Wat is een dialyse shunt?

Een dialyse shunt is een directe verbinding tussen een slagader en ader. Door deze verbinding stroomt het bloed van uw slagader in uw ader, waardoor een stevigere wand ontstaat. Hierdoor is de shunt makkelijker aan te prikken, wat nodig is om te dialyseren.

lees meer

Wat is een dialyse shunt?

Een shunt is nodig om te dialyseren. Bij hemodialyse worden afvalstoffen en overtollig vocht uit uw bloed verwijderd met behulp van een kunstnier. Om voldoende bloed naar de kunstnier te leiden is een goede toegang tot de bloedbaan nodig. Dit kan door het plaatsen van een katheter (kunststof slangetje) in een groot bloedvat of met behulp van een zogenoemde shunt. Via de katheter kunnen bacteriën de bloedbaan binnendringen. Daarom geven we op lange termijn geven de voorkeur aan een shunt.

Een shunt is een directe verbinding tussen een slagader en ader. Deze ligt meestal in uw arm. Door deze verbinding stroomt het bloed van uw slagader in uw ader. Hierdoor ontstaat vervolgens een hogere druk waardoor uw bloed sneller gaat stromen. De ader zet daardoor uit en krijgt een stevigere wand zodat de shunt makkelijk is aan te prikken. De shunt prikken we aan met 2 naalden: één naald voert het ongezuiverde bloed van uw lichaam naar de kunstnier. De andere naald voert het gezuiverde bloed weer terug naar uw lichaam. Na de dialyse verwijderen we deze naalden. vervolgens worden de prikgaatjes dicht gedrukt totdat ze niet meer bloeden. de verpleegkundigen leren u ook hoe u dit zelf kunt doen.
 

Contact

Nierziekten Dialyseafdeling

(024) 361 54 10

Hemodialyse

Bij een hemodialyse wordt het bloed buiten het lichaam in een kunstnier gezuiverd.

lees meer

Voor de behandeling

Voor de shuntoperatie stellen we via een pre-shunt onderzoek vast welke bloedvaten gebruikt kunnen worden. Daarnaast bespreekt de arts een aantal zaken met u. Het is belangrijk dat u nuchter bent voor de operatie.

lees meer

Voor de behandeling

Pre-shunt onderzoek

Voor de shuntoperatie moet worden vastgesteld welke bloedvaten er gebruikt kunnen worden. Dit onderzoek (duplex onderzoek) vindt op het vaatlaboratorium plaats. Het onderzoek is pijnloos en duurt 30 tot 60 minuten. Met de gegevens van het duplexonderzoek kan de chirurg bepalen of de bloedvaten geschikt zijn voor een shunt. De chirurg bepaalt vervolgens in overleg met u, in welke arm de shunt wordt geplaatst. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met uw voorkeurskant (links- of rechtshandig).

Voordat de operatie plaatsvindt heeft u nog een afspraak met de anesthesist over de vormen van anesthesie.  Vervolgens krijgt u een oproep via mijnRadboud of per post over uw opname. Voordat u wordt opgenomen zijn een aantal zaken van belang:

Scheren

Het is belangrijk dat u 5 dagen voor de geplande ingreep het gedeelte van het lichaam waar u wordt geopereerd niet scheert. Dit vermindert het risico op een infectie.

Nuchter

U mag 8 uur voor de operatie niet meer eten en vanaf 2 uur voor de operatie niets meer drinken.

Vette creme

Maak op de dag van de operatie geen gebruik van een vette crème. Vette crème zorgt ervoor dat we het te opereren gebied niet goed kunnen desinfecteren.

Sieraden, piercings en make-up

Nagellak, make-up, contactlenzen, bril, gebitsprotheses en sieraden (ook piercings) mag u niet dragen tijdens de operatie. Kunstnagels zijn toegestaan.

Medicijnen

De anesthesioloog bepreekt met u welke medicijnen u mag blijven gebruiken en met welke u moet stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt, overlegt uw behandelend arts met u of u deze kunt blijven gebruiken. Heeft u hierover vragen, stel ze dan gerust aan uw behandelend arts.

Veiligheid

Rondom uw operatie zijn diverse veiligheidsmomenten ingebouwd. Vlak voordat de operatie van start gaat nemen we met het gehele operatieteam een zogenaamde ’Time out’. Tijdens deze ‘time out’ controleren we uw naam, geboortedatum en het te opereren lichaamsdeel. Daarnaast controleren we de operatiebenodigdheden.

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm of been tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

  • Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm of been, tijdelijk verdoofd. Vaak maken we dan gebruik van een echoapparaat.
  • Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.
Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. Als het mogelijk is, krijgt u dan extra verdoving. Helpt dat niet, dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie.

Na de operatie
Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.

Toxische reacties
Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.

Na de verdoving

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond gaat geleidelijk aan pijn doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

De behandeling Wat kunt u verwachten?

De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. De shunt leggen we doorgaans aan in één van uw onderarmen. Als dit niet mogelijk is, plaatsen we de shunt in uw elleboog of bovenarm. De operatie duurt ongeveer 1 uur.

lees meer

De behandeling Wat kunt u verwachten?

De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. We verdoven uw arm door middel van een injectie in uw oksel. In een enkel geval besluit de anesthesist in overleg met u tot een gehele narcose. De vaatchirurg voert de operatie uit. De operatie duurt ongeveer 1 uur.

De shunt leggen we doorgaans aan in één van uw onderarmen. Als dit niet mogelijk is, plaatsen we de shunt in uw elleboog of bovenarm. Als u rechtshandig bent dan plaatsen we de shunt meestal in uw linkerarm en als u linkshandig bent in uw rechterarm. De resultaten uit het pre-shunt onderzoek zijn hierin leidend. Als bekend is in welke arm de shunt wordt geplaatst dan mag er in deze arm geen bloed meer worden afgenomen. Ook mag er geen infuus geprikt worden in deze arm. Als het niet mogelijk is om een directe verbinding te maken tussen uw bloedvaten dan maken we een verbinding van ander materiaal. Dit kan kunststof materiaal (PTFE) zijn of een stukje van een ader uit uw eigen been.

Voor het aanleggen van een shunt verblijft u meestal 1 dag in het ziekenhuis. ’S ochtends nemen we u op, op de afdeling Heelkunde. Als alles goed gaat, kunt u aan het einde van de dag het ziekenhuis verlaten.

Dialyse-afdeling

Dialyse is de behandeling waarbij we uw bloed zuiveren van afvalstoffen. We doen dit als uw nieren dit vanwege een chronische nierziekte zelf niet voldoende kunnen.

lees meer

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

Na de operatie heeft u een wondje in uw arm. De wond plakken we af met doorzichtig folie. Dit mag u pas verwijderen als het begint los te laten. Na ongeveer 6 weken kunnen we de shunt aanprikken. Zoals bij iedere behandeling kunnen er complicaties ontstaan.

lees meer

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

Na de operatie heeft u een wondje in uw arm. De wondrandjes worden door middel van hechtingen bij elkaar gehouden. Hierdoor groeien de randen weer tegen elkaar. De eerste dagen na de operatie kunnen uw hand en onderarm gezwollen zijn. Als u in bed ligt kunt u uw onderarm iets hoger op een kussen leggen. Na de operatie controleert de verpleegkundige regelmatig de shunt op goede doorstroming. De verpleegkundige leert u hoe u zelf thuis de shunt kunt controleren.

Nazorg

De wond plakken we na de operatie af met doorzichtig folie. Dit mag u er pas afhalen als het begint los te laten. Dit kan soms een week duren. Bij complicaties in de eerste 48 uur kunt u contact opnemen met de afdeling waar u ontslagen bent. Binnen 1 week maakt de verpleegkundige van de dialyseafdeling een afspraak met u voor controle. Voor vragen kunt u altijd de afdeling Dialyse bellen.

Ontwikkeling

Een shunt heeft gemiddeld 6 weken nodig om zich te ontwikkelen. Hierna kunnen we de shunt aanprikken. Na 10 dagen kunt u de ontwikkeling van de shunt bevorderen door 6 keer per dag, 10 tot 20 keer in een zachte tennisbal of spons te knijpen. Na ongeveer 6 weken wordt van de shunt een Echo doppler of Duplex gemaakt. Dit doen we om informatie te krijgen over hoe de shunt zich heeft ontwikkeld.

Mogelijke complicaties

  • Bloeduitstorting: ook wel een hematoom genoemd. Deze kan ontstaan na gebruik van de shunt. De bloeduitstorting verdwijnt meestal spontaan binnen enkele dagen. In deze tijd kan de plek wel van kleur en grootte veranderen.
  • Pijnlijke, rode of gezwollen shunt: dit kan wijzen op een infectie. Een pijnlijke, rode of gezwollen shunt kan ook wijzen op een irritatie van uw huid. Mogelijke oorzaken kunnen zijn het gebruik van pleisters, ontsmettingsmiddelen of verdovingscrème ter voorbereiding op het aanprikken van de shunt. Als u hier last van heeft controleer dan de shunt en meet uw temperatuur op. Neem bij 38 graden of hoger contact op met de dialyseafdeling of uw behandelend nefroloog.
  • Gevoelloze, koude en of blauwe vingers: dit wordt ook wel stealsyndroom genoemd. Dit ontstaat door de verminderde doorstroming van uw bloed naar uw hand door de shuntaanleg. Om dit te verbeteken kunt u uw shunthand lager leggen. Ook kunt u uw shunthand verwarmen met bijvoorbeeld een handschoen.
  • Nabloeden uit de prikgaatjes: druk de prikgaatjes nogmaals licht af met een gaasje. Is het nabloeden na 1 uur niet gestopt, neem dan contact op met de dialyseafdeling.

Behandeling complicaties

  • Dotterbehandeling: als er in de shunt een vernauwing is vastgesteld besluiten we meestal om deze te behandelen met behulp van een dotterbehandeling. Dit vindt plaats op de röntgen afdeling. Dotteren is het oprekken van een vernauwing. Op de röntgenafdeling wordt een holle naald ingebracht, waardoor we een katheter met ballonnetje kunnen opvoeren. Om van de shunt röntgenafbeeldingen te maken, spuiten we bij u contrastvloeistof in via de holle naald. We proberen de vernauwing op te heffen door het ballonnetje op de plaats van de vernauwing op te blazen. Dit kan pijn doen, daarom verdoven we uw huid van tevoren met xylocaine. Deze verdovende vloeistof spuiten we net onder uw huid. Na de dotterbehandeling verwijderen we de naald en drukken we het prikgaatje af. Als na de dotterbehandeling dialyse volgt, blijft de naald zitten.
  • Operatie: Als er een ernstige vernauwing geconstateerd is of als de shunt gestold is, kan een operatieve ingreep noodzakelijk zijn. In dat geval wordt u opgenomen.

Onderzoeken van de shunt

  • Bij dit onderzoek onderzoeken we de shunt met behulp van onhoorbare hoge geluidsgolven. Het onderzoek is pijnloos en duurt ongeveer drie 3 kwartier

    lees meer


    Echo doppler of Duplex

    Bij dit onderzoek onderzoeken we de shunt met behulp van onhoorbare hoge geluidsgolven. Deze geven een beeld van de vorm van de shunt en de snelheid van de bloedstroom in de shunt. We brengen een gel aan op uw huid om het geluid optimaal te geleiden. We bewegen met een apparaatje dat geluidsgolven uitzendt over uw huid. Het onderzoek is pijnloos en duurt ongeveer 3 kwartier

  • Shuntflowmeting

    De verpleegkundige meet regelmatig de druk en de bloedstroom (flow) in uw shunt. Tijdens de dialyse plaatsen we klemmetjes (sensoren) op beide bloedlijnen. Vervolgens injecteren we een kleine hoeveelheid zout in de bloedlijn. Hierdoor kunnen we met een apparaat (de Transonicflowmeter), dat gekoppeld is aan de klemmetjes, de hoeveelheid bloed meten die per minuut door de shunt stroomt. Door het vergelijken van de geconstateerde waarden kunnen we shuntproblomen, zoals vernauwingen, in een vroeg stadium ontdekken. Als het nodig is, verrichten we aanvullend onderzoek. De metingen zijn pijnloos en duren ongeveer 15 minuten.

  • Shuntfoto

    Als we vermoeden dat een shunt niet goed werkt, maken we een shuntfoto. Een shuntfoto maakt de binnenzijde van de shunt zichtbaar door middel van röntgenapparatuur en röntgencontrastvloeistof. Met dit onderzoek stellen we vast of en waar er in de shunt vernauwingen zijn ontstaan. De contrastvloeistof dienen we toe via een naald. Deze naald prikken we in de shunt. Dit doen we vlak voor het onderzoek op de dialyseafdeling. Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten.

Leefregels en controles

Na de behandeling is het belangrijk dat u de shunt regelmatig controleert. Ook moet u zich aan een aantal leefregels houden om de shunt zo lang mogelijk te gebruiken.

lees meer

Leefregels en controles

Om de shunt zo lang mogelijk te gebruiken, is het belangrijk goed met uw shunt om te gaan en deze te controleren. Complicaties zoals stolling, infectie of bloeding kunt u hierdoor voorkomen of er kan op tijd ingegrepen worden.

Leefregels

  • Ga niet op de shuntarm liggen.
  • Draag geen horloge, armbanden of knellende kleding aan de shuntarm.
  • Krab niet aan korstjes op de shuntarm.
  • Vermijd extreme warmte of kou.
  • Draag geen zware tassen of andere zware dingen met de shuntarm.
  • Gebruik de shuntarm niet om bloed af te laten nemen.
  • Gebruik de shuntarm gewoon maar vermijdt overbelasting.

Het is belangrijk dat u de shunt dagelijks beluistert, voelt en bekijkt om eventuele veranderingen in het functioneren van de shunt vast te stellen.

Luisteren

U doet dit door uw shuntarm naar uw oor te brengen. Eventueel kunt u ook luisteren met behulp van een stethoscoop. Luister bij voorkeur steeds op dezelfde plek. Zorg ervoor dat u niet te veel druk uitoefent op de shunt. Dit kan het shuntgeluid beïnvloeden. Het shuntgeluid dat u hoort wordt veroorzaakt door de kracht waarmee het bloed door de shunt stroomt. Door de shunt regelmatig te beluisteren, gaat u uw eigen shuntgeluid herkennen en kunt u veranderingen vaststellen.
Deze veranderingen kunnen zijn:
  • zachter geluid
  • een hoger geluid
  • geen geluid
Als u een verandering opmerkt neem overdag dan direct contact op met de dialyseafdeling en /of uw behandelend nefroloog. Bij veranderingen ’s avonds of ‘s nachts neemt u de volgende ochtend direct contact op.

Bekijken en voelen

Door dit regelmatig te doen raakt u bekend met de shunt en kunt u veranderingen vaststellen. Deze veranderingen kunnen zijn:
  • Verkleuring van uw huid
  • Slechte wondgenezing van de prik-gaatjes en andere wondjes op de shuntarm
  • Zwelling
  • Pijnlijke of harde shunt
  • Gevoelloze koude of blauwe vingers
  • De trilling in de shunt is niet goed voelbaar of is gaan kloppen
Wat te doen bij veranderingen?
Neem overdag direct contact op met de Dialyseafdeling of uw behandelend nefroloog. Neem bij veranderingen ’s avonds of ‘s nachts de volgende ochtend direct contact op.