Patientenzorg Behandelingen Zindelijk worden en droog blijven

Zindelijk worden

De meeste kinderen worden vanzelf zindelijk, meestal als ze 2,5 tot 3 jaar oud zijn. Het is normaal als uw kind overdag nog wel eens een ‘ongelukje’heeft. We zien het pas als een probleem als uw kind na het vijfde jaar nog regelmatig overdag een natte broek heeft.

lees meer

Zindelijk worden

De meeste kinderen worden vanzelf zindelijk. Deze leeftijd varieert van 2,5 tot 3 jaar. Het is vrij normaal als kinderen tot het vijfde jaar overdag nog wel eens een ‘ongelukje’ hebben. We zien het pas als een probleem als uw kind na het vijfde jaar nog regelmatig overdag een natte broek heeft. Het aantal kinderen dat moeite heeft met zindelijk worden is vrij groot. Er kunnen ook andere blaasproblemen zijn. Zoals vaak moeten plassen, heftige, niet te onderdrukken aandrang hebben om te plassen, met of zonder urineverlies, telkens terugkerende urineweginfecties of verkeerd plasgedrag (meepersen, te lang ophouden).

De nieren en de blaas

Uw kind moet per dag ongeveer 1200-1500 ml vocht binnenkrijgen. Vanuit de nieren gaat de urine via de urineleiders naar de blaas. De nieren zijn belangrijke organen. Ze kunnen meten of het lichaam voldoende, te veel, of te weinig vocht heeft.

lees meer

De nieren en de blaas

De nieren zijn belangrijke organen. Ze kunnen meten of het lichaam voldoende, te veel, of te weinig vocht heeft. Is er te veel vocht in het lichaam, dan maken ze veel urine en als er een tekort is, dan maken ze maar weinig urine aan. Veel drinken betekent dus ook veel plassen.
 
Gemiddeld moet uw kind per dag ongeveer 1200-1500 ml vocht binnenkrijgen. Ook het vocht in soep, vla en fruit tellen mee. Vanuit de nieren gaat de urine via de urineleiders naar de blaas. Het transport van de urine is, als alles goed werkt, eenrichtingsverkeer.

De blaas

De blaas is een sterk rekbaar, hol orgaan waarvan de wand uit spierweefsel bestaat. De blaas heeft 2 taken: urine opsparen en urine naar buiten persen. De blaas spaart alle urine op tot het een plasje is. Als de blaas bijna vol is, ontstaat plasdrang en is het tijd om te gaan plassen. Bij het plassen duwt de blaas de plas naar buiten. De blaas doet dat zelf en heeft daarbij geen hulp nodig. Dus wat iemand bij het drukken (poepen) wel moet doen, hoeft bij het plassen niet. Onder in blaas begint de plasbuis. De sluitspier en bekkenbodemspieren kunnen deze afsluiten. Het sluitmechanisme heeft 2 taken. Zolang de blaas de urine opspaart moet het afsluitmechanisme er voor zorgen dat de blaasuitgang dicht is. Tijdens het plassen moeten de sluitspier en de bekkenbodemspieren zich ontspannen. Dan kan de urine makkelijk naar buiten stromen. Het leeglopen van de blaas kun je vergelijken met het leeglopen van een ballon.

Wat kan er allemaal mis gaan?

Sommige kinderen weten niet meer wat ze moeten doen om de plas op te houden. Soms voelen ze pas heel laat of helemaal niet dat ze naar het toilet moeten. Ze merken dat ze de plas niet kunnen ophouden. Of ze voelen het wel, maar op de toilet komt er maar een heel klein beetje of helemaal niets. En soms zijn ze daarna weer nat. Het is daarom heel begrijpelijk dat ze niet meer weten wat ze moeten doen. Kinderen met een grote blaas kunnen vaak niet goed voelen als de blaas vol is. Ze weten niet wanneer ze moeten gaan plassen. Het risico bestaat dat ze steeds te laat gaan plassen. Het kan ook zijn dat kinderen wel goed voelen wanneer ze moeten plassen, maar zichzelf geen tijd gunnen. Omdat ze bijvoorbeeld te druk zijn met spelen. Als er na het plassen steeds urine in de blaas achterblijft krijg je eerder een blaasontsteking. Veel blaasontstekingen zijn ook niet goed voor de nier.
 
Regel 1: “Ga op tijd plassen zodat de nieren de urine altijd makkelijk in de blaas kwijt kunnen” .
Er zijn verschillende redenen waarom kinderen de blaas niet goed leeg plassen. Kinderen die op zeer jonge leeftijd een pijnlijke blaasontsteking hebben, kunnen zichzelf een slechte plastechniek aanleren. Ook kunnen kinderen die lange tijd een kunstmatige uitgang (stoma) voor urine hebben, vergeten hoe het is om gewoon te plassen. Kinderen met een erg grote blaas kunnen de blaas niet goed leeg plassen omdat de blaasspier niet genoeg kracht heeft om de hele plas er in een keer uit te persen. Verder zijn er ook kinderen die ‘slordig’ plassen. Het zijn de snelle plassers, zodra de plasdrang weg is stoppen ze met plassen ook al is de blaas nog niet leeg. Als de urine vanuit de blaas terug stroomt naar de nieren noemen we reflux. Tijdens het plassen stroomt dan een deel van de urine naar buiten en een deel terug naar de nier. Ook dan is na het plassen de blaas niet leeg. De combinatie van reflux en blaasontsteking is op de lange termijn ongunstig voor de nieren.

Regel 2: “Plas de blaas goed leeg, door tijd te nemen om te plassen en goed te ontspannen”.

Goed poepen

Misschien een beetje vreemd een bericht over ‘goed poepen’ op de pagina ‘goed plassen’. Maar we weten dat dit veel invloed op elkaar kan hebben.

lees meer

Goed poepen

Misschien een beetje vreemd een bericht over ‘goed poepen’ op de pagina ‘goed plassen’. Maar we weten dat dit veel invloed op elkaar kan hebben. Er is sprake van obstipatie (verstopping), als de ontlasting hard is, onregelmatig en te weinig komt. Soms kan de ontlasting tussendoor ook dun zijn of er kan zelfs ontlastingverlies optreden. Zelfs als het poepen zelf goed gaat, kan er sprake zijn van obstipatie als de dikke darm steeds veel te vol zit met ontlasting. Obstipatie kan het blaasprobleem sterk verergeren en het kan de aanleiding van het blaasprobleem zijn. We spreken van een normaal ontlastingspatroon als uw kind dagelijks of om de dag ontlasting heeft en deze ‘normaal’ van substantie is. Het kan zinvol zijn dit een paar weken bij te houden. Als u twijfelt of dit wel goed gaat, neemt u dan deze lijsten mee bij het volgende bezoek aan de kinderuroloog/verpleegkundig specialist.
 

Bedplassen enuresis

Bedplassen gebeurt ’s nachts in de slaap en kan diverse oorzaken hebben. Soms is een kind iedere nacht nat door het bedplassen, soms een paar keer per week.

lees meer

Polikliniek Kinderurologie

In het Kinderurologisch Centrum behandelen we kinderen met aangeboren of verworven aandoeningen van de tractus urogenitalis (urinewegen en geslachtsorganen).

lees meer

Informatie­folders