Nieuws Harmien Peters (102) vertelt over haar rol bij de opstart van het OK-complex van het Radboudumc

19 augustus 2026

In kader van het 70-jarig jubileum van het Radboudumc, vertellen collega's hun mooie, ontroerende of bijzondere verhalen. Monique Leclercq vertelde zo'n bijzonder verhaal: haar tante Harmien, maar liefst 102 jaar oud, heeft geholpen met het opzetten en ontwerpen van de operatiekamers van het toen nieuwe Radboudziekenhuis.

We ontmoeten Harmien Peters, tante Harmien, in de kantine achter de liften bij de hoofdingang. Met een elegante blazer aan zit ze aan de koffie met haar nicht, collega Monique Leclercq, en een neef die haar vanuit Eindhoven naar het Radboudumc heeft gereden voor deze afspraak. Opvallend is meteen dat tante Harmien allesbehalve 102 jaar oogt. Ze ziet er fris uit, praat gemakkelijk mee en haalt haar herinneringen nog moeiteloos naar boven.

Voor we dieper ingaan op haar rol bij de opbouw van het toenmalige academische ziekenhuis, laat ze eerst wat foto's zien en een oud krantenartikel uit de jaren negentig. De titel luidt: 'Opbouwen en organiseren zit haar in het bloed.' De journalist beschrijft haar lange werkdagen, van 's morgens acht uur tot 's avonds half zeven, en vraagt haar naar haar dromen voor de toekomst. 'Als je zoals ik zoveel weg bent, kun je geen huisdieren nemen. Toch zou ik wel een hond willen hebben', vertelt Peters in het artikel. Dat Harmien Peters een bijzondere vrouw is, bleef ook toen al niet onopgemerkt.

Terwijl Peters vertelt, luisteren haar nicht en neef aandachtig mee. Dat deze verhalen al vaker binnen de familie zijn verteld, wordt duidelijk wanneer zij af en toe een detail toevoegen of een herinnering aanvullen.

'Ik begon in 1944, toen de Tweede Wereldoorlog nog bezig was', vertelt Peters. Terwijl veel mannen naar het front werden gestuurd, begon zij aan haar opleiding tot verpleegkundige in het Sint Antonius Ziekenhuis in Utrecht. Lang duurde dat niet. Na drie maanden werd het ziekenhuis overgenomen door de bezetter en kwam haar opleiding abrupt tot stilstand. Maar opgeven was niet iets wat bij Harmien paste. In 1945 pakte ze de draad weer op. Ze behaalde haar diploma en hielp ondertussen mee met de wederopbouw van het ziekenhuis.

Haar inzet bleef niet onopgemerkt. In 1952 kreeg ze de kans om als hoofd van de verpleging mee te bouwen aan de privékliniek van een Belgische chirurg. Twee jaar later, toen alles goed opgestart was, begon ze Nederland te missen. Op advies van haar voormalige directeur besloot ze zich verder te specialiseren als operatiekamerzuster in de hartchirurgie. Dat bleek een goede keuze. Niet veel later werd ze gevraagd om samen met een aantal chirurgen uit Utrecht naar Nijmegen te komen om mee te werken aan de opbouw van het nieuwe Radboudziekenhuis.

Wat begon als het werk van één operatiekamerzuster, groeide uit tot een grote afdeling waar Peters leidinggaf aan zo'n honderd medewerkers, van wie ze er velen zelf had opgeleid. Naast haar werk in de operatiekamer speelde ze een belangrijke rol in de ontwikkeling van het ziekenhuis zoals we dat vandaag kennen. 'Dat ging niet altijd gemakkelijk', vertelt ze. In de beginjaren werkte het team vanuit het Canisius Ziekenhuis aan de Sint Annastraat. Daar waren Peters en haar collega's verantwoordelijk voor de opbouw van een operatiekamer voor hartchirurgie. 'We werden er niet echt met open armen ontvangen. Het Canisius was niet blij met de komst van een academisch ziekenhuis in Nijmegen.' Toch liet het team zich daardoor niet tegenhouden.

In die periode draaide alles om opbouwen. 'Ik hielp mee met de ontwikkeling van de operatiekamers van het Radboud en was daarvoor voortdurend in gesprek met architecten, ontwikkelaars en leveranciers' vertelt ze. 'Tegenwoordig zijn daar gespecialiseerde bedrijven voor, maar toen waren wij bij elke stap betrokken.'

Dat ging verder dan alleen de medische inrichting. Peters dacht mee over de plaatsing van wasbakken, de keuze van materialen en zelfs de tegels aan de wand. 'Nu kun je je dat bijna niet meer voorstellen, maar ik moest regelmatig discussiëren om ervoor te zorgen dat alle operatiekamers aan de juiste hygiëne-eisen voldeden.' Zelfs over de apparatuur werd zorgvuldig nagedacht. Peters bezocht hiervoor meerdere keren het buitenland, op zoek naar de beste instrumenten voor de operatiekamers. Terwijl ze vertelt, verschijnt er steeds weer een glimlach op haar gezicht.

In de jaren negentig komt haar tijd in het Radboudziekenhuis ten einde. Ze laat vijf nieuwe operatiekamerunits achter, waaraan ze jarenlang heeft meegebouwd. Stilzitten zit er echter niet in. Peters verhuist naar Den Haag, waar ze wordt gevraagd om opnieuw mee te bouwen aan een nieuw ziekenhuis. Eén ding is zeker: 'tante Harmien' is een echte powervrouw.

Dit artikel is onderdeel van een serie in het kader van het jubileum 70 jaar Radboudumc / 75 jaar Faculteit der Medische Wetenschappen. Bezoek voor meer info onze jubileumpagina.

Meer informatie

Meer nieuws