Ons onderzoek naar preventie

Door middel van wetenschappelijk onderzoek weten we steeds meer over de effecten van gezondheidsbevorderende interventies op het voorkomen, ontstaan en beloop van ziekten. ga naar overzicht preventie

Interview met expert Thijs Eijsvogels

‘Beweging is een supermedicijn’ lees meer

Interview met expert Thijs Eijsvogels

‘We weten allemaal dat beweging belangrijk is voor de gezondheid’, zegt dr. Thijs Eijsvogels, universitair hoofddocent op de afdeling Fysiologie. ‘Voldoende bewegen verlaagt het risico op chronische ziekten, hart- en vaatziekten, diabetes, botontkalking en neurologische ziekten. Al met al verhoogt het de levensverwachting met drie tot zes jaar.’

Onderzoek

Het onderzoek van Eijsvogels en zijn collega’s richt zich op beweging als medicijn. ‘Wat doet bewegen met je? Wat is de optimale dosering, en hoeveel hebben we nodig om het effect te merken? Daarvoor richten we ons op het hele spectrum van mensen, van hartpatiënten tot mensen die extreem actief zijn.’

De belangrijkste onderzoeksvraag is: hoe krijgen we mensen in beweging. ‘Minder de helft van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen om wekelijks tenminste tweeëneenhalf uur matig intensief te bewegen’, zegt Eijsvogels. Daar is nog veel winst te boeken. Nederlanders zijn Europees kampioen zitten. Daarvan weten we dat het een deel van de effecten van bewegen tenietdoet.’

Zitten onderbreken

Een voorbeeld van concreet onderzoek naar bewegen in plaats van zitten is de SIT LESS-studie. ‘Daarbij maken we gebruik van een slimme beweegmeter en app die real-time het beweeggedrag bijhoudt’, zegt Eijsvogels. ‘We hebben vaak niet door dat we al lang zitten. Deze meter geeft je daarom een reminder als je een half uur of langer zit.’ Dat maakt het beweeggedrag inzichtelijk, en geeft handvatten om het te veranderen. ‘We hopen dat patiënten hierdoor in beweging komen, en dat daardoor hun prognose verbetert.’

Hartrevalidatie

Ook hartrevalidatie is een speerpunt in het onderzoek van Eijsvogels en zijn collega’s. Hartpatiënten krijgen al een hartrevalidatietraject van vier tot zes weken aangeboden. Dat is meestal te kort om beweeggedrag blijvend te veranderen, zegt Eijsvogels. ‘Daarom ontwerpen wij een nieuw traject, dat patiënten iedere dag laat bewegen, ook thuis. Bovendien is het traject langer, zodat we zeker weten dat de kans groter is dat ze langduriger actief blijven.’

Voorkomen is beter dan genezen

Intussen is een kentering ingezet, zegt Eijsvogels. ‘We weten dat voorkomen beter is dan genezen. Daardoor komt steeds meer aandacht voor preventie’, zegt Eijsvogels. ‘Het is geen vies woord meer, iedereen erkent het belang.’ Ook in de zorgsector is er meer aandacht voor preventie in de vorm van leefstijladviezen. ‘Dat is de eerste stap, omdat je die zelf in de hand hebt. Er is nog veel winst te behalen.’


Interview met expert Pim Assendelft

‘Een ziekenhuis zou zichzelf meer misbaar moeten maken’ lees meer

Interview met expert Pim Assendelft

Leefstijl speelt een rol bij veel aandoeningen, zegt Pim Assendelft, hoogleraar Preventie in de Zorg. ‘Maar we zien ook steeds vaker dat leefstijl een preventieve rol heeft bij het verminderen van de impact van ziektes. Dan ben je wel al ziek, maar kan je een behandeling beter doorstaan, en hoef je bijvoorbeeld minder medicijnen te gebruiken.’

Primaire preventie

Preventie binnen het Radboudumc wordt ingedeeld in drie groepen: primair, secundair en tertiair. Primaire preventie is gericht op mensen die nog niet ziek zijn, legt Assendelft uit. ‘We weten wel dat deze mensen een grote kans hebben om ziek te worden, zoals kinderen die te weinig bewegen. Voor primaire preventie hebben we contact met instanties buiten het ziekenhuis, die in de wijk werken aan gezondheid, zoals voorlichting. Zo komen uiteindelijk minder mensen naar het ziekenhuis.’

Secundaire preventie

Onder secundaire preventie verstaan we vroegdetectie, zoals screening voor kanker of stofwisselingsziekten. Het Radboudumc doet veel onderzoek naar deze vorm van preventie, zegt Assendelft. ‘We denken nog te zwart-wit na over ziekte, terwijl veel aandoeningen, zoals diabetes of hart- en vaatziekten, langzamerhand optreden. Die ontregelde fase tussen gezondheid en ziekte willen we eerder meten, zodat we ook eerder kunnen ingrijpen en ziekte kunnen voorkomen.’

Tertiaire preventie

Tertiaire preventie is bedoeld voor mensen die al ziek zijn, zegt Assendelft. ‘Daaraan kunnen we denken aan manieren om de impact van het ziekteproces te verkleinen. Hardlopen zorgt bijvoorbeeld voor een snellere genezing van depressie. Maar het kan ook een mindfulnesscursus bij kanker zijn, waardoor de patiënt minder last heeft van de ziekte.’ Bij deze vorm van preventie is het bovendien belangrijk de blik te richten op de verschillende dimensies van gezondheid, zegt Assendelft. ‘Ook het sociale netwerk en zingeving tellen mee. We zien bijvoorbeeld steeds vaker dat het makkelijker is om te stoppen met roken als iemand minder stress heeft. Daar ligt een uitdaging binnen onze zorg en ons onderzoek: sommige patiënten willen een snelle behandeling of een pilletje. Terwijl werken aan leefstijl ook een onderdeel is van de behandeling.’

‘Als Radboudumc hebben wij een rol als academische motor in de regio’, zegt Assendelft. ‘Daarom werken we samen met lokale partners zoals gemeenten en GGD’en. We hebben ook contact met universiteiten in de regio, om grotere subsidieaanvragen te kunnen doen.’ Assendelft hoopt dat preventie over tien jaar een integraal onderdeel is geworden van iedere medische behandeling. ‘Ik zou het mooi vinden dat we methodes voor vroegopsporing en voorkomen van ziekten in de directe omgeving hebben geïmplementeerd. Een groot ziekenhuis zoals het Radboudumc zou het doel moeten hebben zichzelf misbaarder te maken.’

Onderzoek


Waarom onderzoek naar preventie?

Mensen die ziek zijn zo goed mogelijk helpen en begeleiden, en als het kan mensen beter maken, daar doen we het voor. Maar het is nog mooier als we kunnen voorkomen dat mensen ziek worden en daardoor langer gezond leven. lees meer

Waarom onderzoek naar preventie?

Onderzoek naar preventie is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten. Dankzij wetenschappelijk onderzoek weten we steeds meer over de effecten van interventies die de gezondheid bevorderen op het voorkomen, ontstaan en beloop van ziekten.

Gezondheid en gedrag

Mensen die ziek zijn zo goed mogelijk helpen en begeleiden en als het kan mensen beter maken, daar doen we het voor. Maar het is nog mooier als we kunnen voorkomen dat mensen ziek worden en daardoor langer gezond leven.

Als academisch ziekenhuis willen we twee gezonde levensjaren toevoegen aan de levensverwachting van de inwoners in onze regio, onze patiënten en onze medewerkers. Daarom verleggen we de komende jaren onze focus van ziekte en curatieve zorg naar gezondheid en gedrag.

We ontwikkelen hiervoor steeds meer innovatieve, duurzame en betaalbare gezondheidsoplossingen. Dat doen we niet alleen: we werken zoveel mogelijk samen met verschillende partners in de zorg en in de maatschappij.


Patiëntonderzoek binnen het Radboudumc

  • Hoe fitter een patiënt een operatie ingaat, hoe beter die de operatie uitkomt. Fit4Surgery richt zich daarom op het verbeteren van de conditie van patiënten voor een operatie.

    lees meer


    Fit4Surgery

    Hoe fitter een patiënt een operatie ingaat, hoe beter diegene de operatie uitkomt. Fit4Surgery richt zich daarom op het verbeteren van de conditie van patiënten voorafgaand aan een operatie.

    Vaak wordt gezegd dat een operatie hetzelfde effect heeft op het lichaam als een marathon of een zware bergetappe in de Tour de France. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hoe fitter iemand de operatie ingaat, hoe beter iemand de operatie uitkomt.

    Fit4Surgery vindt plaats voorafgaand aan de operatie en duurt minimaal drie weken. Tijdens het programma volgen patiënten fysieke trainingen, eten ze gezondere en aanvullende voeding, ontvangen ze mentale begeleiding en hulp bij het stoppen met roken of drinken van alcohol.

    Lees meer op de Fit4Surgery-pagina.


  • Beter Gezond

    Het Beter Gezond-project richt zich op de bevordering van een gezonde leefstijl bij de behandeling van kankerpatiënten.

    Het Radboudumc wil de bevordering van een betere leefstijl integreren in de behandeling van kankerpatiënten, en daarna van alle patiënten die medisch-specialistische zorg krijgen. Dat betekent dat zorgverleners het nut leren inzien van effectieve leefstijlinterventies, worden getraind in het gesprek met de patiënt en instrumenten ontvangen om de patiënt te verwijzen naar interventies buiten de muren van het ziekenhuis. Tot slot leren ze de patiënt zodanig te motiveren dat de gedragsverandering duurzaam is. 

    De focus ligt op patiëntenzorg, maar daarnaast doen we ondersteunend onderzoek, zoals projecten naar het effect van leefstijl op de kans op terugvallen bij blaaskanker en nierkanker. Maar ook kwalitatief onderzoek naar bevorderende en belemmerende factoren op het gebied van preventie bij zorgverleners en patiënten.

    Lees meer op de 'Beter Gezond'-pagina.


  • Beter uit bed

    Bij het Radboudumc kiezen we voor een actief herstel. Vanuit de visie dat het stimuleren van activiteit voor, tijdens en na de ziekenhuisopname beter is voor het herstel van de patiënt.

    Niet het bed staat centraal, maar de patiënt en diens behandeltraject. Zorgverleners stimuleren de patiënt zoveel mogelijk om actief te zijn tijdens het verblijf in het ziekenhuis.

    Lees meer op de 'Beter uit bed'-pagina. 


  • De valsimulator en innovatieve looptraining

    Patiënten met een neurologische aandoening, een doorgemaakte beroerte of een spierziekte hebben doorgaans moeite met lopen en balans houden. Hierdoor vallen ze regelmatig. Wetenschappers van het Radboudumc onderzoeken de oorzaken en bij welke therapie deze patiënten baat hebben.

    Patiënten met een neurologische aandoening, een doorgemaakte beroerte of een spierziekte hebben doorgaans moeite met lopen en balans houden. Hierdoor vallen ze regelmatig. Het Radboudumc doet onderzoek naar de oorzaken van deze problemen en probeert met die kennis nieuwe interventies te ontwikkelen. De innovatieve stap- en looptrainingen zijn hier voorbeelden van.

    De valsimulator wordt ingezet om balansproblemen in kaart te brengen en om de effectiviteit van nieuwe interventies te meten. Tijdens de nagebootste val worden heel nauwkeurig alle balansreacties geregistreerd, zoals de spieractiviteit en vorm en kracht van de balanscorrectie.

    Hoogleraar Bewegingssturing en Revalidatie Vivian Weerdesteyn: ‘Er is nog te weinig inzicht in hoe het brein precies onze balans controleert, en hoe hersenaandoeningen vervolgens leiden tot balansproblemen. Dit bestuderen we in onze studies met de valsimulator. Zo vonden we dat patiënten met een beroerte vaak meer moeite hebben met het zetten van een stap om balansverstoringen op te vangen. Dit komt door een vertraging van de signaaluitwisseling tussen het brein en de spieren en door een lagere krachtsopbouw. Als gevolg daarvan zijn patiënten trager met het maken van een stap. Met deze kennis ontwikkelden we de staptraining. Hiermee herleren patiënten om te stappen tijdens een balansverstoring.’

    Een andere interventie voor het verbeteren van de mobiliteit is de training van het loopaanpassingsvermogen op een speciale loopband. Weerdesteyn: ‘Tijdens deze training worden op een loopband obstakels geprojecteerd. Deze bewegen mee met de loopband. De patiënt moet de obstakels ontwijken en in balans blijven. Daarnaast kan de patiënt een voetplaatsingspatroon opgelegd krijgen, waardoor de voeten heel precies gepositioneerd moeten worden op targets. Soms veranderen we een target op het laatste moment in een obstakel. Zo kunnen we de flexibiliteit van het looppatroon enorm uitdagen. Na de looptraining verbeterde de loopfunctie van mensen met een beroerte aanzienlijk. De patiënten zelf zijn ook erg enthousiast en zien veel verbetering in hun dagelijks leven.’


  • Analyse van het bewegingsapparaat

    Het team van hoogleraar Nico Verdonschot maakt gebruikt van computermodellen als virtuele patiënten om allerlei aspecten van het bewegingsapparaat te kunnen bestuderen en berekenen.

    Nico Verdonschot, hoogleraar Biomechanische diagnostiek en evaluatiemethoden in de Orthopedie, is het hoofd van de onderzoeksgroep naar biomechanische analyses van het bewegingsapparaat, het orgaansysteem waardoor mensen zich kunnen voortbewegen. Dit bestaat uit botten, gewrichten, spieren, pezen en zenuwen. Zijn team maakt gebruikt van computermodellen als virtuele patiënten om allerlei aspecten van het bewegingsapparaat te kunnen bestuderen en berekenen. Zo kijkt zijn team bijvoorbeeld naar de eigenschappen van verschillende soorten prothesen en naar de belastbaarheid van botten en kraakbeen.

    Een voorbeeld van dit onderzoek is het TLEMsafe-project. Bij het vervangen van een knie of een heup wordt een standaard protocol gebruikt. Maar niet ieder mens heeft exact dezelfde knie of heup. Daarom proberen onderzoekers en chirurgen van het TLEMsafe-project met behulp van 3D-beelden en ICT-tools de knie en heup van de patiënt zo goed mogelijk in beeld te brengen. Op basis van deze gegevens kan een persoonlijk operatie- en revalidatie plan worden ontwikkeld. 


Overig onderzoek in het Radboudumc

Onderzoek naar preventie is ook gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van gezonde mensen.
  • Matig intensief bewegen kan het risico verlagen op hart- en vaatziekten, diabetes, een beroerte, een depressie, botontkalking, dikke darmkanker en borstkanker.

    lees meer


    Preventie hart- en vaatziekten

    Matig intensief bewegen kan het risico verlagen op hart- en vaatziekten, diabetes, een beroerte, een depressie, botontkalking, dikke darmkanker en borstkanker.

    Een zittende leefstijl verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Onderzoeker Dick Thijssen: ‘Hoe meer je zit, hoe groter het risico op hart- en vaatziekten. Die negatieve effecten op hart- en bloedvaten zijn niet simpel te verklaren door alleen de standaard risicofactoren zoals bloeddruk, cholesterol en overgewicht. Te veel zitten is een 'sluipend' probleem dat niet direct aan de oppervlakte zichtbaar is.’

    Bewegen is gezond. Door matig intensief te bewegen, daalt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes, een beroerte, een depressie, botontkalking, dikke darmkanker en borstkanker. Maar hoe vaak en hoe lang moet je bewegen om het risico op deze ziekten te verlagen? De Nederlandse Norm Gezond Bewegen beveelt aan om minimaal 30 minuten per dag matig intensief te bewegen. Uit onderzoek van fysioloog Thijs Eijsvogels blijkt dat dagelijks 30 minuten bewegen de kans op hart- en vaatziekten met 69 procent verlaagt.


  • Nijmegen Exercise Study (Vierdaagse Onderzoek)

    Een belangrijke informatiebron over de invloed van bewegen is het onderzoek dat plaatsvindt onder wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse.

    Sinds 2011 werken de afdelingen Fysiologie en Health Evidence samen in een langlopend onderzoek naar gezondheidsverschillen tussen de Vierdaagselopers en een niet-wandelende controlegroep. Voor deze Nijmegen Exercise Study krijgen de deelnemers jaarlijks het verzoek om online een vragenlijst in te vullen over hun gezondheid en leefstijl. Ook partners, (klein)kinderen, familieleden, vrienden, buren en kennissen die níet deelnemen aan de Vierdaagse, krijgen de vraag of zij deze online enquête willen invullen. Zo onderzoeken wetenschappers de invloed van een actieve leefstijl op gezondheid, kwaliteit van leven, progressie van ziekten en ziektebeleving, waarbij zij de wandelaars vergelijken met de controlegroep.


    Hoogleraar Inspanningsfysiologie Maria Hopman vertelt over de verschillende onderzoekslijnen: ‘Naast ons langlopende onderzoek naar gezondheidsverschillen tussen deelnemers en controlepersonen, doen we elk jaar een wisselend onderzoek onder de wandelaars. In 2016 stond de oudere wandelaar centraal, waarbij we de invloed van langdurig wandelen op het lichaam van de oudere wandelaars in kaart hebben gebracht. In 2017 onderzochten we of extra eiwitinname via een zuiveldrankje de spierkracht, spiermassa en het fysiek functioneren van oudere lopers kan verbeteren en spierafbraak kan tegengaan.’ De resultaten worden elk jaar in een rapport gepubliceerd.

    De afdeling Fysiologie doet ook onderzoek bij andere grote sportevenementen zoals de Zevenheuvelenloop en bij Marathons. Maria Hopman vervolgt: ‘Op deze manier hopen we potentiële gezondheidsproblemen van deze sporters beter te begrijpen om uiteindelijk hen, en ook de organisatie, beter te kunnen adviseren.’

    Lees hier meer over de Nijmegen Exercise Study van het Radboudumc.

Meer weten?


Contact

Wilt u meer weten over ons onderzoek naar preventie? Neem dan contact op met onze wetenschapsvoorlichters. contact

Expertisecentra

Binnen het thema Gezond Bewegen heeft het Radboudumc twee expertisecentra: Het Expertisecentrum Erfelijke bewegingsstoornissen en het Spierziekten Centrum. lees meer

Expertisecentra

Radboudumc Expertisecentrum Erfelijke bewegingsstoornissen

Het expertisecentrum voor erfelijke bewegingsstoornissen is expert op het gebied van (kinder)neurologische kennis, genetische diagnostiek en revalidatiegeneeskundige behandeling. Zowel kinderen als volwassenen kunnen hier terecht. Het centrum is voornamelijk gespecialiseerd in de aandoeningen ataxie, hereditaire spastische paraparese (HSP) en neurometabole aandoeningen (stofwisselingsziekten die vooral neurologische symptomen geven).

Spierziekten Centrum Radboudumc

Het Spierziekten Centrum Radboudumc is een landelijk erkend expertisecentrum voor spierziekten. Jaarlijks komen hier zo’n 2.500 kinderen en volwassenen met allerlei neuromusculaire problemen.


We bewegen nóg minder door corona

16 februari 2021 "Als je beweging in pilvorm had, zou dat het meest voorgeschreven medicijn ter wereld zijn" lees meer
  • Medewerkers
  • Intranet