De vraag naar niertransplantaties blijft onverminderd groot: op dit moment wachten 3.464 mensen op een donornier. In de zeven Nederlandse umc's worden jaarlijks samen ongeveer duizend transplantaties uitgevoerd. Hoewel dit aantal sinds 2024 landelijk is afgenomen, voerde het Radboudumc het afgelopen jaar juist een recordaantal niertransplantaties uit. Dit vormt, in combinatie met het jubileum, een goede aanleiding om in gesprek te gaan met internist-nefroloog Marije Baas en terug te blikken op de ontwikkelingen in de niertransplantatiezorg.
Wat 58 jaar geleden begon met 14 niertransplantaties per jaar, groeide uit tot maar liefst 151 ingrepen in 2025. ‘Waar niertransplantaties vroeger alleen bij jonge patiënten werden uitgevoerd, ligt de gemiddelde leeftijd nu rond de 56 jaar,’ vertelt Marije Baas, nefroloog bij het Radboudumc. Ook de ziekenhuisopnames zijn drastisch verkort: ‘De eerste patiënten lagen gemiddeld 110 dagen in het ziekenhuis, nu kunnen mensen vaak al binnen vijf dagen naar huis.’
De onderdrukking van het immuunsysteem
Maar hoe kan het dat onze transplantatiezorg in slechts 58 jaar zo'n enorme verschuiving heeft doorgemaakt? ‘Dat komt door meerdere factoren,’ legt Baas uit. ‘Allereerst zijn de mogelijkheden waarop we het afweersysteem kunnen onderdrukken toegenomen. Een donornier is voor het lichaam een onbekende indringer. Wanneer het immuunsysteem zo'n indringer tegenkomt, gaat het meteen over in een vechtstand. Om te voorkomen dat de nieuwe nier wordt aangevallen, dit noemen we een afstoting, moet het immuunsysteem voortdurend worden afgeremd', vertelt Baas.
Vroeger gebeurde dat vooral met een hoge doseringen prednison in combinatie met azathioprine. Juist deze hoge doseringen, maakte dat patiënten veel bijwerkingen ervaarden. Tegenwoordig kunnen artsen subtieler te werk gaan. Zo zijn er nu meerdere soorten afweer onderdrukkende medicijnen en kan het afweersysteem op verschillende plekken tegelijk afgeremd kan worden. Hierdoor kunnen de doseringen omlaag en ervaren patiënten minder bijwerkingen. Daarnaast is ook het risico op afstoting enorm omlaag gegaan: ‘Bij de eerste transplantaties was er een afstotingsrisico van 50%, inmiddels is het risico gezakt naar 10%’, zegt Baas.
Met scherp zicht de OK in
Niet alleen het risico op afstoting was verantwoordelijk voor de lange opnametijd die er vroeger voor niertransplantatiepatiënten was. ‘Ook chirurgisch is er groei geweest’, zegt Baas. Zo zijn de chirurgen tegenwoordig voorafgaand aan de operatie, door goede beeldvorming bij de donoren, veel beter op de hoogte van de anatomie van de nier. Dankzij deze beeldvorming zien ze bijvoorbeeld hoeveel bloedvaten er rond de nier zijn. Ook is bij de ontvanger sneller duidelijk wat de beste plek is om de donornier aan te sluiten. Deze ontwikkelingen dragen ook bij aan de goede overleving van die we terugzien. ‘In de beginjaren was de overleving na transplantatie nog beperkt,’ vertelt Baas. ‘Nu heeft 10 jaar na de transplantatie 80% van de mensen nog een functionerende nier.’
Mede door dit soort innovaties komen tegenwoordig veel meer patiënten in aanmerking voor een donornier. ‘Dankzij deze ontwikkelingen kunnen we mensen van bijna alle leeftijden helpen,’ zegt Baas. ‘Zelfs patiënten met meerdere aandoeningen tegelijk kunnen nu vaak een nieuwe nier krijgen.’

Krantenartikelen over historische mijlpalen in de niertransplantatie, verzameld door collega Piet van der Weide
Zorg die verder reikt dan de operatiekamer
Baas is vooral enthousiast over het groeiende aantal patiënten dat tegenwoordig wél in aanmerking komt voor een nieuwe nier. ‘We zijn continu bezig met hoe we de zorg kunnen verbeteren voor onze patiënten,’ zegt Baas. De afdeling draait inmiddels meerdere projecten die zich richten op het begeleiden en informeren van patiënten én hun omgeving. ‘Binnen ons team hebben we collega’s die langsgaan bij mensen thuis om vrienden en familie uit te leggen wat het betekent om met een slecht werkende nier te leven, het ‘nierteam aan huis’,’ vertelt Baas. ‘We merken bovendien dat er nog veel onbekendheid is over nierdonatie, en daarover informeren we mensen graag op een juiste en toegankelijke manier.’
Van mis match tot méér match
Niet alleen binnen onze eigen muren wordt hard gewerkt aan betere patiëntenzorg, ook via landelijke en internationale samenwerkingen wordt gezocht naar manieren om patiënten zo snel en goed mogelijk aan een geschikte nier te helpen. Zo werken de zeven Nederlandse umc’s onder andere samen in het cross-over programma. In dit programma worden donor-ontvanger koppels, waarbij de donor niet rechtstreeks aan de ‘eigen’ ontvanger kan doneren, gematcht met een ander donor-ontvanger koppel met hetzelfde probleem. Door onderlinge uitruil kunnen beide koppels geholpen worden met een transplantatie. Soms ontstaat er zelfs een uitruil tussen meerdere koppels. Daarnaast speelt ook internationale samenwerking een grote rol. Via Eurotransplant, een netwerk van acht Europese landen, worden nieren zo eerlijk en efficiënt mogelijk verdeeld.
Één mensenleven aan kennis
De afgelopen 58 jaar laten zien hoe ingrijpend de zorg rond niertransplantaties is veranderd. Dankzij innovaties in zorg en techniek komen meer patiënten dan ooit in aanmerking en zijn steeds meer donoren bereid een nier af te staan, gedurende hun leven of na overlijden. Wat de toekomst brengt is nog onzeker, maar de mogelijkheden zijn groot: van extra leefstijlbegeleiding tot het kweken van nieuwe nieren. Eén ding is duidelijk: de vooruitgang van de afgelopen decennia geeft vertrouwen dat nog veel meer levens kunnen worden gered in de toekomst.
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.
Meer nieuws





