Behandeling Ooglidoperatie


Over een ooglidoperatie

In overleg met uw oogarts heeft u besloten tot een ooglidoperatie. Deze pagina geeft informatie over de operatie. Heeft u na het lezen nog vragen dan kunt u deze aan de oogarts of de verpleegkundige stellen.


Contact


Afdeling Oogheelkunde
(024) 361 67 00, buiten kantooruren en in het weekend via de SEH: 024 - 361 41 87

stel een vraag

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

Meer informatie

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Vaak wordt dan gebruik gemaakt van een echoapparaat. Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Ruggenprik
  • Spinaal
    Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. U krijgt een injectie laag onderin uw rug. De verdovingsvloeistof komt dan in de ruggenmergvloeistof terecht. Op deze plaats zitten zenuwen die naar het onderlichaam lopen. De verdoving zorgt ervoor dat het hele onderlichaam eerst warm en daarna gevoelloos wordt. Na een tijdje kunt u uw benen niet meer bewegen. Ook voelt u het niet als uw blaas vol raakt. De anesthesioloog let hier op. Soms is het nodig om na de ingreep de blaas te legen met blaaskatheter. 
  • Epiduraal
    Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt. Op die plek brengen we meestal ook een infuusslangetje in waarmee we tijdens en na de operatie extra verdovingsvloeistof kunnen toedienen. Omdat de verdoving ook de zenuwen naar de blaas kan verdoven, krijgt u een blaaskatheter.
Bijwerkingen
  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van verdoving kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie.
  • Lage bloeddruk / trage hartslag
    Door de ruggenprik daalt uw bloeddruk. Soms wordt ook uw hartslag traag. Dit merkt u door een duizelig of flauw gevoel. Daarom houdt de anesthesioloog uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig in de gaten. Geef het zelf ook aan als u zich niet goed voelt. De anesthesioloog kan direct medicijnen toedienen om de bloeddruk te verhogen en de hartslag te versnellen.
  • Hoofdpijn
    Na een ruggenprik krijgt u soms hoofdpijn. Dit heeft te maken met te lage druk in de ruggenmergsvloeistof. Deze hoofdpijn is anders dan een ‘gewone’ hoofdpijn omdat de pijn minder wordt bij plat liggen en verergert bij overeind komen. Meestal verdwijnt ze hoofdpijn binnen een week. Is de hoofdpijn zo hevig dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.
Verdoving van een arm of been
Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen
  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie kiezen. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie. 
  • Na de operatie
    Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.
  • Toxische reacties
    Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.
Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond zal geleidelijk aan pijn gaan doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Voor de ingreep

Soms moet u tijdelijk met bloedverdunnende medicatie stoppen. Gebruik op de dag van de ingreep geen make-up of crème rond uw ogen en neem voor de terugreis een zonnebril mee.

lees meer

Voor de ingreep

U krijgt telefonisch en/of schriftelijk bericht over de operatiedatum. Op de dag voor de operatie neemt u na 9.00 uur contact op met de opnameplanning via (024) 361 67 00, keuze 4, om te horen hoe laat u op de operatiekamer wordt verwacht.

Voorbereiding

  • Bespreek vooraf met uw behandelend arts wat u kunt verwachten.
  • Als u medicijnen gebruikt met een bloedverdunnende werking, moet u dit voor de operatie met uw arts bespreken. De meest gebruikte medicijnen met een effect op de bloedstolling zijn:
    • Aspirine (ascal, acetylsalicylzuur)
    • Marcoumar (fenprocoumon)
    • Sintrom (acenocoumarol)
    • Naproxen (naprosyne)
    • Brufen (ibuprofen)
    • Voltaren (diclofenac)
    • Plavix (clopidogrel)
    • Persantin (dipyridamol)

Soms moet u tijdelijk met deze medicatie stoppen. Doe dit altijd in overleg met de arts die deze medicijnen heeft voorgeschreven. Uw oogarts bespreekt dit ruim voor de operatie met u en vraagt eventueel informatie op bij de arts die deze medicatie heeft gestart. Als u niet met de bloedverdunnende medicijnen mag stoppen, of als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de verpleegpost van de polikliniek Oogheelkunde, telefoonnummer: 024 - 361 67 00.

  • U hoeft niet nuchter te zijn. U kunt dus gewoon eten en drinken.
  • Gebruik geen make-up of crème rond de ogen.
  • Draag gemakkelijk zittende kleding.
  • Draag geen sieraden.
  • We raden u af om zelf auto te rijden. Neem een begeleider mee als u met het openbaar vervoer reist.
  • Reken op een verblijf van 2 uur.
  • We raden u aan om een zonnebril mee te nemen voor de terugreis.

De ingreep

In de operatiekamer neemt u plaats in een behandelstoel. U krijgt een verdovende injectie en we dekken het gebied af met steriele doeken.

lees meer

De ingreep

U gaat naar de operatiekamer, route 424, waar u zich meldt. Daar krijgt u voorbereidende oogdruppels.
In de operatiekamer neemt u plaats in de behandelstoel en de oogarts neemt met u de operatie door.
Hierna krijgt u een injectie in de huid om het operatiegebied plaatselijk te verdoven. Als u toch pijn voelt, kunt u dit aan de arts melden. We reinigen het gezicht en dekken het operatiegebied af met steriele doeken.
Na de ingreep krijgt u 15 minuten een ‘coldpack’ op uw ogen en we controleren of er geen nabloedingen optreden.

Na de ingreep

Het koelen van de oogleden helpt tegen de pijn en zwelling. Pijnstilling is vaak niet nodig. Na 1 week verwijderen we de hechting.

lees meer

Na de ingreep

Als er geen nabloedingen optreden, kunt u naar huis. U krijgt geen verband op de ogen, uw gezichtsvermogen blijft normaal. De oogleden kunnen de eerste week blauw zijn. Soms zakken de blauwe plekken uit in de onderoogleden, soms treedt tijdelijk zwelling van de onderoogleden op. De zwelling en blauwe plekken trekken weg. Na 2 maanden is het uiteindelijke resultaat zichtbaar.

Nazorg

  • Als u de eerste dag thuis de oogleden elk uur gedurende enkele minuten koelt met een ‘coldpack’, verminderen de pijn en zwelling. U koopt een coldpack bij de drogist of apotheek. Een alternatief is een zak diepvriesdoperwten in een washand.
  • Pijnstillers zijn meestal niet nodig. Heeft u deze wel nodig, gebruik dan paracetamol, maximaal driemaal daags 500 mg. Gebruik liever geen aspirine omdat dit de kans op een nabloeding iets vergroot.
  • Zolang de hechtingen er nog in zitten:
    • moet de wond droog worden gehouden
    • mag u geen make-up gebruiken
    • mag u geen zwaar lichamelijk/stoffig werk verrichten
  • Ongeveer 1 week na de operatie verwijderen we de hechting op de polikliniek. Om de hechtingen makkelijker te kunnen verwijderen, mag u de 5e en 6e dag na de ingreep de wond deppen met leidingwater.

Bijwerkingen en complicaties

Lees hier meer over bijwerkingen en mogelijke complicaties.

lees meer

Bijwerkingen en complicaties

  • Zwelling en ongevoeligheid van de ooglidrand. Een operatie van het bovenooglid zorgt voor een verslechtering van de lymfeafvoer, met als gevolg een dikkere ooglidrand. Het duurt een paar maanden voor het ooglid normaal is. Het bovenooglid is tijdelijk ongevoelig. Na een paar maanden herstelt zich dit.
  • Asymmetrie van de huidplooi in beide bovenoogleden. Het kan voorkomen dat er een verschil in hoogte bestaat tussen de huidplooi links en rechts. Een geringe asymmetrie is normaal. Wanneer er na enkele maanden nog een storende asymmetrie bestaat, kan een nacorrectie nodig zijn.
  • Irritatie van het oog door uitdroging. Doordat huid en of spier uit het bovenooglid worden verwijderd wordt het ooglid minder zwaar. Door het litteken kan de sluitfunctie van het ooglid de eerste maanden na de operatie verminderen. Hierdoor kan een geringe uitdroging van het hoornvlies optreden, dat het gevoel kan veroorzaken of er zand in het oog zit. De behandeling bestaat uit het gebruik van kunsttranen.
  • Een uitpuilend oog door een nabloeding. Er kan een bloeding in de oogkas optreden, waardoor het oog gaat uitpuilen en pijnlijk wordt. Dit is een zeldzame, maar ernstige complicatie. Bij het vermoeden op een dergelijke complicatie dient u onmiddellijk contact op te nemen met de polikliniek Oogheelkunde of direct naar het ziekenhuis te gaan. Een dergelijke bloeding kan, indien niet tijdig behandeld, tot slechtziendheid leiden.
  • Infectie. Wanneer in de dagen na de operatie de pijn toeneemt kan er een infectie zijn opgetreden. Behandeling met antibiotica kan nodig zijn, neem daarom contact op met afdeling Oogheelkunde.

Vergoeding en kosten van een ooglidoperatie

De aanvraag voor de vergoeding van uw ingreep wordt bij uw zorgverzekeraar ingediend. Door de afdeling wordt er met u contact opgenomen als het besluit van de zorgverzekeraar bekend is.

lees meer

Vergoeding en kosten van een ooglidoperatie

De aanvraag voor de vergoeding van uw ingreep wordt bij uw zorgverzekeraar ingediend. De afdeling neemt contact met u op als het besluit van de zorgverzekeraar bekend is. Als uw zorgverzekeraar de ingreep niet vergoedt en u van de behandeling afziet, moet u dit bespreken met uw oogarts. Als u de ingreep zelf betaalt, neemt u contact op met het planbureau van polikliniek Oogheelkunde, via (024) 361 67 00. We sturen u dan een offerte toe. Na betaling plannen we de ingreep in.
inloggen