De operatie

Bij een beenamputatie is het belangrijk dat er een stomp wordt gecreëerd die geschikt is voor het lopen met een prothese. De ingreep vindt zo plaats, dat na de amputatie de chirurg de huid rond de wond kan hechten.

lees meer

De operatie

Bij een beenamputatie is het belangrijk dat er een stomp wordt gecreëerd die geschikt is voor het lopen met een prothese. De ingreep vindt zo plaats, dat na de amputatie de chirurg de huid rond de wond kan hechten. Soms krijgt u een of meer drains (afvoerbuisjes). Deze drains zorgen ervoor dat bloed uit de wond wordt afgevoerd. Ook wordt er een drukverband rondom de stomp aangelegd. Na genezing van de wond passen we de stomp in een prothesekoker.

Oorzaak van een beenamputatie

Een beenamputatie kan verschillende oorzaken hebben, zoals vaatproblemen, een ongeluk, infectie of tumor. Een amputatie is een ernstige, onherstelbare ingreep. Het is een ingreep die de chirurg uit medische noodzaak uitvoert als niets anders meer mogelijk is.

lees meer

Oorzaak van een beenamputatie

Jaarlijks vinden er in Nederland ongeveer 2000 beenamputaties plaats. Een beenamputatie kan verschillende oorzaken hebben. In ongeveer 90% van de gevallen is een amputatie het gevolg van vaatproblemen. Verder kan een amputatie nodig zijn door een ongeluk (trauma), een infectie of een tumor. Een amputatie is een ernstige, onherstelbare ingreep. Ook voor een chirurg is het moeilijk om het besluit tot amputatie te nemen. Het is een ingreep die de chirurg uit medische noodzaak uitvoert als niets anders meer mogelijk is.

Het amputatie­niveau

Voor de operatie bekijkt de chirurg wat het beste amputatieniveau is. Dit is de exacte plaats in het been waar de amputatie plaatsvindt. Hoe goed u in de toekomst weer kunt functioneren, verschilt van persoon tot persoon.

Lees meer

Het amputatie­niveau

Voor de operatie bekijkt de chirurg wat het beste amputatieniveau is. Dit is de exacte plaats in het been waar de amputatie plaatsvindt. Bij het bepalen van het amputatieniveau houdt de chirurg rekening met de kenmerken van uw aandoening. Hierbij kijkt hij of zij naar wat medisch verantwoord is en welk deel van het been kan worden gespaard. Meestal wordt in dit stadium al een revalidatiearts geraadpleegd. Het amputatieniveau is namelijk zeer bepalend voor het functioneren (met prothese) in de toekomst.

Functioneren in de toekomst

Hoe goed u in de toekomst weer kunt functioneren, verschilt van persoon tot persoon. Het hangt onder meer af van het amputatieniveau, uw leeftijd, uw lichamelijke conditie en uw motivatie om bepaalde dingen weer te kunnen doen. Voor sommige mensen is het weer kunnen lopen (van langere afstanden) of het weer kunnen sporten erg belangrijk. Andere mensen zijn al tevreden als ze zich kunnen verplaatsen in en rondom het huis.

Loopmogelijkheden in relatie tot de amputatiehoogte

  Voet Enkel Onderbeen Knie Bovenbeen Heup
Belastbaarheid stompeinde 100% 75-100% 30-50% 100% 20-30% 100%
Lopen zonder prothese bij eenzijdige amputatie

Korte afstanden:

Lange afstanden:
 
 
 
 
Ja
 
 
 
 
Ja
 
 
 
 
Hinkend
 
 
 
 
Hinkend
 
 
 
 
Hinkend
 
 
 
 
Hinkend
Ja Deels Nee Nee Nee Nee
Loopscholing Geen Soms Nodig Nodig Nodig Nodig
Verhoogd energiegebruik 0-10% 0-25% 25-50% 25-50% 50-100% 50-100%
Loopprestaties met prothese verminderd met 0-20% 0-50% 0-70% 20-70% 30-90% 50-100%

Verschillende amputatie­niveaus

  • Bij deze amputatie is de helft van uw bekken verwijderd. Uw hele been, inclusief bil en bekken (aan een kant) halen we weg.

    lees meer


    Bekkenamputatie (hemipelvectomie)

    Bij deze amputatie is de helft van uw bekken verwijderd. Uw hele been, inclusief bil en bekken (aan een kant) wordt weggenomen. Een eventuele beenprothese wordt aan een bekkenkorf opgehangen. Dit is een korf die om het gehele bekken zit. Zitten is vaak moeilijk. Soms heeft u hiervoor een speciale voorziening nodig. Lopen, met of zonder een prothese, kan wel maar kost veel energie.
     

  • Amputatie door de heup (heup-exarticulatie)

    Dit is een amputatie door het heupgewricht. Een beenprothese wordt opgehangen aan een bekkenkorf. Bij dit amputatieniveau zijn uw knie- en heupgewricht niet meer aanwezig en moet u leren lopen met een protheseknie en een heupscharnier.

  • Bovenbeenamputatie (transfemorale amputatie)

    Deze amputatie gaat meestal door het middelste derde deel van uw bovenbeen. Bij dit amputatieniveau is uw eigen knie niet meer aanwezig en moet u leren lopen met een protheseknie. De prothese steunt in dit geval op uw zitbot.

  • Amputatie door de knie (knie-exarticulatie)

    Dit is een amputatie door het kniegewricht. Omdat het bot aan de onderzijde breed is, is het mogelijk om op het uiteinde van de stomp te staan. Een nadeel is dat de protheseknie niet op dezelfde hoogte staat als de gewone knie, maar lager. Dit is vooral te zien als u zit. Daarnaast kunt u uw eigen knie niet meer gebruiken en moet u leren vertrouwen op een protheseknie.

  • Onderbeenamputatie (transtibiale amputatie)

    De conditie van uw been en de bloeddoorstroming op de plaats van de amputatie bepalen het niveau van deze amputatie. Een groot voordeel van dit amputatieniveau is dat uw kniegewricht bewaard blijft. Het leren lopen met een prothese is relatief makkelijk. De prothese steunt op de pees onder uw knieschijf.

  • Enkelamputatie (syme-amputatie)

    Dit is een amputatie door het enkelgewricht. Bij dit niveau behoudt u uw scheenbeen en kuitbeen. Hierdoor ontstaat een ronde stomp waarop u kunt staan. Als u uw stomp goed kan belasten is het zelfs mogelijk om er op te lopen zonder prothese. Door u een klein deel van uw been verlies is het gemakkelijk om uw been weer te gebruiken dan bij een onderbeenamputatie.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Na de operatie

In de periode na de operatie is het belangrijk dat de wond goed geneest. Na de amputatie kunt u last hebben van fantoomsensaties. Hierbij lijkt het alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog helemaal is. Het kan vreemd aanvoelen of pijn doen.

lees meer

Na de operatie

Na de operatie heeft u een zogenaamde amputatiestomp. Eén of meer drains (afvoerbuisjes) voeren bloed af uit de wond. Er zijn verschillende methoden om de stomp te verzorgen:
  • Het aanbrengen van een gipskoker.
  • Het zwachtelen van de stomp.
  • Het gebruiken van een liner. Dit is een elastische stompkous van siliconenmateriaal.
In de periode na de operatie is het belangrijk dat de wond goed geneest. Daarnaast werkt u in deze periode aan de ontwikkeling van de functie van het overgebleven deel van uw been. De spieren moeten zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Door te oefenen voorkomt u dat u spierkracht kwijtraakt of dat spieren zich verkorten. Revalidatie en therapie onder leiding van het revalidatieteam zijn belangrijk voor u. De revalidatiearts bespreekt met u welke revalidatie- en prothesevoorziening er mogelijk zijn. De mogelijkheden hangen sterk af van uw motivatie, lichamelijke conditie, bijkomende ziekten of gebreken, het amputatieniveau en de amputatiestomp.

Pijn

U kunt na de operatie last hebben van pijn aan de stomp. Dit behandelt de chirurg en eventueel het pijnteam.

Fantoompijn

Een bijzonder en hinderlijk verschijnsel waar u na de amputatie last van kunt hebben, is fantoompijn of fantoomsensatie. Hierbij lijkt het alsof het geamputeerde lichaamsdeel er nog helemaal is. Het kan vreemd aanvoelen of pijn doen. Gebieden in de hersenen die voorheen het geamputeerde been ‘bestuurden’ worden nog steeds geprikkeld door zenuwen in de stomp. Dit kan soms pijnlijk zijn. Dit noemen we fantoompijn. Deze pijn kan beïnvloed worden door stemming en kan erger worden als u niet lekker in uw vel zit. Bij afleiding of activiteit kan de pijn minder worden.
 
Snelle mobilisatie na amputatie kan fantoompijn voorkomen of verminderen. Ook kan de pijn afnemen door in gedachten het geamputeerde ledemaat te bewegen of de stomp te masseren. Daarnaast kan spiegeltherapie helpen. Tijdens deze therapie wordt een spiegel naast het behouden been gezet. Vervolgens beweegt u het been of masseert u of de fysiotherapeut uw been. Het blijkt dat de gebieden in de hersenen van het geamputeerde been hierdoor ook geactiveerd worden, waardoor de pijn kan afnemen. Hier vindt u een filmpje met meer uitleg over spiegeltherapie
 
Als dit allemaal niet helpt kan de arts u medicijnen voorschrijven. Deze medicijnen hebben wel bijwerkingen zoals sufheid. Soms kunnen massages helpen. Een massage kan voor een betere doorbloeding van de stomp zorgen, waardoor de pijn vermindert. Meestal neemt de fantoomsensatie na ongeveer één jaar af en de pijn vermindert vaak bij goed gebruik van de prothese. Fantoomsensaties en of fantoompijn kunt u bespreken met de revalidatiearts. Hij of zij geeft u tips en adviezen voor de behandeling.

Informatie­folder

  • Informatie is belangrijk om de aandoening te kunnen begrijpen en er mee te leren omgaan. De ervaring leert dat velen het prettig vinden om actief betrokken te zijn bij de behandeling.

    bekijk het pdf-bestand