Patientenzorg Aandoeningen Baarmoeder--kanker Onderzoeken en behandelingen

Diagnosefase

Onderzoek
Diagnose-onderzoek
Afdeling gynaecologie

Behandelfase

In de behandelfase krijgt u één of meerdere van onderstaande behandelingen. Welke behandeling u krijgt, is afhankelijk van de ernst en het stadium van uw ziekte.
Behandeling
Behandeling van baarmoederkanker
Afdeling gynaecologische oncologie

Controlefase

Na de behandeling blijft u nog bij ons onder controle.
Controle
polikliniek Gynaecologie

DiagnosefaseDiagnose-onderzoek


Het onderzoek

U heeft een afspraak met de gynaecoloog op de polikliniek. Hij of zij stelt u enkele vragen. Daarna volgt een lichamelijk onderzoek. Om het stadium en het type tumor vast te stellen zijn vaak nog aanvullende onderzoeken nodig.

lees meer

Het onderzoek

U heeft een afspraak met de gynaecoloog op de polikliniek. Hij of zij stelt vragen over uw algehele gezondheid, bijzonderheden in uw familie, medicijnengebruik en eventuele eerdere zwangerschappen en bevallingen. 

Er volgt een lichamelijk onderzoek naar eventuele voelbare afwijkingen. U mag zicht eerst uitkleden. Uw bovenkleding en eventueel uw sokken kunt u gewoon aanhouden. Zorg dat u geplast heeft voor het onderzoek, dan verloopt het onderzoek makkelijker. 

Daarna volgen vaak nog aanvullende onderzoeken om het stadium en het type tumor vast te stellen. Welke onderzoeken de arts uitvoert, is afhankelijk van uw situatie.


Bloedonderzoek

We kunnen in uw bloed een tumormarker (CA-125) bepalen. Dit kan informatie geven over de kans dat de tumor zich heeft uitgebreid. Wanneer deze waarde verhoogd is, vragen we uit voorzorg aanvullende onderzoeken aan, zoals een CT-scan of MRI-scan.

CT-scan

Met een CT-scan maken we foto’s van de binnenkant van uw lichaam. Dit doen we om te kijken of er uitzaaiingen zijn in de longen, lymfklieren of andere organen. Als al eerder in een CT-scan is uitgevoerd, dan vragen we die informatie op bij het andere ziekenhuis. Bij een gunstig tumortype en een normale tumormarker is er geen reden om een scan te maken. lees meer

Inwendig gynaecologisch onderzoek

Inwendig gynaecologisch onderzoek is een onderzoek van de vagina en de baarmoedermond. De gynaecoloog gebruikt een speculum (eendenbek) om de vagina en baarmoedermond nauwkeurig te kunnen bekijken.

lees meer

Inwendig gynaecologisch onderzoek

Inwendig gynaecologisch onderzoek is een onderzoek van de vagina en de baarmoedermond. De gynaecoloog gebruikt een speculum (eendenbek) om de vagina en baarmoedermond nauwkeurig te kunnen bekijken. Vervolgens brengt de gynaecoloog één of twee vingers in de vagina. De andere hand legt hij op de buik. Zo kan de gynaecoloog de ligging en de grootte van de organen in de buik inschatten. Door één vinger in de vagina en één vinger in de endeldarm te brengen, kan de arts ook de omgeving van de baarmoeder onderzoeken.


Microcurettage

Microcurettage is het verwijderen van baarmoederweefsel voor onderzoek.

lees meer

Microcurettage

Na het inbrengen van een speculum (eendenbek) neemt de arts via een pipelle (een dun slangetje) wat weefsel af van het baarmoederslijmvlies. Verdoving bij dit onderzoek is niet nodig. De patholoog onderzoekt het weefsel en stelt vast of er sprake is van baarmoederkanker. De arts doet een microcurettage als bij vaginale echografie blijkt dat het slijmvlies van de baarmoeder dikker is dan normaal.


Vaginale echografie

Bij vaginale echografie maken we met geluidsgolven een afbeelding van de baarmoeder en de eierstokken.

lees meer

Vaginale echografie

Bij vaginale echografie maken we met geluidsgolven een afbeelding van de baarmoeder en de eierstokken. De gynaecoloog brengt een smalle staaf (probe) in de schede. Daarmee krijgt de arts een nauwkeurig beeld van de baarmoeder, het slijmvlies aan de binnenkant van de baarmoeder en de eierstokken. Zo kan de gynaecoloog afwijkingen aan de baarmoeder en de eierstokken op het spoor komen. Het onderzoek duurt ongeveer vijf tot tien minuten. Als uit de vaginale echografie blijkt dat het slijmvlies van de baarmoeder dikker is dan normaal, kan de arts besluiten een microcurettage te doen.

BehandelfaseBehandeling van baarmoederkanker


Over de behandeling

Welke behandeling voor u het meest geschikt is, hangt af van de grootte, kwaadaardigheid en plaats van de tumor. Uw arts bespreekt de mogelijkheden en kiest samen met u de juiste behandeling. 

lees meer

Over de behandeling

Welke behandeling voor u het meest geschikt is, hangt af van de grootte, kwaadaardigheid en plaats van de tumor. Uw arts bespreekt de mogelijkheden en kiest samen met u de juiste behandeling. 

De behandeling bestaat bij de meeste patiënten uit een operatie waarbij de baarmoeder en de eierstokken worden verwijderd. Soms is daarna radiotherapie, chemotherapie of een hormonale therapie nodig. 

De behandeling kan erop gericht zijn op genezig of op het remmen van de ziekte en het verlichten van de klachten. Dit laatste heet een palliatieve behandeling.
 


Behandeling Chemotherapie bij baarmoeder­kanker

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Deze medicijnen zijn erop gericht om de kwaadaardige kankercellen te doden of celdeling te remmen.

lees meer

Hormoon­therapie

Bij hormoontherapie krijgt u het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron toegediend. Baarmoederkanker kan hier gevoelig voor zijn.

lees meer

Hormoon­therapie

Bij hormonale therapie krijgt u het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron toegediend. Baarmoederkanker is hier vaak gevoelig voor en de aanwezigheid van hormoonreceptoren op de tumor spelen hierbij een belangrijke rol. Progesteron kan het ontstaan en groeien van kankercellen (tijdelijk) stoppen.

Als patiënt met baarmoederkanker kunt u in de volgende gevallen hormoontherapie krijgen:

  • Als de tumor beperkt is tot de binnenste helft van de baarmoeder en u graag de baarmoeder wilt behouden om nog zwanger te kunnen worden in de toekomst.
  • Als u niet fit genoeg bent om een operatie te ondergaan.
  • Als de ziekte te ver is uitgebreid om nog in aanmerking te komen voor een genezende behandeling.

Afhankelijk van de reden voor hormonale therapie kan deze in tabletvorm of via een hormoonhoudend spiraaltje worden toegediend. De behandeling vindt plaats in samenspraak met de afdeling (oncologische) Gynaecologie. Deze afdeling is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van vrouwen met gynaecologische kanker. 

Verloop

De medicijnen van hormoontherapie verspreiden zich via het bloed door uw lichaam. Ze kunnen op bijna alle plekken kankercellen bereiken. U krijgt meestal tabletten met progesteron erin. Gemiddeld reageert 30% van de vrouwen gunstig op deze behandeling. U kunt echter ook andere hormonale middelen krijgen.

Van welke bijwerkingen u last heeft, hangt onder andere af van de dosis progestativa die de arts u voorschrijft. Bespreek met uw arts wat hij in uw situatie verwacht aan bijwerkingen. U kunt bijvoorbeeld last krijgen van gewichtstoename, extra belasting van hart en bloedvaten en stemmingswisselingen.


Behandeling Inwendige bestraling bij baarmoeder­kanker

Inwendige bestraling noemen we ook wel brachytherapie. Hierbij plaatsen we een radioactieve bron in of dicht bij het tumorweefsel in de baarmoeder.

lees meer

Behandeling Operatie bij baarmoeder­kanker

De arts verwijdert de baarmoeder. Meestal in combinatie met de eierstokken en eileiders.

lees meer

Behandeling Uitwendige bestraling bij baarmoeder­kanker

Bestraling (radiotherapie) bij baarmoederkanker is meestal een aanvullende behandeling (adjuvante therapie) na een operatie. Het doel van de behandeling is genezing.

lees meer

ControlefaseControle


Hoe vaak komt u op controle?

6 weken na de operatie komt u op controle bij uw behandelend arts. Daarna komt u in het eerste jaar elke 3 maanden op controle op de polikliniek Gynaecologie.

lees meer

Hoe vaak komt u op controle?

6 weken na de operatie komt u op controle bij uw behandelend arts. Daarna komt u in het eerste jaar elke 3 maanden op controle op de polikliniek Gynaecologie. Heeft u ook radiotherapie gehad, dan gaat u ook voor controle naar de radiotherapeut. Na een paar jaar neemt het aantal controlebezoeken af. Uiteraard kunt u altijd tussendoor contact opnemen met uw behandelend arts.

Tijdens de controlebezoeken krijgt u een algemeen lichamelijk en inwendig onderzoek. Er wordt alleen bloed geprikt en verder onderzoek verricht als daarvoor een aanleiding is.