Het verhaal van Kees Van roze wolk naar code rood

De longen van de kleine Kees bleken zo vol meconium te zitten, dat het jongetje niet zelfstandig kon ademen. De beste optie leek om de benauwde baby aan de hart-longmachine te leggen. 

lees meer

Sluiten

Het verhaal van Kees Van roze wolk naar code rood

Dit is het verhaal van Kees, maar minstens zoveel ook het verhaal van zijn ouders Guusje en Gijs. Op de dag dat Kees werd geboren, veranderde hun spreekwoordelijke ‘roze wolk’ binnen enkele uren in een inktzwarte lucht. De longen van hun baby bleken vol meconium te zitten, een kleverige, donkergroene substantie die maakte dat het jongetje nauwelijks kon ademen. Dat betekende ‘code rood’. Alleen een hart-longmachine kon de pasgeborene nog redden, maar die aanpak is nooit zonder risico’s.

Het komt vaker voor dat een baby ‘in het vruchtwater heeft gepoept’ zoals mensen het meestal noemen en dat er dan iets van het spul in de longen van het kindje komt. In het jargon van artsen heet dat ‘meconium aspiratie’. Meconium is de allereerste ontlasting van een baby. Het plakkerige goedje werd vroeger ook wel ‘darmpek’ genoemd. Als een baby het al voor de geboorte uitpoept, komt het in het vruchtwater terecht. Als er kleine hoeveelheden van de stof in de longen van de baby komen, is dat niet zo’n probleem: na de geboorte maakt het babylijfje de longetjes wel weer schoon. Maar heel soms belandt er zoveel meconium in de longen dat ademen onmogelijk wordt gemaakt.

Blauwgrijze kleur

In maart 2025 beviel Guusje (33) in een kraamsuite van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen. Net als haar man Gijs (35) kon ze haar geluk niet op: de geboorte van hun eerste kindje was prima verlopen. Baby Kees werd bij zijn moeder op de borst gelegd, de eerste foto’s werden gemaakt. ‘Het duurde niet lang of de baby kreeg een soort blauwgrijze kleur en hij werd steeds slapper’, beschrijft vader Gijs wat er toen gebeurde. ‘Er was niet direct paniek, maar er kwamen steeds meer zorgverleners de kamer in.’ Guusje: ‘Ze wisten dat er meconium in de longen zat, maar het leek mee te vallen. Met wat extra zuurstof zou het kunnen verdwijnen, was de hoop. Maar het bleek veel erger.’

Bizarre gewaarwording

De longen van de kleine Kees bleken zo vol meconium te zitten, dat het jongetje niet zelfstandig kon ademen. Van de ‘roze wolk’ waar kersverse ouders vaak zo van kunnen genieten, bleef opeens niets meer over. Baby Kees ging per ambulance naar de intensive care voor pasgeborenen (NICU) in het Radboudumc Amalia Kinderziekenhuis. Gijs reed daar in z’n eigen auto achteraan, terwijl Guusje op dat moment naar de operatiekamer in het CWZ werd gebracht omdat de placenta moest worden verwijderd. Guusje: ‘Het was zo’n bizarre gewaarwording. Eerst denk je dat alles goed is, dan opeens hoor je dat het er slecht uitziet. ‘Nee, dat kán niet, dat mág niet!’ dacht ik. Gijs: ‘Alles ging zo snel, het drong pas later tot me door hoe ernstig de situatie was.’

Hart-longmachine

Op de NICU van het ‘Amalia’ aangekomen, werd nagegaan wat de behandelmogelijkheden nog waren. De beste optie leek om de benauwde baby aan de hart-longmachine te leggen. Het apparaat neemt dan het werk van de longen over, wat de longen de tijd geeft om te herstellen. Gijs: ‘We kregen ook uitgelegd dat de benauwdheid het lichaam heel veel energie kost. Als de machine de ademhaling ‘regelt’, geeft dat het lichaam meer kans om problemen op te lossen.’

Om de baby met de hart-longmachine te verbinden, werden slangetjes aangesloten op de bloedvaten in zijn hals. Spannend, want zeker bij een teer kinderlijfje kunnen er ook complicaties optreden. Ook ernstige. Maar gelukkig gebeurde dat niet. Kees werd vanaf dat hij aan de zogeheten ‘ECMO’ lag continu gemonitord, vertelt Gijs: ‘Hartslag, vochtbalans, hersenactiviteit, zuurstofgehalte in het bloed: elke dag kregen we de rapportages te horen. Door alles te meten, zien de artsen op welk moment de longen het weer kunnen overnemen. Het werk van de machine wordt dan langzaam afgebouwd.’

Magisch moment

Het was een onzekere, angstige, emotionele periode, zegt Guusje: ‘Alsof er de hele tijd een zwaard boven je hoofd hangt. We hebben nog nooit zoveel gehuild als in die dagen.’

Maar Kees redde het. Na vijf dagen werden de slangetjes uit zijn bloedvaten verwijderd en mochten zijn ouders hem voorzichtig vasthouden. Guusje: ‘Huid op huid, dat was een magisch moment. De angst om Kees te verliezen was niet meteen weg, het bleef nog spannend, maar dat hij van het ECMO-apparaat af mocht voelde als een grote stap vooruit.’

De aanvankelijke angst dat Kees misschien schade had opgelopen door de behandeling is inmiddels verdwenen. De peuter ontwikkelt zich goed. Guusje: ‘Hij loopt inmiddels, het gaat op alle vlakken hartstikke goed met hem.’

Liefdevol

De goede afloop hielp uiteraard mee om toch nog iets als een roze wolk terug te vinden, zeker ook toen Kees na enkele weken mee mocht naar huis, in Berg en Dal. Guusje en Gijs blikken dankbaar terug en hebben niets dan lof voor de goede zorg die ze kregen. Niet alleen medisch-technisch maar juist ook op het persoonlijke vlak. Guusje: ‘Het team was zó liefdevol naar Kees toe. Dat merk je bijvoorbeeld aan kleine dingen, zoals dat iemand een kussentje verlegt waardoor Kees nog net iets fijner kon liggen. En ook de communicatie met ons was vanaf het begin heel goed.’

Vrijmoedige vraag: willen de ouders eventueel nog een tweede kindje, na het ‘avontuur’ met Kees? Gijs: ‘Ja, wat mij betreft een volmondig ja.’ Guusje: ‘Als het ons gegund is, dan ja, zeker. Wat Kees is overkomen, komt zelden voor. De artsen zeiden ook, dit was pure pech. Ik ben benieuwd hoe een nieuwe zwangerschap zal voelen.’



Sluiten

Robin van der Lee, kinderarts/neonatoloog Amalia Kinderziekenhuis Radboudumc ‘Onze ervaringen met deze techniek zijn zeer goed’

Dit is het verhaal van Kees, maar minstens zoveel ook het verhaal van zijn ouders Guusje en Gijs. Op de dag dat Kees werd geboren, veranderde hun spreekwoordelijke ‘roze wolk’ binnen enkele uren in een inktzwarte lucht. De longen van hun baby bleken vol meconium te zitten, een kleverige, donkergroene substantie die maakte dat het jongetje nauwelijks kon ademen. Dat betekende ‘code rood’. Alleen een hart-longmachine kon de pasgeborene nog redden, maar die aanpak is nooit zonder risico’s.

‘Voor ouders is het een heftige ervaring als je baby naar de intensive care voor pasgeborenen moet. Dat baby Kees daar moest worden aangesloten op de hart-longmachine (ECMO) zal onzekerheid en angst hebben veroorzaakt. Het komt zelden voor dat een baby deze machine nodig heeft om te overleven. Kees had de ondersteuning nodig om er voor te zorgen dat zijn lijfje genoeg kracht overhield om zelf de longen weer schoon te krijgen. 

Alleen het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam en wij hebben de kennis en apparatuur in huis om deze bijzondere ondersteuning in te zetten bij pasgeborenen.’

Nieuwste ontwikkeling

‘Het overlevingspercentage van pasgeborenen met meconium aspiratie syndroom die met ECMO worden ondersteund, ligt boven de 95 procent en is de kans op complicaties gelukkig klein. Maar, we moeten er bijvoorbeeld wel voor zorgen dat het bloed niet gaat stollen, want dan raakt het systeem van slangetjes en buizen verstopt. Ontstolling kan bloedingen veroorzaken. Dus is het toch spannend.

We besteden veel aandacht aan goede uitleg aan de ouders. We krijgen hier mensen vanuit heel Nederland. Ik hoor vaak terug dat ouders de zorg en communicatie in ons kinderziekenhuis als vriendelijk, open en empathisch ervaren. Dat heeft mogelijk ook met regionale cultuur te maken. Natuurlijk zit het ook in de opleiding van onze zorgverleners: je leert hoe je goed met patiënten en hun naasten kunt communiceren.    

Ik zeg vaak tegen ouders: ‘Ja, het is ernstig en er is altijd een bepaald risico, maar onze ervaringen met deze techniek zijn zeer goed. Het overgrote deel van de kinderen komt weer van de ECMO af en kan uiteindelijk in goede gezondheid met ouders mee naar huis.’