Onderzoek naar effecten anti-epileptica via ‘mini-brein’ Twee ton subsidie van Epilepsiefonds voor onderzoek naar gepersonaliseerde medicatie

26 juli 2017

In samenwerking met Kempenhaeghe en Maastricht UMC+ start het Radboudumc een onderzoek naar het voorspellen van het effect van epilepsiemedicatie. Onderzoekers gebruiken een speciale techniek waarmee stamcellen van de patiënt kunnen uitgroeien tot een soort ‘mini-brein’ op een chip. Op dit mini-brein kunnen verschillende anti-epileptica getest worden. Zo kan een persoonlijke behandelkeuze gemaakt worden zonder de patiënt te belasten. Het Epilepsiefonds verstrekt bijna twee ton subsidie voor het onderzoek.

Patiënten met epilepsie zijn afhankelijk  van medicijnen om hun ziekte onder controle te houden. Het bepalen van het juiste anti-epilepticum voor de individuele patiënt is niet eenvoudig. Tot nu toe weegt de neuroloog of kinderarts aanvalstype, aanvalsfrequentie en een aangetoond epilepsiesyndroom mee in de keuze voor een bepaald anti-epilepticum.  Ondanks een weloverwogen besluit werkt het eerst gekozen anti-epilepticum nog vaak onvoldoende, niet of zelfs averecht.
 
'Mini-brein'
De zogeheten hiPSC-techniek (human-induced pluripotente stamcellen) lijkt het mogelijk te maken om de werking van meerdere anti-epileptica te toetsen, zonder de patiënt zelf te belasten. Moleculair neurobioloog Nael Nadif Kasri van het Radboudumc: “Van een patiënt worden wat bloedcellen afgenomen. Die bloedcellen veranderen wij in stamcellen en van die stamcellen maken we vervolgens zenuwcellen. Plaats je die zenuwcellen op een chip, dan kun je de activiteit aflezen van een klein, maar persoonlijk patiënten- zenuwcellennetwerkje.” Omdat er in eerste instantie bloedcellen van de patiënt zijn gebruikt, heeft dit mini-brein alle unieke kenmerken van de individuele patiënt. Zo kunnen verschillende anti-epileptische medicijnen worden getest om te bepalen welk middel het meeste effect zal hebben, met de minste bijwerkingen.
 
Medicijn op maat dichterbij
Tot op dit moment kan behandeling met anti-epileptica uitmonden in een soms lange weg van ‘gissen en missen’. Zo kunnen er problemen zijn met de werking van het medicijn, kunnen patiënten last hebben van ongewenste bijwerkingen, maar lijdt het ook tot tijdverlies voor een kind met epilepsie. Epilepsie kan namelijk bedreigende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van een kind. Hoe eerder de epilepsie onder controle is, des te beter de kansen zijn voor een kind op een zo normaal mogelijke ontwikkeling. Het onderzoek zal daarom ook meer inzicht geven in het ontstaan van verschillen in de ontwikkeling en ernst van epilepsie bij kinderen met een DNA-fout in hetzelfde gen.
 

Meer informatie


Ingrid Kersten

06 27 54 40 53
persvoorlichter

inloggen