Patientenzorg Behandelingen Operatie bij baarmoederhalskanker

Over de operatie bij baarmoederhalskanker

Tijdens de operatie verwijderen we uw baarmoeder, baarmoederhals, lymfeklieren en een stukje van de vaginatop.

Voor de behandeling

In de week voor de operatie ondergaat u meestal een aantal onderzoeken. We maken bijvoorbeeld een foto van uw longen (thorax), een CT-scan, PET-scan en/of een MRI-scan.

lees meer

Voor de behandeling

In de week voor de operatie ondergaat u meestal een aantal onderzoeken. We maken bijvoorbeeld een foto van uw longen (thorax), een CT-scan, PET-scan en/of een MRI-scan.

Opname

Eén dag voor de operatie, of op de dag zelf nemen we u op. De verzorging en begeleiding tijdens uw verblijf in het ziekenhuis gebeurt zoveel mogelijk door dezelfde verpleegkundige.

De neemt de avond voor de operatie het laxatiemiddel microlax in. Dit middel zorgt er voor dat uw darmen leeg zijn. Als u op de operatiedag zelf wordt opgenomen heeft u de microlax en uitleg van de verpleegkundige op de polikliniek gekregen.

Ter voorkoming van trombose (bloedstolsels) krijgt u tijdens uw opname elke avond een injectie. Behalve op de avond voor de operatie.

Nuchter

Tot middernacht (00.00 uur) mag u normaal eten en drinken. Daarna moet u nuchter blijven.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

De behandeling

De operatie duurt 4 tot 5 uur. Tijdens de operatie verwijderen we uw baarmoeder, baarmoederhals, lymfeklieren en een stukje van de vaginatop. Bij vrouwen ouder dan 45 jaar nemen we ook de eierstokken weg.

lees meer

De behandeling

De operatie duurt 4 tot 5 uur en wordt ook wel Wertheim-Meigs genoemd. Uw behandelend arts maakt een huidsnede van het schaambeen tot boven de navel. Zo is het operatieveld goed zichtbaar. Tijdens de operatie verwijderen we uw baarmoeder, baarmoederhals, lymfeklieren en een stukje van de vaginatop. Bij vrouwen ouder dan 45 jaar nemen we ook de eierstokken weg.

Infusen/slangen

Tijdens de operatie krijgt u infusen in uw arm en wanneer nodig in uw halsader. Hierdoor worden verschillende vloeistoffen toegediend. Tijdens de anesthesie werken de darmen minder en voeren deze geen maagsappen af. Daarom brengen we een maagslang in. Dit is een dunne slang die via de neus en slokdarm naar uw maag loopt. Het zorgt ervoor dat maagsappen naar een opvangzak worden afgevoerd. De werking van de darmen neemt na de operatie weer geleidelijk toe.

Door een tweede slangetje in uw neus, dienen we extra zuurstof toe. Dit slangetje zit slechts enkele centimeters in de neusholte. We plakken het met een pleister vast op uw neus. Een suprapubische katheter, een dunne slang die we rechtstreeks in uw blaas brengen, zorgt voor een constante afvoer van de urine naar de opvangzak. Deze opvangzak hangt aan uw bed. 1 of 2 andere slangetjes (drains) zorgen voor de afvoer van wondvocht en eventueel zich opnieuw vormend buikvocht. Deze slangetjes staan vaak in verbinding met 1 of 2 flessen die aan uw bed hangen.

Na de behandeling

Afhankelijk van uw herstel blijft u ongeveer 1 week in het ziekenhuis. We controleren iedere dag uw pols, temperatuur en bloeddruk. Het kan zijn dat de katheter blijft zitten als u naar huis mag.

lees meer

Na de behandeling

Na de operatie bellen we uw partner of contactpersoon. We vertellen hoe de ingreep is verlopen. Vergeet dus niet het juiste telefoonnummer door te geven, waarop uw contactpersoon bereikbaar is.

De anesthesioloog brengt u direct na de operatie naar de verkoeverafdeling (uitslaapkamer). Hier blijft u tot u goed wakker bent. Daarna gaat u terug naar de afdeling. Als de gynaecoloog en de anesthesioloog vinden dat u extra aandacht nodig heeft, brengt u de nacht door op de afdeling Intensive Care of de verkoeverafdeling plus. Zowel op de verpleegafdeling als op de afdeling Intensive Care/Verkoever plus kunt u dezelfde avond, in beperkte mate, bezoek ontvangen.

Pijnbestrijding

Na de opratie heeft u pijnbestrijding nodig. Dit zorgt ervoor dat u zo pijnvrij mogelijk kunt bewegen, ophoesten en doorademen om eventuele complicaties zoals longproblemen en trombose te voorkomen. Bovendien kost pijn energie, die u hard nodig heeft voor uw herstel. Waarschuw de verpleegkundige als u pijn heeft. Wacht hier niet te lang mee.

Afhankelijk van uw herstel blijft u ongeveer 1 week in het ziekenhuis.

Dag 1

De verpleegkundige helpt u bij de lichamelijke verzorging. Hij of zij neemt ’s morgens bloed bij u af. 4 keer per dag controleren we uw pols, temperatuur, bloeddruk en pijnscores. Het zuurstofslangetje in uw neus verwijderen we. Ook verwijderen we de wonddrain en plaatsen we een stopje op de maagslang. Daarna mag u een slokje drinken. De maaghevel verwijderen we als u niet misselijk bent. Het infuus met de pijnpomp en de suprapubische katheter blijven die dag zitten. U mag even op de rand van het bed zitten. De insteekopening van de katheter verzorgen we. Alleen bij lekkage controleren we de wond.

Dag 2

De verpleegkundige helpt u gedeeltelijk bij de verzorging. Hij of zij neemt ’s morgens bloed af. 3 keer per dag controleren we uw pols, temperatuur, bloeddruk en de pijnscores. Het infuus passen we aan, afhankelijk van wat u drinkt. De insteekopening van de katheter verzorgen we en we controleren de wond. De pijnpomp koppelen we af en we spreken een alternatieve pijnmedicatie af. U mag een paar keer per dag uit bed en op een stoel zitten.

Dag 3

U mag uzelf verzorgen, maar als het nodig is helpen we u. De verpleegkundige neemt ’s morgens eventueel bloed af. 3 keer per dag controleren we uw temperatuur, pols, bloeddruk en pijnscores. Het infuus verwijderen we. De voeding die u krijgt is licht verteerbaar. De insteekopening van de katheter verzorgen we en we controleren de wond. U mag rondlopen op de kamer.

Dag 4

U kunt douchen en u kunt uzelf zelfstandig verzorgen. 3 keer per dag controleren we uw pols temperatuur en bloeddruk. U eet licht verteerbare voeding. De insteekopening van de katheter verzorgen we en we controleren de wond. U mag steeds meer rond lopen. Tijdens de visite bespreken we wanneer u naar huis kunt.

Dag 5

U kunt u geheel zelfstandig verzorgen en bent helemaal mobiel. U eet normaal. We controleren 3 keer per dag uw pols, temperatuur en bloeddruk. De insteekopening van de katheter verzorgen we en we controleren de wond. U krijgt een stopje op de katheter en start met blaastraining. U krijgt deze dag een echografie van de nieren. Als u nog geen ontlasting heeft gehad, krijgt u in overleg met de arts een klysma. Als het nodig is vragen we voor u nazorg aan.

Dag 6 en 7

Afhankelijk van uw herstel gaat u op de 6e of 7e dag na de operatie naar huis. Op dag 6 verwijderen we de hechtingsnietjes, tenzij de wond onderhuids (intracutaan) is gesloten. Als de uitslag van de echografie van uw nieren bekend is en de ophoping van urine in uw blaas kleiner is dan 100ml, verwijderen we de katheter. Blijft de ophoping van urine te hoog, dan blijft de katheter zitten als u naar huis gaat. U krijgt instructies wat u moet doen en hoe u de katheter moet verzorgen. Voor de verzorging krijgt u materiaal en recepten mee.

Naar huis

U mag naar huis als:
  • U geen koorts heeft en de wond goed geneest.
  • U voeldoende mobiel bent en u zichzelf kunt verzorgen.
  • Uw thuissituatie voldoende zorg kan bieden.
Als u naar huis gaat is het belangrijk dat u weet wie u moet bellen als er problemen zijn. Voordat u naar huis gaat maken we met u een afspraak voor het uitslaggesprek en de controle.

Naar huis

Het is verstandig om in de eerste periode hulp in huis te hebben. Uw herstel duurt enkele weken, maanden of langer. Het is belangrijk dat u goed naar uw lichaam luistert.

lees meer

Naar huis

Tijdens, maar ook na uw ziekenhuisverblijf moet het huishouden door kunnen draaien. Het is verstandig om tijdens deze periode hulp in huis te hebben. Licht huishoudelijk werk kunt u na enkele weken weer hervatten. De zwaardere taken kunt u voorlopig beter niet doen. Denk hierbij aan zwaar tillen, rekken en strekken.

Herstel en verwerking

Veel patiënten voelen zich aan het eind van de opname al aardig opgeknapt. Eenmaal thuis valt dit vaak tegen, omdat hier meer van u wordt verwacht. Meestal komen dan ook de emoties los. Het herstel duurt enkele maanden of langer. Zorg voor voldoende rust. Ga bijvoorbeeld ‘s middags een paar uur naar bed. Uw lichamelijke conditie verbetert geleidelijk. Het is niet precies te zeggen wanneer u de normale werkzaamheden kunt hervatten. Extra rust, ontspanning en goede zorg zijn voorlopig erg belangrijk voor u. Een goede lichamelijke en psychische conditie bevordert het herstel na de operatie.

Over het algemeen kunt u na ongeveer 3 maanden weer goed functioneren. Het is vooral belangrijk om naar uw lichaam te blijven luisteren. De manier van omgaan met gevoelens van verdriet en onzekerheid verschilt voor iedereen. Belangrijk is om te blijven praten met de mensen uit uw omgeving, of met deskundigen. Het kan zijn dat u tegen dingen aanloopt als u lichamelijk weer bent opgeknapt. Twijfel niet om hulp of advies te vragen. U kunt bij vragen of problemen altijd contact opnemen met de casemanagers.

Gevolgen van de operatie

  • Als tijdens de operatie ook de lymfeklieren in uw buik verwijderd zijn, kunt u last krijgen van dikke benen.

    lees meer


    Lymfoedeem

    Als tijdens de operatie ook de lymfeklieren in uw buik verwijderd zijn, kunt u last krijgen van dikke benen. Deze klachten treden vaak pas na enkele maanden op. Uw behandelend arts stuurt u dan door naar de fysiotherapeut voor lymfedrainage. Ook krijgt u steunkousen aangemeten.

  • Menstruatie

    Na het verwijderen van de baarmoeder treedt er geen menstruatie meer op. Als uw eierstokken gespaard zijn gebleven, krijgt u toch de klachten die horen bij de cyclus. Deze klachten kunnen zijn: gevoelige, gespannen borsten, stemmingsveranderingen en/of hoofdpijn.

    Als de eierstokken wel tijdens de operatie zijn verwijderd en u bent nog niet in de overgang, dan komt u daar nu versneld in. Overgangsverschijnselen zijn: overmatig transpireren, opvliegers en/of depressieve buien. Dit komt doordat er geen hormonen (oestrogeen en progesteron) meer worden geproduceerd. In overleg met uw behandelend arts kunnen dan eventueel hormonen voorgeschreven worden. Dit is afhankelijk van uw aandoening.

  • Plassen

    Soms is het functioneren van uw blaas na de operatie veranderd. U verliest af en toe wat urine en moet vaker op een dag plassen. Het kan zijn dat u de eerste tijd (weken tot maanden) niet goed kunt uitplassen. Om een urineweginfectie te voorkomen, laat u uw blaas dan met een slangetje leeglopen. Dit leert de verpleegkundige u. Als u een urinestoma heeft gekregen, loopt de urine in een zakje op uw buik af. De stomaverpleegkundige leert u hoe u uw stoma zelf verzorgt. U heeft ook na ontslag uit het ziekenhuis nog 1 of meerdere controleafspraken bij de stomaverpleegkundige. Tot de verzorging goed loopt. Bij vragen of problemen met uw stoma(‘s) kunt u altijd contact opnemen met de stomaverpleegkundige.

  • Seksualiteit

    De verandering in beleving van seksualiteit na deze operatie verschilt voor iedere vrouw. Vooral de zin in vrijen kan een lange periode afwezig of verminderd zijn. Intimiteit, genegenheid en knuffelen zijn in deze periode erg belangrijk. Bij de eerste controle op de polikliniek (6 weken na de operatie) kunt u met uw behandelend arts bespreken of gemeenschap weer kan en mag plaatsvinden.

    Emotioneel kan het enkele maanden duren voordat u weer plezier beleeft aan het vrijen. Het is belangrijk hierover te praten met uw partner. Ook uw partner kan in het begin onzeker zijn. Als er problemen op seksueel gebied ontstaan, dan kunt u deze altijd met de behandelend arts bespreken of met de oncologieverpleegkundige/casemanager. Als het nodig is, kunnen we u doorverwijzen naar een seksuoloog.

Uitslag en controle

Het verwijderde weefsel wordt onderzocht door de patholoog. Op basis van deze uitslag besluiten we of een vervolgbehandeling nodig is.

lees meer

Uitslag en controle

Weefselonderzoek

Het verwijderde weefsel sturen we op naar de patholoog (PA). Hij of zij onderzoekt het weefsel onder de microscoop. Na 10 tot 14 dagen is de uitslag hiervan bekend. De uitslag bespreken we in een werkgroep van verschillende zorgverleners. Deze zorgverleners zijn gespecialiseerd in de diagnostiek, behandeling en nazorg van patiënten met gynaecologische kanker. De groep komt wekelijks bij elkaar voor deze patiëntenbespreking. Hieruit volgt een advies voor controle of eventuele verdere behandeling. Uw behandelend arts bespreekt de PA-uitslag en het resultaat van deze bespreking met u. Als u al thuis bent, maken we voor u een poliklinische afspraak voor het uitslaggesprek.

Nabehandeling

Tijdens het gesprek over uitslag heeft u te horen gekregen of u aanvullende behandeling nodig heeft. Deze nabehandeling bestaat meestal uit chemotherapie en/of radiotherapie (bestraling). U krijgt hier informatie over. Ook wordt er een afspraak voor u gemaakt met de internist-oncoloog en/of de radiotherapeut.

Controles

Na de operatie komt u regelmatig op controle. Als u ook een nabehandeling heeft gehad, dan komt u ook voor controle bij de radiotherapeut of de internist-oncoloog. 6 weken na de operatie komt u bij uw behandelend arts op controle. Daarna verwachten we u gedurende het eerste jaar elke 3 maanden terug op de polikliniek Gynaecologie. Na een aantal jaren neemt het aantal controles af. Tijdens de controlebezoeken vindt eerst een gesprek plaats over de gang van zaken. Verder verricht de arts een algemeen lichamelijk onderzoek en een inwendig onderzoek. Ook prikt hij of zij bloed of we maken een afspraak voor röntgenonderzoek. Stel tijdens de controles de vragen die u heeft. Hoe simpel ze ook lijken. Uiteraard kunt u, ook tussendoor, altijd contact opnemen met uw behandelend arts via de casemanagers.

Baarmoeder­halskanker

Bij baarmoederhalskanker is er sprake van een kwaadaardig gezwel (een tumor) aan de baarmoederhals. In Nederland zijn er per jaar gemiddeld 679 vrouwen die baarmoederhalskanker krijgen. De meeste van deze vrouwen zijn tussen de 30 en 55 jaar oud.

lees meer
  • Medewerkers
  • Intranet