We gaan na in hoeverre uw kind geluiden kan waarnemen (audiologisch onderzoek) gericht is op geluid (waarnemen, herkennen en onthouden) en op communicatie (in gebaren en gesproken taal). Het onderzoek duurt een dagdeel.

    Verder willen we van u weten hoe uw kind zich in totaliteit ontwikkelt. Soms doen we ook nog een aanvullend ontwikkelingsonderzoek bij uw kind. Zodat we het mogelijke effect van een CI nog beter kunnen inschatten. De onderzoeksresultaten bespreken we met u.

  • CT- of MRI-scan

    Om vast te stellen of we bij uw kind een implantaat kunnen plaatsen, maken we een CT- of MRI-scan van zijn/haar hoofd. De keuze tussen een CT- of MRI-scan is afhankelijk van de oorzaak en omvang van het gehoorverlies. Soms zijn beide scans nodig om een goed beeld te vormen.

    Jonge kinderen krijgen bij het maken van de scan een slaapmiddel. Zij worden dan opgenomen op de Dagbehandeling voor kinderen. Meestal duurt deze opname een dagdeel.

  • Evenwichtsonderzoek

    Bij de CI-operatie bestaat een kleine kans dat de functie van het evenwichtsorgaan verloren gaat. Daarom onderzoeken we de werking van het evenwichtsorganen van uw kind vóór de operatie. De uitslag van dit onderzoek kan meespelen in de oorkeuze voor het CI.
     
    Tijdens het evenwichtsonderzoek plakken we drie elektrodes op het hoofd van uw kind. Deze registreren zijn/haar oogbewegingen terwijl uw kind bij u op schoot in een draaistoel rustig wordt rondgedraaid. Dit doen we zowel in het licht als in het donker. Vervolgens spuiten we water (of lucht) in de gehoorgangen en meten we opnieuw de oogbewegingen. Het water (en in mindere mate de lucht) in de gehoorgangen kan een vervelend, draaierig gevoel veroorzaken.

  • Adviesgesprek

    Na alle onderzoeken nodigt de coördinator u uit voor een adviesgesprek waarin alle uitslagen met u doorgenomen worden. Ook bespreken we het advies van de CI-commissie met u. Als de CI-commissie inschat dat een CI de ontwikkelingsmogelijkheden van uw kind vergroot, informeren we u over de operatie en de hieraan verbonden risico’s. Op basis hiervan kunt u beslissen of u een CI wilt laten plaatsen bij uw kind.

Aanmelden en intake

Na aanmelding maken we een afspraak voor een aantal onderzoeken; een intakegesprek met de coördinator, een uitgebreid audiologisch onderzoek en een kort KNO-onderzoek. Tijdens het intakegesprek bespreken we de voor- en nadelen van een CI voor uw kind.

lees meer

Aanmelden en intake

Wanneer u zich afvraagt of een CI een goed hulpmiddel is voor uw kind, kunt u de gezinsbegeleider, audioloog, KNO-arts of huisarts  vragen om een doorverwijzing. Wanneer wij de verwijzing van uw kind hebben ontvangen, sturen wij u een brochure en aanmeldingsformulier toe.

Intakegesprek en onderzoek

Na aanmelding maken we een afspraak voor een aantal onderzoeken; een intakegesprek met de coördinator, een uitgebreid audiologisch onderzoek en een kort KNO-onderzoek. Tijdens het intakegesprek bespreken we de voor- en nadelen van een CI voor uw kind. Op basis van dit gesprek besluiten we of het zinvol is om verder te gaan met het CI-traject. Zoja, dan zullen de vervolgonderzoeken gepland worden.

Vrijblijvend traject

De informatie- en adviesprocedure kunt u zien als een periode waarin u informatie krijgt over CI. Aanmelding betekent uiteraard niet dat u gebonden bent aan implantatie.
 

Informatie­folders

  • Uw kind heeft de CI‐processor gekregen. Hieronder bespreken we een aantal zaken waar u aan moet denken bij de verzekering, reparatie en batterijen van de processor en de bijbehorende onderdelen. bekijk het pdf-bestand

De ingreep en revalidatie


Voorbereiding op de ingreep

Voorafgaand aan de ingreep komt een revalidatietherapeut bij u thuis om uitleg te geven over de ingreep. Ook heeft u een gesprek met de KNO-arts. We adviseren u uw kind voor de ingreep te laten vaccineren tegen hersenvliesontsteking.

lees meer

Voorbereiding op de ingreep

De operatiedatum die we aan u doorgeven, is altijd onder voorbehoud vanwege spoedoperaties. Ongeveer één week voor de operatie hoort u of de operatie definitief doorgaat en waar en hoe laat we u verwachten voor de opname. Heeft uw kind de dagen voor de ingreep koorts of griep? Geef dit dan aan ons door.

Vaccinatie Hersenvliesontsteking

Wereldwijd zijn er enkele CI-dragers die hersenvliesontsteking hebben gekregen. We raden u daarom aan u kind aanvullend te laten vaccineren tegen pneumococcen-hersenvliesontsteking. U krijgt hiervoor een recept. Met dit recept gaat u naar de apotheek en haalt u het vaccin op. Het vaccin neemt u mee naar uw huisarts. Hij of zij geeft uw kind vervolgens de prik. Het kan ook zijn dat uw kind pas na de operatie (volledig) gevaccineerd kan worden. De coördinator bespreekt dit met u.

KNO-arts

Voor de operatie kunt u alvast kennismaken met de KNO-arts die uw kind zal opereren. De KNO-arts geeft uitleg over de operatie en de hieraan verbonden risico’s. U kunt al uw vragen over de operatie stellen.

Narcose

De ingreep vindt plaats onder anesthesie (verdoving/narcose). Voor de operatie brengt u met uw kind een bezoek aan de anesthesioloog op de polikliniek Anesthesiologie. Tijdens dit gesprek beoordelen we hoe gezond uw kind is. Als het nodig is kunnen aanvullende onderzoeken plaatsvinden. Ook krijgt u uitleg over de mogelijke vormen van anesthesie en de gang van zaken rondom de operatie.

Huisbezoek

De revalidatietherapeut komt bij u thuis om alle gezinsleden te informeren over de ziekenhuisopname en de operatie. Met behulp van foto’s, foldermateriaal en ervaringen van andere ouders bespreken we wat uw gezin kan verwachten. Als uw kind wat ouder is, is deze informatie voor een groot deel ook op uw kind zelf gericht. Doorgaans is de revalidatietherapeut die u thuis bezoekt ook degene die uw gezin na de operatie begeleidt (casemanager). De gezinsbegeleidster of een betrokkene van school zijn welkom dit huisbezoek.

Operatiedatum

Zodra de operatiedatum bekend is geeft de coördinator van het team deze aan u door. Het komt soms voor dat de operatieplanning verandert door bijvoorbeeld spoedoperaties. Als uw kind ziek is, dan kan de operatie niet doorgaan. Als uw kind in de weken voor de operatie ziek wordt, koorts, griep of oorontsteking krijgt, geef dit dan door aan de coördinator van het CI-team. Voor de operatie ontvangt u van de opnameplanning informatie over de plaats en het tijdstip waarop u voor de opname wordt verwacht.

Meenemen naar de operatie

Neem voor uw kind kleding mee die makkelijk zit. Zorg voor een pyjama die uw kind ook kan aantrekken als hij of zij verband om het hoofd heeft. Neem daarnaast toiletartikelen en eventuele medicijnen van uw kind mee naar het ziekenhuis. Het is beter om geen waardevolle spullen mee te nemen. Het ziekenhuis is niet verantwoordelijkheid bij vermissing of diefstal.

Voor de ingreep

Op de dag van de operatie moet uw kind nuchter blijven. Een van de ouders mag bij het kind bij het kind blijven tot het in slaap is gebracht. Voor de operatie scheren we een deel van het hoofdhaar weg.

lees meer

Voor de ingreep

We verwachten u en uw kind de dag voor de operatie op de kinderafdeling van ons ziekenhuis. Een verpleegkundige voert met u een opnamegesprek en de afdelingsarts zal uw kind onderzoeken. Als het nodig is, komt de anesthesist langs en als het kan, komt ook de opererende KNO-arts langs om eventuele laatste vragen te beantwoorden. Gezonde, oudere kinderen kunnen we soms ook tijdens een dagbehandeling opereren.  

Op de dag van de operatie moet uw kind nuchter blijven. Voor de operatie krijgt uw kind een operatiehemd aan en wordt het op een verrijdbaar bed getild. Een van de ouders mag bij het kind bij het kind blijven tot het in slaap is gebracht. Voor de operatie scheren we een deel van het hoofdhaar weg achter/boven het oor.

Behandeling Anesthesie bij kinderen

Als uw kind een behandeling of onderzoek onder anesthesie (verdoving) krijgt is het belangrijk om hem/haar goed voor te bereiden.

lees meer

Na de ingreep

Na de operatie heeft uw kind een verband om zijn of haar hoofd. De wond moet in totaal 10 dagen droog blijven. Uw kind mag in de eerste 6 weken na de operatie niet zwemmen of voetballen. Neem bij een middenoorontsteking direct contact op.

lees meer

Na de ingreep

Na de operatie brengen we uw kind naar de verkoeverafdeling om wakker te worden uit de narcose. Als de medewerkers van de verkoeverafdeling het verantwoord vinden, dan mag u bij uw kind zijn als hij of zij wakker wordt. Uw kind heeft een verband om het hoofd (‘tulband’). Dit zorgt voor druk op de wond. Hierdoor geneest de wond sneller. Na de operatie kan uw kind misselijkheid zijn en pijn hebben. Uw kind krijgt pijnstilling en eventueel ook medicijnen tegen de misselijkheid. Meestal gebruiken kinderen de eerste dagen thuis nog een lichte pijnstilling. Bij ontslag adviseert de opname-afdeling u hierover.

De meeste kinderen voelen zich snel weer beter en kunnen weer gewoon eten, drinken en bewegen. Uw kind hoort met het cochleair implantaat nog geen geluiden. Daarvoor moet eerst de uitwendige apparatuur, de spraakprocessor, aangesloten worden. Dit gebeurt enkele weken later.

Verband

Het is belangrijk dat uw kind het verband een week omhoudt. Als het verband in de eerste week toch loslaat, is het belangrijk dat dit verband opnieuw wordt aangelegd. Hiervoor kunt u contact opnemen met uw huisarts of het dichtstbijzijnde ziekenhuis in uw omgeving. Als dit niet lukt, neem dan contact op met het CI-team of de dienstdoende KNO-arts van het Radboudumc.

Dagelijkse activiteiten

Wij adviseren u om uw kind in de week na de operatie niet naar het kinderdagverblijf of naar school te laten gaan. Het is natuurlijk wel mogelijk dat uw kind een bezoekje brengt aan zijn of haar klas.

De wond moet in totaal 10 dagen droog blijven. Uw kind mag wel douchen, maar zijn of haar hoofd mag niet nat worden. Houd hier rekening mee. De wond moet genezen. Daarom mag uw kind 6 weken na de operatie nog niet zwemmen of bijvoorbeeld voetballen. Ook is het belangrijk dat de wond niet beschadigd.

Controleafspraak

Ongeveer 1 week na de operatie komt uw kind op controle bij de KNO-arts. Als het mogelijk is, is dit dezelfde arts die uw kind geopereerd heeft. Tijdens de operatie hechten we de huid met oplosbaar materiaal. We hoeven de hechtingen dus niet te verwijderen. Als er vocht ophoopt rondom de wond, dan kan het zijn dat uw kind het hoofdverband 1 week langer moet dragen. Als er tijdens deze controle geen bijzonderheden zijn, kan uw kind zijn of haar dagelijkse activiteiten weer hervatten.

Middenoorontsteking

Een middenoorontsteking aan de kant van het implantaat moet direct en goed worden behandeld. Er is namelijk een verhoogd risico op hersenvliesontsteking. Uw huisarts of KNO-arts kan de ontsteking behandelen.

Als uw kind binnen 2 maanden na de CI-operatie een middenoorontsteking krijgt, neem dan contact op met de coördinator van het CI-team of de dienstdoende KNO-arts. Uw kind moet dan via een infuus antibiotica krijgen. We nemen uw kind hiervoor op in het ziekenhuis.

Contact opnemen na de ingreep

Neem in onderstaande gevallen contact op het de KNO-arts van het zieken huis die op dat moment dienst heeft.

  • koorts
  • hoofdpijn
  • gevoelig voor licht
  • overgeven
  • verwardheid
  • pijn
  • oorpijn of loopoor
Lees meer

Contact opnemen na de ingreep

Neem in onderstaande gevallen contact op het de KNO-arts van het zieken huis die op dat moment dienst heeft. U belt naar het algemene ziekenhuisnummer en vraagt naar de dienstdoende KNO-arts. Als u twijfelt, neem dan ook contact op.
  • Koorts (temperatuur boven de 38ºC).
  • Hoofdpijn, vooral bij het buigen van het hoofd.
  • Niet tegen licht kunnen.
  • Overgeven.
  • Verwardheid.
  • Pijn of andere klachten op de plaats van de operatiewond (ook na het innemen van pijnstilling).
  • Oorpijn of een loopoor links of rechts.
Deze symptomen kunnen een teken zijn van een complicatie, zoals een wondinfectie of hersenvliesontsteking.

De ingreep

In een holte in de schedel bedden we het implantaat zoveel mogelijk in. Het snoertje met elektroden plaatsen we in het slakkenhuis. De operatie duurt 2 tot 3 uur. Door de voorbereidingen duurt het in totaal 3 tot 4 uur voordat u uw kind weer ziet.

lees meer

De ingreep

De duur van de opname hangt onder andere af van de gezondheid van uw kind en de duur van de operatie. Als uw kind gezond is vindt het plaatsen van de CI meestal plaats in een dagopname. U komt dan ’s ochtends met uw kind naar het ziekenhuis. Uw kind moet nuchter zijn. Dit houdt in dat hij of zij voor de operatie niets mag eten of drinken. Aan het eind van de dag mogen jullie weer naar huis. Als een dagopname niet mogelijk is, dan nemen we uw kind 1 dag voor de operatie op. Soms blijft u kind na de operatie ook nog overnachten. U bent dan dus 2 of 3 dagen met uw kind in het ziekenhuis. Dit is bijvoorbeeld het geval als uw kind in één operatie 2 CI’s krijgt.

Opname

Er zijn 2 mogelijkheden:
  1. Uw kind wordt opgenomen en geopereerd op de Chirurgische Dagbehandeling (CDB). Hier vinden alleen operaties in dagopname plaats, dus zonder overnachting. Als na de operatie blijkt dat uw kind toch moet blijven slapen, dan plaatsen we hem of haar over naar de kinderafdeling.
  2. Uw kind wordt opgenomen op de kinderafdeling. De operatie vindt dan plaats in één van de centrale operatiekamers van het ziekenhuis. Deze operatiekamers zijn dichtbij de kinderafdeling. Op de kinderafdeling is het mogelijk dat uw kind blijf slapen. Tijdens de overnachting(en) in het ziekenhuis mag één van de ouders op de kamer bij het kind slapen. Als de andere ouder in de buurt wil overnachten, dan kan hij/zij gebruik maken van het Radboudhotel.

De operatie

Eén van de ouders mag mee de operatiekamer in en bij uw kind blijven totdat hij of zij in slaap is gebracht. Daarna vinden nog verdere voorbereidingen op de operatie plaats. We scheren een strook haar weg op de plaats waar het implantaat komt. Vervolgens maakt de arts een s-vormige snede achter het oor om het implantaat te plaatsen. In een ondiepe holte in de schedel wordt het implantaat zoveel mogelijk ingebed. Het snoertje met elektroden plaatsen we via het middenoor in het slakkenhuis.

De operatie duurt 2 tot 3 uur. Door de voorbereidingen duurt het in totaal 3 tot 4 uur voordat u uw kind weer ziet. Als uw kind in een operatie 2 CI’s krijgt, duurt het 6 tot 7 uur voordat u uw kind weer ziet. Tijdens en na het plaatsen van het implantaat meten we of de hoorzenuw reageert op activering van elektroden. Hoe goed uw kind met een CI kan horen, kunnen we tijdens de operatie nog niet meten. De ziekenhuisopname duurt maximaal 3 dagen.

Revalidatie

2 tot 6 weken na de operatie begint de revalidatie. Het revalidatieproces bestaat uit een eerste intensieve revalidatiefase, een overdrachtsfase en een derde fase waarin we de auditieve ontwikkeling van uw kind volgen.

lees meer

Revalidatie

2 tot 6 weken na de operatie begint de revalidatie. De revalidatietherapeut bespreekt met u hoe de revalidatie van uw kind er uit ziet. Het revalidatieproces bestaat uit drie fases.

Intensieve revalidatiefase

Tijdens de intensieve revalidatiefase zorgen we ervoor dat de CI-apparatuur goed is afgeregeld en dat u voldoende kennis en zelfvertrouwen krijgt om uw kind in de thuissituatie goed te begeleiden. Hiervoor komt u eerst enkele dagen kort achter elkaar naar het revalidatiecentrum. Medewerkers van de gezinsbegeleiding of de school van uw kind kunnen daar soms bij aanwezig zijn. Na deze intensieve beginperiode blijft de revalidatietherapeut (uw casemanager) de vraagbaak voor u, de gezinsbegeleiding en/of de school.
 
De belangrijkste onderwerpen:
  • Hoe kunt u uw kind thuis het beste begeleiden.
  • Technische uitleg en instructie over het gebruik van de CI-apparatuur.
  • Praktische gebruikersinformatie over draagcomfort en risico’s.

Overdrachtsfase

In de overdrachtsfase komt de begeleiding van uw kind zoveel mogelijk bij de directe omgeving van uw kind te liggen. De ontwikkeling van uw kind wordt gevolgd tijdens de terugkomdagen (1,3,6 en 10 maanden na de start van de revalidatie). Op deze dagen wordt de afregeling van de apparatuur gecontroleerd en krijgt u begeleidingsadviezen gebaseerd op wat we op deze dag gezien en besproken hebben. Ook tijdens deze fase is het mogelijk dat medewerkers van uw gezinsbegeleiding of school aansluiten.

Follow up- en interventiefase

Op de lange termijn is de begeleiding vooral gericht op periodes waarin uw kind een belangrijke verandering doormaakt. Bijvoorbeeld een verandering van school. Ook controleren we jaarlijks de afregeling en de apparatuur en volgen we de auditieve ontwikkeling van uw kind. Op basis daarvan bepalen we welke begeleiding nodig is. Elke 5 jaar komt uw kind in aanmerking een nieuwe processor.
 
Op vaste momenten doen we uitgebreider onderzoek naar de ontwikkeling van uw kind. Hierbij gaan we na of de communicatieve, talige, schoolse en psychosociale ontwikkeling naar verwachting verloopt. We doen dit in samenwerking met andere betrokken instanties zoals gezinsbegeleiding en school. Met uw toestemming ontvangen zij verslagen met adviezen over behandeling en/ of begeleiding van uw kind. Natuurlijk kunt u altijd bij ons terecht met vragen over de begeleiding van uw kind.

Waarschuwing

Uw kind mag met een CI niet alle behandelingen of onderzoeken in het ziekenhuis ondergaan. Als u twijfelt of vragen heeft over een bepaalde behandeling of onderzoek, kunt u contact opnemen met het CI-team.

lees meer

Waarschuwing

Het is belangrijk om te weten dat wanneer uw kind een CI heeft, hij of zij diverse medische behandelingen en onderzoeken niet zonder overleg mag ondergaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een MRI-scan. Als u twijfelt of vragen heeft over een bepaalde behandeling of onderzoek, kunt u contact opnemen met het CI-team. U kunt ook vragen of de behandelend arts van uw kind dit doet.

Naar uw afspraak

Ingang: Ingang West
Route: 382

bekijk route

Naar uw afspraak

Bezoekadres

Philips van Leydenlaan 15
6525 EX Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Philips van Leydenlaan 15
Ga naar binnen bij: Ingang West
Volg route 382

Hearing & Implants

U kunt bij Hearing & Implants terecht wanneer een normaal hoortoestel u niet meer voldoende spraakverstaan oplevert.

lees meer


Gebruik CI veelgestelde vragen

over een cochleair implantaat


  • Nee, geen enkele CI-gebruiker die vóór de operatie gehoord heeft, vindt dat geluiden via het CI systeem weer helemaal normaal klinken. Sommigen zeggen dat het geluid erg mechanisch klinkt, anderen vergelijken het geluid met een radio die slecht is afgestemd. Heel lage tonen, zoals de grondtoon van de stem, komen via de CI niet door. Het is wel bijna altijd mogelijk te horen dat er iemand aan het praten is, maar niet iedereen kan zonder liplezen (spraakafzien) spraak verstaan.


Spoedprocedure

Als uw kind plotseling doof is geworden door een hersenvliesontsteking en er sprake is van verbening (botvorming) in de slakkenhuizen, adviseren wij om op korte termijn een CI te plaatsen.

lees meer

Spoedprocedure

Als uw kind plotseling doof is geworden door een hersenvliesontsteking en er sprake is van verbening (botvorming) in de slakkenhuizen, adviseren wij om op korte termijn een CI te plaatsen. De toegankelijkheid van de slakkenhuizen vermindert na verbening namelijk aanzienlijk waardoor plaatsing van de elektroden moeilijk of onmogelijk wordt. Uw kind kan dan met voorrang het CI-traject doorlopen.

Onze medewerkers

  • Snel naar