Een aantal specifieke gebieden in het brein veroorzaken trillen bij de ziekte van Parkinson. Onderzoekers van het Radboudumc ontdekten dat er ook hersengebieden bestaan die samenhangen met vermindering van dit symptoom. Dit biedt nieuwe kansen voor patiënten bij wie bestaande behandelingen tekortschieten.
De ziekte van Parkinson kenmerkt zich doordat cellen die dopamine aanmaken afsterven. Dit veroorzaakt klachten als traagheid, stijfheid en trillen. Medicatie vult vooral dopamine aan en werkt vaak goed tegen de meeste bewegingsproblemen, maar minder tegen trillen. ‘Juist die trillingen ervaren veel patiënten als de meest vervelende klacht’, vertelt arts-onderzoekers Kevin van den Berg.
Merkwaardig is dat bij mensen met parkinson de ernst van het trillen vaak schommelt. Stress en spanning kunnen het versterken, maar opvallend genoeg zijn er ook omstandigheden die het juist verminderen. Kleine aanpassingen maken soms al het verschil. Wat wel eens helpt: de trillende hand zelf bewegen of juist je aandacht erop richten om hem actief te ontspannen. Zulke trucjes roepen bij onderzoekers de vraag op wat er gebeurt in het brein wanneer het trillen afneemt.
Onderdrukkend trillingsnetwerk
Daarom bekeken onderzoekers welke hersengebieden actief zijn wanneer trillingen verminderen. ‘Tot nu toe lag de focus vooral op de gebieden die het trillen veroorzaken’, legt neuroloog Rick Helmich uit. ‘We hebben lange tijd genegeerd welke hersengebieden het symptoom juist afremmen’. Zo ontdekten de onderzoekers het zogenoemde anti-trillingsnetwerk. De gebieden in dit netwerk spelen een rol bij twee belangrijke taken: aandacht en lichaamswaarneming.
Nieuwe routes voor behandeling
De vondst van dit netwerk opent nieuwe mogelijkheden om het trillen van parkinson te behandelen. ‘Nu pakken artsen de hersengebieden aan die dit veroorzaken, bijvoorbeeld met medicatie of met diepe hersenstimulatie. Maar misschien ligt de sleutel in het versterken van dit anti-trillingsnetwerk’, vertelt Van den Berg. ‘Dat kan bijvoorbeeld met hersenstimulatie van buitenaf of nieuwe medicijnen. Mogelijk kun je deze gebieden voor aandacht en waarneming ook trainen, bijvoorbeeld met mindfulness.’
Eerste stap
De onderzoekers volgden 119 mensen met parkinson en bepaalden gelijktijdig hun hersenactiviteit en trillingen. Hiervoor gebruikten ze een MRI-scanner: een apparaat dat afbeeldingen maakt van weefsels en organen, zoals de hersenen. Daarnaast droegen de deelnemers een bewegingsmeter op hun hand. Door deze gegevens te combineren, brachten de onderzoekers in kaart welke netwerken actief zijn bij meer of minder trillen.
Toch moeten de resultaten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Het onderzoek laat vooral een samenhang zien. Om zeker te zijn of dit netwerk trillen kan verminderen, moeten onderzoekers testen of de klachten afnemen nadat ze actief ingrijpen, bijvoorbeeld met elektrische prikkeling. ‘Pas dan kun je spreken van een oorzaak-gevolgrelatie’, volgens Helmich. Eén ding is echter duidelijk: deze ontdekking verschuift het perspectief. Bij Parkinson zijn er niet alleen hersennetwerken die het trillen veroorzaken, maar ook hersennetwerken die het trillen dempen. Dat geeft nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.
Over de publicatie
Dit onderzoek is gepubliceerd in Brain: Large-scale antagonistic cerebral networks drive amplitude variability in Parkinson’s disease tremor. Kevin R.E. van den Berg, Martin E. Johansson, Filip Grill, Michiel F. Dirkx, Bastiaan R. Bloem, Rick C. Helmich. DOI: 10.1093/brain/awag182
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





