Patiëntenzorg Behandelingen Operatie bij baarmoederkanker

De operatie

De arts verwijdert de baarmoeder. Meestal in combinatie met de eierstokken en eileiders. Afhankelijk van het type kanker worden ook de lymfklieren in het bekken en/of de vetschort verwijderd. Vaak kan deze operatie als (robot) kijkoperatie worden uitgevoerd.

Contact

Casemanagers gynaecologische oncologie
(024) 818 63 34

Dringende medische vragen in de avonduren of in het weekend
(024) 361 34 38

Voorbereiding

Voordat we beginnen met de operatie, spreken we nog een aantal zaken met u door. De arts bespreekt bijvoorbeeld met u of een (robot) kijkoperatie mogelijk is. lees meer

Voorbereiding

Voordat we beginnen met de operatie, spreken we nog een aantal zaken met u door. De arts bespreekt bijvoorbeeld met u of een (robot) kijkoperatie mogelijk is. Robotchirurgie is een kijkoperatie met een operatierobot. Met de operatierobot verwijdert de arts de lymfeklieren. Hierdoor krijgt u kleine littekens en bent u sneller hersteld van de ingreep.


Verloop van de operatie

Hoe uitgebreid de behandeling is, hangt af van het stadium en het type baarmoederkanker. De baarmoeder en eierstokken worden altijd weggehaald, tenzij u jonger bent dan 45-50 jaar. lees meer

Verloop van de operatie

Hoe uitgebreid de behandeling is, hangt af van het stadium en het type baarmoederkanker. De baarmoeder en eierstokken worden altijd weggehaald, tenzij u jonger bent dan 45-50 jaar. U kunt dan met uw arts bespreken om de eierstokken te laten zitten, zodat u niet direct in de overgang komt. Bij uitbreiding in de baarmoedermond of verhoogd risico op uitzaaiingen is het soms nodig om ook de lymfeklieren en extra steunweefsel naast de baarmoedermond te verwijderen. Bij verdere uitbreiding verwijderd de arts zoveel mogelijk tumorweefsel. Dit type operatie duurt langer (2-4 uur). Meestal vindt de operatie plaats via de buik (abdominaal), soms via de schede (vaginaal). Welke behandeling in uw situatie nodig is, bespreekt de arts met u.


Na de operatie

Na de operatie blijft u nog enkele dagen in ons ziekenhuis om te herstellen. In de periode na de operatie kunt u zich onzeker voelen. Hier geven wij u enkele richtlijnen. lees meer

Na de operatie

Na de operatie blijft u nog enkele dagen in ons ziekenhuis om te herstellen. Na de operatie heeft u een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht en eventuele medicijnen. Ook heeft u een verblijfskatheter in de blaas. Heel soms zit er een slangetje in uw buik om wondvocht af te voeren. Dit noemen we een drain. Het verwijderde weefsel wordt direct na de operatie opgestuurd naar de patholoog. Deze onderzoekt het onder de microscoop. 

Het is normaal dat het herstel enkele weken in beslag neemt. In de periode na de operatie kunt u zich onzeker voelen. Hier geven wij u enkele richtlijnen.

Het belangrijkste advies is: ‘Luister goed naar uw lichaam’. Uw lichaam geeft aan als iets niet gaat. Het is niet zo dat u niets kunt, maar u moet de werkzaamheden overdag verdelen en tussendoor rust nemen. Meer pijn krijgen of eerder moe zijn betekent dat u teveel hebt gedaan. Het is verstandig om dan wat rustiger aan te doen. De moeheid en de toegenomen pijn zijn een signaal van het lichaam. Besef dat elke dag anders is; de ene dag gaat soms beter dan de andere.

Doe rustig aan

Voor een goede genezing van de wond is het belangrijk dat u het gedurende 6 weken na de operatie, tot het eerste polikliniekbezoek (afspraak voor de uitslag niet meegerekend), rustig aan doet. Hoe lang deze periode duurt, is afhankelijk van de aard van de ingreep, maar geldt zowel voor vaginale als voor buikwonden.

Omdat het begrip ‘rustig’ door iedereen anders wordt ingevuld, is het belangrijk dat u op onderstaande leefregels let. In de loop van de weken kunt u steeds meer. Luister vooral goed naar uw lichaam.

Extra hulp in huis

Het is belangrijk om te zorgen voor extra hulp in huis. Veel gehoorde uitspraken als ‘ik doe het zelf wel even’ en ‘op mijn manier gaat het sneller’ zorgen ervoor dat het genezingsproces juist wordt verlengd. U kunt alleen rustig zittend werk verrichten zoals de was vouwen, het eten voorbereiden en de administratie bijhouden. Voor de overige werkzaamheden bent u aangewezen op uw partner, kinderen, familie en/of vrienden. Daarnaast is het mogelijk om thuiszorg aan te vragen. De kosten hiervan worden bepaald naar inkomen aan de hand van landelijke richtlijnen. Het is verstandig om al voor opname na te gaan wat voor u mogelijk is aan thuiszorg.

Bewegen en belasten

Verricht geen werkzaamheden waarbij u rek- en strekbewegingen moet maken. Hierbij kunt u denken aan bedden opmaken, ramen zemen en stofzuigen. Als u moet bukken, buig dan door uw knieën en houd uw rug gestrekt.

Tillen

Na de operatie mag u meestal niet meer dan acht kilo tillen. Hoeveel u precies mag tillen is afhankelijk van de operatie die u hebt ondergaan. Informeer bij uw behandelend arts hoeveel u mag tillen. U mag de eerste periode niet fietsen of zwemmen en geen buikspieroefeningen doen. Als u gaat wandelen, houd er dan rekening mee dat u de afstand die u heen loopt, ook terug moet lopen. Probeer traplopen zoveel mogelijk te beperken.

Autorijden

De eerste paar weken na thuiskomst kunt u beter niet autorijden vanwege het rekken van de wond, verminderde buikspierkracht en mogelijk verminderde concentratie. Kijkt u ook even de kleine lettertjes van uw autoverzekering na, zodat u zeker weet of u verzekerd bent als u weer gaat autorijden.

Douchen en baden

Gebruik liever geen geparfumeerd badschuim als u doucht of in bad gaat. Dit kan irritatie veroorzaken aan de wond. Zorg dat er de eerste weken iemand thuis is wanneer u in bad gaat.


Uitslag weefsel­onderzoek

Het weefsel dat we tijdens de operatie hebben weggehaald, sturen we voor onderzoek op naar de patholoog. U hoort de uitslag van uw behandelend arts. Als u al thuis bent, heeft u later een uitslaggesprek op de polikliniek.

lees meer

Uitslag weefsel­onderzoek

Het weefsel dat we tijdens de operatie hebben weggehaald, wordt onderzocht naar de patholoog. Na 10 tot 14 dagen is de uitslag hiervan bekend. De uitslag bespreken we in een werkgroep met zorgverleners die gespecialiseerd zijn in de diagnostiek, behandeling en nazorg van patiënten met gynaecologische kanker. De groep komt wekelijks bij elkaar voor deze patiëntenbespreking. Hieruit volgt een advies voor controle of misschien verdere behandeling. 

Uw behandelend arts bespreekt de uitslag en het resultaat van de bespreking met u. Als u al thuis bent, heeft u later een uitslaggesprek op de polikliniek. Het is verstandig om samen met een familielid of andere naaste naar deze afspraak te komen. Twee horen en onthouden meer dan één en u kunt dan na het gesprek alles nog eens nabespreken. Als u vooraf vragen heeft, is het handig deze op te schrijven zodat u niets vergeet.


Gevolgen van de operatie

Sommige vrouwen hebben na de operatie moeite met het ophouden van urine. Als tijdens de operatie lymfeklieren uit de buik zijn verwijderd, kunt u last krijgen van dikke benen. Door de operatie kan het gevoel tijdens vrijen anders zijn. lees meer

Gevolgen van de operatie

Lymfoedeem

Als tijdens de operatie lymfeklieren uit de buik zijn verwijderd, kunt u last krijgen van dikke benen. Deze klachten treden pas enkele maanden na de operatie op. U kunt deze klachten laten behandelen door een fysiotherapeut of huidtherapeut met ervaring in lymfedrainage. Daar hebt u geen verwijzing voor nodig. Ook kunt u het eerst jaar na de operatie een therapeutische elastische kous dragen. Vraag uw behandelend arts om een verwijzing hiervoor.

Urineverlies

Sommige vrouwen hebben na de operatie moeite met het ophouden van urine. Dan zijn tijdens de operatie de kleine zenuwen van de blaas geraakt. Deze zenuwen zorgen dat u het signaal krijgt dat u moet plassen. Functioneren de zenuwen niet, dan verliest u zonder aandrang vooraf ineens urine. U kunt dit voorkomen door de eerste maanden na de operatie regelmatig te plassen. Meestal keert het signaal dat u moet plassen na enige tijd geleidelijk terug.

Seksualiteit

Enkele weken na de operatie is uw wond in die mate hersteld dat u zonder angst voor beschadiging weer seksueel contact kunt hebben. Emotioneel gezien kan het echter langer duren voor u weer plezier beleeft aan  vrijen. Het lichamelijk gevoel kan anders zijn en soms kan pijn ontstaan bij het vrijen. Door de operatie kan de schede wat korter zijn, en minder vochtig worden. Meestal helpt een glijmiddel. Het is belangrijk dat u de tijd neemt om te wennen aan de veranderde omstandigheden en erover praat met uw partner. Als u vragen
hebt of problemen ervaart, schroom dan niet deze te bespreken met uw behandelend arts of de verpleegkundige.


Baarmoeder­kanker (endometriumcarcinoom)

Baarmoederkanker is een kwaadaardig gezwel in het slijmvlies van de baarmoeder. Dit gezwel heet een tumor. In Nederland krijgen ongeveer 1800 vrouwen per jaar baarmoederkanker. Het is daarmee de meest voorkomende kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen.

lees meer

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Links

Onderstaande websites bieden u nuttige informatie, manieren om in contact te komen met lotgenoten of praktische informatie.
  • Medewerkers
  • Intranet