Sluiten

Marlies Cornelissen, kindernefroloog en coördinator Radboudumc Expertisecentrum Zeldzame Nierziekten ‘Bij goede zorg hoort aandacht voor hoe het gezin alles beleeft’

Als tweejarige peuter kreeg Juan een ‘nieuwe’ nier. Die donornier kwam van zijn moeder. Juan was een van de eersten in Nederland die zo jong al een volwassen donornier kreeg. Die primeur zorgde ervoor dat hij niet meer hoefde te dialyseren. Toch was hij in de jaren daarna nog vaak in het Amalia Kinderziekenhuis te vinden, vertelt Michelle.

‘Bij goede zorg hoort aandacht voor hoe het gezin alles beleeft’

‘Vroeger moest een kind minstens vier jaar oud zijn om een donornier van een volwassene te kunnen krijgen. Maar nieuwe technieken zorgden voor nieuwe mogelijkheden. In 2012 startten we met ons ‘Kleine KINT-programma, waarbij KINT staat voor KInder NierTransplantatie. Eind 2012 had Juan de primeur, toen hij een donornier kreeg van zijn moeder. Ik herinner me dat ons hele team opgetogen was toen het allemaal goed was gegaan. Niet alleen omdat het nieuw en bijzonder was. Je ziet voor je ogen gebeuren dat een jong kind zich eerst ziek en futloos voelt, maar na de operatie zoveel blijer en levendiger wordt. Dat raakt ons, als zorgverlener en als mens. Het behandelen van zeldzame aangeboren ziekten is een speerpunt van ons kinderziekenhuis. Elke keer dat we echt verschil kunnen maken, doet ons dat natuurlijk goed.’

Kweeknieren

‘Niertransplantatie bij kinderen wordt alleen in Amsterdam, Rotterdam en hier in Nijmegen gedaan. In totaal gaat het om zo’n 25 kinderen per jaar. Daarbij is er steeds meer aandacht gekomen voor de begeleiding van het kind en het gezin. Bij goede zorg hoort ook aandacht voor hoe het gezin alles beleeft. Vooral verpleegkundigen en pedagogisch medewerkers hebben daarin een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan het voorkómen van prikangst, structureel investeren in goede uitleg en psychosociale ondersteuning voor de ouders of andere gezinsleden. Er is meer nodig dan aandacht voor de ziekte.

Wat de toekomst betreft, hoop ik op nieuwe behandelmethoden om nierziekten bij kinderen te kunnen genezen. Een kind dat heel jong werd getransplanteerd zoals Juan, zal later nog een of twee keer opnieuw een nieuwe nier nodig hebben. Nieuwe nieren kunnen kweken vanuit stamcellen, zou helpen. Helaas zijn we nog niet zover. Maar wetenschappers en artsen zoeken actief naar nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld via het initiatief 'Kidnie' van de Nierstichting.’


Het verhaal van Juan ‘Mijn moederhart breekt af en toe, maar we houden vol’

Als tweejarige peuter kreeg Juan een ‘nieuwe’ nier. Die donornier kwam van zijn moeder. Juan was een van de eersten in Nederland die zo jong al een volwassen donornier kreeg. 

lees meer

Sluiten

Het verhaal van Juan ‘Mijn moederhart breekt af en toe, maar we houden vol’

Als tweejarige peuter kreeg Juan (nu 16 jaar) een ‘nieuwe’ nier. Die donornier kwam van zijn moeder. Juan was een van de eersten in Nederland die zo jong al een volwassen donornier kreeg. Die primeur zorgde ervoor dat hij niet meer hoefde te dialyseren. Toch was hij in de jaren daarna nog vaak in het Amalia Kinderziekenhuis te vinden, vertelt zijn moeder Michelle (51 jaar).

“Juan is vandaag te moe voor een interview, maar hij vindt het prima dat ik dit vertel. Zal ik bij het begin beginnen? Al tijdens mijn zwangerschap van Juan werd ontdekt dat er iets niet helemaal klopte. De blaas van de baby was bijvoorbeeld opvallend groot. Eind 2009 werd hij geboren, vijf weken te vroeg. Al snel werd vastgesteld dat zijn nieren niet goed werkten. Maar in het lokale ziekenhuis waar hij toen in de couveuse lag, dachten de artsen dat één nier het nog wel deed. Dat bleek een vergissing. Na een week werden we gebeld: we moesten onmiddellijk komen want ‘Juan is bijna overleden’. Hij is toen met spoed naar het Radboudumc gebracht. Daar werd duidelijk dat er een probleem was met de klepjes in Juans plasbuis. Die veroorzaakten onherstelbare nierschade.

‘We willen hem zo lang en gezond mogelijk bij ons houden’

“Ruim drie maanden lag Juan toen in Nijmegen in het ziekenhuis. Al vrij snel werd duidelijk dat hij nierdialyse nodig zou hebben. Ik leerde hoe je een baby buikdialyse kunt geven, maar nadat hij buikvliesontsteking had gekregen, werd het toch hemodialyse. Dat betekende dat we drie keer per week vanuit Kampen naar Nijmegen reden om Juan aan te laten sluiten op zo’n dialyseapparaat.

Juan had ook nog verschillende andere klachten. Hij heeft al vanaf zijn geboorte heel veel zorg nodig en verschillende keren wisten we niet of hij het zou overleven. Zijn vader kon het niet meer aan en verliet ons. Dat maakte het voor onze dochter en voor mij nog zwaarder.

Wat hoop gaf, was het nieuws dat er een nieuwe transplantatietechniek was ontwikkeld die maakte dat ook hele kleine kinderen een volwassen donornier konden krijgen. Juans vader was de beste match, maar hij zag het niet zitten. Ik was ook geschikt als donor en zonder aarzelen heb ik ja gezegd. Ik zeg altijd ‘we hebben maar één Juan en die willen we zo lang en gezond mogelijk bij ons houden’.

‘Mama, was ik maar gezond’

“De transplantatie vond plaats toen Juan twee jaar oud was. De operatie is goed gegaan. Juan voelde zich fitter, hij hoefde niet meer drie keer in de week te dialyseren in Nijmegen en dat gaf ook mij wat meer lucht. Waar ik me misschien op verkeken heb, is dat de zorg eigenlijk onverminderd zwaar bleef. Juan heeft verschillende aandoeningen, zoals chronisch eczeem, een groei- en ontwikkelingsachterstand en hij is bijvoorbeeld ook snel vermoeid. Behalve voor controles zijn we de voorbije jaren heel wat keren voor onderzoek en behandeling naar het Amalia Kinderziekenhuis gereden. Sinds drie jaar heeft hij bovendien diabetes. Diabetes in combinatie met nierproblemen is eigenlijk een ramp op zichzelf. Zijn nierfunctie neemt anno nu ook weer af. Mogelijk heeft hij opnieuw een transplantatie nodig. Nu hij ouder wordt, denkt hij vaker na over zijn situatie. ‘Mama , was ik maar gezond’, zegt hij soms. Mijn moederhart breekt dan. Maar we houden vol. En we zijn blij met goede dagen en goede momenten. Juan zit op een aangepaste vorm van zaalvoetbal, dat doet hij graag. Net als gamen. En af en toe hebben we leuke dagjes uit, georganiseerd door organisaties die iets willen doen voor een gezin zoals dat van ons.”  

‘Ze heeft een plekje in mijn hart’

“Gelukkig heb ik veel steun aan mijn vriend, die in ons leven is sinds Juan vier jaar was. Ook mijn inmiddels volwassen dochter Yara doet wat ze kan, ze heeft een hele goede band met haar broer. En wie ik ook zeker wil noemen en bedanken is dokter Marlies Cornelissen en eigenlijk alle medewerkers van het Amalia Kinderziekenhuis. Ook al is het avond of weekend, dokter Cornelissen beantwoordt mijn mailberichten. Ik voel me gehoord en gezien, ook door andere zorgverleners die we er ontmoeten. Het zijn warme, deskundige en zorgvuldige mensen. Eerlijk gezegd een enorm verschil met wat ik in andere ziekenhuizen meemaakte. In het Amalia voelen we ons direct veilig. En dokter Cornelissen heeft voor altijd een plekje in mijn hart. Zo ver gaat dat, dat mag je best weten.’