Sluiten

Zeldzame aandoening Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie

In het Radboudumc Expertisecentrum voor Paroxysmale Nachtelijke Hemoglobinurie (PNH) en Aanverwante Aplastische Anemie (AA)kunnen patiënten met de zeldzame aandoening, zoals PNH, terecht voor advies, onderzoek en behandeling. Deze aanvraag voor hererkenning wordt door het Radboudumc ingediend bij het Ministerie van VWS.

Er wordt binnen dit centrum bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de werking van nieuwe medicijnen of naar langetermijneffecten van behandelingen.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

Er is kans dat we u vragen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. Meer informatie hierover kunt u vinden op de Hematologie-wijzer.

 

Patiëntenzorg Aandoeningen Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) Zorgpad Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie

Algemeen informatie

Algemeen


Wat is paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie?

Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) is een zeer zeldzame ziekte van de beenmergstamcel. De beenmergstamcel zorgt voor de aanmaak van bloedcellen. Bij PNH ontstaat er in de loop van het leven een foutje in de beenmergstamcel. Hierdoor worden de rode bloedcellen sneller dan normaal afgebroken. Door de versnelde afbraak van rode bloedcellen ontstaat er meestal een bloedarmoede. Er kunnen ook andere klachten optreden.

lees meer

Sluiten

Wat is paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie?

Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH) is een zeer zeldzame ziekte van de beenmergstamcel. De beenmergstamcel zorgt voor de aanmaak van bloedcellen. Bij PNH ontstaat er in de loop van het leven een foutje in de beenmergstamcel. Hierdoor worden de rode bloedcellen sneller dan normaal afgebroken. 

Door de versnelde afbraak van rode bloedcellen ontstaat er meestal een bloedarmoede. Er kunnen ook andere klachten optreden. Per persoon kunnen de klachten verschillend zijn. Het beeld verandert ook per patiënt in de loop van de tijd. De belangrijkste mogelijke complicatie van PNH is trombose (een bloedstolsel in een ader of slagader). Andere veel voorkomende klachten zijn:

  • Donkere verkleuring van de urine
  • Geelzucht
  • Vermoeidheid
  • Buikpijn
  • Rugpijn
  • Hoofdpijn
  • Kortademigheid
  • Slikklachten
  • Erectiestoornissen

Meer informatie

Op de website van de AA & PNH contactgroep leest u meer over:

  • Klachten en symptomen
  • Onderzoek en diagnose
  • Behandeling

Diagnosefase

Diagnostische onderzoeken


Diagnose onderzoek

Als u bij de arts komt met klachten die kunnen passen bij PNH, verwijst de arts u door naar een hematoloog voor verder onderzoek. De hematoloog zal onderzoeken of u PNH heeft. 


Overzicht diagnostische onderzoeken

Uw behandelend arts bepaalt welke onderzoeken er voor u nodig zijn.

  • We kunnen in het bloed zien of er PNH‑bloedcellen zijn en hoeveel dat er zijn. Dit noemen we de “PNH‑kloon”. Daarnaast wordt gekeken of er bloed wordt afgebroken en hoe goed de nieren en de lever werken. Ook wordt het ijzer en de hoeveelheid vitamines in het bloed gecontroleerd. Met bloedonderzoek kunnen we goed volgen hoe de ziekte zich ontwikkelt en of een behandeling helpt.

    naar pagina


Voorbereiding op de afspraak

Om een volledig beeld van uw gezondheid te krijgen, stelt de arts vragen over uw medische geschiedenis en uw huidige klachten. 

lees meer

Sluiten

Voorbereiding op de afspraak

Om een volledig beeld van uw gezondheid te krijgen, stelt de arts vragen over uw medische geschiedenis en uw huidige klachten. U kunt zich voorbereiden op dit gesprek door het volgende mee te nemen:

  • Een lijst met operaties die u eerder heeft gehad.
  • Een overzicht van de medicijnen die u gebruikt.
  • Informatie over andere ziekten en allergieën.
  • Een beschrijving van uw leefstijl, zoals hoeveel u beweegt, of u rookt, hoeveel alcohol u drinkt en uw eetgewoonten.
  • Duidelijke informatie over uw klachten en hoe lang u deze al heeft.

Deze voorbereiding helpt de arts om een goede diagnose te stellen en een passend behandelplan te maken. Het is ook handig om uw vragen van tevoren op te schrijven, zodat u niets vergeet tijdens de afspraak. 

Uitslaggesprek


Over het uitslaggesprek

Wanneer alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, heeft u een gesprek met de hemato-loog. In dit gesprek bespreekt de arts de resultaten, kijkt de arts of er extra onderzoek nodig is en legt de arts mogelijke behande-lingen uit. 

lees meer

Sluiten

Over het uitslaggesprek

Wanneer alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, heeft u een gesprek met de hematoloog. In dit gesprek bespreekt de arts de resultaten, kijkt de arts of er extra onderzoek nodig is en legt de arts mogelijke behandelingen uit. Zo krijgt u een duidelijk overzicht van uw situatie en kunt u samen met de arts bepalen wat de volgende stappen zijn.

De volgende onderwerpen worden besproken tijdens het uitslaggesprek: 

Resultaten van de onderzoeken

De arts bespreekt de uitslagen van het bloedonderzoek, urineonderzoek, beeldvormend onderzoek en het onderzoek van het beenmerg.

Diagnose

De arts vertelt of u PNH heeft.

Prognose

U hoort wat u kunt verwachten op basis van uw diagnose en welke factoren invloed hebben op uw vooruitzichten.

Behandelplan

De arts legt het behandelplan uit. Dit plan is gemaakt door verschillende specialisten, zoals hematologen, pathologen en laboratoriumspecialisten en is afgestemd op uw situatie.

Tijdens het gesprek over de uitslagen kunt u vragen stellen en samen met de arts bespreken welke behandeling het beste bij u past. Het is handig om iemand mee te nemen, zodat u samen alles goed kunt onthouden en later kunt bespreken. U kunt er ook voor kiezen om het gesprek op te nemen, zodat u het later nog eens kunt beluisteren.

 


Samen beslissen

Als u bij een arts bent voor een behandeling of onderzoek, komt u vaak voor een beslissing te staan. Een operatie, medicijnen, of toch liever nog even wachten? Doorbehandelen of stoppen? Meerdere opties zijn mogelijk, maar welke past het beste bij u?

naar pagina

Behandelfase

Behandelingen


Over de behandelingen

Niet iedere patiënt bij wie een PNH‑kloon wordt gevonden, heeft meteen behandeling nodig. Als uit het onderzoek blijkt dat behandeling wel nodig is, maakt de arts samen met u een behandelplan. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk.


Behandelmogelijkheden

  • Complementremmers zijn medicijnen die het complement afremmen. Hierdoor worden de rode bloedcellen niet meer zo snel afgebroken.

    lees meer


    Sluiten

    Complementremmer

    Bij PNH ontstaat er in de loop van het leven een foutje in een stamcel in het beenmerg. Deze stamcel maakt nieuwe bloedcellen aan. Door het foutje hebben de rode bloedcellen geen bescherming meer tegen een deel van het afweersysteem in ons lichaam. Dit deel van het afweersysteem heet het complement. De rode bloedcellen worden te snel afgebroken. Dit heet “hemolyse”.

    Complementremmers zijn medicijnen die het complement afremmen. Hierdoor worden de rode bloedcellen niet meer zo snel afgebroken. Deze medicijnen genezen PNH niet, daarom moeten ze levenslang worden gebruikt.

    Als u voor het eerst start met een complementremmer zijn er drie mogelijkheden: eculizumab, ravulizumab en crovalimab. De keuze voor een van deze medicijnen maakt u samen met de arts van het PNH team.

    Eculizumab en ravulizumab

    Eculizumab en ravulizumab zijn antistoffen die het complement remmen. Ravulizumab wordt nu het meest gebruikt. Dit medicijn krijgt u één keer per 8 weken via een infuus. Alleen tussen de eerste twee infusen zit 2 weken.

    De behandeling begint altijd in het Radboudumc. Als de behandeling in de eerste maanden goed gaat, kunnen veel mensen het infuus daarna thuis krijgen van een verpleegkundige. De hematoloog van het PNH‑team beslist hierover. U krijgt dan meer uitleg.

    Crovalimab

    Crovalimab is ook een antistof die het complement remt .De eerste keer krijgt u crovalimab via een infuus in het ziekenhuis. Daarna kunt u het krijgen via een injectie onder de huid. In het Radboudumc leert u hoe u deze injectie zelf kunt zetten. Daarna kunt u het thuis zelf toedienen. Dit doet u één keer per 4 weken.

    Pegcetacoplan en danicopan

    Als de bloedarmoede niet genoeg verbetert na behandeling met eculizumab, ravulizumab of crovalimab kan gestart worden met pegcetacoplan of danicopan. Deze medicijnen remmen, net als eculizumab, ravulizumab, en crovalimab het complement, maar op een iets andere manier. Pegcetacoplan wordt twee keer per week onder de huid gegeven. Na uitleg kunt u dit zelf thuis toedienen.

    Danicopan moet 3 keer per dag als tablet worden ingenomen. Danicopan wordt toegevoegd aan de behandeling met eculizumab of ravulizumab. Het wordt niet in combinatie met crovalimab gebruikt.


  • Sluiten

    Thuis behandelen

    PNH patiënten zullen altijd eerst poliklinisch behandeld worden in het Radboudumc als zij starten met behandeling met een complementremmer.

    Als u na een paar maanden aan alle randvoorwaarden voldoet, kan worden begonnen met thuistoediening. Eculizumab en ravulizumab kunnen door een thuisverpleegkundige worden toegediend en crovalizumab kunt u zichzelf thuis toedienen. De hematoloog van het PNH‑team beslist dit samen met u.

Ondersteunende zorg


Ondersteunende zorg

  • Als u een complementremmer gebruikt, heeft u meer kans op bepaalde infecties. Vaccinaties verkleinen deze kans.

    lees meer


    Sluiten

    Vaccinaties

    • Als u een complementremmer gebruikt, heeft u meer kans op bepaalde infecties. Vaccinaties verkleinen deze kans. Bij alle complementremmers krijgt u vaccinaties tegen de meningokokkenbacterie. Bij pegcetacoplan en danicopan krijgt u daarnaast vaccinaties tegen twee andere bacteriën: pneumokokken en Haemophilus influenzae. Deze vaccinaties moeten regelmatig worden herhaald.
    • Als u een complementremmer gebruikt, krijgt u ook altijd een antibioticakuur mee. Bij koorts moet u direct met deze antibiotica beginnen.

Wat te doen bij...

Lees hier wat u moet doen bij koorts of wanneer u een operatie of tandheelkundige behandeling krijgt.

  • Als u wordt behandeld met een complementremmer bent u gevoeliger voor infecties.

    lees meer


    Sluiten

    Koorts bij complement-remmers

    Als u wordt behandeld met een complementremmer bent u gevoeliger voor infecties. Ook kunnen infecties sneller ernstig worden. Daarom moet iemand die een complementremmer gebruikt bij koorts (38,5 °C of hoger) altijd meteen beginnen met antibiotica. 

    Neem bij koorts en/of één van de klachten hieronder contact op met het Radboudumc PNH‑expertisecentrum:

    • Matige tot ernstige hoofdpijn met misselijkheid en braken.
    • Matige tot ernstige hoofdpijn met een stijve nek of stijve rug.
    • Verwardheid.
    • Ernstige spierpijn samen met griepachtige klachten.
    • Niet tegen licht kunnen (lichtschuwheid).
    • Huiduitslag.

  • Sluiten

    Operatie of ingreep

    Als u weet dat u een operatie of andere ingreep (bijvoorbeeld tandheelkundige ingreep)  krijgt, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw arts. Tijdens een operatie kunnen PNH‑klachten erger worden. Daarom moet de behandeling soms worden aangepast rondom de operatie.

    Gebruikt u antistollingsmedicatie? Dan moet deze vaak ook worden aangepast voordat de operatie of ingreep plaatsvindt.


Veiligheidsinformatie

Wanneer u start met een behandeling met een complementremmer krijgt u een SOS‑kaartje. 

lees meer

Sluiten

Veiligheidsinformatie

Wanneer u start met een behandeling met een complementremmer krijgt u een SOS‑kaartje. Aan de ene kant staat belangrijke informatie voor uzelf. Aan de andere kant staat informatie voor zorgverleners over PNH en over uw behandeling. Het is belangrijk dat u dit kaartje altijd bij u heeft.

Controles


Controles

Tijdens de behandeling blijft u onder controle bij de hematoloog. 

lees meer

Sluiten

Controles

Tijdens de behandeling blijft u onder controle bij de hematoloog. Deze controles zijn bedoeld om:

  • te kijken hoe de ziekte ontwikkelt;
  • eventuele bijwerkingen van de behandeling op tijd op te merken en zo nodig te behandelen;
  • effect van de behandeling te beoordelen. 

Controlefrequentie  

De frequentie van de poliklinische controles hangt af van de behandeling die u krijgt.

Expertisecentrum

Zeldzame aandoeningen


Zeldzame aandoening Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie

In het Radboudumc Expertisecentrum voor Paroxysmale Nachtelijke Hemoglobinurie (PNH) en Aanverwante Aplastische Anemie (AA)kunnen patiënten met de zeldzame aandoening, zoals PNH, terecht voor advies, onderzoek en behandeling.

lees meer

Zeldzame aandoeningen

Het Radboudumc beschikt over 39 Erkende Expertisecentra voor Zeldzame Aandoeningen (ECZA). Door kennis en kunde over de aandoeningen te bundelen in expertisecentra, kunt u beter en sneller worden behandeld.

naar pagina