Wat is Congenitale glycosyleringsziekten (CDG)?
Glycosyleringsziekten (CDG=Congenital Disorders of Glycosylation), worden veroorzaakt door een genetisch fout. Als glycosylering ergens in het lichaam niet goed gaat, kunnen er op verschillende plekken in het lichaam veel problemen ontstaan. Zoals problemen met de bloedstolling, hormoonhuishouding en ontwikkeling van de hersenen. Er zijn ongeveer 200 verschillende CDG typen ontdekt.
lees meerWat is Congenitale glycosyleringsziekten (CDG)?
Congenitale glycosyleringsziekten noemen we ook wel CDG (Congenital Disorders of Glycosylation). Deze ziekten ontstaan door een genetische (in het erfelijk materiaal; DNA) ‘fout’. Door deze fout werkt de glycosylering niet goed. Glycosylering is het proces waarbij het lichaam verschillende soorten suikers koppelt aan eiwitten of vetten. Die gekoppelde suikers noemen we ‘glycanen’.
Dit koppelen van de suikers gebeurt door een bepaald soort eiwitten die we enzymen noemen. De meest bekende suiker is glucose. Glucose gebruiken we voor het maken van energie. Voor glycosylering gebruikt het lichaam ook andere suikers, zoals galactose, mannose en siaalzuur.
Er bestaan in het lichaam miljoenen verschillende combinaties van glycanen (de aan elkaar gekoppelde suikers) op eiwitten en vetten. Het proces van glycosylering (ookwel versuikering) is van belang in heel veel verschillende cellen door het hele lichaam.
Wat gebeurt er al glycosylering niet goed werkt?
Als glycosylering ergens in het lichaam niet goed gaat, kunnen er op verschillende plekken in het lichaam veel problemen ontstaan. Zoals problemen met de:
- bloedstolling
- hormoonhuishouding
- ontwikkeling van de hersenen.
De ernst en soort klachten hangen af van meerdere factoren. Eén van die factoren is de plek van de fout in het erfelijk materiaal.
Welke soorten CDG zijn er?
Er zijn ongeveer 200 verschillende CDG typen ontdekt. Ze worden allemaal veroorzaakt door een andere ‘fout’ in het erfelijk materiaal (DNA). Door die fout werkt een enzym niet goed. Hierdoor ontstaat bij elk type CDG een ander probleem het maken van de suikerbouwstenen of het vormen van het juiste ‘glycaan’ op eiwitten of vetten.
Dit kan leiden tot een veelheid aan biologische verstoringen. Van slechts een deel hiervan weten we precies tot welke problemen dit kan leiden.
Is CDG erfelijk?
CDG is erfelijk. Bij de meeste vormen van CDG zijn er 2 fouten nodig om ervoor te zorgen dat het kind CDG krijgt. Er zijn ook vormen van CDG waarbij maar 1 fout in het erfelijk materiaal nodig is om CDG te krijgen.
lees meerIs CDG erfelijk?
De opbouw van enzymen staat in het erfelijk materiaal (DNA). Alle celtypen (behalve de geslachtscellen; spermacellen en eicellen) hebben twee codes voor hetzelfde enzym. Eén code komt van de vader en één van de moeder.
Autosomaal recessieve overerving
Bij de meeste vormen van CDG zijn er twee fouten nodig om ervoor te zorgen dat het kind CDG krijgt. Eén fout komt van de vader en één fout komt van de moeder. We noemen dit een autosomaal recessieve vorm van overerving. Als er maar 1 fout wordt doorgegeven, dan kan het lichaam alsnog voldoende enzym aanmaken.
Autosomaal dominante en X‑gebonden vormen
Er zijn ook zogenaamde autosomaal dominante en X-gebonden vormen van CDG. Hierbij is maar 1 fout in het erfelijk materiaal nodig om CDG te krijgen (autosomaal dominant). Bij deze vormen hebben mannen vaak ernstigere klachten dan vrouwen (X-gebonden).
Een kind met CDG heeft een fout in de DNA‑code voor een enzym dat nodig is voor glycosylering. Daardoor kan het lichaam het enzym niet goed maken. Het proces van glycosylering werkt dan in alle cellen minder goed. Dit zorgt voor medische problemen in meerdere organen. Dat noemen we CDG.
Zorgpad: onderzoeken, behandeling en controles
Diagnostiek en diagnose
CDG is moeilijk te vast te stellen. De symptomen en ernst verschillen per patiënt. Bij een vermoeden kunnen we verschillende testen doen.
lees meerDiagnostiek en diagnose
Hoe wordt CDG vastgesteld?
CDG is moeilijk te vast te stellen. De symptomen en ernst verschillen per patiënt. Bij een vermoeden kunnen we verschillende testen doen om CDG en het type CDG te bepalen.
Eerste afspraak
Meestal wordt u/uw kind verwezen naar een matabool (kinder)arts. Tijdens de eerste afspraak vraagt de arts naar de klachten en de gezondheid van u/uw kind. De arts beoordeelt of de klachten passen bij CDG en welke onderzoeken nodig zijn.
Onderzoeken
Voor de verschillende onderzoeken zijn vaak meerdere afspraken nodig.
Bloedonderzoek
De eerste screenende tests bestaan uit bloedonderzoek. Hierbij wordt gekeken naar afwijkende glycaanpatronen op eiwitten. Twee eiwitten die vaak worden geanalyseerd zijn transferrine en apolipoproteine C-III. Een andere techniek is glycoprofiling, waarbij alle glycanen tegelijkertijd beoordeeld worden.
Deze eerste screenende tests kunnen helpen vaststellen welk glycosyleringspad is aangetast, maar laten niet zien welke variant de patiënt heeft. De transferrinetest kan soms ook een afwijkende uitslag geven door andere stofwisselingsziekten. Ook het gebruik van alcohol of een infectie kan dit beïnvloeden. Daarom is het vrijwel altijd nodig om vervolgonderzoeken te doen.
Genetisch onderzoek
Met dit onderzoeken kijken we in het erfelijk materiaal of er een verandering is in een gen dat codeert voor glycosyleringsziekte. Hier vindt u meer informatie over dit onderzoek.
Huidbiopt
Om te onderzoeken om welke vorm van CDG het gaat, wordt vaak extra bloed afgenomen, of een stukje huid (huidbiopt).
Dit onderzoek is nodig om de diagnose CDG met zekerheid te stellen. Het is ook belangrijk voor uitleg over erfelijkheid. Zo weten ouders beter wat dit betekent als zij nog een kind willen. Ook kan het belangrijk zijn om te weten voor andere familieleden die vergelijkbare klachten hebben.
Uitslaggesprek
Als de arts alle onderzoekresultaten heeft, kan de diagnose gesteld worden. Tijdens het uitslaggesprek spreekt u de kinderarts metabole ziekten of internist metabole ziekten op de polikliniek, vaak samen met de verpleegkundig specialist. De uitslagen van de verschillende onderzoeken worden doorgenomen. U krijgt te horen of de diagnose bij u/uw kind gesteld is. U krijgt veel informatie, daarom is het handig om iemand mee te nemen die u goed kent. Zodat u op een later moment samen kunt bespreken wat u heeft gehoord.
Soms sluiten ook artsen van andere specialisaties aan bij het gesprek, zodat zij direct uitleg kunnen geven over de diagnostiek of mogelijke behandelingen.
Behandeling
Het is nu niet mogelijk om de genetische oorzaak van een CDG te verhelpen. De behandeling van CDG is vooral gericht op het verminderen van klachten.
lees meerBehandeling
Het is nu niet mogelijk om de genetische oorzaak van een CDG te verhelpen. De behandeling van CDG is vooral gericht op het verminderen van klachten.
Er bestaan mogelijkheden om sommige symptomen van CDGs te behandelen of te verlichten. Dit kan de kwaliteit van leven verbeteren. Voorbeelden van behandelingen zijn:
- fysiotherapie
- psychologische hulp
- de inzet van hulpmiddelen
- een aangepast dieet
Bij stollingsproblemen of hormonale stoornissen kan de arts medicijnen voorschrijven en een behandelplan opstellen.
CDG-route voor kinderen
In het Radboudumc is er voor kinderen een speciale CDG route. Dit is een opname van 4-5 dagen. Tijdens de opname bekijken verschillende artsen en paramedici op welk vlak uw kind problemen heeft. Zij geven adviezen over de ondersteuning en behandeling.
Behandeling met suikers
Bij een klein aantal vormen van CDG kunnen specifieke suikers het glycosyleringsproces gunstig beïnvloeden. Dit werkt alleen bij specifieke typen CDG.
Orgaantransplantatie
Bij sommige vormen van CDG is een orgaan zo beschadigd dat een orgaantransplantatie kan helpen. Cellen van het donororgaan hebben dan wel de juiste genen en enzymen voor glycosylering. Levertransplantatie is uitgevoerd bij een enkele patiënt met MPI-CDG
Bij elke patiënt moet goed worden bekeken of een behandeling met orgaantransplantatie zinvol is. Artsen wegen daarbij de mogelijke voordelen af tegen de risico’s en nadelen.
Controle
We adviseren u om onder controle te blijven op de polikliniek. Tijdens de controles volgen we hoe de ziekte zich ontwikkelt. Ook krijgt u informatie over de ziekte en bespreken we nieuwe ontwikkelingen op het gebied van glycosyleringsziekten. Als het nodig is, doen we extra onderzoek of passen we de behandeling aan.
De controles kunnen gedaan worden door de kinderarts metabole ziekten, de internist metabole ziekten of de verpleegkundig specialist.
De meeste controles zijn in het Radboudumc. Hier werkt het gespecialiseerde team dat veel ervaring heeft met glycosyleringsziekten. Gesprekken kunnen ook via een videoverbinding of telefonisch plaatsvinden.
Samenwerking met andere zorgverleners
We werken regelmatig samen met andere ziekenhuizen in de regio of met een revalidatiecentrum. Dit hangt af van de situatie van de patiënt.
Meer informatie
CDG route bij kinderen onderzoeken tijdens de opname
De CDG route duurt 5 dagen. Tijdens de CDG route wordt uw kind onderzocht door verschillende zorgverleners.
naar paginaExpertisecentrum voor Erfelijke Metabole Ziekten
Het Radboudumc Expertisecentrum voor Erfelijke Metabole Ziekten is een nationaal en internationaal erkend expertisecentrum voor klinische zorg, diagnostiek en onderzoek voor patiënten met verschillende metabole ziekten.
naar paginaWetenschappelijk onderzoek
In het Radboudumc wordt veel onderzoek gedaan naar CDG. Dit onderzoek vindt zowel in het laboratorium plaats als in de klinische praktijk.
lees meerOnze mensen
-
Maaike de Vries kinderarts metabole ziekten
-
Mirian Janssen internist