Algemene informatie
Wat is craniosynostose?
De schedel bestaat uit verschillende botplaten. Tussen deze platen zitten naden, waardoor ze een beetje kunnen bewegen. Dit is belangrijk bij de geboorte en bij de groei van de schedel. Craniosynostose betekent dat de schedelnaden te vroeg dichtgroeien.
lees meerWat is craniosynostose?
-
De schedel bestaat uit verschillende botplaten. Tussen deze platen zitten naden, waardoor ze een beetje kunnen bewegen. Dit is belangrijk bij de geboorte en bij de groei van de schedel. Craniosynostose betekent dat de schedelnaden te vroeg dichtgroeien.
De schedel is opgebouwd uit een aantal botplaten, die samenhangen door naden die bij
kinderen niet verbeend zijn. De botplaten kunnen dus als het ware scharnieren waardoor ze onderling kunnen bewegen. Dit is belangrijk bij de geboorte, omdat tijdens het passeren van het geboortekanaal de schedelbotplaten min of meer in elkaar kunnen schuiven, zodat het hoofd geen starre bol is. Alle naden hebben hun eigen naam: kroonnaad, pijlnaad, voorhoofdsnaad en lambdanaad.Wat is craniosynostose?
Bij kinderen met een craniosynostose zijn één of meer schedelnaden te vroeg gesloten. De aandoening ontstaat meestal al voor de geboorte. Deze kinderen worden geboren met een afwijkende schedelvorm. De naden zijn ook belangrijk voor de groei van de schedel. Vanuit een open naad groeit er botweefsel naar weerszijden, waardoor de schedel in grootte toeneemt. Als een schedelnaad te vroeg dichtgaat, wordt de normale groei verstoord. Vaak ontstaat er dan ter compensatie (ongewenste) groei op een andere plaats. Dit noemen we secundaire vormafwijkingen.
Soorten craniosynostose
Afhankelijk van welke naad te vroeg sluit, ontstaat hierdoor een typische, afwijkende schedelvorm. Als ergens een naad gesloten (verbeend) is, groeit de schedel niet uit op deze plaats. De schedel moet in hetzelfde tempo groeien als de hersenen. Als de schedel niet voldoende meegroeit in alle richtingen, kunnen de groeiende hersenen bekneld raken binnen de schedel. Hierdoor kan de druk in het hoofd gaan stijgen, wat tot klachten kan leiden. Verder moet de schedel in hetzelfde tempo groeien als de ogen, oogkassen en neusbijholten. Er bestaan 8 afwijkende schedelvormen op basis van een te vroege verbening van de schedelna(a)d(en).
- bootschedel - scaphocephalie
- wigschedel- trigonocephalie
- scheve schedel- plagiocephalie
- scheef achterhoofd - occipitale plagiocephalie
- brede schedel - brachycephalie
- vlak achterhoofd - pachycephalie
- torenschedel - oxycephalie
- klaverbladschedel - triphyllocephalie
Bij de meest voorkomende afwijkende schedelvormen hebben kinderen geen bijkomende lichamelijke afwijkingen. Dit komt in Nederland bij ongeveer 1 op de 1600 geboorten voor. Als er wel lichamelijke afwijkingen voorkomen, bijvoorbeeld in het gezicht of aan handen en voeten, gaat het om een ingewikkelder ziektebeeld. Momenteel zijn er meer dan 100 craniosynostose syndromen bekend. Deze ziektebeelden zijn meestal erfelijk. De craniosynostose syndromen zijn zeer zeldzaam en komen in Nederland ongeveer 1 op de 11 000 geboorten voor. De meest voorkomende craniosynostose syndromen zijn genoemd naar de artsen die het ziektebeeld voor het eerst beschreven: Apert, Muenke, Crouzon-Pfeiffer, Saethre-Chotzen.
-
Het sluiten of verbenen van schedelnaden is een normaal proces. Het moment waarop deze sluiting plaatsvindt, wisselt van naad tot naad. De voorhoofdsnaad (sutura metopica) sluit zich in het eerste levensjaar. De kroonnaad (sutura coronaria) kan zich vanaf 8 jaar sluiten. Er zijn verschillende oorzaken bekend voor een geïsoleerde voortijdige schedelnaadsluiting. Voorbeelden zijn: een stofwisselingsstoornis, het gebruik van bepaalde medicijnen tijdens de zwangerschap, erfelijke stoornissen, bloedziekten en vitaminetekort. Bij de meeste patiënten kan de oorzaak van het te vroeg sluiten echter niet vastgesteld worden.
De klinisch geneticus, kinderarts, kinderneuroloog, neurochirurg, plastisch chirurg, mond-, kaak- en aangezichtschirurg, orthodontist en technisch geneeskundige werken samen bij het opsporen van de oorzaak van de craniosynostose.
Craniosynostose syndromen
Bij craniosynostose syndromen is er sprake van een erfelijke afwijking, waarbij zich één of meer defecten bevinden in een bepaald chromosoom (chromosomen zijn de eiwitten waarin de erfelijke eigenschappen zijn opgeslagen). Een syndroom bestaat uit een aantal met elkaar samenhangende verschijnselen die samen een aandoening vormen.
Vaak bestaan er dan naast de schedelafwijking ook andere afwijkingen, zoals bijvoorbeeld aan de ledematen.Secundaire craniosynostose
Ook kunnen naden te vroeg sluiten als gevolg van het niet ontwikkelen van de hersenen. De impuls voor de schedel om uit te groeien ontbreekt dan.
Als bij de behandeling van een waterhoofd met behulp van een pompje een te sterke daling van de hersendruk optreedt, kan dat ook leiden tot een te vroege verbening.
We spreken in beide gevallen van een secundaire craniosynostose. -
Vaak is een operatie nodig. Deze operatie heeft als doel zowel het uiterlijk te corrigeren als het normale uitgroeien van de hersenen mogelijk te maken. Schedelcorrectie bij een craniosynostose is niet alleen een esthetische ingreep (dat wil zeggen een ingreep die alleen voor het uiterlijk belangrijk is).
Verhoogde hersendruk
In sommige gevallen komt verhoogde hersendruk voor. Dit is te zien aan zogenaamde stuwingspapillen. Stuwingspapillen ontstaan door druk op de oogzenuw, die door de oogarts vastgesteld kan worden. Verhoogde hersendruk kan klachten geven zoals moeilijk inslapen/doorslapen, hoofdpijn, heftig spugen zonder aanleiding. Soms zorgt het ook voor vertraagde ontwikkeling, zowel motorisch als cognitief. Een verhoogde hersendruk met mogelijke ontwikkelingsachterstand is uiteraard een belangrijke reden om te opereren. Ook een bedreiging van een normale ontwikkeling van het oog, de oogkas en het gezichtsvermogen kan een reden zijn om te opereren.
De verdere gevolgen van craniosynostose zijn verschillend, afhankelijk van het type. Bij de geïsoleerde vorm van craniosynostose hoeven er behalve de afwijkende schedelvorm geen verdere problemen te bestaan.
Bij de craniosynostose syndromen zijn er nog andere stoornissen. Behalve verminderde groei in het gezicht en een onderontwikkelde bovenkaak, kunnen er ook in de hersenen, ogen, oren en ademhalingswegen functiestoornissen zijn. Hiervoor is gespecialiseerde zorg nodig.Psychologische impact
Geboren worden met een ‘ander’ uiterlijk, kan op termijn ook aanleiding geven tot psychologische problemen rondom identiteit, zelfbeeld, eigenwaarde, etc. Binnen ons multidisciplinaire team is er dan ook toegang tot gespecialiseerde kinderneurologie, kinderfysiotherapie, logopedie en kinderneuropsychologie.

Expertisecentrum voor Craniofaciale Aandoeningen
Het Radboudumc Expertisecentrum voor Craniofaciale Aandoeningen is gespecialiseerd in vergroeien van de schedelnaden (craniosynostose) en schedelafwijkingen (craniale malformaties).
naar paginaDiagnose
1e bezoek kinderneurochirurg
1e bezoek kinderneurochirurg 0-6 maanden
U komt bij de kinderneurochirurg in verband met een afwijking in de schedelvorm van uw kind. De kinderneurochirurg zal tijdens deze eerste afspraak het volgende doen:- Anamnese afnemen
- Lichamelijk onderzoek doen (vaststellen ernst en type craniosynostose)
- Uitleg geven over operatieve mogelijkheden
Extra onderzoek
Vóór de operatie wordt extra onderzoek gedaan. We maken een 3D CT-scan van de schedel (röntgenstraling) ook 3D-lichtfoto’s (zonder röntgenstraling).
lees meerExtra onderzoek
Vóór de operatie wordt er aanvullend onderzoek gedaan. Het Craniofaciaal Team van het Radboudumc probeert de stralingsbelasting zo laag mogelijk te houden. We maken een 3D CT-scan van de schedel (röntgenstraling) en 3D-lichtfoto’s (zonder röntgenstraling). Eventueel kan ook een MRI-scan (zonder röntgenstraling) gemaakt worden als we meer informatie over de ontwikkeling van de hersenen nodig hebben.
Elk kind wordt gescreend op stuwingspapillen door de oogarts. Daarnaast is er de mogelijkheid om genetisch onderzoek te laten doen om een mogelijke genetische oorzaak op te sporen en ouders eventueel voor te lichten over de herhalingskans bij een volgende zwangerschap of over de erfelijkheid van de aandoening zelf.
Afhankelijk van de complexiteit van de afwijking schakelen we andere medische en paramedische specialisten in voor aanvullend onderzoek.
Behandelfase
Vormen van craniosynostose
Vormen van craniosynostose en behandeling
-
De bootschedel komt het meest voor. De schedel is lang van voor- naar achterhoofd en smal van oor naar oor en lijkt zo op de onderkant van een boot.
lees meer
Bootschedel of scaphocephalie
Kenmerken
De schedel is lang van voor- naar achterhoofd en smal van oor naar oor en lijkt zo op de onderkant van een boot. Doordat de pijlnaad te vroeg gesloten is, kan de schedel niet naar opzij uitgroeien. Ter compensatie groeit het voorhoofd meer naar voren en wordt ook boller. Dit geldt ook voor het achterhoofd. Het is de enige craniosynostose waarbij het gezicht, behalve een bolling van het voorhoofd, niet betrokken is. Een 3D CT-scan van de schedel laat de typische schedelvorm en de te vroeg gesloten pijlnaad duidelijk zien.
Behandeling
Bij kinderen jonger dan 6 maanden is de minimaal-invasieve endoscopische behandeling
een daarna het dragen van een helm mogelijk.Bij kinderen ouder dan 6 maanden kan het verstandig zijn de te vroeg gesloten pijlnaad weer te openen en tegelijkertijd een re-modellering (verbreding van de schedel en eventueel afplatting van het te bolle voorhoofd) van het schedeldak te verrichten.
Wisselligging van het hoofd na de operatie is belangrijk om eenzijdige afplatting te voorkomen.Controle
Nacontrole blijft nodig om de verdere groei van de schedel te volgen en te controleren op verhoogde hersendruk.
-
De wigschedel komt voor als een geïsoleerde afwijking of bij een craniosynostose syndroom.
lees meer
Wigschedel of trigonocephalie
Kenmerken
De voorhoofdsnaad die loopt van de neus naar de voorste fontanel, is al voor de geboorte
gesloten. Normaal sluit deze naad zich in het eerste levensjaar. Aan het gezicht vallen de verticale richel in het midden van het voorhoofd en de wigvorm van het voorhoofd op.
De ogen kunnen iets te dicht bij elkaar staan en de binnenste ooghoeken kunnen afgedekt zijn door een verticale huidplooi. Verder kan het hoofd verbreed zijn achter het voorhoofd. Een 3D CT-scan van de schedel laat een gesloten naad en de typische vorm van de oogkassen zien.Behandeling
Een operatie is mogelijk, maar niet altijd nodig en hangt af van de ernst van de afwijking.
- Bij kinderen jonger dan 6 maanden (en voor meer uitgesproken vormen wordt de grens scherper gesteld: jonger dan 5 maanden) is de minimaal-invasieve endoscopische behandeling gevolgd door helmtherapie mogelijk.
- Bij kinderen ouder dan 6 maanden kan het verstandig zijn de te vroeg gesloten voorhoofdsnaad weer te openen en tegelijkertijd een re-modellering van het voorhoofd en soms ook de oogkassen te verrichten. Daarbij wordt dan het bovenste deel van beide oogkassen naar voren verplaatst. Bij voorkeur wordt deze operatie uitgevoerd voor de leeftijd van één jaar. Meestal opereren we als uw kind tussen de 10-12 maanden oud is
Controle
Nacontrole blijft nodig om de verdere groei van de schedel te volgen en te controleren op verhoogde hersendruk.
-
Scheve schedel kan als geïsoleerde afwijking voorkomen, maar kan ook een onderdeel zijn van een craniosynostose syndroom.
lees meer
Scheve schedel of anterieure plagiocephalie
Kenmerken
Eén van de twee kroonnaden sluit zich te vroeg waardoor één kant van het voorhoofd niet voldoende naar voren kan groeien. De bovenste oogkasrand staat te hoog en naar achteren. De hersenen proberen meer uit te groeien aan de andere voorhoofdszijde.
Ook de schedelbasis is asymmetrisch waardoor aan de aangedane kant het oor iets lager en meer naar voren staat. Ook het jukbeen wordt aan die kant naar voren geduwd. Het jukbeen is verbonden met de bovenkaak, die de neus naar de andere kant duwt. De verhouding tussen het onder- en bovengebit kan afwijkend zijn. Oogafwijkingen, zoals scheelzien of een lui oog, komen voor, waardoor kinderen soms een bril moeten dragen. Een 3D CT-scan van de schedel laat de gesloten kroonnaad, de asymmetrie van de schedel en de afwijkende oogkas goed zien.Behandeling
Ten eerste is het nodig de gesloten kroonnaad te openen.
- Bij kinderen jonger dan 5 maanden kan met de minimaal-invasieve techniek gevolgd door het dragen van een redressiehelm. Soms is dit niet voldoende voor correctie van de asymmetrie van het voorhoofd en de oogkassen. Daarom wordt de verdere groei van de schedel tijdens de helmtherapie nauwkeurig gemonitord met 3D-lichtfoto’s.
- Als het resultaat niet voldoende is of als het kind te oud is voor de endoscopische ingreep, worden de botdelen van het voorhoofd in model gebracht. Dit geldt ook voor de bovenste helft van de oogkas, waarbij de oogkas aan de aangedane zijde naar voren geplaatst wordt en soms aan de andere zijde iets naar achteren. Deze ingreep voeren we dan het liefst uit als uw kind tussen de 10-12 maanden oud is.
De asymmetrie van de schedelbasis is niet te corrigeren. Het uit zich in een standverschil van de oren. Hoe vroeger de endoscopische operatie gedaan wordt, des te meer kans er is dat de schedelbasis asymmetrie zich herstelt of niet verergert.
Ook de scheve stand van de neus kan spontaan verbeteren als het kind op jonge leeftijd wordt geopereerd. Het herkennen van de afwijkende schedelvorm in een vroeg stadium door de huisarts en/of kinderarts is dus erg belangrijk.
-
Een scheef achterhoofd of vlak achterhoofd komt vaak voor, maar is slechts in 2% van de gevallen het gevolg van een craniosynostose. In de meeste gevallen wordt het veroorzaakt door voorkeurshouding.
lees meer
Scheef achterhoofd of occipitale plagiocephalie
Kenmerken
Als één van de achterhoofdsnaden zich te vroeg sluit, vlakt het achterhoofd aan de aangedane
kant af. Dit is een zeer zeldzame vorm van craniosynostose. De andere zijde van het achterhoofd heeft meestal ter compensatie een sterkere kromming. Een standsverschil van de oren kan hierbij ontstaan. Meestal blijft de afwijking beperkt tot het achterhoofd en is het voorhoofd en gezicht vrijwel normaal.Voorkeursligging
Het is erg belangrijk om deze craniosynostose te onderscheiden van de afplatting van het achterhoofd doordat het kind veel op een kant ligt (‘positional molding’). Dit is geen craniosynostose en kan soms met fysiotherapie worden behandeld. Een 3D CT-scan laat de gesloten lambdanaad bij craniosynostose duidelijk zien.Behandeling
Chirurgische correctie is wel mogelijk, maar niet altijd nodig. Het hangt af van de ernst van de afwijking en van de leeftijd van het kind. Het haar camoufleert de afvlakking bij een kleine afwijking.
- Bij kinderen jonger dan 6 maanden is de minimaal-invasieve endoscopische behandeling gevolgd door helmtherapie mogelijk.
- Bij oudere kinderen moet het achterhoofdsbot uitgezaagd worden en na re-modellering teruggeplaatst worden. Dit brengt enig risico met zich mee. Bij voorkeur wordt deze operatie uitgevoerd als het kind tussen de 10 en 12 maanden oud is.
-
Oxycephalie is een zeldzame afwijking, die als een geïsoleerde afwijking voorkomt, maar het is meestal onderdeel van een craniosynostose syndroom.
lees meer
Torenschedel of oxycephalie
Kenmerken
Een torenschedel ontstaat doordat verschillende schedelnaden te vroeg sluiten. Meestal zijn het de kroonnaden maar soms ook de pijlnaad en/of de voorhoofdsnaad. Als gevolg daarvan duwen de hersenen de schedel naar boven. Bij deze vorm van craniosynostose komt verhoogde hersendruk vaak voor. De 3D CT-scan van de schedel laat de gesloten naden en de typische schedelvorm zien.
Behandeling
Aangezien het hele schedeldak een abnormale vorm heeft, zijn vaak 2 correcties nodig.
- In een eerste operatie worden de kroonnaden geopend. Ook wordt de bovenste helft van de oogkassen en het voorhoofd geremodelleerd.
- In een tweede operatie wordt het achterhoofd geremodelleerd.
Correctie in 2 keer is nodig omdat bij operatie van het voorhoofd het kind op de rug ligt en bij correctie van het achterhoofd op de buik. Bovendien brengt het verrichten van de totale correctie in één operatie bij een jong kind grote risico’s (zoals bloedverlies) met zich mee. Bij voorkeur moeten de operaties plaatsvinden als het kind tussen de 6 tot 12 maanden oud is.
Controle
Aangezien het meestal om een syndroom gaat, krijgt uw kind verder onderzoek, controle en behandeling.
-
Triphyllocephalie treedt op als onderdeel van verschillende craniosynostose syndromen, zoals bij het syndroom van Crouzon-Pfeiffer of het syndroom van Apert. Vaak is dit erfelijk.
lees meer
Klaverbladschedel of triphyllocephalie
Kenmerken
Bij de klaverbladschedel zij niet één, maar vele naden te vroeg gesloten. Zowel in het schedeldak als aan de schedelbasis. Hierdoor zijn de oogkassen te klein en ondiep, en puilen de ogen vaak uit. Soms is de bovenkaak te klein waardoor er ademhalingsproblemen kunnen ontstaan. Ook komen hersenafwijkingen regelmatig voor. Die kunnen tot een waterhoofd (hydrocephalie) leiden of tot ontwikkelingsafwijkingen van de hersenen zelf waardoor geestelijke achterstand ontstaat.
Ook bij deze vorm van craniosynostose ontstaat vaak een verhoogde hersendruk waardoor we snel moeten ingrijpen. De schedelvorm is goed te herkennen en kan bevestigd worden door de röntgenfoto en 3D CT-scan van de schedel.
Behandeling
Na de geboorte ontstaan vaak meerdere problemen, zoals ademhalingsstoornissen.
Door de uitpuilende ogen kan het hoornvlies kan uitdrogen. Dit vormt een bedreiging voor de ogen. Daarom moet uw kind soms op heel jonge leeftijd worden geopereerd. We vergroten dan de oogkas om de oogbol ruimte te geven en plaatsen de bovenkaak naar voren om de ademhalingswegen open te houden. Deze correctie heet ‘frontofaciale advancement’.Het hele aangezicht met de oogkassen en voorhoofd worden in één operatie naar voren gebracht. Dit is een zeer uitgebreide operatie die behoorlijke risico’s met zich meebrengt. Op latere leeftijd zijn meestal nog verdere correcties nodig.
Behandelopties
Minimaal-invasieve endoscopische behandeling
Bij endoscopische craniosynostose-chirurgie openen we via 1 of 2 kleine sneetjes de te vroeg gesloten schedelnaad. Dit gebeurt met behulp van een kleine camera.
lees meerMinimaal-invasieve endoscopische behandeling
Bij endoscopische craniosynostose-chirurgie openen we via 1 of 2 kleine sneetjes de te vroeg gesloten schedelnaad. Dit gebeurt met behulp van een kleine camera. Een te vroeg gesloten schedelnaad zorgt voor misvorming van de rest van de schedel. Dit voorkomen we door de de naad te openen.
Deze ingreep is alleen mogelijk bij kinderen jonger dan 6 maanden. Meestal opereren we als uw kind 4 maanden oud is. Op latere leeftijd geeft deze behandeling niet meer het gewenste resultaat. Omdat de operatie al op erg jonge leeftijd gebeurt, ontstaan geen verdere vormafwijkingen aan de schedel. Als de naad weer open is, kunnen de hersenen in alle richtingen normaal groeien en wordt de schedelvorm weer normaal.
Deze ingreep duurt ongeveer 30-60 minuten. De wond na de operatie is erg klein. Enkele uren na de operatie kan uw kind normaal gevoed worden, ook bij borstvoeding.
Naar huis
Een dag na de operatie kan uw kind naar huis.
Complicaties, zoals een scheur in het hersenvlies, nabloeding of schade aan de hersenen, komen erg weinig voor.
Open schedelreconstructie
Als craniosynostose later vastgesteld wordt en er geen endoscopische ingreep meer mogelijk is, dan is het nodig om hiervoor uitgebreidere correcties te doen. Vaak krijgt een kind dan een schedeldakreconstructie, eventueel gecombineerd met een (gedeeltelijke) oogkascorrectie.
lees meerOpen schedelreconstructie
Als craniosynostose later vastgesteld wordt en er geen endoscopische ingreep meer mogelijk is, dan kan het nodig zijn om hiervoor uitgebreidere correcties te doen. Vaak krijgt een kind dan een schedeldakreconstructie, eventueel gecombineerd met een (gedeeltelijke) oogkascorrectie.
Deze operatie wordt bij voorkeur tijdens het eerste levensjaar uitgevoerd. In het Craniofaciaal Team Nijmegen geven we er de voorkeur aan deze operatie tussen 10-12 maanden uit te voeren. Redenen hiervoor zijn: het schedelbot is nog dun en gemakkelijk vervormbaar, het schedelbot groeit gemakkelijk weer aan, kinderen zijn op deze leeftijd nog niet eenkennig en dat komt de opname ten goede, kinderen hebben minder angst waardoor er minder nachtmerries/slaapproblemen en voedingsproblemen bij thuiskomst zijn en kinderen lopen meestal nog niet op deze leeftijd zodat ze niet zo snel hun hoofd stoten na de operatie.
Bij de eenvoudige geïsoleerde craniosynostose is een enkele ingreep meestal voldoende, maar bij de craniosynostose syndromen moet op latere leeftijd nog correctie van het aangezicht plaatsvinden omdat de bovenkaak niet voldoende groeit. Dit gebeurt op latere leeftijd nadat het melkgebit gewisseld is voor het definitieve gebit. In sommige gevallen is nog een tweede correctie van het schedeldak nodig.
Operatieplan
Voor de verschillende typen craniosynostosen worden specifieke operaties toegepast. In het Craniofaciaal Team Nijmegen maken we altijd een gepersonaliseerd operatieplan op basis van de 3D CT-scan. Er worden dan verschillende opties virtueel uitgetest. Zo komen we tot een optimaal operatieplan dat zo nauwkeurig en veilig mogelijk is (kortere ingreep) om zo het optimale resultaat te krijgen voor een specifieke patiënt. Vervolgens worden er 3D-geprinte tekenmallen en reconstructie-mallen gemaakt, die toelaten om het vastgesteld operatieplan exact en heel precies uit te voeren.
Deze operaties duren 2 tot 6 uur, afhankelijk van het type ingreep.
Complicaties
Meestal wordt een zig-zagsnede in de huid van oor tot oor gemaakt, waarvoor het haar gedeeltelijk weggeschoren wordt. Het wondoppervlak is hierbij groot. De meeste kinderen doorstaan deze grote operaties goed. Het komt zelden voor dat ze er blijvend letsel aan overhouden. Wel kunnen er diverse complicaties ontstaan. Het grootste risico bij de operatie is bloedverlies. Door het grote wondoppervlak en de lange duur van de operatie moet er vaak bloed worden toegediend. Voor de operatie wordt daarom altijd bloed besteld in de bloedgroep van uw kind.
Andere risico’s zijn:
• wondontsteking/hersenvliesontsteking
• letsel van het hersenvlies met lekkage van hersenvocht onder de huid
• hersenletsel en oogletsel
Dit komt zelden voor en is meestal goed behandelbaar.
Waar moet u als ouder rekening mee houden?
In verband met de risico’s op complicaties, wordt uw kind na een open schedelreconstructie op de kinder-Intensive Care bewaakt tot de volgende ochtend, waarna uw kind weer naar de afdeling teruggaat. Na de operatie krijgt uw kind vaak 2 kleine wonddraintjes, die overtollig bloed moeten afvoeren. Uw kind krijgt standaard morfine via een infuus en paracetamol-zetpillen tegen eventuele pijn gedurende 4-5 dagen.
Als ouder moet u zich erop instellen dat na de operatie een forse zwelling van het hoofd en meestal ook van beide oogleden optreedt. Door de forse zwelling van de oogleden, kan het zijn dat uw kind enkele dagen niet kan zien. Gelukkig is deze zwelling meestal volledig pijnloos, maar wel vervelend voor uw kind.
Met een fopspeen, toespreken, aanraking en op schoot of op de arm nemen zijn ze meestal goed gerust te stellen. Deze zwelling is het meest uitgesproken op de 2e dag na de operatie, maar begint al op de 3e dag te verbeteren en is grotendeels weg op de 5e dag na operatie. Als de zwelling wegtrekt, worden er vaak bobbels en oneffenheden zichtbaar/voelbaar. Het operatieplan bestaat immers steeds uit het herschikken van verschillende botdelen tot een groter geheel. Dit is echter nooit helemaal sluitend en glad. Deze oneffenheden trekken meestal in de loop van een jaar vanzelf bij en hoeven niet verder behandeld te worden.
Als gevolg van de operatie, de ziekenhuisopname en alles wat hieromheen gebeurt, kan uw kind nachtmerries, verlatingsangst of problemen met de voeding hebben. Ook kan het een ander gedrag vertonen gedurende enkele dagen tot weken. Dit is een normale reactie op alles wat gebeurd is, en trekt doorgaans vanzelf bij. Als dit problematisch blijft, kan er gerichte hulp voor ingeschakeld worden.
Redressiehelm
Het beste resultaat wordt bereikt als uw kind na het openen van de naad een redressiehelm draagt die specifiek voor deze ingreep ontwikkeld is.
lees meerRedressiehelm
Het beste resultaat wordt bereikt als uw kind na het openen van de naad een redressiehelm draagt die specifiek voor deze ingreep ontwikkeld is. De helm zorgt ervoor dat de schedel vooral groeit in de richting die eerst belemmerd werd door de gesloten naad. Deze helm is zeer dun (6mm) en licht waardoor het dragen geen problemen oplevert.
1 week na de operatie krijgt u een afspraak bij de orthopediefirma ForMotion Orthopedie in Zwolle, waar bij uw kind een redressiehelm aangemeten wordt. Deze helm is enkele dagen later klaar en uw kind gaat deze helm daarna 23 uur per dag dragen voor de komende 9 tot 10 maanden. Tussentijds wordt de helm aangepast aan de groei van uw kind. Meestal zijn er 2 tot 3 helmen nodig in het hele traject. De zogenaamde redressiehelm zal in een periode van gemiddeld 10 maanden de
schedel ‘remodelleren’ naar de gewenste vorm. We volgen de ontwikkeling tijdens de helmtherapie door 3D lichtfoto’s (zonder röntgenstraling) te maken die perfect weergeven waar en hoe de schedel groeit.
Nazorgfase
Controles
Na de operatie
De controles na de operatie volgen een vast patroon. 6 weken na de operatie krijgt uw kind een controleafspraak op de polikliniek Kinderneurochirurgie.
lees meerNa de operatie
De controles na de operatie volgen een vast patroon. 6 weken na de operatie krijgt uw kind een controleafspraak op de polikliniek Kinderneurochirurgie. Tijdens dit bezoek controleren we de wondgenezing. Ook wordt eventueel de pasvorm van de eerste helm gecontroleerd.
Herhaalbezoek
Vervolgens worden de verdere controles gedaan op het multidisciplinaire spreekuur van het Craniofaciaal Team Nijmegen. Op dit spreekuur ziet u zowel de kinderneurochirurg als de Mond-,Kaak-, aangezichtschirurg, die uw kind gezamenlijk geopereerd hebben. Als het nodig is, kunnen ook andere specialisten naar uw kind kijken (plastisch chirurg, orthodontist, KNO-arts, logopedist). Deze controles vinden 3 maanden na de operatie plaats en daarna op de leeftijd van 1 jaar, 2 jaar, 4 jaar, 9 jaar en 15 jaar.
Endoscopische ingreep
Bij een endoscopische ingreep vinden daarnaast iedere 3 maanden controles plaats totdat uw kind klaar is met de helm. Op de leeftijd van 2 en 4 jaar wordt er weer gescreend op verhoogde hersendruk door de oogarts. Bij de controle op het spreekuur vragen we u hoe het met uw kind is gegaan en hoe het gaat met de ontwikkeling op motorisch/ taal/spraak gebied. We kijken naar uw kind en er maken 3D lichtfoto’s van uw kind om de ontwikkeling van de schedelvorm in de gaten te houden.
Nieuwe CT-scans maken we alleen als daar een goede reden voor is, om zo röntgenbelasting te vermijden. In sommige gevallen komen we er tijdens een controle achter dat er een nieuwe operatie nodig is.
3D Lab
In het 3D Lab in het Radboudumc worden van uw kind 3D lichtfoto’s gemaakt, zowel voor de operatie als op vaste tijdstippen na de operatie, om zo de ontwikkeling van de schedelgroei in de gaten te kunnen houden. Zowel tijdens de helmtherapie daarna. Hierbij gebruiken we geen schadelijke röntgenstraling.Daarnaast wordt binnen het 3D lab de operatie van open schedeldakreconstructies gepland, waarbij het optimale operatieplan voor elke specifieke patiënt wordt bepaald en virtueel uitgetest. Op deze manier duurt de daadwerkelijke operatie korter en dit verkleint de kans op complicaties.
Locatie
Controle en nazorg vindt plaats in het Radboudumc. Bij helmtherapie vinden er specifieke controles plaats bij ForMotion Orthopedie.