Na de behandeling

Aangezien de operatie vlak onder het middenrif plaatsvindt, kan het doorademen na de operatie soms moeilijk en pijnlijk zijn. Goed doorademen en ophoesten is belangrijk om een longontsteking te voorkomen. Om uw kind hierbij te helpen vragen we vaak de hulp van een fysiotherapeut.

Na het verwijderen van de milt stijgt het aantal bloedplaatjes fors in de loop van 10 à 14 dagen. Als er te veel bloedplaatjes in het bloed aanwezig zijn, dan geven we een antistollingsmiddel. Dit middel voorkomt het samenklonteren van het bloed.

Naar huis

Tussen 4 en 7 dagen na de operatie volgt ontslag uit het ziekenhuis. Dit hangt af van het type operatie en het verloop van het herstel ná de operatie. Na ontslag volgt na enkele dagen de eerste afspraak op de polikliniek. We plannen afspraken voor een reeks poliklinische controles. Deze controles zijn vooral bedoeld voor het bepalen van het aantal bloedplaatjes.
Patiëntenzorg Behandelingen Milt verwijderen bij kinderen

Waarom een miltverwijdering?

Na een ongeval kan de milt scheuren, waardoor een levensbedreigende inwendige bloeding optreedt. De belangrijkste reden om de milt te verwijderen is een verhoogde afbraak van rode bloedcellen of bloedplaatjes. lees meer

Waarom een miltverwijdering?

Na een ongeval kan de milt scheuren, waardoor een levensbedreigende inwendige bloeding optreedt. Vroeger werd de milt in dit geval meteen verwijderd. Tegenwoordig proberen we om de milt zo lang mogelijk te behouden, zeker bij jonge kinderen. De milt speelt namelijk een belangrijke rol bij de natuurlijke afweer. Een andere reden om de milt behouden is de kans op ernstige infecties, die flink toeneemt zonder milt. De belangrijkste reden om de milt te verwijderen is een verhoogde afbraak van rode bloedcellen of bloedplaatjes. Dit kan zich voordoen bij:
  • erfelijke ziekten waarbij de rode bloedcellen een afwijkende vorm hebben (zoals sferocytose)
  • bepaalde auto-immunziekten, waarbij antistoffen zorgen voor een verhoogde afbraak van rode bloedcellen (bijvoorbeeld bij auto-imuun haemolytische anemie)
  • een gebrek aan bloedplaatjes in combinatie met een verstoorde bloedstolling (een idiopatische trombocytopenische purpura)

Gevolgen afbraak rode bloedcellen

Een verhoogde afbraak van rode bloedcellen kan bloedarmoede (= anemie) veroorzaken. Hierdoor heeft uw kind vaak bloedtransfusies nodig om de bloedarmoede te bestrijden. Door verhoogde afbraak van rode bloedcellen kunnen ook galstenen ontstaan. Galstenen worden namelijk gevormd uit onder andere afbraakproducten (billirubine) van rode bloedcellen. Deze galstenen kunnen aanleiding zijn voor heftige pijn in de rechterbovenbuik.
 
Als het mogelijk is, stellen we het verwijderen van de milt uit tot na de leeftijd van 5 à 6 jaar. Dit in verband met het opbouwen van de natuurlijke afweer van uw kind. Slechts af en toe vindt een miltverwijdering plaats om andere redenen dan de verhoogde afbraak van rode bloedcellen en bloedplaatjes. Bijvoorbeeld als iemand lijdt aan een stapelingsziekte of aan lymfeklierkanker (ziekte van Hodgkin).

Voor de behandeling

U krijgt enkele dagen voor opname een oproep. Vóór de operatie moet uw kind ingeënt worden tegen pneumococcen, meningococcen en haemofilus influenza B (HIB). lees meer

Voor de behandeling

Afspraak

Uw kind is inmiddels op de polikliniek ingeschreven in het opnamebestand en komt nu op de wachtlijst. U krijgt enkele dagen voor opname een oproep.

Voorbereidingen

Vóór de operatie moet uw kind ingeënt worden tegen pneumococcen, meningococcen en haemofilus influenza B (HIB). Probeer ervoor te zorgen dat uw kind deze inentingen uiterlijk 2 weken vóór de operatie krijgt. 

Opname

Op de dag van opname in het ziekenhuis prikken we bloed ter controle van het ijzergehalte en het aantal bloedplaatjes. Daarbij controleren we welk donorbloed geschikt is voor een bloed- of plaatjestransfusie, mocht dit nodig zijn bij de operatie.

De behandeling

De milt kan verwijderd worden door een ‘kijkoperatie’ (laparoscopie) of door een buikoperatie via een snede in de linkerbovenbuik. lees meer

De behandeling

De milt kan verwijderd worden door een ‘kijkoperatie’ (laparoscopie) of door een buikoperatie via een snede in de linkerbovenbuik.
Bij het laparoscopisch verwijderen van de milt worden 4 of 5 kleine sneetjes (variërend van 5 tot 10mm) gemaakt in de buik. Uw kind krijgt antibiotica toegediend. In de omgeving van de milt liggen de maag, alvleesklier, dikke darm en het middenrif. Deze organen lopen meestal geen letsel op bij het verwijderen van de milt. Na het losmaken van de milt kan die, door één van de hierboven genoemde sneetjes te vergroten tot 20mm, (in stukjes) verwijderd worden. Na de operatie ontstaat soms tijdelijk een lichte ontstekingsreactie bij de alvleesklier. Als uw kind te veel bloed verliest tijdens de operatie, dan is een bloedtransfusie nodig.

Afhankelijk van de methode duurt de operatie 2 tot 2,5 uur. Daarna gaat uw kind naar de uitslaapkamer tot hij of zij goed wakker is en terug kan naar de afdeling.

Behandeling Anesthesie bij kinderen

Als uw kind een behandeling of onderzoek onder anesthesie krijgt is het belangrijk om hem/haar goed voor te bereiden.

lees meer

Na de behandeling

Aangezien de operatie vlak onder het middenrif plaatsvindt, kan het doorademen na de operatie soms moeilijk en pijnlijk zijn. Tussen 4 en 7 dagen na de operatie volgt ontslag uit het ziekenhuis. lees meer

Mogelijke complicaties

Complicaties komen zelden voor. Soms is de maag na deze operatie wat ‘verlamd’. Maagsap en voeding kunnen dan slecht doorgepompt worden naar de darmen. lees meer

Mogelijke complicaties

Complicaties komen zelden voor. Soms is de maag na deze operatie wat ‘verlamd’. Maagsap en voeding kunnen dan slecht doorgepompt worden naar de darmen. Hierdoor kan uw kind wat meer last hebben van misselijkheid en van een moeilijke doorstroom van voedsel en maagsappen (maagretenties). Het is ook mogelijk dat er een infectie ontstaat in de wond of in het operatiegebied op de plaats waar de milt heeft gelegen. Soms treedt prikkeling op van de alvleesklier. 

Verandering afweersysteem 

Na het verwijderen van de milt bestaat er een risico op ernstige infecties vanwege verandering in het afweersysteem van uw kind. Dit heet een Overwhelming Post Splenectomy Infection (OPSI). Deze complicatie komt slechts voor bij een klein percentage van de kinderen die een miltverwijdering hebben ondergaan. Als deze infectie plotseling optreedt, dan verloopt deze zeer heftig. De grootste kans op deze infectie bestaat de eerste maanden na de operatie. Om deze infectie te voorkomen, wordt uw kind niet alleen vóór de operatie al gevaccineerd tegen de meest voorkomende ziekteverwekkers, maar krijgt uw kind ook een antibioticakuur. Dit gebeurt bij een kind tot 12 jaar in elk geval tot 2 jaar na de operatie. Daarna moet uw kind altijd direct met antibiotica starten bij de eerste verschijnselen van een infectie. Daarom moet u altijd (een recept voor) antibiotica hebben, zodat uw kind meteen met de antibioticakuur kan starten. Als uw kind een penicillineallergie heeft, geven we een ander antibioticum (erythromycine). Het is belangrijk dat zowel uw huisarts als uw kind (en zijn/haar omgeving) goed op de hoogte zijn van de kans op een OPSI. Dit kan worden vermeld op een zogenaamde ID-kaart. Bij problemen of complicaties kunt u contact opnemen met de behandelend arts.
Het is niet zo dat mensen bij wie de milt verwijderd is, meer en vaker infecties hebben dan anderen. Wel geldt voor hen een negatief reisadvies naar gebieden waar malaria en andere protozoale infecties voorkomen (de tropen).
  • Medewerkers
  • Intranet