Tijdens de behandeling Wat kunt u verwachten?

De deflux-behandeling vindt meestal plaats tijdens een dagopname. Tijdens de operatie kijkt de kinderuroloog eerst met een cystoscoop in de plasbuis en de blaas van uw kind. Een cystoscoop is een lange, dunne holle buis met aan het uiteinde een cameralens. Eventueel maakt de uroloog ook foto’s van de blaas.

Vervolgens  wordt de defluxgel ingespoten in de blaaswand, op de plaats waar de urineleiders de blaas inkomen. Deze gel zorgt ervoor dat de urine niet kan terugstromen. Hechtingen na de ingreep zijn niet nodig. Als de kinderuroloog ook de plasbuis moet behandelen, brengt hij of zij voor 1 dag een blaaskatheter in. Uw kind blijft dan een nacht in het ziekenhuis.

Soms is er na een defluxbehandeling onvoldoende resultaat. De urine stroomt dan nog steeds terug naar de urineleiders en nieren. De ingreep moet dan herhaald worden.

Het kan soms nodig zijn om op een later moment een ‘ureter re├»mplantatie’ uit te voeren. Dit is een operatie waarbij de kinderuroloog de urineleider(s) losmaakt van de blaas en vervolgens opnieuw vastzet.
 
Patientenzorg Behandelingen Deflux bij kinderen

Wat is een defluxbehandeling?

De behandeling is gericht op het voorkomen van reflux. Reflux is een aandoening waarbij urine vanuit de blaas terugstroomt naar de urineleiders en soms naar de nier(en). De urine kan geïnfecteerd zijn, wat kan leiden tot nierbekkenontsteking. De nieren kunnen daardoor beschadigd raken.

Contact opnemen

U vindt hier de contactgegevens van de polikliniek Kinderen en Jeugdigen, Urologie en de opnameplanning. Neem voor medische vragen contact op via (024) 361 38 80.

lees meer

Contact opnemen

Polikliniek Kinderen en Jeugdigen

Dagelijks: (024) 361 44 15

Polikliniek Urologie

dagelijks: (024) 361 33 95/dinsdag en donderdag: (024) 366 85 07

Medische en verpleegkundige vragen

(024) 361 38 80, buiten kantooruren (024) 361 39 24

Informatie opnameplanning

Tussen 14.00 uur en 15.30 uur (024) 361 36 46

 


Tijdens de behandeling Wat kunt u verwachten?

De deflux-behandeling vindt meestal plaats tijdens een dagopname. Tijdens de behandeling spuiten we defluxgel in de blaaswand. Deze gel zorgt ervoor dat de urine niet kan terugstromen richting de urineleiders en nieren.

lees meer

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

In principe mag uw kind op de dag van de behandeling weer naar huis. Soms is het beter als uw kind een nachtje in het ziekenhuis blijft. De kinderuroloog bespreekt dit met u tijdens de middagvisite.

lees meer

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

In principe mag uw kind op de dag van de behandeling weer naar huis. Soms is het beter als uw kind een nachtje in het ziekenhuis blijft. De kinderuroloog bespreekt dit met u tijdens de middagvisite.

 Uw kind mag na de behandeling meteen weer baden of douchen. Als uw kind fit is, mag hij of zij weer deelnemen aan alle gebruikelijke activiteiten, zoals naar school gaan, buiten spelen, zwemmen, fietsen en sporten.

Medicijnen

Voor de behandeling geven we uw kind antibiotica via een infuus dat we inbrengen op de operatiekamer. De kinderuroloog beslist na de behandeling of uw kind door moet gaan met de antibiotica. Dit kan per kind verschillend zijn.

Pijnbestrijding

Het kan zijn dat uw kind de eerste dagen na de ingreep pijn heeft. Dan is het belangrijk dat uw kind pijnmedicatie krijgt.
 

Controle

We maken een controle afspraak voor 6 weken na de behandeling. Afhankelijk van de uitkomsten tijdens de kijkoperatie voeren we, voorafgaand aan de afspraak, één van de volgende onderzoeken uit:

  • Bij een echografie worden beelden gemaakt van weefsels en organen met behulp van ultra-geluidsgolven.


Behandeling Anesthesie bij kinderen

Als uw kind een behandeling of onderzoek onder anesthesie (verdoving) krijgt is het belangrijk om hem/haar goed voor te bereiden.

lees meer

Contact opnemen met een arts

Neem contact op als uw kind één van de onderstaande klachten heeft. Wij overleggen dan met u wat u het beste kunt doen. Als het nodig is, vervroegen we de geplande controle afspraak.

  • Koorts
  • Pijn ondanks gebruik van paracetamol
  • Pijn bij het plassen
  • De eerste 2 tot 4 dagen na de ingreep bloederige urine. Dit is meestal het gevolg van de blaaskatheter en gaat bijna altijd vanzelf over.