Patientenzorg Behandelingen Nefrostomiekatheter

Wat is een nefrostomie­katheter?

Een nefrostomiekatheter is een slangetje dat er voor zorgt dat uw urine direct uit de nier weg kan stromen. Dit slangetje plaatst de arts in de nier en komt door de zij naar buiten. De urine gaat in een urinezak.

lees meer

Wat is een nefrostomie­katheter?

Een nefrostomiekatheter is een slangetje dat er voor zorgt dat uw urine direct uit de nier weg kan stromen. Dit slangetje plaatst de arts in de nier en komt door de zij naar buiten. De urine gaat in een urinezak.

Waarom een nefrostomiekatheter?

U krijgt een nefrostomiekatheter als de urine niet goed van de nier naar de blaas kan stromen. Dit noemen we obstructie. Vaak zit er een niersteen in de urineleider. De urine kan niet langs deze steen en blijft in de nier zitten waardoor die groter wordt. Dit noemen we stuwing en kan pijn doen. De urine kan geïnfecteerd raken. De uroloog moet dan met spoed een nefrostomiekatheter plaatsen. De katheter ontlast de nier. Voordat we de steen uit de urineleider verwijderen, krijgt u anitbiotica tegen de infectie. Andere redenen voor een nefrostomiekatheter zijn:
  • een operatie aan de nier
  • het ontlasten van de nier wanneer de urineleider(s) worden dichtgedrukt door bijvoorbeeld een tumor

Contact

Polikliniek Urologie

bereikbaar tussen 8.00 -17.00 uur (volg het keuzemenu)
(024) 361 38 03

Naar uw afspraak bij Urologie

Ingang: Hoofdingang
Route: 725

bekijk route

Naar uw afspraak bij Urologie

Bezoekadres

Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Volg route 725

De behandeling

Meestal krijgt u een plaatselijke verdoving. Met een echo kijken we naar de nier waarna we met een dunne naald in de nier prikken. Nadat de nier is aangeprikt vervangen we de naald door de nefrostomiekatheter.

lees meer over de behandeling

De behandeling

Meestal krijgt u een plaatselijke verdoving als u een nefrostomiekatheter krijgt. Het inbrengen van de katheter duurt ongeveer 30 tot 60 minuten. Krijgt u een volledige verdoving, dan mag u niet gegeten en/of gedronken hebben. Als het nodig is, krijgt u vooraf antibiotica. Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Vertel dit dan op tijd aan uw arts. Vaak moet u hiermee voor de behandeling tijdelijk stoppen.

Tijdens de behandeling

Tijdens de behandeling ligt u op uw buik eventueel ondersteunend met een kussen. We maken eerst de huid op uw rug schoon. Daarna krijgt u de plaatselijke verdoving. Met een echo kijken we naar de nier waarna we met een dunne naald in de nier prikken. Dit kan ondanks de verdoving toch wat gevoelig zijn. Nadat de nier is aangeprikt vervangen we de naald door de nefrostomiekatheter.

Krul of ballon

Deze katheter blijft goed in de nier liggen, omdat er aan het einde een krul of ballon zit. Of u een katheter met krul of ballon krijgt, verschilt per situatie. Als een katheter met een krul in de nier ligt, maken we met een hechting vast aan de huid. De urine stroomt nu via de katheter in een katheterzak die buiten het lichaam zit.

Naar huis

We plakken de katheter af met gazen en pleisters. Heeft u een plaatselijke verdoving gehad? Dan mag u vrij snel na de behandeling weer naar huis. Neem iemand mee die u kan begeleiden. Uw urine kan de eerste dagen na de behandeling een beetje rood zijn. U moet minstens twee liter per dag drinken. U spoelt de nier en de urinewegen dan goed. Is het na een week niet beter, neem dan contact op met uw arts. Heeft u na het inbrengen van de katheter pijn, dan mag u paracetamol slikken.

 

Uw opname

Wordt u binnenkort opgenomen op een van onze verpleegafdelingen? Of bent u met spoed bij ons opgenomen? Dan komt er veel op u af. Hier vindt u informatie over het voorbereiden op een opname, de opnamedag, uw verblijf en uw ontslag.

lees meer

Lokale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd. De plek waar de huid tumor zich bevindt wordt verdoofd door middel van meerdere prikken (vergelijkbaar met tandarts verdoving). Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn.

Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. Als het mogelijk is, krijgt u dan extra verdoving. Helpt dat niet, dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie.

Na de operatie
Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.

Toxische reacties
Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.

Na de verdoving

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel terug. Uw wond gaat geleidelijk aan pijn doen. Hiervoor kunt u pijnstillers innemen.

Risico's

Bij elke behandeling kunnen er problemen ontstaan. Meestal lost het lichaam dit zelf op. We maken de nefrostomiekatheter goed vast. Toch kan het gebeuren dat deze uit de nier valt. Waarschuw dan direct uw uroloog.

lees meer over risico's

Risico's

Bij alle behandelingen aan de nier kan een bloeding ontstaan. Meestal lost het lichaam dit zelf op. Als de hoeveelheid urine groot is, kan het nodig zijn dat een arts de urine weghaalt. Bij het prikken van de nier kan een darmlis worden geraakt. Een operatie is dan soms nodig. Deze complicatie gebeurt maar heel soms. We maken de nefrostomiekatheter goed vast. Toch kan het gebeuren dat deze uit de nier valt. Waarschuw direct uw uroloog wanneer dit gebeurt. Soms is er ruimte tussen de nier en de huid waardoor de arts de katheter weer kan inbrengen.

Na de behandeling

De nefrostomiekatheter blijft meestal zes tot 8 weken zitten. U kunt met een nefrostomiekatheter alles doen wat u voor de behandeling ook deed. Als u naar huis gaat krijg u materialen mee om de katheter te kunnen verzorgen.

lees meer

Na de behandeling

Wisselen van de nefrostomiekatheter

Een nefrostomiekatheter die met een hechting is vastgemaakt, blijft meestal zes tot acht weken zitten. Een katheter die met een ballon in de nier is vastgemaakt kan tot drie maanden blijven zitten.

Verzorgen van de nefrostomiekatheter

Uw partner of een ander familielid kan de nefrostomiekatheter verzorgen. Kan dit niet, dan kan de thuiszorg dat voor u doen. U kunt met een nefrostomiekatheter alles doen wat u voor de behandeling ook deed. U mag douchen. In bad gaan en zwemmen mag niet.

Wat heeft u nodig?

Als u naar huis gaat, krijgt u van de verpleegkundige een startpakket mee. Hierin zit genoeg materiaal voor de eerste weken. Zijn de materialen bijna op? Bestel ze bij het bedrijf van wie u het startpakket kreeg. U kunt het bedrijf bellen of via internet bestellen. De bestelling ontvangt u thuis.

Verzorging van de insteekopening

De insteekopening van de nefrostomiekatheter moet u elke twee tot drie dagen verzorgen. U heeft nodig: 
  • gazen van tien bij tien centimeter
  • een fixatiepleister
  • een schaar
U verzorgt de katheter zo:
  • Verwijder het oude verband en maakt de huid rond de insteekopening schoon met water
  • Droog de huid daarna goed af.
  • Breng een ingeknipt gaas van tien bij tien centimeter rond de insteekopening van de katheter.
  • Leg een krul in de katheter met het afvoerende deel naar beneden.
  • Leg een tweede gaas op de insteekopening en plak dit gaas met een fixatiepleister vast.
Ziet de insteekopening van de katheter rood of is die ontstoken? Verzorg de insteekopening dan elke dag. Een katheter met een ballon hoeft u niet te verbinden.

Katheterzakken

De urine die via de nefrostomiekatheter wegstroomt, kan in twee verschillende katheterzakken opgevangen worden; beenzakken en nachtzakken. De beenzak draagt u overdag onder uw kleding. U maakt de zak met beenbandjes vast aan uw bovenbeen. Aan de beenzak zit een kraantje waarmee u de zak laat leeglopen in het toilet. 's Nachts koppelt u de grotere nachtzak aan. U hoeft dan niet uit bed om de zak te legen. De nachtzak kunt u met het ophangrekje aan uw bed vastmaken. Het is belangrijk dat de zak lager hangt dan uw lichaam. Dan kan de urine makkelijk wegstromen.

Problemen

Heeft u vragen over het inbrengen van de nefrostomiekatheter? Dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek Urologie. Neem altijd contact op als:
  • U pijn blijft houden aan de kant van uw lichaam waar de nefrostomiekatheter zit.
  • Er via de nefrostomiekatheter geen urine meer in de katheterzak komt (kijk eerst of het kraantje van de katheter open staat en of er geen knik in de katheter zit).
  • Er een lekkage langs de nefrostomiekatheter is.
  • Uw urine plotseling een (donker) rode kleur heeft.
  • U koorts heeft.
Heeft u 48 uur nadat u bent thuis gekomen 's avonds, 's nachts of in het weekend problemen? Neem dan contact op met de verpleegafdeling Urologie of de Spoedeisende Hulp. Na die eerste twee dagen neemt u contact op met uw eigen huisarts of huisartsenpost. Heeft de uroloog andere afspraken met u gemaakt? Doe dan wat u met de arts heeft afgesproken.



 

Afdeling Urologie

De specialisten van de afdeling Urologie onderzoeken en behandelen patiënten met aandoeningen aan de nieren, urinewegen of geslachtsorganen.

lees meer