Over narcose bij kinderen

Kinderen die worden opgenomen voor een operatie krijgen algehele anesthesie (narcose). Ook bij sommige behandelingen of onderzoeken is anesthesie nodig. Waar mogelijk combineren we de algehele anesthesie met plaatselijke verdoving.

lees meer

Over narcose bij kinderen

Kinderen die worden opgenomen voor een operatie krijgen algehele anesthesie (narcose). Ook bij sommige behandelingen of onderzoeken is anesthesie nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat uw kind niks van de operatie, behandeling of het onderzoek merkt. De anesthesie wordt uitgevoerd door de anesthesist. Dit is een arts die gespecialiseerd is in verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en intensieve zorg rondom de operatie. De anesthesist houdt uw kind tijdens de ingreep constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Waar mogelijk combineren we de algehele anesthesie met plaatselijke verdoving. Dit heet regionale anesthesie. Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van het lichaam, bijvoorbeeld een
gedeelte van een arm of been, tijdelijk gevoelloos en bewegingloos gemaakt. We bespreken dit vooraf met u en uw kind. Lees meer over plaatselijke verdoving.

Contact

Polikliniek Anesthesiologie

(024) 361 04 39

neem contact op

Polikliniek Anesthesiologie

Op onze polikliniek maken u en uw kind kennis met de anesthesioloog. U krijgt vragen over de gezondheid van uw kind en uw kind krijgt lichamelijk onderzoek. Ook kunnen u en uw kind vragen stellen.

over de polikliniek

Uitstel

We stellen de ingreep uit als uw kind:

  • Een vaccinatie heeft gehad.
  • (Contact met) een kinderziekte heeft gehad.
  • In de 2 weken voor de ingreep een ziekte aan de luchtwegen heeft gehad.
  • Ziek is op de dag van de ingreep.

Voor de ingreep


Nuchter blijven

Voor een ingreep moet de huid van uw kind schoon zijn. Daarom is het goed vooraf uw kind te laten douchen en eventueel nagellak te verwijderen. Ook moet uw kind een paar uur nuchter zijn.

lees meer

Nuchter blijven

De meeste kinderen krijgen bij opname vaak nog een onderzoek door een arts-assistent of coassistent. Verder zijn geen extra medische en verpleegkundige voorbereidingen nodig voor eenvoudige ingrepen of onderzoeken. Wel moet de huid schoon zijn. Daarom is het goed vooraf uw kind te laten douchen en eventueel nagellak te verwijderen. Bij grote chirurgische ingrepen zijn vaak wel extra voorbereidingen nodig, zoals bloed prikken of laxeren. Hierover krijgt u informatie van de behandelend arts of verpleegkundige.
 

Nuchter blijven

Uw kind moet een aantal uren voor de ingreep of het onderzoek ‘nuchter’ blijven en mag dan niets eten en drinken. Dit is nodig om te voorkomen dat uw kind tijdens de anesthesie overgeeft en er dan misschien maaginhoud in zijn longen komt.
Sommige kinderen ervaren het niet mogen eten of drinken als een straf. Leg uw kind daarom uit waarom het niet mag. U kan vertellen dat anders de misselijkheid toeneemt als de narcose uitgewerkt is en dat dat niet prettig is.

Hoe lang uw kind voor de anesthesie geen eten en drinken mag hangt af van de leeftijd:
  • 0 – 6 maanden:  4 uur
  • Vanaf 6 maanden: 6 uur

Licht eten
Omdat het voor kinderen van 6 maanden en ouder onplezierig is om lang nuchter te zijn mogen zij tot zes uur vóór de ingreep nog licht verteerbaar voedsel eten. Bijvoorbeeld: 

  • sneetje brood,
  • cracker,
  • beschuitje,
  • zoet beleg,
  • melkproduct.
Maaltijden die gebakken zijn of vet voedsel mogen 8 uur vóór de ingreep niet meer worden gegeten.

Drinken
Verder mogen kinderen tot 2 uur vóór de ingreep nog waterige vloeistoffen drinken zoals:

  • water,
  • appelsap,
  • aanmaaklimonade,
  • glucosewater.
Maar ze mogen géén koolzuurhoudende dranken, drank met pulp of vezels of melkproducten meer.

Als uw kind meer uren nuchter moet blijven hoort u dat van de anesthesioloog.

Premedicatie

Soms geven we uw kind premedicatie. De premedicatie neemt de angst voor de operatie of het onderzoek een beetje weg en maakt uw kind alvast een beetje slaperig.

lees meer

Premedicatie

De anesthesioloog spreekt af of uw kind vóór de ingreep nog premedicatie krijgt. Dit kan een rustgevend drankje, tabletje of een pijnstiller zijn. De premedicatie neemt de angst voor de operatie of het onderzoek een beetje weg en maakt uw kind alvast een beetje slaperig.
 

Voor de premediactie

Als uw kind premedicatie krijgt moet hij/zij daarvoor nog even plassen. Voor het innemen van de premedicatie krijgt uw kind een pyjamajasje van het ziekenhuis aan. Ook de sieraden moeten af. Vanaf dat moment mag uw kind niet meer uit bed.

Zo, soms al half slapend, rijden we uw kind naar de operatiekamer of de onderzoeksafdeling. Uw kind mag zijn knuffel, lievelingsspeeltje of een speentje meenemen. Zorgt u er voor dat het schoon is en dat er een sticker op zit met de naam van uw kind en de afdeling?

Grotere kinderen krijgen in de voorbereidingsruimte een OK-muts op.

De inleiding

Eén ouder mag aanwezig zijn bij de inleiding. Jonge kinderen brengen we meestal in slaap met een masker, ook wel kapje genoemd. Vanaf ongeveer zeven jaar kunnen kinderen kiezen hoe ze in slaap worden gebracht. Met een prikje voor een infuus of met een masker.

lees meer

De inleiding

Eén ouder mag aanwezig zijn bij de inleiding van de anesthesie. We begeleiden u daarbij. Op de operatiekamer en de verkoeverkamer gelden speciale kledingvoorschriften. Uw kind ziet dat alle medewerkers een OK-pak, een muts en soms een mondmasker dragen. Ook ziet uw kind de apparatuur die de anesthesioloog nodig heeft voor zijn werk. Voordat uw kind onder anesthesie gaat plaatsen we een pleister of een dopje om het zuurstofgehalte in het bloed te controleren. Soms zijn plakkers op de borstkas nodig voor de hartbewaking. Dit is niet pijnlijk. U kunt het vergelijken met het plakken van een pleister.

Masker

Jonge kinderen brengen we meestal in slaap met een masker, ook wel kapje genoemd. Het anesthesie-dampmengsel vinden kinderen over het algemeen niet lekker ruiken. U kunt bij de voorbereiding uitleggen dat uw kind deze geur kan wegblazen. Thuis oefent u dat alvast.

Infuus

Oudere kinderen, vanaf ongeveer zeven jaar, kunnen meestal kiezen hoe ze in slaap worden gebracht. Met een prikje voor een infuus of met een masker. U kunt de keuze van uw kind thuis bespreken.
De plaats waar het kind de prik krijgt verdoven we vooraf met een speciale crème (toverzalf). De anesthesioloog brengt op deze plaats een plastic naaldje in en sluit vervolgens hierop een infuus aan om uw kind tijdens de anesthesie vocht en medicatie toe te kunnen dienen. Ook een kind dat met een masker in slaap wordt gebracht krijgt een plastic naaldje in. Deze prik voelt een kind niet omdat het dan al slaapt.

Tijdens de inleiding

Sommige kinderen vallen bij een inleiding niet gewoon in slaap, maar kunnen de volgende gedragingen of kenmerken vertonen:
  • Onrustig worden of juist heel slap (ontspannen) zijn.
  • Gaan slaan of trekken met armen of benen.
  • Met de ogen draaien of soms blijven ze open staan, ondanks dat uw kind al in slaap is gevallen.
  • Bleek wegtrekken.
  • Hoesten.
  • Een snelle en oppervlakkige ademhaling waarna hij de ademhaling kortdurend inhoudt.
Schrik hier niet van. Deze gedragingen zijn normaal en komen vaak voor. Bovendien merkt het kind er zelf niets van omdat hij al bijna in slaap is.

Beademingsbuisje

De anesthesioloog bewaakt tijdens de operatie de functies van het lichaam. Om de ademhaling van uw kind te controleren plaatsen we meestal een beademingsbuisje in de luchtpijp. Uw kind is dan al onder anesthesie en merkt daar niets van. Soms is het ook nodig een sonde of blaaskatheter in te brengen.

Foto en video

Op de operatie-, behandel-, of verkoeverafdeling mogen geen video-opnamen worden gemaakt. In overleg met de anesthesioloog mag u wel een foto maken in de operatiekamer of op de verkoeverafdeling.

Adviezen voor ouders

  • Het is begrijpelijk dat u zich onzeker voelt over de anesthesie of dat u bang bent. Laat dit niet aan uw kind merken. U bent degene op wie uw kind steunt.
  • Stimuleer uw kind om goed naar de uitleg van de anesthesioloog te luisteren.
  • We brengen uw kind liggend of zittend in slaap. U kunt er gewoon naast zitten. In sommige gevallen mag uw kind bij u op schoot zitten, als de anesthesioloog dit veilig vindt.
  • Een normale inleiding duurt ongeveer één minuut. Sommige ouders beleven deze minuut als lang, andere weer als kort. Praat rustig en zachtjes tegen uw kind. Gebruik eigen (lievelings)woordjes of houd zijn of haar hand vast.
  • Als uw kind tegenstribbelt, overtuig hem er dan van dat dit nu echt even moet. Vooraf kunt u afspreken met uw kind hoe u de inleiding samen doet (bijvoorbeeld in uw handen knijpen of in uw ogen kijken).
  • Zeg tegen uw kind dat u blijft wachten tot de operatie of het onderzoek voorbij is en dat u er weer bent om hem terug te brengen naar zijn kamer als hij wakker wordt.

Na de ingreep


Verkoeverkamer

Na de operatie of het onderzoek brengt de anesthesioloog uw kind naar de verkoeverkamer om wakker te worden. Bij het ontwaken mag één ouder/begeleider aanwezig zijn.

lees meer

Verkoeverkamer

Na de operatie of het onderzoek brengt de anesthesioloog uw kind naar de verkoeverkamer om wakker te worden. Op de verkoeverkamer krijgt uw kind extra zuurstof en sluiten we bewakingsapparatuur aan. U kunt als ouder aanwezig zijn bij het ontwaken van uw kind. Het is fijn als uw kind u ziet bij het openen van de ogen. Vanwege de rust op de afdeling kan er maar één ouder of begeleider aanwezig zijn. Tussendoor wisselen kan niet. Spreek van te voren af wie er mee gaat.

De verpleegkundige of anesthesioloog komt u halen zodra uw kind is aangesloten aan de bewakingsapparatuur.

Wakker worden

Normale reacties bij het ontwaken:
  • vaak opnieuw in slaap vallen
  • heel onrustig zijn (uw kind merkt dit zelf niet)
  • erg bleek zien 
  • rood zien
  • hoesten. 
Het is belangrijk om uw kind in deze fase van wakker worden niet te storen. 

Afleiding
U mag een tablet (bijvoorbeeld een iPad) met koptelefoon meenemen naar de verkoeverafdeling. Dit kan een prettige afleiding zijn, vooral als uw kind onrustig wakker wordt uit de anesthesie.

Couveuse

Ouders van couveusekinderen kunnen hun kindje niet bijstaan op de verkoeverafdeling.

Vragen

Met vragen over het verblijf op de verkoeverafdeling kunt u altijd terecht bij de verpleegkundige die voor uw kind zorgt. Deze verpleegkundige kan geen gegevens verstrekken over de operatie van uw kind. Vragen over de operatie en de nabehandeling kunt u later aan de behandelend arts stellen.

Terug naar de afdeling

Heeft uw kind een operatie ondergaan dan heeft hij of zij na de operatie misschien een infuus, maagsonde, of andere dunne buisjes. Het is belangrijk dat uw kind dit al vóór de operatie weet.

lees meer

Terug naar de afdeling

Heeft uw kind een operatie ondergaan dan heeft hij of zij na de operatie misschien een infuus, maagsonde of andere dunne buisjes. Het is belangrijk dat uw kind dit al vóór de operatie weet. De verpleegkundige informeert u hierover.

Klachten na de narcose

Kinderen zijn na de operatie meestal slaperig of misselijk. Ze zien soms bleek en hebben over het algemeen veel dorst. Overleg met de verpleegkundige of uw kind mag drinken. Heeft uw kind last van zijn keel, een zwaar of kriebelig gevoel, dan komt dat van het buisje dat tijdens de operatie in zijn luchtpijp zat om de ademhaling te regelen. Deze irritatie verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

Bezoek

Na een grote operatie kunt u als ouders beter alleen naar uw kind komen. Broers en zussen kunnen een tekening of foto meegeven om zo toch een beetje dichtbij te zijn. Als uw kind zich wat beter voelt zijn andere familieleden of kennissen natuurlijk welkom tijdens het bezoekuur.

Pijn

We willen dat uw kind na de operatie zo min mogelijk pijn heeft. Daarom is het belangrijk dat uw kind, of u als ouder, aangeeft hoe het met de pijn is. De arts en verpleegkundige geven u hierover informatie.

lees meer

Pijn

We willen dat uw kind na de operatie zo min mogelijk pijn heeft. Daarom krijgt uw kind tijdens de ingreep al pijnstillers toegediend als dat nodig is. De anesthesioloog spreekt vóór de operatie of het onderzoek al af welke pijnstilling uw kind erna krijgt. De pijnmedicatie geven we op vaste tijden, waardoor een continu pijnstillend effect ontstaat.

Soms is het nodig om via een infuus of een dun slangetje in de rug pijnstillers toe te dienen. Kinderen vanaf ongeveer acht jaar kunnen een PCA (patiënt controlled analgesia) infuuspomp krijgen waarbij ze zelf de pijnstilling toedienen als de pijn erger wordt. De pomp is zo ingesteld dat uw kind nooit te veel pijnstilling kan krijgen.

Pijnscorelijst

Het is belangrijk dat uw kind, of u als ouder, regelmatig aan de verpleegkundige of arts laat weten hoe het met de pijn is, en of de pijnstillers goed helpen. Hiervoor gebruiken we een pijnscorelijst. U krijgt hierover uitleg op de afdeling.
Ook hebben kinderen die vaak naar het ziekenhuis moeten een pijnpaspoort om hun wensen op te schrijven op welke wijze zij bij vervelende onderzoeken of behandelingen de pijn willen voorkomen.

Over het kinderziekenhuis


Opname op de verpleegafdeling

Als uw kind wordt opgenomen in ons kinderziekenhuis betekent dat dat uw kind één of meer nachten blijft slapen op een van onze verpleegafdelingen.

lees meer

Chirurgische Dagbehandeling voor kinderen

Op de Chirurgische Dagbehandeling (CDB) komen naast volwassenen ook kinderen die een ingreep of onderzoek krijgen waarbij ze dezelfde dag weer naar huis mogen.

lees meer

Dagbehandeling Kinder­geneeskunde

Op de dagbehandeling komen kinderen voor bijvoorbeeld een onderzoek onder sedatie of narcose, een medicijnkuur via het infuus of een test.

lees meer

Amalia kinder­ziekenhuis

Het Amalia kinderziekenhuis is onderdeel van het Radboudumc. Jaarlijks behandelen wij ongeveer 22.000 kinderen tussen 0 en 18 jaar.

lees meer
  • Snel naar