Blije gezichten, opgeluchte reacties en vooral veel trots in de Oranjezaal van ons umc. De tussentijdse evaluatie van de sectorgelden leverde het Radboudumc goed nieuws op: ZonMw is positief over de resultaten en adviseert het Ministerie van Volksgezondheid om de financiering ook na 2028 voort te zetten. Daarmee lijkt de weg vrij voor een structurele investering in onderwijs, onderzoek en zorginnovatie.
Wat betekent deze beoordeling voor het Radboudumc? Hoogleraar Preventie in de Zorg Pim Assendelft vertelt over de impact van het Sectorplan én de ambities voor de komende jaren.

Pim Assendelft aan het woord tijdens de tussentijdse evaluatie.
1. Pim, wat zijn die ‘sectorgelden’ ook alweer?
‘Sinds 2023 investeert het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de sector Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen in versterking van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Voor alle umc’s samen is ongeveer 40 miljoen euro per jaar beschikbaar. Achterliggende gedachte is dat onderzoek en innovatie ervoor helpt zorgen dat onze samenleving ook in de toekomst over goede, toegankelijke en betaalbare zorgsystemen blijft beschikken. Daarvoor is het landelijke programma "Versnellen op gezondheid" opgesteld. Speerpunten daarin zijn preventie, datagedreven innovatie en de route ‘Van fundament naar toepassing’. Dat laatste gaat over het implementeren van vernieuwende therapieën en het sneller ontwikkelen van betrouwbare en effectieve geneesmiddelen.
De drie thema’s hebben veel overlap met onze eigen Radboudumc-speerpunten, dus dat paste ons vanaf de start meteen goed. Met het sectorgeld konden we per speerpunt vijftien tot twintig docenten, onderzoekers en ondersteuners aanstellen. Dat helpt enorm om onderwijs op dit gebied te verbeteren, innovatieve projecten op te starten en te onderzoeken hoe succesvol ze zijn.’
2. Wat vindt de evaluatiecommissie: zitten we op de goede weg?
‘Deze tussentijdse beoordeling pakt heel goed uit. De evaluatiecommissie noemt de tussen 2023 en nu gerealiseerde resultaten op bijna alle fronten ‘veelbelovend’ en heeft er vertrouwen in dat de investeringen zoden aan de dijk zetten qua ontwikkeling en implementatie van zorginnovaties.
Daarnaast geven de sectorplangelden getalenteerde onderzoekers, docenten en ondersteunende professionals een aantrekkelijk loopbaanperspectief. Anders gezegd, het lukt ons hierdoor beter om getalenteerde mensen vast te houden.
Ook ziet men vooruitgang wat betreft lokale, regionale en landelijke samenwerking tussen instellingen en instanties. Bijvoorbeeld door samen projecten uit te voeren en elkaars werkwijzen over te nemen. De samenwerking is nodig is om samen de zorgsystemen van morgen op te bouwen.
Al met al adviseert de monitoringscommissie de minister van OCW om de sectorgelden te blijven uitbetalen. Na 2028 wordt het zeer waarschijnlijk omgezet in een vaste jaarlijkse bijdrage.’
3. Welke thema’s werden in ons umc zoal opgepakt?
‘Binnen de master Biomedische Wetenschappen bouwen we bijvoorbeeld aan de specialisatie Development of Cell, Drug and Gene Therapies. We willen een nieuwe generatie professionals opleiden die snel en slim kunnen schakelen tussen academie, (bio)farmaceutische industrie en controlerende organisaties. Dit sluit naadloos aan bij de Therapy accelerator for rare diseases, die we ontwikkelden om het gat te dichten tussen preklinisch onderzoek en klinische toepassing.
Een voorbeeld vanuit preventie is hoe we samen met de HAN en de RU in woonwijken studenten gaan opleiden en vraagstukken uit de wijk gaan onderzoeken. Dat gebeurt vanuit onze fieldlabs, waarbij we op samenwerking met tal van instanties en instellingen mogen rekenen.
Op het gebied van datagedreven innovaties boekten we vooruitgang als het gaat om cohortonderzoeken, het vertalen van AI van onderzoek naar praktijk, het gelijktrekken van functieprofielen van umc-dataspecialisten en het afstemmen van opleidingen wat betreft digitale vaardigheden. Dit sluit mooi aan op onze umc-focus op multimodale data en AI, de klinische proeftuin en de nieuwe master Medical Data Science.
Ik doe andere innovaties en onderzoeken tekort door ze niet te noemen, maar de bottom line is dat onze Sectorplan-inspanningen uitstekend over het voetlicht zijn gekomen. We worden gezien en gewaardeerd, lees ik in de beoordeling. Dat is een geweldige steun in de rug. Deze uitkomst zet de toon voor de komende jaren.’
Meer weten?
Lees hier meer over de sectorplangelden, en hier over de speerpunten van ons umc.
Op de foto: bovenste rij (v.l.n.r.): bestuurslid Jan Smit, Pim Assendelft (voorzitter Tegel Preventie), Dorien Hermkens (community manager Therapieontwikkeling), Eiko de Jong (community manager Preventie). Onderste rij (v.l.n.r.): Dirk Lefeber (voorzitten Tegel Therapieontwikkeling), Louise Hoppel (community manager Data), Alain van Gool (voorzitter Tegel Data).

