Patientenzorg Behandelingen Correctie trechterborst bij kinderen en jongvolwassenen

Wanneer een operatie?

Het besluit tot een operatie hangt sterk af van de ernst van de afwijking en de hinder die u als patiënt ervaart. Bij voorkeur voeren we de operatie uit aan het einde van- of na de puberale groeispurt.

lees meer

Wanneer een operatie?

Een trechterborst kunnen we chirurgisch behandelen. Het besluit tot een operatie hangt sterk af van de ernst van de afwijking en de hinder die u als patiënt ervaart. Dit bespreekt u met uw arts. Na dit bezoek laat u aan ons weten of u geopereerd wilt worden of niet. Als u een operatie wilt, komt u op een wachtlijst.

Timing van de operatie

Een trechterborstoperatie voeren we niet uit bij kinderen jonger dan 8 jaar. Als de operatie op een te jonge leeftijd plaatsvindt, kunnen groeistoornissen van de borstkas ontstaan. Ook kan er overcorrectie plaatsvinden. Dit geeft dus een minder goed resultaat. Bij voorkeur voeren we de operatie uit aan het einde van- of na de puberale groeispurt. Dat is dus vaak rond de leeftijd van 16 jaar. Dan is de borstkas nog flexibel en geeft de operatie een goed resultaat en herstel. Op hogere leeftijd verhardt het kraakbeen van de ribben. Dan is het moeilijker te corrigeren.

Contact

Afdeling Cardio-thoracale Chirurgie

(024) 361 45 90

Spinale en epidurale anesthesie Ruggenprik

Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt.

lees meer

Spinale en epidurale anesthesie Ruggenprik

Spinaal

Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. U krijgt een injectie laag onderin uw rug. De verdovingsvloeistof komt dan in de ruggenmergvloeistof terecht. Op deze plaats zitten zenuwen die naar het onderlichaam lopen. De verdoving zorgt ervoor dat het hele onderlichaam eerst warm en daarna gevoelloos wordt. Na een tijdje kunt u uw benen niet meer bewegen. Ook voelt u het niet als uw blaas vol raakt. De anesthesioloog let hier op. Soms is het nodig om na de ingreep de blaas te legen met blaaskatheter. Tijdens spinale anesthesie bent u tijdens de ingreep bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie.

Epiduraal

Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt. Op die plek brengen we meestal ook een infuusslangetje in waarmee we tijdens en na de operatie extra verdovingsvloeistof kunnen toedienen. Omdat de verdoving ook de zenuwen naar de blaas kan verdoven, krijgt u een blaaskatheter. Deze ruggenprik wordt meestal gebruikt als aanvullende pijnstilling naast algehele narcose.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt extra verdoving als dat mogelijk is. Helpt dat niet, dat dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van verdoving, bijvoorbeeld algehele anesthesie.

Lage bloeddruk / trage hartslag
Door de ruggenprik daalt uw bloeddruk. Soms wordt ook uw hartslag traag. Dit merkt u door een duizelig of flauw gevoel. Daarom houdt de anesthesioloog uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig in de gaten. Geef het zelf ook aan als u zich niet goed voelt. De anesthesioloog kan direct medicijnen toedienen om de bloeddruk te verhogen en de hartslag te versnellen.

Hoofdpijn
Na een ruggenprik krijgt u soms hoofdpijn. Dit heeft te maken met te lage druk in de ruggenmergsvloeistof. Deze hoofdpijn is anders dan een ‘gewone’ hoofdpijn omdat de pijn minder wordt bij plat liggen en verergert bij overeind komen. Meestal verdwijnt ze hoofdpijn binnen een week. Is de hoofdpijn zo hevig dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.

Na de ruggenprik

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond zal geleidelijk aan pijn gaan doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Voorbereiding

Voor de operatie krijgt je een aantal onderzoeken: röntgenonderzoek, laboratoriumonderzoek en ECG (hartfilmpje). Je bezoekt ook de medisch fotograaf die gewone foto’s van jouw borstkast maakt.

lees meer

Voorbereiding

Voor de operatie krijgt je een aantal onderzoeken: röntgenonderzoek, laboratoriumonderzoek en ECG (hartfilmpje). Je bezoekt ook de medisch fotograaf die gewone foto’s van jouw borstkast maakt. Deze onderzoeken vinden plaats op de polikliniek van het Radboudumc tijdens de opnamedag. Ook ga je langs bij de anesthesist en de fysiotherapeut. De fysiotherapeut neemt houdings- en ademhalingsoefeningen met je door die nodig zijn na de operatie. Daarnaast komt de familiebegeleider langs. Hij of zij geeft aanvullende informatie rondom de operatie. Ook bespreekt hij of zij de mogelijkheid voor jouw ouders om op de kamer te blijven slapen. Dit heet ‘rooming in’, het kan tot en met 17 jaar. Ook geeft de familiebegeleider een rondleiding op de Intensive Care of Post Anesthesie Care Unit (PACU) en de familiekamer en beantwoordt hij of zij (logistieke) vragen.

De behandeling

Aan elke kant van de borst, in de flank, maakt de chirurg een wondje van 2 cm. Aan de rechterzijde maakt hij of zij nog een klein wondje voor de camera. Via deze wondjes brengt hij of zij de beugel in. De operatie duurt gemiddeld 2 uur.

lees meer

De behandeling

Als pijnstilling krijg je tijdens en na de operatie een ruggenprik. Hierna ga je liggen en worden je armen op armsteunen gelegd, zodat je comfortabel ligt. Daarna volgt de algehele narcose. Met een stift markeert de chirurg waar de beugel moet komen. Aan elke kant van de borst, in de flank, maakt de chirurg een wondje van 2 cm. Via deze wondjes brengt hij of zij de beugel in. Deze is van tevoren op maat gebogen. Afhankelijk van de soort trechterborst kan het zijn dat er 2 beugels geplaatst worden. Dit maakt voor het herstel geen verschil. Aan de rechterzijde maakt hij of zij nog een klein wondje voor de camera. Hiermee kan de chirurg het verloop van de beugel volgen bij het inbrengen ervan. De beugel ligt gedeeltelijk onder de huid op de ribben en gaat voor een deel onder het borstbeen door. Hij of zij brengt de beugel op zijn kop in. Zo wordt het borstbeen naar buiten geduwd en is de “kuil” verdwenen. Als laatste sluit de chirurg de wondjes. Soms laat hij of zij een drain (dun slangetje) achter om lucht en vocht af te kunnen laten lopen. De operatie duurt gemiddeld 2 uur.

Na de behandeling

Na de operatie ga je naar de bewaakte uitslaapkamer (PACU) of intensive-Care. Een goede pijnbestrijding is belangrijk. De gemiddelde opnameduur is 4 dagen. Deze operatie kent enkele specifieke mogelijke complicaties.

lees meer

Na de behandeling

Na de operatie ga je naar de bewaakte uitslaapkamer (PACU) of intensive-Care. Dit is afhankelijk van je leeftijd. Je verblijft daar tot je goed wakker bent. Een goede pijnbestrijding is belangrijk. In principe krijg je dit via de ruggenprik, of anders via een morfine-infuus. Na de operatie mag je al snel weer eten en drinken. Vanaf de eerste dag na de operatie start je met bewegen onder begeleiding van de fysiotherapeut. De gemiddelde opnameduur is 4 dagen. De daadwerkelijke opnameduur hangt af van hoe het gaat met weer in beweging komen en van de pijn die je hebt. Meteen na de operatie is de grootste ‘kuil’ verdwenen. Pas in de maanden daarna krijgt de borstkas zijn uiteindelijke vorm.

Complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico. Ook deze operatie kent de gebruikelijke risico’s. Zoals een nabloeding of wondinfectie. Specifieke complicaties bij deze operatie kunnen zijn:
  • Klaplong (pneumothorax). In dat geval laat de behandelend arts een drain achter.
  • De metalen staaf blijft niet goed op de plaats zitten.
  • Wondinfectie.

Behandel­schema fysiotherapie

Voor de operatie neemt de fysiotherapeut de oefeningen met je door die je na de operatie kunt doen. Houd jezelf de eerste 4 dagen na de operatie aan het volgende schema.

lees meer

Behandel­schema fysiotherapie

Voor de operatie neemt de fysiotherapeut de oefeningen met je door die je na de operatie kunt doen. Het gaat om de volgende soorten oefeningen:

  • Ademhalingsoefeningen en hoesttechnieken. Geef hierbij lichte tegendruk met een kussentje op je borstbeen.
  • Met een recht bovenlichaam komen zitten, via je buikspieren. Je strekt je armen naar voren, steun niet op je armen!
  • Verplaatsen in en rond bed. Van liggen naar op de rand van het bed zitten, en vanuit daar naar een stoel.
  • Doornemen leefregels.


  • Je ligt na de operatie op je rug en mag nog niet uit bed. Voorkom draaien en/of buigen van de bovenste helft van je lichaam. Je mag tot maximaal 75 graden met de rugsteun omhoog komen. Belangrijk is dat je niet rolt, dat je je rug niet wast of laat wassen en dat je niet op je zij ligt.


Leefregels

Lees hier waar je op moet letten de eerste weken en maanden na de operatie.

lees meer

Leefregels

De eerste 4 tot 6 weken na de operatie

  • Buig of draai de bovenste helft van je lichaam niet.
  • Rol niet op je zij.
  • Gebruik je buikspieren om tot zit te komen en gebruik je beenspieren om te gaan staan.
  • Slaap de eerste 4 weken op je rug (geen zijligging). Leg eventueel een kussen aan beide zijden van je lichaam, zodat je in je slaap niet naar je zij draait.
  • We raden aan om op een stoel met hoge rugleuning te zitten.
Wat mag niet
  • Zware voorwerpen tillen. De eerste 2 weken mag je tot maximaal 2 kilogram tillen. Daarna mag je tot en met week 4 maximaal 5 kilogram tillen.
  • Bewegingen forceren.
  • Met het openbaar vervoer reizen.
  • Bromfiets- of motorrijden, paardrijden en dergelijke.
  • Cafébezoek en/of discotheek en dergelijke.
  • Zwemmen.
  • Zelf autorijden.
  • Aangelijnde hond uitlaten, in verband met onverwachte trekkrachten.
  • Fietsen. 
Wat mag wel
  • Wandelen.
  • Douchen, een bad nemen.
  • Naar school gaan vanaf 2 weken na het ontslag. Gebracht en gehaald worden.
Na 4 tot 6 weken kunt je dagelijkse bezigheden weer oppakken. Je mag dan ook weer gaan fietsen.

De eerste 3 maanden na de operatie

  • Je mag geen zwaar lichamelijk werk uitvoeren en geen contactsporten beoefenen.
  • Vermijd elk risico op vallen, stoten, plotselinge bewegingen en gedrang.
  • Geen vechtsporten zolang de beugel in de borstkas zit.
Verder blijft het de eerste 3 maanden belangrijk om:
  • Te letten op de juiste houding: rechtop, ‘overdreven gestrekt’ zitten en lopen.
  • De beweeglijkheid van de schoudergewrichten te oefenen: armen langs de oren omhoog, armen gestrekt voorwaarts en zijwaarts.

Poliklinische controles

Na ongeveer 6 weken krijg je een controleafspraak. Dan bekijkt de arts samen met jou hoe het gaat, bekijkt hij of zij de wondjes en bespreken jullie opnieuw de leefregels. De beugel blijft gemiddeld 3 jaar zitten.

lees meer

Poliklinische controles

Na ongeveer 6 weken krijg je een controleafspraak. Dan bekijkt de arts samen met jou hoe het gaat, bekijkt hij of zij de wondjes en bespreken jullie opnieuw de leefregels. Ook ga je dan weer naar de medisch fotograaf om het resultaat van de operatie vast te leggen. Als het nodig is, krijg je een verwijzing naar de fysiotherapeut. Daarna volgt er alleen controle op indicatie of als je zelf vragen, klachten of andere problemen ervaart. De beugel blijft gemiddeld 3 jaar zitten. Je krijgt een oproep wanneer de beugel verwijderd moet worden. Natuurlijk mag je dit zelf ook bijhouden.

Afdeling Cardio-thoracale Chirurgie

De afdeling Cardio-thoracale Chirurgie van het Radboudumc richt zich op de chirurgische behandeling van hart- en longziekten.

lees meer