Salter-osteotomie

Bij deze operatie wordt het bekken, net boven de heupkom, doorgezaagd. De kom wordt in de goede positie gekanteld en met behulp van oplosbare pennetjes vastgezet. Deze operatie heeft de voorkeur bij jonge kinderen tussen de 10 maanden 6 jaar.
 
Patiëntenzorg Behandelingen Heupoperatie bij kinderen

Wat is heupslijtage?

Heupslijtage kan onder andere ontstaan als gevolg van een ‘mechanische wanverhouding’ in het gewricht. Er zijn verschillende oorzaken en er zijn diverse soorten operaties mogelijk. lees meer

Wat is heupslijtage?

Het heupgewricht wordt gevormd door de heupkom en de heup- of femurkop. De heupkom is een onderdeel van het bekken en de heupkop maakt deel uit van het dijbeen (femur). De heupkop is via de nek verbonden met de schacht van het dijbeen. Het heupgewricht vormt de schakel tussen het bekken en het bovenbeen. Het heupgewricht is een zogenaamd kogelgewricht waardoor het bovenbeen, ten opzichte van het bekken, in bijna alle richtingen kan bewegen. Het gewricht is omgeven door gewrichtskapsel. De bewegingen van het heupgewricht worden in feite alleen beperkt door de vorm van het gewricht en het gewrichtskapsel.

Gewrichtsproblemen

Heupslijtage kan onder andere ontstaan als gevolg van een ‘mechanische wanverhouding’ in het gewricht. De meest voorkomende oorzaken zijn: heupdysplasie, de ziekte van Perthes, spasmen en overigen oorzaken zoals spina bifida (open rug).

Er zijn verschillende operaties mogelijk om de ‘mechanische wanverhoudingen’ te verbeteren en verdere problemen te voorkomen. Voorbeelden van operaties zijn: Salter-osteotomie, Chiari-osteotomie, Pemberton-osteotomie en de pandakplastiek. Voor welke operatie gekozen wordt, is afhankelijk van de aard van de problemen en de leeftijd van uw kind.

Voor de operatie

Uw kind wordt een dag voor de operatie opgenomen. U en uw kind ontmoeten de verpleegkundige, de pedagogisch medewerker en eventueel de anesthesioloog. lees meer

Voor de operatie

Uw kind wordt een dag voor de operatie opgenomen. De verpleegkundige heeft een opnamegesprek met u en uw kind en neemt bloed af bij uw kind. Dit doet de verpleegkundige om de bloedgroep en het HB-gehalte (hemoglobine) te bepalen. De pedagogisch medewerksters begeleiden u en uw kind en bereiden uw voor op de operatie.

Ook heeft u, als dit niet eerder gebeurd is, een gesprek met de anesthesioloog. Tot slot maakt u kennis met de afdelingsarts. Hij of zij beantwoordt uw vragen en maakt afspraken voor onderzoeken, bijvoorbeeld röntgenonderzoek.

Behandeling Anesthesie bij kinderen

Als uw kind een behandeling of onderzoek onder anesthesie krijgt is het belangrijk om hem/haar goed voor te bereiden.

lees meer

Over de behandeling bij kinderen

Er zijn verschillende operaties mogelijk om de ‘mechanische verhoudingen’ binnen het heupgewricht van uw kind te verbeteren. De orthopedisch chirurg bespreekt met u de keuze voor een bepaalde techniek en geeft verdere uitleg.
  • Deze operatie heeft de voorkeur bij jonge kinderen (10 maanden tot 6 jaar)

    lees meer


Na de operatie

Als uw kind na de operatie wakker wordt, gaat hij of zij naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier wordt uw kind continu bewaakt. Zodra de situatie het toelaat mag hij of zij terug naar de afdeling. lees meer

Na de operatie

Als uw kind na de operatie wakker wordt, gaat hij of zij naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier wordt uw kind continu bewaakt. Zodra de situatie het toelaat mag hij of zij terug naar de afdeling. Uw kind kan/mag na de operatie niet direct normaal eten en drinken. Daarom krijgt hij of zij een infuus om de vocht- en zouthuishouding op peil te houden. In overleg met de artsen en de verpleegkundigen wordt gekeken wanneer uw kind weer langzaam mag eten en drinken.

Om pijn te voorkomen krijgt uw kind pijnmedicatie voorgeschreven. Om de heup te stabiliseren, krijgt uw kind na de operatie meestal een gipsbroek. Hij of zij moet deze gipsbroek, afhankelijk van de soort operatie, 6 tot 12 weken dragen. Op de afdeling is een video beschikbaar waarop u ziet hoe u uw kind met deze gipsbroek moet verzorgen. Als u nog vragen heeft dan kunt u deze aan de verpleegkundige stellen.

Naar huis

Na 1 à 2 dagen worden de diverse slangetjes verwijderd. Als uw kind weinig pijn heeft, mag uw kind naar huis. Meestal is dat na 2 dagen.

Met de door u via het CBR aangevraagde ontheffing kinderbeveiligingssystemen kunt u uw kind in uw eigen auto vervoeren. Deze ontheffing vraagt u vooraf aan bij het CBR. Het formulier samen met een doktersverklaring krijgt u van ons mee. U kunt het natuurlijk ook zelf regelen via het CBR en uw huisarts een verklaring laten opstellen.


Complicaties

De kans op complicaties na een operatie zijn heel klein. In een enkel geval kan een nabloeding of wondinfectie ontstaan. lees meer

Complicaties

De kans op complicaties na een operatie zijn heel klein. In een enkel geval kan een nabloeding of een wondinfectie ontstaan. De artsen en verpleegkundigen houden goed in de gaten of dit gebeurt. Bij twijfel nemen zij direct contact op om de situatie weer te herstellen en te verbeteren. Het komt heel weinig voor dat een tweede operatie nodig is.

Wanneer zich na de operatie thuis problemen voordoen, bel dan uw huisarts of het secretariaat Orthopedie, tel. 024-361 41 48 of tel. 024-361 39 18. Bij geen gehoor, ’s avonds, ’s nachts en in het weekend kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling waar uw kind was opgenomen.
 

Amalia kinder­ziekenhuis

Het Amalia kinderziekenhuis is onderdeel van het Radboudumc. Jaarlijks behandelen wij ongeveer 25.000 kinderen tussen 0 en 18 jaar.

lees meer
  • Medewerkers
  • Intranet