Arts-microbioloog Jakko van Ingen is benoemd tot hoogleraar Diagnostiek en antimicrobiële behandeling van mycobacteriële infecties aan het Radboudumc / de Radboud Universiteit. Zijn doel is om patiënten met een mycobacteriële infectie sneller en met een grotere kans op genezing te behandelen. Daarbij zet hij nieuwe en bestaande antibiotica effectiever in.
Mycobacteriën vormen een grote en diverse groep bacteriën. De bekendste veroorzaken tuberculose en lepra. Daarnaast bestaan er ongeveer tweehonderd zogenoemde niet‑tuberculeuze mycobacteriën (NTM), die eveneens ernstige infecties kunnen veroorzaken. Deze infecties zijn vaak moeilijk te behandelen en vragen om langdurige therapieën met combinaties van antibiotica.
Bij tuberculose is de behandeling de afgelopen jaren teruggebracht tot zes maanden, waarbij negentig procent van de patiënten geneest. ‘Bij NTM‑infecties staan we eigenlijk nog aan het begin van dit proces,’ zegt Van Ingen. De behandeling duurt daar momenteel zes tot meestal achttien maanden en slechts zestig procent van de patiënten geneest.
Slim gebruik van antibiotica
Om die resultaten te verbeteren onderzoekt Van Ingen zowel nieuwe als bestaande antibiotica. ‘Van veel bestaande middelen weten we al hoe ze in het lichaam werken. Daardoor kunnen we snel en goedkoop onderzoeken of ze ook effectief zijn tegen NTM-infecties’, legt hij uit. Een goed voorbeeld hiervan is clofazimine. Dit antibioticum werd oorspronkelijk ontwikkeld tegen lepra, een infectieziekte die in Nederland nauwelijks nog voorkomt. Van Ingen toonde aan dat dit medicijn ook werkt tegen bepaalde NTM‑infecties.
Proefdieren vervangen door slangetjes
Naast effectiviteit hecht Van Ingen veel waarde aan verantwoordelijk onderzoek. ‘Ik vind het belangrijk dat we nieuwe antibiotica zoveel mogelijk zonder proefdieren ontwikkelen’, vertelt hij. Hiervoor gebruikt hij samen met zijn collega's het hollow fiber model: een laboratoriummodel ontworpen als menselijk lichaam. Kunstmatige slangetjes bootsen de bloedstroom naar een kunstlong na, waarin afweercellen doelbewust worden geïnfecteerd met NTM. Via nauwkeurig aangestuurde pompen dienen onderzoekers exacte hoeveelheden antibiotica toe, om zo de beste doseringen en combinaties te bepalen.
Expertise in zorg en samenwerking
Ook in de zorg speelt Van Ingen een toonaangevende rol. Hij ontwikkelde het tuberculoselaboratorium van het Radboudumc tot een internationaal erkend centrum. Het loopt voorop in resistentietesten en DNA-analyse en is in Nederland zelfs aangewezen als expertiselaboratorium voor de diagnostiek van NTM‑infecties. ‘Ons nationaal expertiselab richt zich op alle vormen van mycobacteriële infecties en ondersteunt ziekenhuizen in binnen- en buitenland met onderzoek en advies,’ vertelt hij. Daarnaast is Van Ingen een van de drijvende krachten achter landelijke overleggen waarin verschillende zorgspecialisten samen patiënten en behandelingen bespreken. Tot slot levert hij met zijn expertise ook een bijdrage aan internationale richtlijnen.
Loopbaan
Jakko van Ingen studeerde geneeskunde aan de Radboud Universiteit. Tijdens een wetenschappelijke stage verdiepte hij zich in de toen nog onontdekte wereld van NTM. In 2009 promoveerde hij op dit onderwerp met zijn proefschrift Nontuberculous mycobacteria: from gene sequences to clinical relevance.
Tijdens zijn loopbaan deed hij internationale ervaring op, onder meer in de tuberculosezorg in Tanzania en als postdoctoraal onderzoeker bij National Jewish Health in Denver. Na zijn promotie bekleedde Van Ingen binnen het Radboudumc verschillende functies. Hij werd arts-microbioloog en later hoofd van het referentielaboratorium voor mycobacteriologie. De benoeming tot hoogleraar-leider in academische gezondheidszorg gaat in op 1 juli 2026 voor een periode van vijf jaar.
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





.jpg?width=800&height=534&ext=.jpg&type=BlockColumn1Zoom1)