Patientenzorg Behandelingen Sacrospinale fixatie SSF

Wat is een verzakking?

Bij een verzakking kan de blaas, het rectum of de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Het kan ook zijn dat de baarmoedermond of de top van de vagina naar buiten komt. Dit kan gebeuren wanneer er in het verleden een baarmoederverwijdering heeft plaatsgevonden.

lees meer

Wat is een verzakking?

Bij een verzakking kan de blaas, het rectum (het uiteinde van de dikke darm) of de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Het kan ook zijn dat de baarmoedermond of de top van de vagina naar buiten komt. Dit kan gebeuren wanneer er in het verleden een baarmoederverwijdering heeft plaatsgevonden. Als de baarmoeder verzakt is, ziet of voelt u de baarmoedermond bij de ingang van de schede. Vaak zijn verschillende organen tegelijkertijd verzakt. Door een verzakking kunt u een zwaar gevoel in de schede (vagina) hebben. Soms is er het gevoel dat er iets naar buiten komt, alsof u een bal tussen uw benen heeft. U kunt
moeite met uitplassen hebben, of juist urineverlies. Een zeurderig gevoel in de onderbuik dat uitstraalt naar de rug is niet ongebruikelijk, met soms moeheid als gevolg. Zitten en fietsen kunnen problemen opleveren.
Vaak verergeren de klachten in de loop van de dag of na inspanning; na rust verbeteren ze meestal.
 

Contact

Afdeling Verloskunde en Gynaecologie

(024) 361 47 88
(024) 361 94 56

Wat is een sacrospinale fixatie?

De verzakte vaginatop of baarmoeder wordt met behulp van hechtingsdraden aan een bindweefselband in het bekken (sacrospinaal ligament) vastgemaakt en op deze manier weer opgehangen. Deze operatie vindt plaats via de schede.

lees meer

Wat is een sacrospinale fixatie?

Als de vaginatop of de baarmoeder verzakt is, kan dit operatief verholpen worden met een sacrospinale fixatie. De verzakte vaginatop of baarmoeder wordt met behulp van hechtingsdraden aan een bindweefselband in het bekken (sacrospinaal ligament) vastgemaakt en op deze manier weer opgehangen. Deze operatie vindt plaats via de schede.

Het besluit tot de operatie sacrospinale fixatie

Het besluit tot een operatie is een combinatie van de ernst van de klachten, de onderzoeksbevindingen van de gynaecoloog en het effect van de voorgaande behandelingen. Bijvoorbeeld een behandeling met een ring (ook wel pessarium genoemd).
Een vaginatopverzakking of baarmoederverzakking is niet ernstig. U kunt daarom de tijd nemen om de voor- en nadelen van de sacrospinale fixatie operatie tegen elkaar af te wegen. Vaak komt een verzakking van de vaginale top of van de baarmoeder voor in combinatie met een verzakking van de vaginale voorwand,
zogenaamde blaasverzakking, of vaginale achterwand. Meestal worden dan verschillende onderdelen van bekkenbodemoperaties gecombineerd tijdens de operatie; bijvoorbeeld de sacrospinale fixatie in combinatie met een voorwandplastiek.
 

Voorbereiding op de operatie

Voor de operatie is het belangrijk dat u in een zo optimaal mogelijke conditie bent. Om dit te onderzoeken krijgt u een afspraak bij de anesthesist. Vanaf de ochtend voor de operatie moet u nuchter blijven.

lees meer

Voorbereiding op de operatie

Voor de operatie is het belangrijk dat u in een zo optimaal mogelijke conditie bent. Om dit te onderzoeken krijgt u een afspraak bij de anesthesist en soms ook bij een internist of een andere specialist als dit nodig is.
  • De sacrospinale fixatie kan uitgevoerd worden onder een gedeeltelijke verdoving door middel van een ruggenprik. Hierbij bent u wakker tijdens de operatie, maar u ziet niets van de operatie omdat er operatiedoeken ter hoogte van uw buik worden opgehangen.
  • Ook kan de sacrospinale fixatie uitgevoerd worden onder algehele narcose, hierbij bent u niet wakker tijdens de operatie.
Tijdens de operatie krijgt u een antibioticum om infecties te voorkomen. Als u allergisch of overgevoelig bent voor een antibioticum is het belangrijk dat u dit voor de operatie tegen zowel aan de anesthesist als de gynaecoloog vertelt zodat we hier rekening mee kunnen houden.

Nuchter

Op de dag van de operatie wordt u opgenomen in het ziekenhuis. Vanaf de ochtend voor de operatie moet u nuchter blijven: dit houdt in dat u niet mag eten en drinken.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Verloop van de operatie

Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog via de schede een snede van een paar centimeter in de vaginale achterwand.

lees meer

Verloop van de operatie

De gynaecoloog voert de operatie, meestal samen met een gynaecoloog in opleiding, uit. Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog via de schede een snede van een paar centimeter in de vaginale achterwand. Door
met de vinger door deze opening het tussenliggende weefsel opzij te duwen, kan de stevige bindweefselband diep in het bekken bereikt worden. Deze bindweefselband heet het sacrospinale ligament. De gynaecoloog steekt 2 hechtingsdraden (niet-oplosbare draden) door deze bindweefselband heen en maakt de uiteindes van deze hechtingsdraden vast aan de vaginatop of aan de baarmoedermond. Door de hechtingsdraden stevig vast te knopen wordt de verzakte vaginatop of de baarmoeder strak naar achteren tegen de stevige bindweefselband getrokken en vastgezet. Hierdoor is de verzakking van de vaginatop of baarmoeder opgeheven. Vervolgens wordt de opening in de achterwand van de vagina gesloten door middel van een oplosbare hechting. De gynaecoloog brengt aan het einde van de operatie, via de urinebuis, een katheter in de blaas zodat de urine vanzelf opgevangen kan worden in de katheterzak. Ook wordt er in de vagina een tampon
van gaas met crème achtergelaten om de operatiewond te stelpen en het vocht en bloed dat uit de operatiewond lekt op te vangen. 

De periode in het ziekenhuis

Na de operatie blijft u meestal 1 nacht opgenomen in het ziekenhuis. De duur van de opname kan verlengd worden als dit nodig is voor herstel van de operatie. De blaaskatheter en de gaastampon die tijdens de operatie zijn ingebracht, worden in de ochtend na de operatie door de verpleegkundige van de afdeling verwijderd. Deze gaastampon kan voor u opvallend lang zijn. De verpleegkundige van de afdeling controleert hierna of u de blaas voldoende leeg kunt plassen. Als dit niet lukt, is het mogelijk dat u nog een aantal dagen de urine met een kathetertje moet verwijderen of wat langer een blaaskatheter nodig heeft. De operatiewond kan nog een aantal dagen wat bloedverlies en/of bloederige vochtafscheiding uit de vagina geven. Na de operatie kunnen de vagina en de vagina-achterwand pijnlijk zijn. Hiervoor ontvangt u de eerste dagen na de operatie pijnstillers. Als u de operatie onder algehele narcose heeft ondergaan kunt u na de operatie misselijk zijn.
 

Weer thuis

De herstelperiode thuis duurt 6 weken en kan tegenvallen omdat u nog weinig activiteiten kunt uitvoeren en u sneller dan normaal moe bent.

lees meer

Weer thuis

De herstelperiode thuis duurt 6 weken en kan tegenvallen omdat u nog weinig activiteiten kunt uitvoeren en u sneller dan normaal moe bent. Het kan gebeuren dat door de operatie de rechter bil beurs aanvoelt. Licht huishoudelijk werk mag u wel doen.

Tillen

Let op met tillen en stofzuigen. Door het tillen van zware spullen kan het weefsel dat op een nieuwe plaats is vastgemaakt weer losraken. In de eerste weken mag u slechts enkele kilo’s tillen, en op termijn ook liever niet meer dan 8 kg. Tijdens de herstelperiode is het belangrijk dat u goed luistert naar de signalen van uw lichaam en niet te snel te veel wilt ondernemen.

Werk

Ook voor uw werk moet u op een afwezigheid van minimaal 6 weken rekenen. Als u lichamelijk zwaar werk doet is het verstandig om nog iets langer te wachten met de terugkeer. Voor de operatie kunt u dit met de gynaecoloog en eventueel ook uw bedrijfsarts bespreken.

Bloedverlies, ontlasting en hechting

Na de operatie kan nog gedurende ongeveer 4 weken bloedverlies uit de vagina optreden. Dit bloedverlies wordt langzaam minder en gaat vaak over in bruinige of gelige afscheiding. De oplosbare hechting die in de achterwand van de vagina geplaatst is, lost uit zichzelf op en kan tot ruim 6 weken na de operatie vanzelf uit de vagina naar buiten komen.
Het komt vaak voor dat de ontlasting moeizaam op gang komt. U kunt hiervoor het beste het medicijn Movicolon gebruiken. Via de arts krijgt u een recept mee naar huis als dit nodig is.

Controle

6 weken na de operatie of na ontslag krijgt u een controleafspraak bij de gynaecoloog op de polikliniek. Tijdens deze afspraak kunt u vertellen hoe het herstel verloopt en bekijkt de gynaecoloog met een inwendig lichamelijk onderzoek in de vagina of de vaginawand goed genezen is.
Als dit het geval is kunt u vanaf dat moment weer seks hebben, voor deze periode is dit niet verstandig omdat hierdoor beschadiging kan optreden.
Neem contact op met de polikliniek Gynaecologie als u in de weken na de operatie klachten heeft zoals: koorts, veel pijn, veel bloedverlies of het niet goed kunnen leeg plassen van de blaas.

Complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden. De kans op complicaties bij de sacrospinale fixatie operatie is klein. Lees hier meer over de meest voorkomende complicaties.

lees meer

Complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden. De kans op complicaties bij de sacrospinale fixatie operatie is klein. De meest voorkomende complicaties bij sacrospinale fixaties zijn:

Blaasontsteking

Omdat een blaasontsteking kan ontstaan, controleren we uw urine tijdens de opname in het ziekenhuis regelmatig. Door gebruik van antibiotica tijdens de operatie komt een blaasontsteking bij sacrospinale
fixatie zelden voor. Als u toch een blaasontsteking heeft, krijgt u hiervoor een antibioticumkuur.

Problemen met op gang komen van zelf plassen

Doordat de urinebuis en urineblaas in het operatiegebied liggen kan het voorkomen dat het moeilijk is om na de operatie de blaas te legen. Als dit het geval is, kunt u zelfkatheterisatie aanleren of voor een langere periode een blaaskatheter ingebracht krijgen, zodat de blaas tot rust kan komen en de urine vanzelf in de katheterzak kan lopen. Dit probleem is vrijwel altijd tijdelijk en gaat vanzelf over.

Vaginale schimmelinfectie

Doordat u tijdens de operatie een antibioticum heeft gekregen, bestaat er een kans dat er een vaginale schimmelinfectie ontstaat. Klachten die hierbij voorkomen zijn vaginale jeuk en pijn. U kunt hiervoor de
huisarts om een medicijn vragen en zelf –als dit nodig is- tijdens het plassen met een kan lauw water spoelen zodat dit minder pijnlijk is.

Pijn in de (rechter)bil

Bij ongeveer één op de 10 vrouwen die de sacrospinale fixatie operatie ondergaan, ontstaat een zeurend tot pijnlijk gevoel in de (rechter)bil. Dit gevoel gaat vrijwel altijd binnen een paar weken over. In uitzonderlijke gevallen is de pijn zo hinderlijk dat een aantal hechtingen van de operatie verwijderd moeten worden.

Opnieuw verzakkingsklachten

Ook al is de operatie geslaagd, toch kunnen opnieuw klachten van een verzakking optreden. Ongeveer 10% van de vrouwen wordt opnieuw geopereerd na een verzakkingsoperatie. Dit komt doordat tijdens de operatie de verzakking wel verholpen is, maar de oorzaak ervan niet is weggenomen. De operatie is een behandeling om de verzakking te herstellen, helaas bestaat er geen behandeling waardoor de problemen definitief niet meer terugkomen. Als u denkt dat u een nieuwe verzakking heeft, bespreek dit dan met uw huisarts.

Vragen

Meestal treden er geen complicaties op na een sacrospinale fixatie operatie. De meeste vrouwen zijn na afloop van de operatie zeer tevreden met het resultaat.
Heeft nu nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie.
Telefoonnummer: (024) 3614788 (tijdens kantooruren)
 
  • Medewerkers
  • Intranet