Sluiten

Controles bij polyposis syndroom

Welke controles u nodig heeft, hangt af van de mutatie (fout in een gen) die bij het DNA‑onderzoek is gevonden. Voor elke erfelijke afwijking gelden andere adviezen. Daarom kan de frequentie van de controles verschillen per persoon.

Ook het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en de grootte van deze poliepen spelen een rol. Als er meer of grotere poliepen zijn, kan het nodig zijn om vaker te controleren.

Het controleadvies kan in de toekomst veranderen als er meer bekend wordt over polyposis.

Voor extra informatie kunt u de richtlijnen bekijken die zijn opgesteld door de Vereniging Klinische Genetica Nederland (VKGN).

Patiëntenzorg Aandoeningen Polyposis syndroom

Wat is een polyposis syndroom

Polyposis is een erfelijke aandoening. Dit betekent dat u het kunt krijgen door een fout (mutatie) in een gen. Vaak is deze fout bekend, maar soms wordt geen duidelijke oorzaak gevonden. Een gen is een stukje DNA met erfelijke informatie. Als u polyposis heeft, krijgt u veel poliepen in uw darmen: soms tientallen, soms zelfs duizenden. Welke soort polyposis u heeft (bijvoorbeeld FAP, AFAP, MAP of Peutz‑Jeghers) bepaalt hoeveel poliepen er ontstaan en waar ze zitten.

lees meer

Sluiten

Wat is een polyposis syndroom

Polyposis is een erfelijke aandoening. Dit betekent dat u het kunt krijgen door een fout (mutatie) in een gen. Vaak is deze fout bekend, maar soms wordt geen duidelijke oorzaak gevonden. Een gen is een stukje DNA met erfelijke informatie.

Als u polyposis heeft, krijgt u veel poliepen in uw darmen: soms tientallen, soms zelfs duizenden. Welke soort polyposis u heeft (bijvoorbeeld FAP, AFAP, MAP of Peutz‑Jeghers) bepaalt hoeveel poliepen ontstaan en waar ze zitten.

Poliepen kunnen soms uitgroeien tot kanker. De kans dat één poliep kanker wordt, is klein en dit duurt meestal lang. Maar omdat mensen met Polyposis heel veel poliepen hebben, is het risico op darmkanker toch groter. Daarom is het belangrijk dat u zich regelmatig laat controleren en zo nodig preventief laat behandelen.

Wat zijn poliepen?

Poliepen zijn kleine verdikkingen van het slijmvlies in de darm. De meest voorkomende soort heet een adenoom. Er kunnen ook andere soorten poliepen ontstaan. Ze kunnen heel klein zijn (een paar millimeter), maar ook enkele centimeters groot.

Poliepen zitten meestal in de dikke darm en de endeldarm, maar kunnen ook in de twaalfvingerige darm voorkomen. Vooral grotere poliepen hebben een hogere kans om onrustig te worden of zich te ontwikkelen tot kanker.


Controles bij polyposis syndroom

Welke controles u nodig heeft, hangt af van de mutatie (fout in een gen) die bij het DNA‑onderzoek is gevonden. Voor elke erfelijke afwijking gelden andere adviezen. Daarom kan de frequentie van de controles verschillen per persoon.

lees meer

Onderzoeken bij polyposis syndroom

Om u te controleren bij het polyposis syndroom zijn er verschillende onderzoeken. Uw arts bespreekt met u welke onderzoeken nodig zijn en wanneer deze gedaan moeten worden.


Adviezen bij soorten polyposis syndroom


  • Sluiten

    Adviezen bij klassieke Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP)

    Vanaf 10-12 jaar:  

    Onderzoek van de dikke darm met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek nodig is, hangt onder andere af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en van de grootte van deze poliepen.

    Vanaf 25-30 jaar:  

    Onderzoek van de maag en de twaalfvingerige darm met een gastroduodenoscopie. Ook hierbij hangt de frequentie af van het aantal en de grootte van de poliepen.


  • Sluiten

    Adviezen bij Atypische Familiaire Adenomateuze Polyposis (AFAP):

    Vanaf 18 jaar:  

    Onderzoek van de dikke darm met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek plaatsvindt, hangt af van het aantal poliepen en de grootte ervan.

    Vanaf 25-30 jaar:  

    Onderzoek van de maag en de twaalfvingerige darm met een gastroduodenoscopie. De frequentie van dit onderzoek hangt opnieuw af van het aantal en de grootte van de poliepen.


  • Sluiten

    Adviezen bij POLD1 mutatie (PPAP)

    Vanaf 18-20 jaar:  

    Onderzoek van de dikke darm met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek nodig is, hangt onder andere af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en van de grootte van deze poliepen.

    Vanaf 25 jaar:  

    Onderzoek van de maag en de dunne darm met een gastroduodenoscopie. De frequentie van dit onderzoek is afhankelijk van de bevindingen, zoals het aantal poliepen en de grootte ervan.

    Extra advies voor vrouwen met PPAP: 

    Vanaf 35 jaar:  

    U wordt verwezen naar de gynaecoloog. Daar bespreekt u welke controles van de baarmoeder tussen 40 en 60 jaar nodig zijn en of een preventieve operatie van de baarmoeder of eierstokken verstandig is.

    Van 40 tot 60 jaar:  

    U heeft één keer per jaar een afspraak op de mammapoli (polikliniek chirurgie). U krijgt afwisselend: 

    • het ene jaar een MRI‑scan van de borsten
    • het andere jaar een mammografie

    Van 60 tot 75 jaar:  

    U doet mee aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.


  • Sluiten

    Adviezen bij MUTYH-geassocieerde Polyposis (MAP)

    Vanaf 18-20 jaar:  

    U krijgt een kijkonderzoek van de dikke darm met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek nodig is, hangt onder andere af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en van de grootte van deze poliepen.

    Vanaf 25-30 jaar:  

    U krijgt een kijkonderzoek van de maag en de twaalfvingerige darm met een gastroduodenoscopie. Dit onderzoek kan vaker nodig zijn als er poliepen worden gevonden.


  • Sluiten

    Adviezen bij NTHL1-geassocieerde tumor syndroom (NAT)

    Vanaf 20 jaar:  

    U krijgt een darmonderzoek met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek nodig is, hangt onder andere af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en van de grootte van deze poliepen.

    Vanaf 25 jaar:  

    U krijgt een onderzoek van de maag en de dunne darm met een gastroduodenoscopie. De frequentie van dit onderzoek hangt af van de bevindingen.

    Extra adviezen voor vrouwen

    Van 40 tot 60 jaar:  

    U krijgt één keer per jaar een gynaecologisch onderzoek. Dit bestaat uit een echo van de baarmoeder. Soms wordt er ook wat weefsel uit de baarmoeder weggehaald voor onderzoek.

    Van 30 tot 60 jaar:  

    U komt elk jaar op de mammapoli (polikliniek chirurgie) voor controle. U krijgt daarbij een MRI‑scan van de borsten.

    Van 40 tot 50 jaar:  

    U krijgt daarnaast elk jaar een mammografie (röntgenfoto van de borsten).

    Van 50 tot 75 jaar:  

    U krijgt elke twee jaar een mammografie via het bevolkingsonderzoek.


  • Sluiten

    Adviezen bij juveniele polyposis syndroom

    Vanaf 3 jaar:  

    U kunt starten met screening op HHT. Hereditaire Hemorragische Telangiëctasie (HHT), ook bekend als de ziekte van Rendu-Osler-Weber, is een zeldzame erfelijke vaatziekte waarbij bloedvaten zich niet goed ontwikkelen.

    Vanaf 18 jaar:  

    Controle van de lichaamsslagader in de borstkas (alleen als u een SMAD4‑mutatie heeft).

    Vanaf 15 jaar:  

    U krijgt een kijkonderzoek van de dikke darm (colonoscopie), de maag en twaalfvingerige darm (gastroduodenoscopie). Hoe vaak deze onderzoeken nodig zijn, hangt af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden. Bij klachten of op basis van het familieverhaal kan besloten worden om eerder te starten. Voor de dunne darm kan een MRDDP (MRI van de dunne darm) worden overwogen.

    Specialistische zorg:  

    De onderzoeken voor HHT en de controle van de lichaamsslagader moeten plaatsvinden in een gespecialiseerd centrum. Voor HHT zijn dit de expertise­centra:

    • Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein
    • Martini Ziekenhuis in Groningen

  • Sluiten

    Adviezen voor serrated polyposis Syndroom (SPS)

    Voor uzelf (als u SPS heeft)

    Dikke darmonderzoek met een colonoscopie. Hoe vaak dit onderzoek nodig is, hangt onder andere af van het aantal poliepen dat bij u wordt gevonden en van de grootte van deze poliepen.

    Voor eerstegraads familieleden van iemand met SPS

    Vanaf 45 jaar een colonoscopie van de dikke darm. Na 2 tot 3 colonoscopieën zonder afwijkingen kan worden overwogen om vanaf 60 jaar te stoppen met de controles.


  • Sluiten

    Adviezen bij Peutz Jeghers syndroom

    Vanaf 8 jaar:

    • Controle door een kinderarts. Hierbij wordt gekeken naar bloedarmoede (Hb‑bepaling). Bij jongens worden ook de zaadballen onderzocht (voelen/palpatie). Hoe vaak deze controles nodig zijn, hangt af van het aantal poliepen en de grootte ervan.
    • Onderzoek van de dunne darm met een Video‑Capsule Endoscopie (VCE) of een MRDDP (MRI van de dunne darm). Zo nodig wordt dit aangevuld met een dubbel‑ballon enteroscopie. Hoe vaak deze controles nodig zijn, hangt af van het aantal poliepen en de grootte ervan.
    • Onderzoek van de maag en twaalfvingerige darm met een gastroduodenoscopie. Hoe vaak deze controles nodig zijn, hangt af van het aantal poliepen en de grootte ervan.
    • Inwendig onderzoek van de dikke darm met een colonoscopie. Hoe vaak deze controles nodig zijn, hangt af van het aantal poliepen en de grootte ervan.

    Extra adviezen voor vrouwen

    • Vanaf 25 jaar jaarlijkse borstcontrole. Van 25 tot 60 jaar: elk jaar een MRI‑scan en jaarlijks contact met de mammapoli (polikliniek chirurgie). Van 40 tot 60 jaar: daarnaast één keer per twee jaar een mammografie (röntgenfoto van de borsten). Van 60 tot 75 jaar: Jaarlijks een mammografie bij borstdichtheid A of B. Afwisselend een mammografie en een MRI‑scan bij borstdichtheid C of D.
    • Vanaf 25 jaar jaarlijks gynaecologisch onderzoek, met een uitstrijkje en zo nodig een transvaginale echo.

    Overig onderzoek

    Onderzoek van de alvleesklier met een MRI‑scan en/of endo‑echografie. Dit gebeurt alleen in studieverband (wetenschappelijk onderzoek).