Research Nieuws Wetenschapsknooppunt Nijmegen krijgt nieuw leven onder Radboudumc

19 januari 2026

Op 24 januari, de Internationale Dag van het Onderwijs, gaat wereldwijd de aandacht uit naar de rol van onderwijs bij het vormen van kritisch denken en vertrouwen in kennis. Het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit (WKRU) was jarenlang een vlaggenschip in het verbinden van wetenschap en scholen. Dat de Radboud Universiteit recent besloot de financiering te stoppen, kwam dan ook als een verrassing. Zeker in een tijd waarin het vertrouwen in wetenschap onder druk staat. Toch ziet Teun Bousema, hoogleraar en nieuwe kartrekker van het Wetenschapsknooppunt onder Radboudumc, dit moment vooral als een kans. “Dit is precies het moment om het fundament opnieuw te leggen en het toekomstbestendig te maken.”

De bezuiniging kwam niet volledig uit de lucht vallen. “Wat ik begreep, is dat het Wetenschapsknooppunt een beetje tussen verschillende afdelingen in hing,” legt Bousema uit. “Dat maakt een initiatief kwetsbaar. Het werk werd gedragen vanuit de Radboud Universiteit met een kleine bijdrage vanuit het Radboudumc.” Er was al een klankbordgroep bezig met het toekomstbestendig maken van het Wetenschapsknooppunt. “Dat maakt de bezuinigingen pijnlijk, maar stemt ook hoopvol. Het denkwerk was al begonnen.”

Onder Radboudumc krijgt het initiatief nu een nieuw institutioneel thuis. Samen met Prof. Carl Figdor, die als eerste in 2009 de WKRU oprichtte, en andere langdurig betrokkenen, en in nauwe afstemming met het landelijke netwerk van wetenschapsknooppunten, helpt Bousema een nieuwe koers uit te zetten. “Niet simpelweg doorgaan met wat we deden, maar ons afvragen: wat is er op dit moment het meest nodig?”

Van vertellen naar denken

Die nieuwe richting is duidelijk. Minder nadruk op het presenteren van onderzoeksverhalen, meer focus op wetenschappelijk denken zelf. “Mijn geheime agenda,” zegt Bousema met een glimlach, “is dat leerlingen leren hoe wetenschap écht werkt. Hoe formuleer je een hypothese. Hoe test je die. Hoe ga je om met onzekerheid. En hoe kom je tot overeenstemming over feiten?”

Die visie is geworteld in ervaring. Bousema raakte jaren geleden betrokken bij het Wetenschapsknooppunt via de Radboud Science Awards en activiteiten op basisscholen. De afgelopen twee jaar gaf hij daarnaast biologieles op een middelbare school in de regio. Eerst als vrijwilliger, later met een kleine formele aanstelling. “Ik wilde streetwise worden,” zegt hij. “Dit is de maatschappij. Leerlingen met hun eigen verhalen, collega’s met enorme ervaring. Dat was ongelooflijk leerzaam.”

Microplastics, pannenkoeken en mini-congressen

In de klas ontdekte Bousema wat echt werkt. Niet het enthousiaste college, maar samen onderzoek doen. Een van de meest succesvolle voorbeelden was een project over microplastics. Leerlingen ontwikkelden hun eigen onderzoeksvragen en hypotheses. Zit er meer microplastic in oppervlaktewater? Haalt waterzuivering het eruit? Komt het in kleding terecht na het wassen van sportkleding? Ze verzamelden data, gebruikten filtreersets en microscopen, leerden resultaten kwantificeren en presenteerden hun bevindingen.

“Het hoogtepunt was een mini-congres,” herinnert hij zich. “Met posters en experts uit Utrecht en Wageningen die kwamen vertellen over hun werk. In een paar dagen doorliepen leerlingen het hele wetenschappelijke proces.” Deze projecten worden nu verder ontwikkeld, ook in verbinding met andere disciplines zoals economie, met thema’s als fast fashion.

Veel onbenut potentieel

Wat hem het meest verraste, is hoe goed leerlingen al kunnen denken als je ze de ruimte geeft. “Bij een project over fijnstof gingen tweedejaars leerlingen zelf bedenken dat regen invloed kon hebben op metingen. Ze splitsten hun data uit, om vergelijkingen te verbeteren. Dat is echt wetenschappelijk redeneren.”

Tegelijk is voorzichtigheid geboden bij maatschappelijk gevoelige thema’s. “De leerlingen komen vanuit verschillende sociaal economische achtergronden met een breed palet aan opvattingen over maatschappelijke vraagstukken. Dan moet je oppassen dat je geen vooroordelen bevestigt.” Daarom zoekt hij ook bewust naar onderwerpen als genetica en neurowetenschappen, die minder politiek geladen zijn, zonder het gesprek over consequenties uit de weg te gaan. “Over feiten moeten we het eens kunnen zijn.”

Op weg naar een duurzame structuur

Voor de toekomst ziet Bousema een sterk en duurzaam Wetenschapsknooppunt voor zich. Over vijf jaar hoopt hij op een digitaal platform met bewezen lesmodules, duidelijke contactpunten binnen afdelingen en een infrastructuur die het voor onderzoekers en docenten makkelijk maakt elkaar te vinden. Bestaande initiatieven zoals GlobeNL dienen daarbij als inspiratie en partner, maar er is nog veel te winnen, zeker binnen het medische domein.

Continuïteit is daarbij cruciaal. “Dit mag niet afhangen van de specifieke expertise van één onderzoeker of van het onderwerp waar iemand toevallig aan werkt,” benadrukt Bousema. “De thema’s moeten generieker zijn, zodat iedere onderzoeker kan bijdragen.” Daarom omvatten de plannen ook een promovendus die hier structureel aan werkt, evenals pilots op scholen. Training in wetenschapscommunicatie blijft wat hem betreft een vast onderdeel van het Wetenschapsknooppunt.

Kerntaak, geen bijproject

Wat blijft wringen, is het gebrek aan structurele ondersteuning. “Ik vind het moeilijk uit te leggen dat hier geen vaste fte voor is,” zegt Bousema. “Wetenschapscommunicatie is een kerntaak van universiteiten en universitair medische centra. Zeker in een tijd van desinformatie en afnemend vertrouwen."

Zijn overtuiging is helder. “De krachtigste aanpak is niet eindeloos misinformatie ontkrachten, maar jongeren in staat stellen zelf te onderzoeken hoe dingen echt werken. Er is bijna niets dat je niet kunt onderzoeken.” Vooruitkijkend is Bousema optimistisch, maar realistisch. Veel van het huidige werk gebeurt nog op vrijwillige basis, wat hij ziet als een tijdelijke situatie, niet als een duurzaam model. “Het is belangrijk dat we niet de indruk wekken dat dit allemaal zonder goede ondersteuning kan,” zegt hij.

Tegelijk spreekt hij een duidelijke wens uit. Hij hoopt dat deze hernieuwde impuls er uiteindelijk toe leidt  dat de Radboud Universiteit weer actief partner wordt binnen het Wetenschapsknooppunt. “WKRU is altijd een campusbreed initiatief geweest. Mijn ambitie is om het opnieuw op te bouwen als een toekomstbestendig platform, geworteld in Radboudumc, maar met de universiteit weer volledig betrokken. Activiteiten moeten uiteindelijk weer de hele breedte van de wetenschap betreffen. Dat zou de verbinding tussen wetenschap, onderwijs en samenleving echt versterken.

Meer nieuws