Nieuws In de chemie verbonden
12 september 2022

Al bijna veertig jaar doen ze samen onderzoek naar een middel bij niercelkanker: Egbert en Jeannette Oosterwijk. En al bijna even lang zijn ze een stel. Een verhaal over de ontwikkeling van een medicijn, met een fikse dosis liefde.

Biochemicus Egbert Oosterwijk deed halverwege de jaren ’80 promotieonderzoek in Leiden. Hij was op zoek naar een stof die specifiek bindt aan niercelkanker, want hij wilde nieuwe diagnostiek en therapie ontwikkelen voor deze aandoening. Jeannette Wakka kreeg bij hetzelfde instituut een baan als analist en ging Egbert ondersteunen in zijn zoektocht naar een nieuw medicijn.

Ze analyseerden samen tot wel 500.000 nieuw opgewekte antistoffen. Wekenlang zaten ze achter de microscoop en keken welke stof bond aan hele dunne plakjes weefsel van een niertumor, maar niet aan gezond weefsel van een nier. Bij een van de stoffen was het raak: G250, later Girentuximab genoemd, was geboren. Tijdens de eindeloze uren achter de microscoop kregen Egbert en Jeannette ook elkaar steeds beter in beeld. ‘Het was niet pats boem’, lacht Jeannette. ‘Maar we vonden elkaar steeds leuker.’

Dubbel feest

Egbert wilde na zijn promotie samen met Jeannette naar het buitenland voor vervolgonderzoek en maakte plannen met Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York. ‘Ik kreeg een visum, maar voor Jeannette was dat lastig’, vertelt Egbert. Ten einde raad belde hij met de secretaresse van de onderzoeksgroep in New York, een dame van bijna tachtig met een enorme ervaring. Zij wist wel een oplossing: ‘Jullie moeten als de wiedeweerga trouwen.’

Het stel trouwde een paar weken later, op de dag dat Egbert promoveerde. Egbert: ‘In de ochtend was Jeannette mijn bruid en in de middag was ze mijn paranimf. En ’s avonds vierden we natuurlijk een heel groot feest.’

Spectaculaire scan

Het Girentuximab ging mee naar New York. Daar testte het jonge echtpaar het middel voor het eerst in patiënten. Een radioactief label moest het Girentuximab en daarmee de niercelkanker zichtbaar maken in een scanner. Egbert: ‘Ik vond de eerste scan niet zo mooi, we zagen de tumoren wel, maar ook veel achtergrondsignaal. Maar de nucleair geneeskundige die een rapport maakte over de scan was razend enthousiast. Zo’n scan bestond nog helemaal niet voor niercelkanker.’

Na de operatie bleek dat die allereerste patiënt een subtype van niercelkanker had, waar het middel niet zo goed voor werkt. Girentuximab bindt namelijk vooral aan het zogeheten heldercellige type van niercelkanker. Dat heet zo omdat de cellen veel vet opnemen, waardoor ze haast doorzichtig lijken door een microscoop. Met tachtig procent is dit de grootste subgroep bij niercelkanker. Juist die eerste patiënt had een ander subtype. Bij de volgende patiënten waren de scans veel beter en waren de tumoren scherp in beeld.

Vervoermiddel

De uroloog in New York riep dat hij deze diagnostiek standaard wilde voor al zijn patiënten. Maar er was één probleem: eind jaren ’80 bestonden er nauwelijks behandelingen voor dit soort kanker. Egbert: ‘We konden prachtige scans maken waarmee we de nierkanker diagnosticeerden, maar door het ontbreken van een therapie was de beeldvorming van patiënten voor de industrie minder waardevol.’

Dus rees de vraag bij Egbert en Jeanette of ze Girentuximab konden inzetten als therapie. Omdat de stof zo specifiek aan nierkanker bindt, kan het als vervoermiddel dienen. Girentuximab kon wellicht naast de radioactieve stof voor de scans ook stoffen met een therapeutische werking naar de niertumor brengen. Bij de eerste therapiestudie kozen ze voor een type radioactieve stof, dat de tumor van binnenuit kan bestralen. Dat was succesvol, maar gaf bijwerkingen in de lever. Er was dus verder onderzoek nodig.

Gezellige logé

In die tijd kwam Jack Schalken, hoogleraar Experimentele Urologie van het Radboudumc, bij Egbert en Jeannette logeren in hun studio in Manhattan. Jeannette: ‘We hadden vaak logees. Heel gezellig, maar soms ook vermoeiend; wij moesten de volgende dag gewoon weer werken.’

Jack bracht meer dan alleen gezelligheid. Hij was op zoek naar iemand die onderzoek kon opzetten naar gerichte therapie bij urologische kanker. Egbert en Jeannette waren daarvoor het perfecte duo. Dus keerden ze in 1991 terug naar Nederland en gingen in het Nijmeegse lab werken. Ze kregen in de jaren daarna drie kinderen.

Een fluorescerend jasje

In het Radboudumc ontstond een mooie samenwerking tussen verschillende afdelingen, waaronder Urologie, Nucleaire Geneeskunde, Pathologie en Medische Oncologie. Egbert: ‘Dat is echt bijzonder. In sommige ziekenhuizen bestaat concurrentie tussen afdelingen, wat samenwerken moeilijk maakt. Maar hier was de sfeer altijd goed en konden we in synergie met elkaar werken.’

Zo ontstond veel onderzoek naar diagnostiek en therapie met Girentuximab: op tumorcellen in het lab, in proefdieren en samen met uroloog Peter Mulders in patiënten, waarbij een commerciële partner (Wilex) het materiaal leverde. Het middel kreeg zelfs een ‘fluorescerend’ jasje. Hiermee kon de chirurg tijdens een operatie met een speciale camera zien of inderdaad alle nierkankercellen waren verwijderd. Maar het middel naar de standaard klinische zorg brengen, bleek lastig. Daar was een grote investeerder voor nodig.

Eindelijk in de kliniek

Tijdens Jeannettes promotie, in 2016, raakte het stel in gesprek met het bedrijf Telix. Zij waren onder de indruk van PET-scans met radioactief Girentuximab, vooral vanwege de specificiteit: als een verdachte plek het middel opneemt is het vrijwel zeker een tumor. Zo niet, dan kun je in veel gevallen waakzaam afwachten. Telix verwacht dat deze betere beeldvorming leidt tot twintig procent minder operaties. Daarnaast nam in de loop der jaren het aantal mogelijkheden voor behandeling toe, bijvoorbeeld dankzij immunotherapie, en kreeg precieze diagnose dus meer waarde.

Telix startte samen met het Radboudumc drie grote onderzoeken die nodig zijn voor de toepassing van een nieuw middel in de standaard zorg, een grote investering die voor een ziekenhuis lastig is. Alle scans zijn inmiddels afgerond en Telix analyseert de data. Telix wil het radioactieve Girentuximab voor diagnostiek in 2023 op de markt brengen.

Met pensioen

‘Mooi dat Girentuximab nu eindelijk in de kliniek komt’, zegt Egbert. ‘We zien dat de scan een verschil kan maken voor het klinische beleid. Je ziet uitzaaiingen in de lever of hersenen met deze scan al maanden eerder dan met een CT-scan. Dat maakt soms het verschil tussen lokaal behandelen of rekening houden met uitgezaaide ziekte. Dat betekent een andere aanpak volgen.’

In september gaat Egbert met pensioen. Jeannette werkt nog een paar jaar door. ‘Ik wil graag nog verder met de ontwikkeling van Girentuximab als therapie, ook in combinatie met andere soorten therapie. Het zou heel mooi zijn als dat uiteindelijk ook in de kliniek komt. Egbert zal thuis wel af en toe advies geven, denk ik. Girentuximab is toch een beetje ons eerste kindje.’

 

Dit verhaal verscheen eerder in Radbode #5 van 2022.

Meer informatie


Annemarie Eek

wetenschapsvoorlichter

+31 611091018
neem contact op

Meer nieuws

  • Medewerkers
  • Intranet