Nieuws Vijf vragen over femicide

29 augustus 2025

In Nederland wordt gemiddeld elke twee weken een vrouw vermoord door haar (ex-)partner. Femicide komt zelden uit het niets; vaak gaat er een patroon aan vooraf. Wat verstaan we onder femicide en welke initiatieven bestaan er om vrouwen die (ex-)partnergeweld meemaken te bereiken? Aan het woord: Nicole van Gelder, onderzoeker naar (ex-)partnergeweld bij het Radboudumc en Slachtofferhulp Nederland.

1. Wanneer spreken we van femicide?  

Femicide is gender-gerelateerde doding: het vrouw zijn en genderongelijkheid en –opvattingen spelen een rol in het fatale geweld. De meningen verschillen over of iedere moord op een vrouw femicide is. Bij een gewelddadige overval met dodelijke afloop is gender minder waarschijnlijk een motief, terwijl bij vrouwenmoord uit haat gender juist centraal staat. Het gaat dus specifiek om situaties waarin het vrouw-zijn een rol speelt in het geweld. Vaak gebeurt dit binnen een context van structurele genderongelijkheid, waarbij traditionele genderrollen en verwachtingen een belangrijke rol spelen. 

In de meeste gevallen van femicide is er een persoonlijke relatie tussen dader en slachtoffer, zoals een (ex-)partner of een familielid. Femicide komt ook voor als moorden op transvrouwen en vrouwelijke sekswerkers, gepleegd door andere mensen dan (ex-)partners of familieleden. In Nederland gaat de meeste aandacht uit naar femicide door een (ex-)partner. Cijfers over moorden op vrouwen in 2014-2024 laten zien dat de (ex-)partner in ongeveer 60% de dader is, terwijl de dader bij dodelijk geweld tegen mannen vaker een kennis of onbekende is. 

2. Welke signalen kunnen wijzen op een verhoogd risico? 

Femicide komt vaak voor in een dynamiek van intieme terreur, waarbij de pleger stapsgewijs meer controle over het slachtoffer krijgt. Het begint vaak subtiel, met psychisch geweld, al lijkt alles in het begin vaak nog goed te gaan. Het controlerende gedrag sluipt er langzaam in en wordt verpakt als liefde. Denk hierbij aan steeds willen weten waar iemand is, zogenaamd voor diens veiligheid; appjes willen lezen of de wachtwoorden van online accounts willen, zogenaamd omdat er geen onderlinge geheimen bestaan. Het controlerende gedrag en andere vormen van psychisch geweld ontnemen de vrijheid steeds meer: slachtoffers lopen op eieren, zien vrienden en familie niet meer, mogen hun eigen kleding niet kiezen of zelfs niet bepalen wanneer ze slapen.

Onderzoeker Jane Monckton Smith beschrijft in ‘Gevaarlijke relaties en hoe ze eindigen in moord’ acht fasen die kunnen leiden naar femicide:

  • Fase 1: Controleren en stalken in het verleden 
  • Fase 2: Hard van stapel lopen 
  • Fase 3: Toenemende controle 
  • Fase 4: Een trigger 
  • Fase 5: Escalatie 
  • Fase 6: Een omslag in denken 
  • Fase 7: Moordplannen 
  • Fase 8: Moord 

3. Op welke manier kunnen we vrouwen die kampen met (ex-)partnergeweld bereiken?  

Vrouwen die te maken hebben met (ex-)partnergeweld zijn vaak moeilijk te bereiken. De drempel om erover te praten is hoog vanwege angst, schaamte of schuldgevoel. Daarom hebben we in het Radboudumc SAFE Women ontwikkeld, een online platform met informatie over onder meer (on)veilige relaties, (ex-)partnergeweld en hulpopties. Er is ook een forum en vrouwen kunnen om advies vragen. SAFE is anoniem en gratis, vrouwen beslissen zelf hoe ze het platform gebruiken. Al meer dan 2000 vrouwen hebben SAFE gebruikt. Nu willen we het doorontwikkelen en inbedden in de gezondheidszorg en hulpverlening. Daar zamelen we ook geld voor in via onze donatiepagina

4. Wat zijn andere mogelijkheden?  

Huiselijk geweld is een maatschappelijk probleem dat vraagt om een brede aanpak. Kappers kunnen hierin een waardevolle rol spelen. Ze zijn één van de weinige niet-medische beroepen die fysiek dichtbij andere mensen komen en een vertrouwensband hebben met hun klanten. Uit ons onderzoek blijkt dat een derde van de kappers signalen van huiselijk geweld opvangt, maar zich onzeker voelt over hoe hiermee om te gaan. Ze willen in de eerste plaats kapper zijn, maar ook leren signaleren, veilig doorvragen en doorverwijzen. Het kan helpen om dit mee te nemen in de kappersopleiding. Zo benutten we laagdrempelige plekken in de samenleving om vrouwen te bereiken. 

5. Wat kunnen zorgverleners doen?  

Wees je ervan bewust dat (ex-)partnergeweld in alle lagen van de samenleving voorkomt. Vertrouw op je onderbuikgevoel: als een verhaal en klacht niet aansluiten of iets voelt “niet pluis”, dan is dat vaak terecht. Vraag voorzichtig door, bijvoorbeeld: “Hoe gaat het thuis?” of “Hoe is de relatie met je partner?” Realiseer je dat iemand bij een eerste gesprek zelden alles vertelt. Probeer daarom contact te onderhouden. Laat iemand bijvoorbeeld een week later terugkomen voor een bloeddrukmeting, al is dat medisch niet noodzakelijk. 

Momenteel onderzoekt het Radboudumc de samenwerking tussen organisaties in hulpverlening bij huiselijk geweld. De eerste resultaten benadrukken het belang van samenwerken vanuit een gedeeld begrip van huiselijk geweld en een gedeeld doel; en het kennen van elkaars hulpaanbod. Wees als zorgverlener op de hoogte van de meldcode en het hulpverleningsaanbod in jouw regio. Overleg met collega’s bij twijfel: samen zie je meer en kun je beter handelen. 

Meer informatie


Pauline Dekhuijzen

wetenschaps- en persvoorlichter

neem contact op

Meer nieuws

  • Medewerkers
  • Intranet