Over bottumoren

Er bestaan erg veel verschillende vormen van bottumoren. Een bottumor kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn.

lees meer

Over bottumoren

Skelet en weke delen

Ons skelet zorgt voor ondersteuning van de verschillende lichaamsdelen en beschermt onze organen. Het zorgt er samen met de spieren voor dat we ons kunnen bewegen. In de botten worden nieuwe cellen aangemaakt en worden mineralen opgeslagen die nodig zijn voor het goed functioneren van ons lichaam. Ze zijn erg belangrijk bij de stofwisseling (verwerking) van calcium.

Alle andere weefsels van het steun- en bewegingsapparaat noemen we weke delen. De weke delen worden ingedeeld naar soort weefsel. Elke weefselsoort heeft een bepaalde opbouw en een bepaalde functie. Zo zijn er bijvoorbeeld spierweefsel, steunweefsel (vet- en bindweefsel) en pezen. De weke delen zijn onderhuidse weefsels die rond de organen en botten, en in de ruimten daartussen voorkomen.

Cellen en celdeling

Een lichaam bestaat uit miljarden cellen. Die cellen delen zich voortdurend zodat er elke dag nieuwe bijkomen. Nieuwe cellen zijn nodig voor groei en ontwikkeling van het lichaam. Maar ook bijvoorbeeld voor genezing na een wond of breuk. Bij een gezond lichaam is de celdeling in evenwicht, oude cellen worden vervangen en afgevoerd, nieuwe nemen hun plaats in. Soms raakt het evenwicht verstoord. Een cel gaat zich ongecontroleerd delen en vormt een tumor. Wanneer deze deling voortzet gaat de tumor het omliggende bot en/of de weke delen beschadigen.

Goedaardig of kwaadaardig

De aard van de tumor wordt bepaald door de aard van de cel. Bij een goedaardige tumor is er meestal geen ingroei in omringend weefsel en treden geen uitzaaiingen op. Soms is het nodig een goedaardige tumor te verwijderen, bijvoorbeeld als deze klachten veroorzaakt. Bij een kwaadaardige tumor kan er sprake zijn van ingroei in omringend weefsel en kunnen er uitzaaiingen optreden. In dit geval spreekt men van botkanker.

Uitzaaiingen (metastasen)

Goedaardige tumoren zaaien zelden uit. Kwaadaardige tumoren zaaien vaker uit dan goedaardige tumoren. Uitzaaien gebeurt wanneer de afwijkende cel zich via de bloed- of lymfevaten naar een ander lichaamsdeel verspreidt, zich daar nestelt en ook daar een tumor vormt. Uitzaaiingen zijn medebepalend voor het verloop van de ziekte en de kansen op genezing. Bij bot- en weke delen kanker worden uitzaaiingen veelal eerst gesignaleerd in de longen. Vandaar dat een röntgenfoto van de longen regelmatig gemaakt wordt ter controle.

Symptomen en prognose bij een bottumor

Er zijn enkele symptomen die kunnen wijzen op een bottumor. Niet alle tumoren hoeven behandeld te worden.

lees meer

Symptomen en prognose bij een bottumor

Symptomen bestaan vooral uit pijn op de plek van de tumor. Deze pijn kan ’s nachts soms heviger zijn. Soms ontstaat er ook een zwelling op de plek van de tumor. Heel af en toe is er sprake van bewegingsbeperking door ingroei in spieren of gewrichten. Tumoren die goedaardig zijn, hoeven in veel gevallen niet behandeld te worden. Als de tumor klachten veroorzaakt, kunt u hem uiteraard weg laten halen. Kwaadaardige tumoren moeten wel behandeld worden. De prognose en gevolgen hangen af van het type tumor.

Onderzoeken bij bottumoren

De arts kan van een aantal onderzoeken gebruik maken om de diagnose bottumor te stellen. De diagnose wordt gesteld op basis van ziektegeschiedenis, lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek. Op een röntgenfoto of MRI scan is de tumor vaak te zien. De arts kan een aantal onderzoeken uitvoeren.

  • Door röntgenstraling worden de botten en de weefsels eromheen in beeld gebracht.


  • Biopsie

    Een biopsie is een ingreep onder lokale verdoving of onder narcose waarbij een stukje weefsel (een biopt) uit de tumor wordt weggenomen. Een biopsie kan door de radioloog verricht worden met behulp van echo of een CT-scan of door de orthopedisch chirurg op de operatiekamer. Het stukje weefsel dat tijdens de ingreep is weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. De uitslag is meestal na een tot twee weken bekend. Door onderzoek van het weefsel kan worden vastgesteld of het gaat om een ontsteking, een goedaardige tumor of een kwaadaardige tumor.

Behandelingen bij bottumoren

De behandeling is voor elke patiënt anders en is afhankelijk van de soort tumor, de plaats en het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Uw arts en verpleegkundige zullen met u de behandelmogelijkheden bespreken. In overleg met u wordt een behandelplan gemaakt.

  • Tijdens een operatie wordt de tumor verwijderd. Wat deze operatie precies inhoudt, is afhankelijk van de diagnose en de plaats van de tumor.

    lees meer


    Operatie

    Tijdens een operatie wordt de tumor verwijderd. Wat deze operatie precies inhoudt, is afhankelijk van de diagnose en de plaats van de tumor. Ook de nabehandeling en het te verwachten hersteltraject worden met u besproken aan de hand van uw situatie.

    Voorbereiding

    Na 24.00 uur, de nacht voor de operatie, mag u niet eten of roken. Belangrijk is dat u vanaf dat tijdstip ook geen melkproducten meer gebruikt. Tot twee uur voor de operatie mag u alleen heldere vloeistoffen drinken.

    Lees meer over een behandeling onder anesthesie en de voorbereiding hierop.

    De operatie

    De orthopedisch chirurg voert de operatie uit zoals dit met u is besproken op de polikliniek. Lees ook onze webpagina over de operatieve ingreep orthopedie.

    Na de operatie

    In een enkel geval is het nodig om een nacht op de Intensive Care door te brengen. Dit is voor de operatie met u besproken.
    Over het algemeen komen patiënten na de operatie weer terug op de verpleegafdeling. De orthopedisch chirurg maakt dan afspraken over de manier waarop de operatiewond verzorgd moet worden en hoe het geopereerde lichaamsdeel belast mag worden.
    Als het nodig is, komt de fysiotherapeut bij u langs om vaardigheden aan te leren en te oefenen. Bijvoorbeeld wanneer u krukken moet gebruiken bij het lopen.

    Nazorg

    De verpleegkundige van de verpleegafdeling neemt met u door of u hulp nodig heeft in de thuissituatie en zal dit samen met u regelen. Wanneer begeleiding door een fysiotherapeut in de thuissituatie nodig is, zorgt de fysiotherapeut van de afdeling voor een overdracht.

    Complicaties

    Ondanks alle zorg die we besteden aan de operatie, kunnen er complicaties optreden.
    • Infectie: dit is een zeldzame maar ernstige complicatie. Signalen van een infectie zijn: koorts, koude rillingen, wondlekkage, toenemende roodheid en/of pijn.
    • Zenuwschade: dit is afhankelijk van de locatie van de operatie en uit zich met name in doofheid rondom het geopereerde gebied. Soms is er beperking in spierkracht als gevolg van zenuwbeschadiging.
    • Nabloeding
    • Trombose
    Neem direct contact met ons op als er sprake is van een complicatie.

  • Operatie met prothese

    Bij een aantal patiënten moet het stuk bot waarin de tumor zich bevindt in zijn geheel verwijderd worden. Dit is vaak bot in de buurt van een gewricht, zoals de heup of de knie. Ter vervanging van dit stuk bot wordt er dan een kunstgewricht geplaatst in de vorm van een prothese. Deze protheses zijn groter dan de protheses die gebruikt worden bij het vervangen van een gewricht vanwege slijtage (artrose). Ze worden tumorprotheses of megaprothese genoemd. Wat het krijgen van een tumorprothese voor u betekent en welk herstel u kunt verwachten, bespreken we met u aan de hand van uw situatie.

    Lees meer over een behandeling onder anesthesie en de voorbereiding hierop.

  • Behandeling met Cryochirurgie

    Cryochirurgie betekent letterlijk: het beschadigen van weefsel door de lokale inwerking van zeer lage temperaturen. Deze techniek wordt toegepast bij goedaardige en sommige vormen van kwaadaardige bottumoren.
    Bij het verwijderen van de tumor uit het bot bestaat de mogelijkheid dat er hele kleine deeltjes tumorcellen achterblijven die vervolgens een nieuwe tumor zouden kunnen vormen. Daarom wordt de ruimte waar de tumor is verwijderd bevroren met vloeibare stikstof tot ongeveer min 100 Celsius om eventueel achtergebleven tumorcellen te doden.

    De behandeling door middel van curettage en cryochirurgie ziet er als volgt uit:
    • Op de plek waar de tumor zich in het bot bevindt wordt in het bot een luikje gemaakt en door middel van een scherp lepeltje wordt de tumor uit het bot geschraapt (curettage).
    • Vervolgens wordt de binnenzijde van de holte bevroren door er vloeibare stikstof in te sprayen. Om er zeker van te zijn dat alle achtergebleven tumorcellen worden gedood, wordt de bevriezing tot in het gezonde weefsel doorgezet. Dit sprayen van stikstof wordt 3 keer snel achter elkaar herhaald. Dit is te vergelijken met het bevriezen van een wratje of moedervlek. De temperatuur in en rond de holte wordt tijdens de cryochirurgie gemeten door sensoren.
    • De achtergebleven holte wordt opgevuld met botsnippers van uzelf of uit de botbank, dan wel met botcement.
    • Als het nodig is, wordt het bot nog versterkt met een plaat en schroeven.

     Mogelijke complicaties

    Zoals beschreven, wordt de bevriezing doorgezet tot in het gezonde weefsel. Dit houdt in dat ook dit gezonde weefsel (tijdelijk) beschadigd kan worden. Dit betekent dat er een kans is op:
    • Tijdelijke beschadiging van zenuwweefsel. Dit merkt u door een doof gevoel in de huid rond de wond, soms door verminderde kracht. Herstel hiervan kan enkele maanden duren.
    • Wondinfectie.
    • Breuk van het bot.

    Na de behandeling

    Door het openen, uitkrabben en bevriezen van het bot wordt het bot verzwakt. Het duurt 2 tot 3 maanden voordat het bot weer stevig genoeg is om volledig te worden belast. Deze verzwakking van het bot voelt u zelf niet, maar om een botbreuk in de periode na de operatie te voorkomen is het belangrijk dat u zich houdt aan het advies van maximale belasting (vaak 10% belasting).

    Lees meer over de behandeling met Cryochirurgie.

  • Embolisatie

    Embolisatie wordt door de radioloog verricht. Bij embolisatie wordt een bloedvat dat naar de tumor gaat afgesloten. Hierdoor zal de tumor minder hard groeien. Bij een eventuele operatie is er minder bloedverlies, waardoor de kans op complicaties kleiner wordt.

Radboudumc Expertise­centrum Sarcomen (bot- en weke delen tumoren)

Expertisecentrum op het gebied van bot- en weke delen tumoren.

lees meer

Ondersteunende zorg bij bottumoren

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen.

lees meer

Ondersteunende zorg bij bottumoren

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen. Om deze knelpunten te herkennen èn bespreekbaar te maken, maken we tijdens uw behandeling op vaste momenten gebruik van de Lastmeter. De Lastmeter is een korte vragenlijst waarop u kunt aangeven hoe het met u gaat en welke problemen u mogelijk ervaart op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en spiritueel gebied. Uw casemanager zal de vragenlijst met u doornemen en uw behoefte aan zorg met u in kaart brengen. Samen met uw casemanager en behandelend arts kunt u vervolgens beoordelen of een doorverwijzing naar een gespecialiseerde zorgverlener u kan ondersteunen bij uw behandeling(en).

Voor jongeren en jongvolwassenen (AYA’s, 18-35 jaar) en ouderen (70+) bieden we gespecialiseerde, leeftijdspecifieke ondersteuning. AYA’s kunnen terecht bij de AYA-poli; ouderen krijgen steun van een ouderenconsulent.
 

Waarom naar het Radboudumc?

Het Radboudumc heeft een expertisecentrum dat speciaal is ingericht om patiënten met sarcomen te behandelen. expertisecentrum sarcomen

Meer informatie

Links naar nuttige websites.

lees meer

Radboud Oncologie Fonds

Het Radboud Oncologie Fonds is opgericht om samen met partner KWF Kankerbestrijding Oost-Nederland meer te betrekken in de strijd tegen kanker.

lees meer

Uw privacy

Op het moment dat u in het ziekenhuis de diagnose kanker krijgt, leggen artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis uw gegevens vast in een medisch dossier. Dit moet volgens de wet.

lees meer

Uw privacy

Op het moment dat u in het ziekenhuis de diagnose kanker krijgt, leggen artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis uw gegevens vast in een medisch dossier. Dit moet volgens de wet. Sommige van uw gegevens in het medisch dossier worden opgenomen in een onafhankelijke databank: de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

Dit verzamelen van gegevens in de NKR gebeurt omdat artsen en onderzoekers betrouwbare en relevante gegevens nodig hebben van patiënten met kanker. Hiermee kunnen zij onderzoek doen om meer over kanker te weten te komen. Door dit onderzoek ontstaan betere inzichten, effectievere behandelingen en uiteindelijk een beter resultaat in de zorg voor patiënten met kanker.

Meer informatie over de Nederlandse Kankerregistratie en wat deze voor u betekent: Registratie van kanker.

Goedaardige en kwaadaardige bottumoren


Goedaardige tumoren

  • Een enchondroom is een goedaardig gezwel, dat bestaat uit kraakbeen. De afwijking ligt centraal in een bot en komt het meeste voor in de vingers, tenen, bovenarm en het bovenbeen.

    lees meer


    Enchondroom

    Een enchondroom is een goedaardig gezwel, dat bestaat uit kraakbeen. De afwijking ligt centraal in een bot en komt het meeste voor in de vingers, tenen, bovenarm en het bovenbeen. Niet alle enchondromen moeten worden behandeld. Meestal is alleen controle voldoende. In overleg met uw arts kunt u bepalen of u een enchondroom wel of niet wil laten behandelen.


    De röntgenfoto (linker afbeelding) van de rechter schouder toont in het bot van de bovenarm een witte, onregelmatige verandering. Dit is het beeld van een enchondroom. Op het MRI plaatje (rechter afbeelding) is de afwijking te zien als een zwarte vlek die geheel binnen het bot ligt.

  • Exostose

    Een exostose is een benige uitwas van het bot, bedekt met een kraakbeenkap. De afwijking komt vooral bij kinderen voor. De afwijking kan tijdens de groei van het kind groter worden. Dat is normaal. Na het einde van de groei van het kind hoort het groter worden van de exostose niet meer te gebeuren. Men moet dan rekening houden met kwaadaardige ontaarding. De kans op kwaadaardige ontaarding is 1% bij enkel voorkomende exostosen en minstens 10% bij leden van families die deze afwijkingen vrijwel allemaal in veelvoud hebben. Zorgvuldige controle is bij hen gewenst. Exostosen komen in alle beenderen voor.


    Op de röntgenfoto van de knie zijn aan de binnenzijde en buitenzijde van het bovenbeen benige uitsteeksels te zien. Dit worden exostosen genoemd. Deze ‘wijzen’ altijd van het gewricht af.

  • Chondroblastoom


    Een chondroblastoom is een celrijk goedaardig gezwel, dat bestaat uit kraakbeen, reuscellen en botcellen. De meeste patiënten zijn jonger dan 20 jaar. De afwijking komt vooral voor bij de groeischijf, aan de uiteinden van bijvoorbeeld bovenarm, boven- of onderbeen. Kwaadaardige ontaarding komt eigenlijk niet voor; wel kan de tumor in zeldzame gevallen uitzaaien naar de longen.

    Op afbeelding van het bovenste gedeelte van het bovenbeen die met een MRI is gemaakt, is, afhankelijk van de gebruikte techniek, een donkere dan wel een lichte vlek te zien die in het bot is gelegen. Het omgevende bot wordt wat weggedrukt en kan tot verzwakking van het bot leiden.

  • Reusceltumor

    Een reusceltumor is een goedaardige agressieve bottumor, waarin talrijke zogenaamde reuscellen voorkomen. De tumor ligt meestal vlak naast of in het gebied van de oorspronkelijke groeischijf, vooral in bovenarm, bovenbeen of onderbeen.
    90% van de patiënten is ouder dan 20 jaar. De gemiddelde leeftijd ligt bij 33 jaar. Het zeldzame van deze goedaardige aandoening is dat er uitzaaiingen van de tumor in de longen kunnen ontstaan bij een heel klein percentage van de patiënten (minder dan 2%). Bij elke patiënt waarbij de diagnose wordt gesteld, maken we eenmalig een longfoto ter controle.

    De diagnose

    De diagnose wordt gesteld op basis van ziektegeschiedenis, lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek. Op een röntgenfoto is de tumor vaak goed te zien. Een MRI scan wordt gemaakt om de precieze lokalisatie en de eventuele uitbreiding in de weken delen te bepalen.

    De behandeling

    De meest voorkomende behandeling van de tumor is het verwijderen door middel van een operatie. Afhankelijk van de locatie en de grootte van de tumor, wordt bepaald welke operatietechniek wordt toegepast. Veelal is dit curettage en cryochirurgie, soms moet een stuk bot verwijderd te worden. Als het nodig is, wordt dit vervangen door donorbot of een prothese.
    Grote reusceltumoren of tumoren op plaatsen die lastig te opereren zijn worden soms eerst behandeld met medicijnen. Door de medicijnen wordt de tumor kleiner en de operatie gemakkelijker. Voor de behandeling met medicijnen worden patiënten verwezen naar de medisch oncoloog.

    Genezingskans

    Hoewel het om een goedaardige afwijking gaat bestaat er na de behandeling een kans op recidief (terugkeer van de tumor). Dan is opnieuw een operatie nodig.


    Op de röntgenfoto van de pols is een donkere plek zichtbaar. Dit betekent dat daar het normale bot is opgelost door de groei van een tumor. Echter de normale begrenzing van het bot is nog intact. Dit past bij een goedaardige aandoening, in dit geval een reusceltumor.

  • Fibreuze dysplasie

    Fibreuze dysplasie is een stoornis in de ontwikkeling van het bot. Bot ontstaat uit bindweefselcellen die uitrijpen naar botweefsel. Soms kan op een of meerdere plekken dit uitrijpen niet doorzetten en zullen er haarden van bindweefsel in het bot zitten. Dit bindweefsel zal meestal wat uitgroeien en ook het gezonde bot willen verdringen.
    Het is niet bekend hoe dit precies ontstaat. Er wordt gedacht aan stoornissen in bepaalde boteiwitten en genetische aspecten. Deze aandoening ontstaat vaak tussen de 10 en 30 jaar. De afwijking kan in alle delen van het skelet voorkomen. Niet alle uitingen van deze afwijking behoeven behandeling. Behandeling is vooral gewenst als er kans bestaat op breukvorming van het bot. Soms zijn meerdere botten aangedaan, dan spreken we van polyostotische fibreuze dysplasie. Zeldzaam is de vorm die zich al op de kinderleeftijd openbaart en samengaat met hormonale veranderingen, McCune Albright syndroom.

    Als er sprake is van meerdere laesies met klachten of snelle groei, kan er een behandeling gegeven worden met medicijnen die de botombouw beïnvloeden. Het stellen van de indicatie en voorschrijven hiervan gebeurt door een arts van Interne Geneeskunde dan wel Kindergeneeskunde.


    Op de afbeelding is bij het bovenarmbot, net boven de elleboog, een afwijking zichtbaar die het bot lokaal wat minder wit van kleur maakt en op ‘matglas’ lijkt. Het bot wordt iets opgeblazen, maar de wand van het bot is volledige intact. Dit past bij een goedaardige aandoening. Het matglasachtige uiterlijk is typisch voor de diagnose fibreuze dysplasie.

  • Solitaire beencyste

    Een solitaire beencyste is geen echt gezwel. Het gaat hierbij om een holte in een bot, met één of meer kamers, waarin zich vocht bevindt. De afwijking komt vooral bij kinderen voor en meestal aan het eind van lange pijpbeenderen, vlak bij de groeischijf. De bovenarm is de meest voorkomende plaats. Meestal wordt de afwijking ontdekt omdat er een breuk in het bot ontstaat. Een SBC kan spontaan verdwijnen door groei of na een breuk.
    Als deze juist groter wordt of meerdere malen tot een breuk leidt, kan er gekozen worden voor het inspuiten van corticosteroiden in de cyste. Dit gebeurt onder narcose op de operatiekamer. De corticosteroiden prikkelen het bot, zodat dit aangroeit en de cyste verdwijnt. Deze behandeling is bij 80% van de patiënten succesvol na een eerste injectie en bij 90% na een tweede injectie.


    Op bovenstaande röntgenfoto van de bovenarm van een kind is een donkere vlek zichtbaar die past bij een cyste. Het bot wordt lokaal wat opgeblazen en de wand van het bot is dunner geworden. Hierdoor kan een breuk ontstaan.

  • ABC (Aneurysmatische Bot Cyste)

    De aneurysmatische bot cyste (ABC) is geen echt gezwel, maar een holte (cyste) in het bot. De afwijking bestaat uit door schotten gescheiden holten waarin zich bloed bevindt. De afwijking komt soms voor samen met andere tumoren van het bot, zoals chondroblastoom en reusceltumor. Deze afwijking komt vooral voor tussen de 10 en 25 jaar. De afwijking kan in alle botten van het menselijke skelet voorkomen.


    Röntgenfoto (links) en MRI plaatje (rechts) met zijaanzicht van een enkel, waarbij er in het scheenbeenbot aan de voorzijde een ABC aanwezig is.

Kwaadaardige tumoren

  • Een chondrosarcoom is een kwaadaardige tumor waarvan de cellen kraakbeen vormen. Het is een zeldzame tumor en groeit meestal langzaam.

    lees meer


    Chondrosarcoom

    Een chondrosarcoom is een kwaadaardige tumor waarvan de cellen kraakbeen vormen. Het is een zeldzame tumor en groeit meestal langzaam. Onder de leeftijd van 10 jaar komt het chondrosarcoom nauwelijks voor. Meestal betreft het patiënten met een hogere leeftijd en vooral boven de 50 jaar. Chondrosarcomen komen voor in alle botten van het lichaam, maar het vaakst in het bovenbeen, de bovenarm, de ribben en het bekken. De mate van kwaadaardigheid wordt uitgedrukt in graden. Zo bestaat er een chondrosarcoom graad 1 (laaggradig kwaadaardig), chondrosarcoom graad 2 en chondrosarcoom graad 3 (hooggradig kwaadaardig). Metastasen (uitzaaiingen) worden vooral in de longen gevonden. Een laaggradig chondrosarcoom zaait zelden uit. Bij een hooggradig chondrosarcoom is de kans op uitzaaiingen groter.

    De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2013 de classificatie van chondrosarcomen aangepast. Het chondrosarcoom graad 1 wordt sindsdien atypische cartilagineuze tumor (ACT) genoemd. Het valt daarmee niet meer onder de kwaadaardige tumoren, maar is een intermediate tumor. Dit vanwege het gedrag van deze tumoren; ze kunnen lokaal groter worden, maar zullen zelden tot nooit uitzaaiingen geven.

    De diagnose

    Op basis van de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Het beeldvormend onderzoek bestaat uit een röntgenfoto en een MRI-scan. Met deze onderzoeken wordt gekeken waar de tumor precies zit in het bot, hoever de tumor reikt in de omliggende weefsels en hoe de relatie is met de zenuwen en bloedvaten.
    Eventueel kan met weefselonderzoek, door middel van een biopsie, de gradering en dus de ernst worden bepaald. Bij verdenking op een laaggradig chondrosarcoom (graad 1)/ACT op de MRI hoeft meestal geen weefselonderzoek (biopsie) plaats te vinden.

    De behandeling

    Chondrosarcomen graad 2 en 3 moeten met een operatie worden verwijderd. Bij deze operatie moet de tumor in zijn geheel uitgenomen te worden, waarbij meestal een stuk bot in de buurt van een gewricht betrokken is. Ter vervanging van dit bot en het gewricht wordt dan een megaprothese geplaatst. Op basis van de mate van kwaadaardigheid (gradering), de grootte en de locatie van het chondrosarcoom wordt met u besproken wat de operatie voor u inhoudt en welk herstel u mag verwachten. Chondrosarcomen zijn niet gevoelig voor chemotherapie of bestraling.

    Genezingskans

    De kans dat een iemand na behandeling na 5 jaar helemaal ziektevrij is, is in geval van een chondrosarcoom graad 1/ACT nagenoeg 100%, omdat dit type zelden tot nooit uitzaait. Voor chondrosarcomen graad 2 is die kans ongeveer 80%. Bij de hooggradige chondrosarcomen is de prognose slechter.


    Op röntgenfoto en MRI plaatjes van de heup is een gemengd beeld zichtbaar van witte en donkere vlekken. Na toediening van contrastvloeistof kleurt de tumor fel aan wijzend op een agressieve, mogelijk kwaadaardige tumor. Een biopsie liet zien dat er sprake was van een kwaadaardige kraakbeentumor.

  • Ewing sarcoom

    Een Ewing sarcoom is een kwaadaardige tumor die ontstaat in het bot, maar ook kan voorkomen in de weke delen (spieren en bindweefsel). Het Ewing sarcoom is zeldzaam. In Nederland gaat het om 30-35 nieuwe patiënten per jaar. De aandoening komt het meest voor op jonge leeftijd: 90% van de patiënten is jonger dan 25 jaar. De tumor komt twee keer zo vaak voor in lange pijpbeenderen (bijvoorbeeld bovenarm, bovenbeen) als in platte beenderen (bijvoorbeeld schouderblad). Indien er metastasen (uitzaaiingen) optreden, dan komen deze vooral voor in de longen. Ze kunnen echter ook in andere delen van het skelet ontstaan.

    De diagnose

    Op basis van de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek, beeldvormend onderzoek en weefselonderzoek kan de diagnose gesteld worden.
    Het beeldvormend onderzoek bestaat uit een röntgenfoto en een MRI-scan. Met deze onderzoeken wordt gekeken waar de tumor precies zit in het bot, hoe ver de tumor reikt in de omliggende weefsels en hoe de relatie is met de zenuwen en bloedvaten.
    Daarnaast wordt een CT-scan van de longen gemaakt om uitzaaiingen in de longen op te sporen en een botscan om uitzaaiingen in het skelet op te sporen. Vaak wordt ook een PET-CT gemaakt.
    Weefselonderzoek, door middel van een biopsie, is altijd nodig om met zekerheid vast te kunnen stellen dat het om een Ewing sarcoom gaat. De plaats van de biopsie wordt zo gekozen dat het biopsietraject later, bij het wegnemen van de tumor (resectie), mee kan worden verwijderd om achterblijven van kwaadaardige cellen in het biopsietraject te voorkomen.

    De behandeling

    De behandeling van een Ewing sarcoom bestaat uit chemotherapie, een operatie waarbij de tumor wordt verwijderd en, als dat nodig is, radiotherapie (bestraling). Er wordt gestart met ongeveer 4 maanden chemotherapie waarna een operatie volgt. Na deze operatie volgt nog een periode met chemotherapie van ongeveer 6 maanden. Radiotherapie kan tijdens verschillende behandelperiodes worden toegepast. De totale behandeling duurt ongeveer 1 jaar. Als operatieve verwijdering van de tumor technisch niet mogelijk is of grote gevolgen zal hebben voor bijvoorbeeld zenuwen (zoals bij tumoren van de rug of het bekken), wordt soms besloten de tumor te behandelen met alleen chemotherapie en radiotherapie.

    Genezingskans

    De genezingskans van alle patiënten met een Ewing sarcoom ligt rond de 60%. De genezingskans hangt af van de plaats waar de tumor zich bevindt in het skelet of weke delen, de grootte van de tumor, de leeftijd van de patiënt, de reactie op chemotherapie en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen. Geen uitzaaiingen betekent een grotere kans op genezing. Omdat elke situatie en elke persoon uniek is, blijft het moeilijk voorspellingen te doen.


    Bovenstaand een MRI plaatje van een Ewing sarcoom in de bovenarm. Er is enige verandering in het bot zichtbaar, maar vooral veel tumormassa buiten het bot.

  • Osteosarcoom

    Een osteosarcoom is een kwaadaardige tumor uitgaande van het bot. De tumor komt het meest voor bij mensen tussen de 10 en 30 jaar en na 60 jaar. In Nederland gaat het om 35-45 nieuwe patiënten per jaar. De tumor komt vooral voor aan het eind van lange pijpbeenderen (onderbeen en bovenbeen). Als er metastasen (uitzaaiingen) optreden, dan komen deze vooral voor in de longen. Ze kunnen echter ook in andere delen van het skelet ontstaan.

    De diagnose

    Op basis van de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek, het beeldvormend onderzoek en weefselonderzoek kan de diagnose gesteld worden. Het beeldvormend onderzoek bestaat uit een röntgenfoto en een MRI-scan. Met deze onderzoeken wordt gekeken waar de tumor precies zit in het bot, hoe ver de tumor reikt in de omliggende weefsels en hoe de relatie is met de zenuwen en bloedvaten. Daarnaast wordt een CT-scan van de longen gemaakt om uitzaaiingen in de longen op te sporen en een botscan om uitzaaiingen in het skelet op te sporen. Soms wordt er ook een PET-CT scan gemaakt.
    Weefselonderzoek, door middel van een biopsie, is altijd nodig om met zekerheid vast te stellen dat het om een osteosarcoom gaat. De plaats van de biopsie wordt zo gekozen dat het biopsietraject later, bij het wegnemen van de tumor (resectie), mee kan worden verwijderd om achterblijven van kwaadaardige cellen in het biopsietraject te voorkomen.

    De behandeling.

    De behandeling van een osteosarcoom bestaat uit chemotherapie en een operatie. Het doel van de chemotherapie is het verkleinen van de kans op uitzaaiingen en het zo veel mogelijk doden van de tumorcellen. Het doel van de operatie is de tumor zo ruim mogelijk in zijn geheel te verwijderen. Meestal kan daarbij het ledemaat worden behouden. De totale behandeling duurt ongeveer 8 maanden, maar is per patiënt verschillend. In het kort bestaat de behandeling uit enkele maanden chemotherapie voorafgaande aan de operatie gevolgd door de operatie waarbij de tumor uit het bot verwijderd wordt. Na de operatie volgt weer chemotherapie voor de periode van enkele maanden.

    Genezingskans

    De genezingskans van alle patiënten met een osteosarcoom ligt rond de 60%. De genezingskans hangt af van de plaats waar de tumor zich bevindt, de mate van agressiviteit, de reactie van de tumor op de chemotherapie en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen. Geen uitzaaiingen betekent een grotere kans op genezing. Omdat elke situatie en elke persoon uniek is, blijft het moeilijk voorspellingen te doen.


    Op de röntgenfoto (links) en het MRI plaatje (rechts) is te zien dat er een tumor aanwezig is in het onderste gedeelte van het bovenbeenbot die door de normale grenzen van het bot heen is gegroeid tot in de omgevende spieren. Deze wijze van groei past bij een kwaadaardige aandoening.
     

  • Multipel Myeloom (Ziekte van Kahler)

    Het multipel myeloom (ziekte van Kahler) is een kwaadaardige ziekte van een bepaald type cellen (plasmacellen) die in het beenmerg voorkomen. Bloed bevat drie soorten cellen: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Al deze cellen worden aangemaakt in het beenmerg. Het beenmerg is het weefsel wat zich in de holten van de botten bevindt. De witte bloedcellen behoren tot het immuunsysteem, dat het lichaam tegen ziekteverwekkers beschermt. Een deel van de aangemaakte witte bloedcellen komt niet in het bloed terecht, maar ontwikkelt zich elders in het lichaam tot plasmacellen. Deze produceren antistoffen (bepaalde eiwitten) die het lichaam beschermen tegen allerlei schadelijke stoffen en tegen ziekten en infecties.

    Soms ontstaat er een kwaadaardige woekering van plasmacellen. Deze tasten vervolgens het bot aan. Waar afgebroken bot wordt opgevuld door plasmacellen, ontstaan ophelderingen, die op een röntgenfoto zichtbaar kunnen worden gemaakt. Is er één zo'n opheldering, dan spreken we van een plasmacytoom. Meestal zijn het er echter meer. In dat geval is er sprake van multipel myeloom, ook wel de ziekte van Kahler genoemd. De botten waarin deze ziekte het vaakst voorkomt, zijn het bekken, de wervels, ribben en schedel.
    Ook maken de plasmacellen stoffen, die met bloedonderzoek aangetoond kunnen worden.

    De diagnose

    Op basis van de ziektegeschiedenis, het lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, beeldvormend onderzoek en weefselonderzoek kan de diagnose gesteld worden. Het beeldvormend onderzoek bestaat meestal uit een röntgenfoto, een MRI-scan en een PET-CT scan. Met deze onderzoeken wordt gekeken waar de tumor precies zit in het bot.

    De behandeling

    De behandeling van botleasies als gevolg van multipel myeloom bestaat uit chemotherapie en radiotherapie. Een operatie is nodig wanneer de sterkte van het bot zodanig is aangetast dat er een kans op een breuk bestaat.

    Genezingskans

    Vanaf het moment dat de diagnose gesteld is, is de gemiddelde overleving meer dan 4 jaar.


    Op de röntgenfoto zijn de ophelderingen in de botten te zien die passen bij het beeld van multipel myeloom. De heup rechts op de foto (linker heup van de patiënt) is gebroken.
     

Samenwerkende afdelingen


Afdeling Medische Oncologie

Op de afdeling Medische Oncologie komen patiënten met kanker die worden behandeld of zijn behandeld met medicijnen. De behandeling van deze patiënten gebeurt altijd in overleg met andere specialisten, zoals chirurgen, radiotherapeuten, radiologen en pathologen.

lees meer

Afdeling Orthopedie

Orthopedie is een chirurgisch specialisme. Wij behandelen aandoeningen van het steun- en bewegingsapparaat. Dit doen we met of zonder operatie. Orthopedie behandelt patiënten met bijvoorbeeld slijtage van het heup- of kniegewricht, artrose, botkanker of een knieschijf uit de kom.

lees meer

Afdeling Heelkunde

De afdeling Heelkunde behandelt patiënten met een groot aantal ziektebeelden. U kunt bij ons terecht voor zeer complexe én voor relatief kleine chirurgische ingrepen.

lees meer

Afdeling Radiotherapie

De afdeling Radiotherapie behandelt kanker door middel van bestraling (radiotherapie). Radiotherapie vernietigt kankercellen of remt deze in hun groei.

lees meer