Over vochtbalans

U krijgt in het Radboudumc een behandeling en u heeft een verstoorde vochtbalans. Dat betekent dat u veel minder uitplast dan u drinkt. Om uw vochtbalans in de gaten houden, houdt u 24 uur bij hoeveel u drinkt en plast.

lees meer

Over vochtbalans

U krijgt in het Radboudumc een behandeling en u heeft een verstoorde vochtbalans. Dat betekent dat u veel minder uitplast dan u drinkt. Dit kan komen door koorts, (veel) zweten, diarree, overgeven of doordat u vocht vasthoudt. Om uw vochtbalans in de gaten houden, houdt u 24 uur bij hoeveel u drinkt en plast. Dit doet u totdat uw vochtbalans weer in evenwicht is.

Contact

Afdeling Interne Geneeskunde

(024) 361 65 04

Het onderzoek

Tijdens het onderzoek houdt de arts of uzelf bij hoeveel u drinkt en hoeveel u plast. Heeft u een negatieve vochtbalans? Dan krijgt u extra vocht via een infuus. Bij een positieve balans krijgt u plastabletten.

lees meer

Het onderzoek

De verpleegkundigen en voedingsassistenten van uw verpleegafdeling houden zo veel mogelijk voor u bij hoeveel u drinkt en plast. Dat doen we in een digitaal systeem. We zien alleen niet altijd precies wat u drinkt en hoeveel u plast. Daarom is het belangrijk dat u hier zelf ook op let. Heeft u bijvoorbeeld iets gedronken tijdens het bezoekuur? Geef dit dan door aan de verpleegkundigen of voedingsassistenten.  Krijgt u vloeistof toegediend via een infuus? Ook dat noteert de verpleegkundige op de vochtbalans. Het bijhouden van uw vochtbalans duurt 24 uur. Als uw arts op visite komt, bekijkt hij uw vochtbalans. Als dat nodig is, past hij uw behandeling aan.

Zelf de lijst bijhouden

In overleg met de verpleegkundige mag u zelf helpen de vochtbalans bij te houden. U krijgt van de verpleegkundige dan een lijst waarop u kunt bijhouden wat u drinkt. Hierbij hoort ook bijvoorbeeld pap, vla,  yoghurt en appel-/vruchtenmoes. Hieronder ziet u welke hoeveelheden er zijn:
 
1 kopje: 100 ml
1 glas met oor: 150 ml
1 beker: 200 ml
schaaltje appel-/vruchtenmoes: 100 ml
schaaltje vla/yoghurt: 150 ml
 
Neemt u bijvoorbeeld een glas thee? Dan  schrijft u het aantal milliliter thee op dat er in uw glas zit. Dat doet u bij ‘hoeveelheid bij’. Bij ‘hoeveelheid in’ schrijft u op hoeveel milliliter u daarvan opdrinkt. Vraag gerust om hulp van de verpleegkundige als dit nodig is.
 
Voorbeeld:
vochtlijst
                                                                         hoeveelheid
Tijd oraal / per sonde bij  in     
 
12.00
 
Thee

150

150
     

Plassen

Om uw vochtbalans te bepalen, moeten we ook weten hoeveel u uitplast. Kunt u zelf naar het toilet? Dan krijgt u van de verpleegkundige een po of urinaal. De verpleegkundige meet na het plassen de hoeveelheid en noteert dit op uw vochtbalans. Als u niet zelf kunt plassen, krijgt u een slangetje in uw blaas (katheter). Via dat slangetje gaat uw urine in een zak. De verpleegkundige leegt regelmatig deze katheterzak en houdt op deze manier uw vochtbalans bij.

Positieve/negatieve vochtbalans

Blijkt uit de vochtbalans dat u meer drinkt dan dat u plast? Dan blijft er te veel vocht achter in uw lichaam. Dit noemen we een positieve vochtbalans. U krijgt dan medicijnen waardoor u meer gaat plassen (plastabletten). Plast u meer dan dat u drinkt? Dan blijft er juist te weinig vocht achter in uw lichaam. Dit noemen we een negatieve vochtbalans. We geven u dan vocht via een infuus .

Minder of niets drinken

Misschien heeft u een vochtbeperking. Dan mag u maar een bepaalde hoeveelheid per dag drinken. Bijvoorbeeld als uw hart en nieren het vocht niet goed kunnen verwerken. Soms mag u helemaal niets drinken. Bijvoorbeeld als uw maag en darmen rust moeten krijgen, of omdat u zich kunt verslikken. Bij een vochtbeperking krijgt u vocht en voeding via een infuus of via een sonde (een slangetje naar uw maag).

Wegen

Om uw vochtbalans goed te controleren wegen wij u ook. Dat doen we ’s ochtends op de weegschaal. Komt u niet aan? Dan is uw vochtbalans in orde. Neemt uw gewicht toe? Dan houdt u waarschijnlijk vocht vast. Neemt uw gewicht af? Dan verliest u meer vocht dan u binnenkrijgt. Uw behandelend arts zal afhankelijk van het gewicht uw behandeling aanpassen.

Na het onderzoek Als de 24 uur erop zitten

Als uw vochtbalans weer in evenwicht is, stoppen we met het bijhouden van de vochtbalans.

Vochtbalans bij cardiologische patiënten

Bij veel cardiologische patiënten is het nodig om een vochtbalans bij te houden. Het hart speelt namelijk een rol bij de vochthuishouding. Hartfalen, één van de meest voorkomende hartaandoeningen, speelt een rol bij de verstoring van de vochtbalans/waterhuishouding.

lees meer

Vochtbalans bij cardiologische patiënten

Bij veel cardiologische patiënten is het nodig om een vochtbalans bij te houden. Het hart speelt namelijk een rol bij de vochthuishouding. Hartfalen, één van de meest voorkomende hartaandoeningen, speelt een rol bij de verstoring van de vochtbalans/waterhuishouding. Bij hartfalen werkt de pompfunctie van het hart minder goed, dit geeft verschillende klachten. Oorzaken zijn hartklepafwijkingen, een hartinfarct, cardiomyopathie, hartritmestoornissen en/of langdurige hypertensie. 

Klachten bij een verstoorde vochthuishouding

De meest bekende klachten bij een verminderde pompfunctie van het hart zijn het vasthouden van vocht in de benen/longen/buik, kortademigheid zowel in rust als bij inspanning, benauwdheid, weinig eetlust, verminderde inspanningstolerantie en moeheid. Deze klachten kunnen ontstaan als u hartfalen heeft. Het kan ook ontstaan wanneer de pompkracht van uw hart tijdelijk verminderd is door bijvoorbeeld één van de eerder genoemde aandoeningen. 

Ontstaan van een verstoorde vochthuishouding

Wanneer de pompkracht van het hart vermindert, kan het hart niet voldoende voeding en zuurstof naar de weefsels pompen. Hierdoor wordt de doorbloeding naar andere vitale organen minder, zoals de nieren, de lever en de longen. Door de verminderde doorbloeding van de nieren wordt de opname van water en zout groter. Hierdoor houdt het lichaam extra vocht vast. Dit leidt tot vocht in de benen, vocht in de buik en klachten van benauwdheid en kortademigheid door het vasthouden van vocht in de longen.

Polikliniek Hartfalen

Als u te horen heeft gekregen dat u hartfalen heeft dan kan het zijn dat we uw behandeling vervolgen op de polikliniek Hartfalen. Deze polikliniek is onderdeel van de polikliniek Cardiologie. Op deze gespecialiseerde polikliniek werken een hartfalencardioloog en twee hartfalenverpleegkundigen in nauwe samenwerking om u poliklinisch te begeleiden. Zij richten zich specifiek op de behandeling en begeleiding van mensen met een stoornis in de pompfunctie van het hart.

Afdeling Interne Geneeskunde

Binnen Interne Geneeskunde onderzoeken en behandelen we patiënten met aandoeningen op het hele terrein van de interne geneeskunde. Denkt u daarbij aan suikerziekte, hoge bloeddruk, maagklachten, vermoeidheid, buikklachten, benauwdheid, afvallen, infectieziekten en nog vele andere klachten.

lees meer

Verpleeg­afdeling Orthopedie

De verpleegafdeling Brein, Bewegen en Reconstructie van het Radboudumc is een samenwerking van de verpleegafdelingen van Neurochirurgie, Plastische Chirurgie, Orthopedie en Traumachirurgie.

lees meer