Muizen die eerder een infectie met een spoelworm meemaakten, reageren minder heftig op een gevaarlijk griepvirus. Dankzij deze tolerante afweerreactie worden ze veel minder ziek, schrijven onderzoekers van onder andere het Radboudumc in Nature. ‘Dit kan van grote waarde zijn voor toekomstige pandemieën.’
De ene persoon is een week beroerd van de griep, terwijl een ander nauwelijks last heeft van hetzelfde virus. Hoe kan dat? Steeds meer bewijs laat zien dat mensen vooral erg ziek worden wanneer hun eigen afweersysteem op hol slaat. Dat veroorzaakt schade aan de longen en geeft klachten. Of iemand snel of langzaam het virus opruimt lijkt daarbij minder van belang.
Vroeg in de COVID-19-pandemie, merkten onderzoekers van de NYU Grossman School of Medicine in New York en het Radboudumc in Nijmegen op dat regio's waar infecties met parasitaire wormen veel voorkomen, een milder ziekteverloop van COVID-19 lieten zien. Dit riep de vraag op of een eerdere worminfectie van invloed kan zijn op de manier waarop het lichaam reageert op een luchtwegvirus.
Geheugen
Dat blijkt inderdaad het geval. De onderzoekers, onder leiding van Kamal Khanna uit New York, verdeelden muizen in twee groepen. De ene groep infecteerden ze met een parasitaire spoelworm. De andere groep niet. Vervolgens kregen alle muizen enkele weken later een gevaarlijk griepvirus, H1N1. Alle muizen die spoelwormen kregen, overleefden de griep; de muizen zonder spoelwormen niet. De hoeveelheid virus bleef bij alle muizen gelijk; het was dus niet zo dat de muizen met een spoelworm het virus sneller opruimden.
De onderzoekers laten zien hoe deze bescherming dan wel werkt: via een gespecialiseerde soort macrofagen die het team al eerder had gevonden, een type cel van het afweersysteem in de luchtwegen en zenuwen van de longen. ‘Deze cellen slaan een eerdere ervaring met een worm op in een soort geheugen, en zorgen vervolgens voor een tolerante afweer bij een volgende infectie, waarbij de afweer veel minder heftig reageert’, zegt promovendus Yavor Yardanov van het Radboudumc. ‘Daardoor ontstaat minder schadelijke ontsteking, herstelt longweefsel sneller en blijft de ademhaling beter behouden.’
Ander type therapie
Dat de macrofagen inderdaad verantwoordelijk waren voor de tolerante reactie bij de griepinfectie, bleek uit verschillende vervolgexperimenten. Zo verdween de bescherming wanneer de onderzoekers deze cellen verwijderden. Omgekeerd konden ze de bescherming herstellen wanneer ze de cellen overbrachten naar andere dieren. Daarnaast behaalden ze hetzelfde beschermende effect met twee gezuiverde signaalmoleculen, zonder gebruik van de spoelworm zelf. Ook vonden ze vergelijkbare macrofagen in menselijke longen.
Deze bevindingen zijn een opstap naar een ander type therapie: een behandeling die zich niet richt op het virus zelf, maar op het vermogen van de long om de infectie te verdragen. ‘Omdat zo'n aanpak niet afhankelijk is van kennis over welk virus er precies circuleert, kan dit van grote waarde zijn tijdens toekomstige pandemieën’, vertelt Musa Mhlanga, hoogleraar in het Radboudumc. ‘Bovendien zou deze strategie vooral mensen met onderliggende aandoeningen kunnen helpen, omdat zij het meest kwetsbaar zijn voor ernstige longschade door infecties.’
Over de publicatie
Dit onderzoek is gepubliceerd in Nature: Type 2 immune history trains lung macrophages for viral disease tolerance. Payal Damani-Yokota, Yavor Yordanov, Eduardo D. Bernier, Chaitra Sreenivasaiah, Alireza Khodadadi-Jamayran, Matthias C. Kugler, Stephen T. Yeung, Stacey Bartlett, Valeria Mezzano, Eric Bartnicki, Mingjun Liu, Fei Chen, William C. Gause, Aristotelis Tsirigos, Iannis Aifantis, Mila B. Ortigoza, Bettina Nadorp, Musa M. Mhlanga, Kamal M. Khanna. DOI: 10.1038/s41586-026-11060-y.





