Nieuws Standaardbehandeling ingehaald door tweede keus

6 februari 2024

De standaardbehandeling voor de leverziekte auto-immuunhepatitis is onvoldoende effectief en heeft veel bijwerkingen. Onderzoekers van het Radboudumc tonen aan dat een medicijn dat normaal als tweede keus geldt veel effectiever en veiliger is. Op basis van deze studie wordt de behandelrichtlijn aangepast. 

Patiënten met auto-immuunhepatitis hebben een ontstoken lever. Daardoor moeten ze levenslang medicijnen gebruiken die het immuunsysteem onderdrukken. De standaardbehandeling voor deze zeldzame aandoening bestaat uit twee middelen, corticosteroïden en azathioprine. Het probleem is dat deze combinatie lang niet altijd effectief is, waardoor de ziekte verergert. Daarnaast stopt een aanzienlijk deel van de patiënten met azathioprine vanwege bijwerkingen. Daarom gingen onderzoekers van het Radboudumc op zoek naar een alternatief voor azathioprine.

Effectiever en veiliger

Ze kwamen uit bij mycofenolaatmofetil, kortweg MMF. Patiënten met auto-immuunhepatitis krijgen dit normaal gesproken alleen als de behandeling met azathioprine niet werkt of teveel bijwerkingen geeft. Samen met collega’s van het Leids Universitair Medisch Centrum onderzochten de Nijmeegse wetenschappers hoe effectief MMF is als eerste behandeling. Dat deden ze bij zeventig patiënten waarbij net de diagnose auto-immuunhepatitis was gesteld. De helft van hen kreeg MMF en corticosteroïden, de andere helft azathioprine en corticosteroïden.

MMF bleek veel effectiever dan azathioprine. ‘Dat bleek uit de leverwaarden in het bloed na zes maanden behandeling’, vertelt onderzoeker Romée Snijders. ‘Die waren bij meer dan de helft van de patiënten die MMF kregen weer normaal. Bij de azathioprine groep was dit bij minder dan een derde het geval. Verder moest één op de vier patiënten stoppen met azathioprine door ernstige bijwerkingen, zoals misselijkheid en braken. Bij de met MMF behandelde groep stopte maar één op de twintig patiënten.’

Nieuwe richtlijn

Goed nieuws voor patiënten met auto-immuunhepatitis dus. ‘Absoluut’, zegt onderzoeksleider Joost Drenth. ‘Ik hoopte natuurlijk op een positief resultaat, maar dat het verschil tussen de middelen zo groot zou zijn had ik niet verwacht.’ Samen met internationale collega’s gaat Drenth nu de behandelrichtlijn voor auto-immuunhepatitis aanpassen. Patiënten kunnen daardoor met MMF in plaats van azathioprine starten.

Toch kan niet iedereen met MMF behandeld worden. Snijders: ‘Het middel kan schade veroorzaken aan het ongeboren kind. Daarom mogen vrouwen met een kinderwens het niet gebruiken. Maar dit is een vrij kleine groep, omdat auto-immuunhepatitis zich meestal op een latere leeftijd openbaart.’

Over de publicatie

Dit onderzoek is gepubliceerd in the Journal of Hepatology: An open-label randomised-controlled trial of azathioprine vs. mycophenolate mofetil for the induction of remission in treatment-naive autoimmune hepatitis. R.J.A.L.M. Snijders, A.E.C. Stoelinga, T.J.G. Gevers, S. Pape, M. Biewenga, M.E. Tushuizen, R.C. Verdonk, H.J.M. de Jonge, J.M. Vrolijk, S.F. Bakker, T. Vanwolleghem, Y.S. de Boer, M.A.M.C. Baven Pronk, U. Beuers, A.J. van der Meer, N.M.F.V. Gerven, M.G.M. Sijtsma, B.C. van Eijck, M.C. van IJzendoorn, M. van Herwaarden, F.F. van den Brand, K.S. Korkmaz, A.P. van den Berg, M.M.J. Guichelaar, A.D. Levens, B. van Hoek, J.P.H. Drenth; namens de Nederlandse Auto-immuun Hepatitis Werkgroep. DOI: 10.1016/j.jhep.2023.11.032.

Meer informatie


Matthijs Kox

senior researcher IC

+31618820482
lees meer

Meer nieuws

  • Medewerkers
  • Intranet