Gebruik CI veelgestelde vragen

over een cochleair implantaat


  • Nee, geen enkele CI-gebruiker die vóór de operatie gehoord heeft, vindt dat geluiden via het CI systeem weer helemaal normaal klinken. Sommigen zeggen dat het geluid erg mechanisch klinkt, anderen vergelijken het geluid met een radio die slecht is afgestemd. Heel lage tonen, zoals de grondtoon van de stem, komen via de CI niet door. Het is wel bijna altijd mogelijk te horen dat er iemand aan het praten is, maar niet iedereen kan zonder liplezen (spraakafzien) spraak verstaan.

Patientenzorg Behandelingen Cochleaire implantatie CI

Hoe werkt een cochleair implantaat?

Gewone hoorapparaten maken geluiden harder. Bij ernstige beschadiging van uw slakkenhuis helpt geluidsversterking niet. Een cochleair implantaat (CI) versterkt het geluid niet, maar zet het om in elektrische signalen die worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Hierdoor kunt u weer geluiden waarnemen.

lees meer

Hoe werkt een cochleair implantaat?

Gewone hoorapparaten maken geluiden harder. Als u een ernstige beschadiging hebt aan uw slakkenhuis, leidt deze ‘gewone’ geluidsversterking niet tot verbetering van de geluidswaarneming. Een cochleair implantaat (CI) versterkt het geluid niet, maar zet het om in elektrische signalen die in het slakkenhuis worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Hierdoor kunt u als uw slakkenhuis defect is, toch weer geluiden waarnemen. Deze geluidswaarneming is echter anders dan die van normaal horenden. Een cochleair implantaat verandert, net als een gewoon hoortoestel, niets aan de doofheid zelf.

De werking

Een microfoontje vangt de geluiden op. Het signaal gaat via een snoertje naar de spraakprocessor. De spraakprocessor is een microcomputer die de opgevangen geluiden omzet in een elektrisch signaal.

Contact

Hearing & Implants

(024) 361 35 06

neem contact op

Verschillende systemen voor een CI


Hoe draagt u een CI?

Een CI bestaat uit 2 delen: het implantaat zelf en de spraakprocessor. Het implantaat draagt u onder uw hoofdhuid. De spraakprocessor draagt u uitwendig.

lees meer

Hoe draagt u een CI?

Een cochleair implantaat bestaat uit 2 delen: het implantaat zelf en de spraakprocessor. De chirurg brengt het implantaat via een operatie in onder uw hoofdhuid, schuin achter/boven de oorschelp. Het is een ontvangertje waaraan een aantal elektroden verbonden is. Deze elektroden worden in het slakkenhuis geschoven. Na implantatie groeit de wond dicht. De spraakprocessor, een apparaat dat te vergelijken is met een hoortoestel en/of oorhanger, draagt u uitwendig.

Vooronderzoek cochleair implantaat

Tijdens het vooronderzoek kijken we of een cochleair implantaat (CI) de juiste oplossing is voor uw gehoorprobleem. Het vooronderzoek bestaat uit verschillende fases.

lees meer

Nieuwsbrief team CI HOORT!

Bekijk hier de laatste 3 edities van de nieuwsbrief van het team CI: HOORT!

  • Via dit formulier kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief HOORT! aanmelden



Cochleaire implantatie bij kinderen

Als uw kind een ernstige vorm van slechthorendheid of doofheid heeft, of de slechthorendheid van uw kind zeer snel toeneemt, kunt u terecht bij het CI-team voor kinderen.

lees meer

Patiënten­vereniging OPCI

OPCI behartigt de belangen, geeft voorlichting en draagt zorg voor lotgenotencontact voor mensen met een cochleair implantaat en voor mensen die een cochleair implantaat overwegen. naar de website

De ingreep


Voor de ingreep Voorbereiding

In een gesprek met de KNO-arts die u zal opereren, krijgt u uitleg over de ingreep. U kunt hierin al uw vragen stellen. Het is belangrijk dat u zich laat inenten tegen hersenvliesontsteking. Vlak voor de ingreep scheren we een deel van uw hoofdhaar weg.

lees meer

Voor de ingreep Voorbereiding

De operatiedatum die u van ons hoort, is altijd onder voorbehoud vanwege spoedoperaties. Ongeveer 1 week voor de ingreep hoort u het definitief doorgaat en waar en hoe laat we u verwachten voor de opname.

Voor de ingreep kunt u alvast kennismaken met de KNO-arts die u zal opereren. De KNO-arts geeft uitleg over de ingreep en de hieraan verbonden risico's. U kunt al uw vragen over de operatie stellen. De ingreep gebeurt onder anesthesie (verdoving/narcose). Daarom krijgt u vooraf een afspraak voor het preoperatieve spreekuur met de anesthesioloog.

Als u ver van het ziekenhuis woont kan reizen op de dag van de operatie te zwaar voor u zijn. Wij adviseren u dan te overnachten in het Radboudhotel.

Inenting hersenvliesontsteking

Wij adviseren u een intenting tegen hersenvliesontsteking te halen. Wereldwijd zijn er namelijk enkele CI-dragers die hersenvliesontsteking hebben gekregen. In overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en alle centra voor CI in Nederland is dan ook gekozen voor maximale veiligheid. Alle volwassen CI-kandidaten worden gevaccineerd tegen de pneumokok-bacterie en de Haemophilus Influenza-B bacterie. U ontvangt tijdens het adviesgesprek informatie hierover en een recept. Met dit recept gaat u naar de apotheek en haalt u het vaccin op. Het vaccin neemt u mee naar uw huisarts. Hij of zij geeft u vervolgens de prik.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

De ingreep Wat kunt u verwachten?

In een holte in uw schedel bedden we het implantaat zoveel mogelijk in. Het snoertje met elektroden plaatsen we in het slakkenhuis. De ingreep duurt 2 tot 2,5 uur.

lees meer

De ingreep Wat kunt u verwachten?

De operatie vindt plaats onder anesthesie. We voeren de operatie uit in dagbehandeling of nemen u 1 à 2 nachten op in het ziekenhuis. De opnameplanning informeert u over het tijdstip en de locatie van de operatie. Heeft u geen medische problemen, dan vindt de operatie vaak plaats in dagbehandeling. Als u de dagen voor de ingreep koorts of griep heeft, geef dit dan door aan de coördinator van het CI-team.

Dagbehandeling

U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de receptie van de Chirurgische dagbehandeling. Hier wordt u ingeschreven en vervolgens neemt u plaats in de wachtruimte. Ongeveer een half uur voor de operatie haalt de verpleegkundige van de Chirurgische dagbehandeling u op. Hij of zij begeleidt  u naar de verpleegzaal. Daar bereiden we voor op de operatie. U kleedt zich om en krijgt een infuus. Als het nodig is krijgt u ook een pijnstiller. De verpleegkundige brengt u op een bed naar het operatiecomplex. Daar wordt u ontvangen door de anesthesiemedewerker. Daarna gaat u naar de operatiekamer. Voor, tijdens en na de operatie bent u aangesloten op bewakingsapparatuur zoals een hartmonitor en bloeddrukmeter. Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de daarvoor opgeleide verpleegkundige bij u.

Opname op de verpleegafdeling

We nemen u meestal de dag vóór de operatie op. Op deze dag wordt u op een eerder afgesproken tijdstip verwacht op verpleegafdeling (C2 of C5). U hoeft in dat geval niet nuchter te zijn, dus u kunt gewoon eten en drinken. Het kan ook zijn dat we u opnemen op de dag van de operatie. In dat geval kunt u het schema zoals bij CDB staat genoemd aanhouden, u moet dan nuchter zijn.

Op de afdeling maakt u kennis met verschillende medewerkers. De verpleegkundige haalt u op en maakt u wegwijs op de afdeling. Later op de dag volgt een lichamelijk onderzoek door een zaalarts. Hij of zij controleert of u fit genoeg bent. Een flinke verkoudheid of infecties kunnen de operatie bemoeilijken, waardoor we de operatie meestal uitstellen. Deze zaalarts verzorgt ook de medische nazorg op de zaal.

De KNO-arts of de arts-assistent, die ook bij de operatie aanwezig is, kijkt uw oren na en bespreekt de operatie nogmaals met u. Daarna komt de anesthesioloog niet meer bij u langs, tenzij hier aanleiding toe is. Tijdens de opnamedag is het belangrijk zoveel mogelijk op de afdeling aanwezig te zijn. Wanneer u toch de afdeling wilt verlaten, meld dit dan eerst bij de afdelingssecretaresse. Op de dag van de operatie moet u nuchter blijven.

De ingreep

Vlak voor de ingreep scheren we een deel van uw hoofdhaar achter/boven uw oor weg. De chirurg maakt een s-vormige snede achter/boven uw oor om het implantaat te plaatsen. In een ondiepe holte in uw schedel wordt het implantaat zoveel mogelijk ingebed. Het snoertje met elektroden plaatsen we via het middenoor in het slakkenhuis. De ingreep duurt inclusief voor- en nazorg 4 uur. Hiervan is 2 tot 2,5 uur de daadwerkelijke operatie. Tijdens en na het plaatsen van het implantaat meten we of uw hoorzenuw reageert op activering van elektroden. Hoe goed u met een CI kunt horen, kunnen we tijdens de ingreep nog niet meten.

Na de ingreep

Na de operatie heeft u een verband om uw hoofd. Ongeveer 1 week na de ingreep komt u voor controle op de polikliniek. U kunt na de ingreep nog geen geluiden waarnemen. Daarvoor moeten we eerst de spraakprocessor aansluiten.

lees meer

Na de ingreep

Direct na de operatie verblijft u op de verkoeverkamer (uitslaapkamer) tot u wakker wordt uit de narcose. Uw partner kan daarbij zijn. Na de operatie hebt u een verband om uw hoofd (tulband) om druk op de wond te geven. Hierdoor geneest u sneller. Draag dit verband de eerste week continu en laat uw huisarts de wond opnieuw verbinden als het loslaat. Tot een dag na de operatie kunt u zich misselijk voelen door de narcose. De meeste mensen knappen echter snel op en kunnen weer gewoon eten en bewegen. Ongeveer 1 week na de operatie komt u voor controle op de polikliniek. We verwijderen dan het verband en de KNO-arts controleert de wond.

Na de operatie kunt u nog geen geluiden waarnemen. Daarvoor moeten we eerst de spraakprocessor aansluiten. Dit gebeurt pas enkele weken na de operatie. Na de operatie nodigen we u ook uit voor het afregelen van de apparatuur en voor een hoortraining.

Naar huis

Na de operatie krijgt u pijnstilling die u de eerste 2 dagen na de operatie kunt gebruiken. Als u na het innemen van deze pijnstilling nog zeer veel pijn heeft, kunnen we nog een aanvullende pijnstiller voorschrijven. De recepten hiervoor krijgt u van de anesthesioloog of de KNO-arts.

Regel van tevoren vervoer terug naar huis. Anesthesie en ook de ingreep kunnen uw rijvaardigheid beïnvloeden. De eerste 24 uur na de ingreep bent u niet verzekerd als u zelf aan het verkeer deelneemt. Zorg dat degene die u ophaalt bij de hoofdingang een rolstoel meeneemt. De loopafstand is namelijk 10 minuten.
Zorg ervoor dat er iemand bij u thuis is, zodat u de eerste nacht niet alleen bent.

Als het verband in de eerste week thuis loslaat, is het belangrijk dat dit opnieuw wordt aangelegd. Hiervoor kunt u contact opnemen met uw huisarts of het dichtstbijzijnde ziekenhuis in uw omgeving. Als dit niet lukt, neem dan contact op met het CI-team of de dienstdoende KNO-arts van het Radboudumc.

Contact opnemen

Als u in de eerste week na de operatie last heeft van 1 van de onderstaande symptomen, neem dan contact op met de KNO-arts van ons ziekenhuis. Neem ook als u twijfelt contact op.
  • Koorts (temperatuur boven de 38ºC).
  • Hoofdpijn, vooral bij het buigen van uw hoofd.
  • Niet tegen licht kunnen.
  • Overgeven.
  • Verwardheid.
  • Als u pijn of andere klachten op de plaats van de operatiewond heeft, ondanks de ingenomen pijnmedicatie. Wanneer dit in de eerste 2 maanden na de operatie optreedt, moet u altijd contact met ons opnemen.
  • Oorpijn of een loopoor.
Neem bij aanhoudende pijn of andere klachten rondom of op de plaats van de operatiewond die langer dan 1 week aanhouden ook contact op met de dienstdoende KNO-arts van ons ziekenhuis.

Controle

1 week na de operatie vindt op de polikliniek een controle plaats door een KNO-arts of verpleegkundige. De huid aan de binnenzijde is tijdens de operatie gehecht met materiaal dat vanzelf oplost. We hoeven daarom geen hechtingen te verwijder en. Als er vocht ophoopt rondom de wond, dan is het mogelijk dat u het hoofdverband een week extra draagt. U bepaalt zelf, in overleg met de KNO-arts, wanneer u uw dagelijkse werkzaamheden kunt hervatten. Als de wond zich normaal herstelt kan dat meestal al vrij snel.

 

Risico's

Bij de operatie kunnen complicaties optreden, zoals een infectie, storing in het evenwichtsorgaan, oorsuizen of verdwijnen van het restgehoor.

lees meer

Risico's

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Ook bij de plaatsing van een cochleair implantaat. De risico’s zijn vergelijkbaar met die van een gewone ooroperatie.
  • Beschadiging aangezichtszenuw. In en rond uw oor lopen belangrijke zenuwen. Eén van die zenuwen is de aangezichtszenuw die de spieren van uw gezicht aan één zijde aanstuurt. Bij beschadiging van die zenuw kan uw gezicht halfzijdig verlamd worden. Bij een normaal aangelegd oor is de kans daarop minimaal. We proberen deze kans nog verder te verkleinen door de positie van deze zenuw op de scan goed te bekijken, de zenuw goed in beeld te brengen met een zeer moderne operatiemicroscoop en tijdens de operatie de zenuw te controleren via een monitor. Er bestaat ook een kleine kans op een tijdelijke aangezichtsverlamming. Dit gebeurt wanneer door het trillen of de warmte van de boor de aangezichtszenuw geïrriteerd raakt.
  • Infectie. Bij elke operatie bestaat er een risico op infectie. Uit voorzorg krijgt u daarom tijdens de operatie antibiotica. Mocht er toch nog een infectie optreden, dan kunnen we die meestal goed behandelen. Alleen bij zeer ernstige infecties moeten we in het ergste geval het implantaat chirurgisch verwijderen.
  • Hersenvliesontsteking. Tijdens de operatie en de jaren daarna hebt u een licht verhoogde kans op een hersenvliesontsteking. Daarom krijgt u tijdens de operatie antibiotica. Voor de jaren daarna adviseren we aanvullende vaccinatie. Wees zelf alert op middenoorontstekingen. Deze vormen een verhoogd risico op hersenvliesontsteking en moeten snel behandeld worden.
  • Storing in het evenwichtsoorgaan. Bij de CI-operatie bestaat een kleine kans dat de functie van uw evenwichtsorgaan verloren gaat. Vaak is het evenwichtsorgaan bij een doof oor echter al uitgevallen. Als het evenwichtsorgaan in het andere oor nog werkt, zult u daar nauwelijks iets van merken. U kunt wel kortdurend klachten van misselijkheid, draaiduizeligheid en/of verminderd evenwicht ervaren. Als beide evenwichtsorganen vóór de operatie al niet werkten, hebt u tijdens de operatie niets te verliezen.
  • Verdwijnen restgehoor. Door het plaatsen van de elektroden in het slakkenhuis kan een eventueel aanwezig restgehoor verdwijnen door beschadiging van de nog werkende haarcellen. Wanneer u in het te opereren oor bruikbaar restgehoor hebt, proberen wij dit zoveel mogelijk te sparen. Soms krijgt u om die reden na de operatie nog medicatie. Dat bespreekt de arts dan met u.
  • Smaakzenuw. Soms is de zenuw wat geprikkeld door de operatie. De smaak verandert hierdoor, maar dit is meestal tijdelijk. Zelden is het nodig de kleine smaakzenuw die door het middenoor loopt door te snijden om zo een betere toegang tot het slakkenhuis te creëren.
  • Oorsuizen. Oorsuizen komt vaak voor bij slechthorendheid. Wanneer u vóór de operatie last hebt van oorsuizen, dan is de kans aanwezig dat u er in het oor waar het CI geplaatst wordt minder last van heeft. Helaas komt het ook voor dat het oorsuizen (tijdelijk) erger wordt door de operatie of door het dragen van een CI. Meestal komt dit dan door de spanningen en ebt dit na verloop van tijd weer weg.

Revalidatie en begeleiding


Afregeling van uw CI

Een paar weken na de operatie komt u naar het ziekenhuis voor de afregeling van de apparatuur. We activeren de elektroden en stellen de spraakprocessor af.

lees meer

Afregeling van uw CI

Een paar weken na de operatie verwachten we u in het ziekenhuis voor de eerste afregeling van de apparatuur. De wond is dan goed genezen en we kunnen de spoel met de magneet op uw hoofd plaatsen. We activeren de elektroden en stellen de spraakprocessor af. Voor elke elektrode (dit aantal verschilt per merk) stellen we een drempel- en een maximumniveau van elektrische stimulatie in. Het afregelen lijkt op een normale gehoortest.

Vervolgafregelingen

Na de eerste afregeling herhalen we deze gehoortesten regelmatig, zodat het apparaat zo goed mogelijk op u blijft afgestemd. Na een tijdje zult u namelijk merken dat geluiden anders gaan klinken.

Het revalidatie­proces

Een paar weken na de operatie begint u met revalideren. Dit is een intensief proces waarbij we ook uw omgeving betrekken. Neem bij de revalidatie iemand mee die u begeleidt, zoals uw partner of een familielid.

lees meer

Het revalidatie­proces

Een paar weken na de operatie begint u met revalideren. Dit is een intensief proces waarmee we willen bereiken dat u maximaal profiteert van uw CI in uw dagelijkse situatie. Daarvoor betrekken we ook uw omgeving bij dit proces; bij de revalidatie neemt u iemand mee die u begeleidt. Bijvoorbeeld uw partner, ander familielid of vriend(in). Deze 'cotherapeut' mag ook bij elk bezoek iemand anders zijn. U leert samen met uw cotherapeut zo goed mogelijk om te gaan met de nieuwe en steeds veranderende hoormogelijkheden.

Het revalidatieproces bestaat uit de afregeling van de apparatuur en hoortrainingen. Ook kunt u terecht bij een maatschappelijk werker.

Revalidatieperiode korte termijn


Week 1: Eerste afregeling en korte uitleg werking apparatuur (2 uur).
Week 2: Afregeling, hoortraining, uitleg werking apparatuur (1 dag)
Week 3: Afregeling, hoortraining en demonstratie van het CI-geluid (1 dag).
Week 4: meting van het restgehoor, bepalen van de hoordrempel met CI en hoortraining (1 dag).
Uw cotherapeut begeleidt u bij deze eerste revalidatieweken. U komt in een groepje met maximaal drie andere personen die in dezelfde revalidatiefase zitten als u.

Werking van de apparatuur

De revalidatietherapeut geeft u uitleg over de werking van de apparatuur en informeert u waar u terecht kunt als de apparatuur niet goed werkt. Ook is er aandacht voor praktische aspecten zoals technische beperkingen en mogelijke problemen bij het gebruik van een implantaat en spraakprocessor.

Revalidatieperiode langere termijn

Na de intensieve periode volgt een aantal herhalingsbezoeken waarin we uw ervaringen bespreken, hoortrainingen doen, advies geven en uw apparatuur controleren.
  • Na 1 maand: 1 dagdeel, hoortraining en afregeling.
  • Na 2 maanden: 1 uur, afregeling (indien nodig).
  • Na 3 maanden: 1 dagdeel, hoortraining en afregeling.
  • Na 6 maanden: 1 dagdeel, hoortraining en eventuele afregeling.
  • Na 1 jaar: 1 dagdeel, evaluatiegesprek, afregeling en tests.

Begeleiding

Na het eerste jaar van intensieve begeleiding hoeft u minder vaak terug te komen. Tijdens de lange termijncontroles stellen we uw spraakprocessor af, meten we uw apparatuur door en bespreken we uw ervaringen. Om de 5 jaar ontvangt u een nieuwe processor.

lees meer

Begeleiding

Na het eerste jaar van intensieve begeleiding hoeft u veel minder vaak terug te komen. Tijdens de lange termijncontroles stellen we opnieuw uw spraakprocessor af, meten uw apparatuur door en bespreken uw ervaringen met de CI. Op verzoek kunt u ook een gesprek aanvragen met de revalidatietherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog of KNO-arts. Om de 5 jaar ontvangt u een nieuwe processor.

Begeleiding op aanvraag

Hebt u behoefte aan extra begeleiding of doet er zich een probleem voor met uw CI? Neem dan contact op met het secretariaat van het CI-team voor een afspraak met de revalidatietherapeut, maatschappelijk werker of psycholoog. 

Hoortrainingen

Tijdens de hoortrainingen begeleidt een revalidatietherapeut u bij het ontdekken van de mogelijkheden van uw CI. Deze mogelijkheden zult u geleidelijk uitbreiden.

lees meer

Hoortrainingen

Tijdens de hoortrainingen begeleidt een revalidatietherapeut u bij het ontdekken van de mogelijkheden van uw CI. Deze mogelijkheden zult u geleidelijk uitbreiden. Met het implantaat kunt u vrijwel direct relatief zachte geluiden waarnemen, maar u herkent het geluid nog niet. U zult hier samen met de revalidatietherapeut mee gaan oefenen. Het niveau van de hoortraining wordt aangepast aan uw persoonlijke hoormogelijkheden. Tijdens de hoortraining wordt veel aandacht besteed aan het horen en verstaan met uw CI in uw dagelijks leven. Indien mogelijk wordt ook geoefend met het verstaan in ruis, telefoneren en luisteren naar muziek.

De revalidatietherapeut werkt ook uw cotherapeut in, zodat de cotherapeut goed met u kan oefenen in uw thuissituatie. Als u geen geschikte cotherapeut hebt of u hebt behoefte aan extra hoortraining, wordt er door ons een logopedist bij u in de omgeving ingeschakeld.

Maatschappelijk werker

Indien nodig brengen wij u in contact met de maatschappelijk werker. Bij hem of haar kunt u terecht met hulpvragen over uw gehoorbeperking of CI.

lees meer

Maatschappelijk werker

Indien nodig brengen wij u in contact met de maatschappelijk werker verbonden aan het CI-team. Bij deze maatschappelijk werker kunt u terecht met hulpvragen over uw gehoorbeperking of CI. Mogelijke onderwerpen zijn:
  • Het verbeteren van de communicatie tussen u en uw omgeving.
  • Ondersteuning bij problemen op het gebied van werk, wonen of onderwijs.
  • Ondersteuning bij het omgaan met uw gehoorbeperking.
  • Informatie over hulpmiddelen en sociale voorzieningen.

Overgang van kinderteam naar volwassenen­team

Voor Cochleaire Implantatie werken we met het kinderteam en het volwassenenteam. Bij de overgang naar het volwassenenteam veranderen een aantal dingen.

lees meer

Overgang van kinderteam naar volwassenen­team

Voor Cochleaire Implantatie werken we met 2 teams: het kinderteam en het volwassenenteam. Het kinderteam verleent CI-zorg aan jonge CI-gebruikers tot 16 jaar en het volwassenenteam verleent CI-zorg aan alle volwassen CI-gebruikers.

Omdat je op jonge leeftijd een CI hebt gekregen, heb je tot nu toe vooral te maken gehad met medewerkers van ons kinderteam. Nu ben je ouder dan 16 jaar en begeleiden voortaan medewerkers van het volwassenenteam je.

Wat verandert er?

  • We roepen je jaarlijks alleen op voor een technische controle van je processor. Als je specifieke klachten hebt, dan is er tijdens het spreekuur mogelijkheid tot een afregeling. Net zoals in het kinderteam vervangen we iedere 5 jaar je processor. Dan plannen we ook de afregeling in.
  • We maken niet standaard meer een audiogram (hoortest). Als je een verklaring voor je gehoorverlies nodig hebt (herindicatie), maken we een aparte afspraak voor het maken van een audiogram. Het kinderteam stelt nog wel de verklaring voor het gehoorverlies op.
  • De controle vindt plaats door de medewerkers van het volwassenenteam. Dit team bestaat uit andere personen dan het kinderteam. Binnen het volwassenenteam hebben we de beschikking over audiologen, revalidatietherapeuten en maatschappelijk werk. Zij zijn te bereiken via ons secretariaat.

Ieder jaar sturen we voor de nazorg die we leveren voor de CI een rekening naar je zorgverzekering. Zolang je geen 18 jaar oud bent, ben je gratis meeverzekerd bij je ouders. Dan hoeft er voor jou nog geen premie betaald  te worden en heb je ook geen eigen risico. Zodra je 18 jaar wordt, moet je een eigen zorgverzekering afsluiten. Dit betekent ook dat je vanaf dan een verplicht eigen risico hebt. Wij raden je aan om niet te kiezen voor een vrijwillig eigen risico. De rekening die we jaarlijks vanuit CI naar jouw zorgverzekering sturen is een stuk hoger dan je eigen risico. Het eigen risico bedrag zou je in dat geval dus toch elk jaar moeten betalen.

Wat blijft hetzelfde?

Als je merkt dat het geluid van de CI tussentijds duidelijk slechter wordt, kun je altijd contact opnemen met het secretariaat voor een tussentijdse controle.
Telefoon: (024) 361 35 06 (Maandag t/m donderdag van 8.45 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.00 uur. Vrijdag van 8.45 tot 12.00 uur).
E-mail: ciservice.kno@radboudumc.nl

Het servicepunt blijft hetzelfde.
Telefoon (06) 15 68 91 67 of (024) 361 35 06
E-mail: ciservice.kno@radboudumc.nl
Website: www.servicepuntci.nl
Maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 - 16.30 uur
Donderdag tussen 10.00 – 16.30 uur


Naar uw afspraak

Ingang: Ingang West
Route: 382

bekijk route

Naar uw afspraak

Bezoekadres

Philips van Leydenlaan 15
6525 EX Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Philips van Leydenlaan 15
Ga naar binnen bij: Ingang West
Volg route 382

Hearing & Implants

U kunt bij Hearing & Implants terecht wanneer een normaal hoortoestel u niet meer voldoende spraakverstaan oplevert.

lees meer

Afdeling Keel-Neus-Oorheelkunde

De afdeling KNO van het Radboudumc biedt patiëntenzorg op het gebied van oorchirurgie, neus- en aangezichtschirurgie en hoofd-halschirurgie. Daarnaast doen we wetenschappelijk onderzoek en geven we onderwijs aan studenten Geneeskunde en KNO-artsen in opleiding.

lees meer

Servicepunt CI

Heeft u problemen met of klachten over uw cochleair implantaat? U kunt hier terecht voor probleemoplossing en het stellen van vragen.

lees meer

Onze medewerkers

  • Snel naar