Sluiten

1 keer per jaar controle

Elk jaar kom je op controle bij de kinderuroloog en de verpleegkundig specialist. Als je meer zindelijk/droog wil worden, dan kom je vaker op controle.

Om helemaal zindelijk te worden is vaak een operatie nodig. Na de operatie lukt plassen niet meer zoals je gewend was. We leren je al voor de operatie hoe je je blaas leeg kunt maken met een katheter. Hierbij wordt via de plasbuis een buisje in de blaas gebracht om de urine uit de blaas te halen.

Nadat de blaas leeg is, wordt de katheter weer verwijderd tot de volgende 'plasbeurt'. We noemen dit 'intermitterend katheteriseren'. Als dit goed lukt wordt de operatie gepland.

De verpleegkundig specialist, en psycholoog en zo nodig de bekkenfysiotherapeut begeleiden dit traject

Patiëntenzorg Aandoeningen Blaasextrofie Onderzoeken en behandelingen

Algemene informatie


Wat is blaasextrofie?

Bij kinderen met een blaasextrofie zijn de blaas, het onderste gedeelte van de buikwand, de plasbuis en de sluitspier niet goed aangelegd. Het is een aangeboren afwijking waarvoor meerdere grote operaties nodig zijn.

lees meer

Sluiten

Wat is blaasextrofie?

Bij kinderen met een blaasextrofie zijn de blaas, het onderste gedeelte van de buikwand, de plasbuis en de sluitspier niet goed aangelegd. Bij jongens zijn ook de zwellichamen van de penis niet goed ontwikkeld. Dat noemen we een epispadie. Bij meisjes is de clitoris gespleten. De sluitspier van de plasbuis is niet goed aangelegd en meestal moeten er in de jeugd operaties verricht worden om de plas beter op te kunnen houden.

Bij een jongen met blaasextrofie is er dus ook altijd sprake van een epispadie. Bij een geïsoleerde epispadie zijn de blaas en buikwand wel goed aangelegd, maar zijn dus alleen de plasbuis, zwellichamen en vaak ook de sluitspier anders aangelegd.

Een blaasextrofie is zeldzaam en komt ongeveer 1:40.000 keer van alle geboren kinderen voor.



Sluiten

Met wie krijgen jullie te maken?

Blaasextrofie is zeldzaam. Om uw kind zo goed mogelijk te verzorgen, werken we samen met collega’s uit het UMCG in Groningen. De operatie wordt gedaan door uw behandelend arts uit het Radboudumc, samen met een kinderurologie collega uit het UMCG. De operatie vindt plaats in het Radboudumc.



Shared care zorg bij jullie in de buurt

Vanuit het Amalia kinderziekenhuis werken we veel samen met andere (regionale) ziekenhuizen. Soms ‘verdelen’ we de zorg, dit noemen we shared care. Hierbij wordt een deel van de poliklinische controles in een ziekenhuis dichter bij huis gedaan.  


Expertisecentrum voor Aangeboren Urogenitale Aandoeningen

Het Radboudumc Expertisecentrum voor Aangeboren Urogenitale Aandoeningen is gespecialiseerd in de zorg voor kinderen die problemen hebben met de nieren, de blaas, de urineleider en de geslachtsorganen.

naar pagina

Diagnosefase

Onderzoeken


Lichamelijk onderzoek

Om te kijken of uw kind blaasextrofie heeft, onderzoekt de kinderuroloog uw kind. Dit gebeurt op de polikliniek van het Amalia kinderziekenhuis.


Hoe herkennen we blaasextrofie?

Blaasextrofie herkennen we aan:

  • De buikwand onder de navel is niet gesloten. Hierdoor is de blaas zichtbaar en puilt naar buiten.
  • De plasbuis is niet ontwikkeld.
  • Het schaambeen wijkt uiteen.
  • Bij jongens is de penis korter en breder in zijn geheel. Dit heet epispadie.
  • Bij meisjes is de clitoris gespleten.

Uitleg

De kinderuroloog geeft uitleg over blaasextrofie.


Echo van de nieren

Vaak wordt ook een echo van de nieren gemaakt door de radioloog.

naar pagina

Behandeling

Eerste operatie


Over de operatie

De operatie vindt meestal plaats als uw kind 4 tot 6 weken oud is.Tijdens de operatie sluit de kinderuroloog de blaas, buikwand en de plasbuis. Voor het herstellen (reconstrueren) van de buikwand en de blaas opereert de kinderorthopeed het bekken meestal aan de achterkant.


Sluiten

Over de operatie


Voorbereiding

De kinderuroloog geeft uitleg over de operatie. Vaak heeft u meerdere afspraken op de polikliniek om u voor te bereiden op de operatie.

lees meer

Sluiten

Voorbereiding

De kinderuroloog geeft uitleg over de operatie. Vaak heeft u meerdere gesprekken op de polikliniek om u voor te bereiden op de operatie.

Uitstrijkje

De kinderuroloog maakt een uitstrijkje van de blaas. Zo weet de kinderuroloog welke bacteriën er in de blaas zitten. Tijdens de operatie kan het antibioticum aangepast worden op de bacteriën die gevonden zijn.

Zalf voor de huid rondom de ‘open blaas’

De arts en de verpleegkundig specialist beoordelen de blaas. Als het nodig is, schrijven ze een zalf voor die u op de huid rondom de ‘open blaas’ smeert. Dit kan barrière crème zijn en/of antischimmel crème. Ook krijgt u uitleg over de verzorging thuis in aanloop naar de operatie. Meestal moet u de onderbuik regelmatig met kraanwater spoelen en de blaas bedekken met nat gaas.  

De kinderuroloog geeft uitleg over de eerste operatie. De blaas en buikwand worden gesloten en de plasbuis wordt hersteld.

Afspraak met de kinderorthopeed

U heeft een afspraak met de kinderorthopeed om de operatie te bespreken.

Afspraak met de anesthesioloog

Voor de operatie hebben u en uw kind een gesprek met de anesthesioloog die de narcose geeft. De anesthesioloog bespreekt met u de narcose en de pijnstilling tijdens de operatie. Soms krijgt uw kind medicatie voor de operatie, zodat uw kind meer ontspannen naar de operatiekamer gaat.


Opname in het Amalia kinderziekenhuis

Uw kind wordt 1 dag voor de operatie bij ons opgenomen op de verpleegafdeling. Eén van de ouders kan blijven slapen.  

lees meer

Sluiten

Opname in het Amalia kinderziekenhuis

Uw kind wordt 1 dag voor de operatie bij ons opgenomen op de verpleegafdeling. Eén van de ouders kan blijven slapen.

Er wordt bloed afgenomen en soms opnieuw een uitstrijk gemaakt van de blaas. Als u wilt, krijgt u een rondleiding op de intensieve zorg. Na de operatie blijft uw kind minimaal 1 nacht op de KinderIC. De arts komt de dag voor de operatie ’s middags bij u langs om de laatste dingen te bespreken.


De operatie sluiten van de blaas, buikwand en plasbuis

De operatie duurt gemiddeld 7 tot 8 uur. De kinderorthopeed begint de operatie met het opereren van het bekken aan de achterzijde. Daarna herstelt de kinderuroloog de blaas, buikwand en plasbuis.

lees meer

Sluiten

De operatie sluiten van de blaas, buikwand en plasbuis

  • Voor de operatie moet uw kind een paar uur nuchter zijn. Dit betekent dat uw kind niets mag eten of drinken. Hoelang dat precies is, krijgt u vooraf te horen.
  • Uw kind wordt klaargemaakt voor de operatie. Eén van de ouders mag mee tot in de operatiekamer. Als uw kind onder narcose is, brengt een medewerker u naar de wachtkamer.
  • De operatie duurt gemiddeld 7 tot 8 uur.
  • De kinderorthopeed begint de operatie met het opereren van het bekken aan de achterzijde. Daarna herstelt de kinderuroloog de blaas, buikwand en plasbuis.
  • Tijdens de operatie worden meerdere buisjes (splints/suprapubische katheter) geplaatst die via de wond naar buiten komen. Hierdoor kunnen de blaas, buikwand en plasbuis goed genezen. Meestal worden die na 10 tot 14 dagen verwijderd.
  • Omdat het bekken geopereerd is, krijgt uw kind een speciaal zwachtel verband om de benen. Dit noemen we een zeemeerminnen verband. Dit verband blijft na de operatie 3 tot 4 weken zitten.
  • Tijdens de operatie plaatst de kinderanesthesioloog een dunne katheter in de rug van uw kind, in de buurt van het ruggenmerg. Dit is voor extra pijnstilling tijdens en na de operatie (epiduraal anesthesie).

Na de operatie sluiten van de blaas, buikwand en plasbuis

Na de operatie ligt uw kind minimaal 1 nacht op de intensieve zorg afdeling. Meestal kan uw kind daarna terug naar de verpleegafdeling. De Physician Assistent (PA) en de kinderuroloog komen iedere dag langs om te kijken hoe het met uw kind gaat.

lees meer

Sluiten

Na de operatie sluiten van de blaas, buikwand en plasbuis

Na de operatie ligt uw kind minimaal 1 nacht op de intensieve zorg afdeling. Meestal kan uw kind daarna terug naar de verpleegafdeling.

U maakt tijdens de opname kennis met de Physician Assistent (PA). De PA en de kinderuroloog komen iedere dag langs en vragen hoe het met u en uw kind gaat. De PA controleert onder andere:

  • hoe het gaat met de medicatie
  • de voeding
  • de toediening van vocht via het infuus
  • de ontlasting
  • het herstel van uw kind

Controles na de operatie

  • De kinderuroloog en PA bekijken iedere dag het geopereerde gebied. De PA geeft ook uitleg en regelt de recepten voordat uw kind naar huis mag. Soms wordt de kinderarts in consult gevraagd voor medebehandeling en adviezen over de voeding en vochttoediening via het infuus.
  • Na de operatie heeft uw kind meerdere buisjes die uit de wond steken. Via deze buisjes wordt urine afgevoerd, zodat de wond kan genezen. Deze buisjes worden elke dag gecontroleerd. Deze buisjes worden na 10 tot 14 dagen verwijderd. Dit kan zonder narcose.
  • Omdat het bekken geopereerd is krijgt uw kind een speciaal zwachtel verband om de benen. Dit noemen we een zeemeerminnen verband. Dit verband zal 3 tot 4 weken na de operatie blijven zitten.
  • De dunne katheter in de rug blijft zitten voor extra pijnstilling na de operatie. Deze blijft meestal tot 3 dagen na de operatie. Daarna is pijnstilling in de vorm van een drank of zetpil voldoende.
  • Voor de operatie van de zwellichamen van de penis verwijzen wij u naar de informatie over epispadie.

Naar huis en controles

Vaak kan uw kind 3 tot 4 weken na de operatie naar huis. Na 4 tot 6 weken heeft u een nieuwe afspraak met uw arts op de polikliniek. Hier leest u wanneer u eerder contact moet opnemen met het ziekenhuis.

lees meer

Sluiten

Naar huis en controles

Vaak kan uw kind 3 tot 4 weken na de operatie naar huis. Na 4 tot 6 weken heeft u een nieuwe afspraak met uw arts op de polikliniek. Hier leest u wanneer u eerder contact moet opnemen met het ziekenhuis.

Contact opnemen

Neem contact op met het ziekenhuis als:

  • De wond rood, warm of pijnlijk is
  • Er bloed uit de wond komt
  • De zwelling van de wond elke dag meer wordt
  • Uw kind koorts krijgt (meer dan 38,5 graden) zonder een duidelijke reden
  • De wond open gaat staan.

Binnen kantooruren neemt u contact op via de polikliniek Amalia kinderziekenhuis 024 361 44 15 of via het telefonisch spreekuur Amalia 024 369 87 85 / 024 369 87 86. Vraag naar de dienstdoende arts van het specialisme.

Buiten kantooruren neemt u contact op via het centrale nummer Radboudumc 024 361 11 11 of via de kinderverpleegafdeling 024 361 38 80.

Bij vragen die binnen 3 werkdagen beantwoord kunnen worden, kunt u een bericht sturen via mijnRadboud.

Controles en vervolgbehandeling

Zindelijk worden


Zindelijk worden

Doordat de sluitspier niet goed is aangelegd, kan uw kind niet op een natuurlijke manier zindelijk worden. Extra behandelingen en operaties zijn nodig om minder urine te verliezen. De kinderuroloog bespreekt met u welke vervolgoperaties er mogelijk zijn en op welke leeftijd deze meestal plaatsvinden.


Sluiten

Zindelijk worden


Begeleiding van de kinderpsycholoog

De kinderpsycholoog helpt u en uw kind in de voorbereiding op operaties en behandelingen om meer zindelijk te worden. De kinderpsycholoog helpt u ook met de invloed die de aandoening heeft op uw gezin en uw kind.

lees meer

Sluiten

Begeleiding van de kinderpsycholoog

Als uw kind een blaasextrofie heeft, heeft u misschien vragen over zindelijk worden en hoe het geslacht eruitziet. Doordat de sluitspier is aangedaan, is een normale zindelijkheid niet mogelijk en zijn er vaak aanvullende behandelingen en operaties nodig.

De kinderpsycholoog helpt u met het beantwoorden van deze vragen en helpt u en uw kind in de voorbereiding op operaties en handelingen die nog nodig zijn. Ook brengt de kinderpsycholoog uw gezinssituatie in beeld en de invloed die de aandoening heeft op uw gezin en uw kind. Hoe de begeleiding eruitziet, hangt af van uw wens en onze mogelijkheden.


Voorbereiden op de basisschool

Het is verstandig om bij het aanmelden van uw kind voor de basisschool al aan te geven dat uw kind geboren is met een blaasextrofie. Zindelijk zijn is dus niet vanzelfsprekend en uw kind zal dus nog langere tijd afhankelijk zijn van bijvoorbeeld een luierbroekje. Mocht de school om uitleg vragen, dan kan de verpleegkundig specialist een verklarende brief opstellen.


Vergoeding continentie hulpmiddelen voor uw kind

Soms heeft uw kind continentie hulpmiddelen nodig, zoals incontinentiemateriaal, katheters, stomamateriaal en andere hulpmiddelen. De vergoeding hiervan zit in de basisverzekering vanaf ongeveer 3 jaar als er een medische indicatie voor is.

naar pagina

Controle


Eerste concrole na 4 tot 6 weken

Na ontslag uit het ziekenhuis krijgt u na 4 tot 6 weken een afspraak op de polikliniek. De kinderuroloog beoordeelt dan het resultaat van de operatie.  


Controle na 6 maanden

Als alles goed is gegaan, heeft u een tweede afspraak na 6 maanden. 


Jaarlijkse controle

Gemiddeld komt uw kind 1 keer per jaar op controle om te kijken hoe het gaat. Jullie hebben dan een afspraak bij de kinderuroloog en de verpleegkundig specialist.

Tweede operatie bij jongens


Over de tweede operatie

Bij een jongen is een tweede operatie nodig als hij tussen de 9 en 12 maanden oud is. Tijdens deze operatie wordt de plek van de zwellichamen hersteld en het laatste deel van de plasbuis. Hier wordt meestal de voorhuid voor gebruikt. Uw zoon zal dus na de operatie besneden zijn. Bij meisjes is een tweede operatie niet nodig


Sluiten

Over de tweede operatie

Behandeling en controles

Controle


Extra controles

Als u merkt dat uw kind de behoefte heeft om meer zindelijk/droog te worden voor urine, dan komt uw kind vaker op controle. Een operatie om minder urine te verliezen doen we meestal pas als uw kind de gevolgen van de operatie snapt en hier zelf aan toe is.

Operatie en begeleiding zindelijkheid


Operatie voor zindelijkheid

Er zijn vaak extra operaties nodig om uw kind meer zindelijk te maken. Hier leest u een paar mogelijkheden. 

lees meer

Sluiten

Operatie voor zindelijkheid

De sluitspier is bij een blaasextrofie anders aangelegd en werkt minder goed ondanks de eerste operatie. Daarom zijn er vaak extra handelingen nodig om meer zindelijk/droog te worden. Er zijn verschillende operaties mogelijk, zoals een verlenging van de plasbuis of een extra ondersteuning van de sluitspier.

Soms moet dit gecombineerd worden met andere operaties van de blaas of urineleiders om dit mogelijk te maken. De kinderuroloog bespreekt dit met u.


Voorbereiden blaas legen met een katheter 

Voor de operatie leren we uw kind om de blaas leeg te maken met een katheter. Dit is een handeling waarbij een buisje via de plasbuis wordt ingebracht om de urine uit de blaas te halen.

lees meer

Sluiten

Voorbereiden blaas legen met een katheter 

Door de operatie kan uw kind vaak niet meer plassen op de natuurlijke manier. Uw kind leert dan plassen door meerdere keren per dag kortdurend een katheter in te brengen om zo de plas uit de blaas te laten lopen. We noemen dit intermitterend katheteriseren. 

Pas als u en/of uw kind dit goed kan, wordt de operatie gepland. De verpleegkundig specialist, psycholoog en zo nodig de bekkenfysiotherapeut leren u en uw kind het katheteriseren. 

Uitleg aan uw kind

In deze leeftijdsfase is de uitleg meer gericht op uw kind. Ook betrekken we uw kind meer bij de behandeling. Zo kan een eerste stap zijn dat uw kind leert zelf het luiermateriaal te verschonen. Daarnaast helpen we uw kind bij het uitleg geven over de aandoening aan leeftijdsgenoten. 


Begeleiding van de kinderpsycholoog

De kinderpsycholoog helpt u en uw kind in de voorbereiding op operaties en behandelingen om meer zindelijk te worden. De kinderpsycholoog helpt u ook met de invloed die de aandoening heeft op uw gezin en uw kind.

lees meer

Sluiten

Begeleiding van de kinderpsycholoog

Als uw kind een blaasextrofie heeft, heeft u misschien vragen over zindelijk worden en hoe het geslacht eruitziet. Doordat de sluitspier is aangedaan, is een normale zindelijkheid niet mogelijk en zijn er vaak aanvullende behandelingen en operaties nodig.

De kinderpsycholoog helpt u met het beantwoorden van deze vragen en helpt u en uw kind in de voorbereiding op operaties en handelingen die nog nodig zijn. Ook brengt de kinderpsycholoog uw gezinssituatie in beeld en de invloed die de aandoening heeft op uw gezin en uw kind. Hoe de begeleiding eruitziet, hangt af van uw wens en onze mogelijkheden.


Begeleiding door de urotherapeut/bekkenbodemfysiotherapeut

De urotherapeut is gespecialiseerd in plasproblemen en geeft adviezen over optimaal plassen, optimale toilethouding en adviezen voor het drinken. Dit kan helpend zijn als de zindelijkheid niet vanzelf lukt of ter voorbereiding op een vervolgoperatie. Regelmatig kijkt ook de kinderfysiotherapeut mee om de bekkenbodemspieren te verbeteren. 


Vergoeding continentie hulpmiddelen voor uw kind

Soms heeft uw kind continentie hulpmiddelen nodig, zoals incontinentiemateriaal, katheters, stomamateriaal en andere hulpmiddelen. De vergoeding hiervan zit in de basisverzekering vanaf ongeveer 3 jaar als er een medische indicatie voor is.

naar pagina

Behandeling en controles

Uw kind beslist mee over de behandeling


Kinderen vanaf 12 jaar beslissen mee

Vanaf 12 jaar heeft uw kind (volgens de wet) meer inspraak in de behandeling en mag hij/zij zelf meebeslissen. Daarom spreken we vanaf nu uw kind aan. Natuurlijk blijven ouders betrokken bij de behandeling.


Sluiten

Kinderen vanaf 12 jaar beslissen mee

Controles en begeleiding


Meebelissen vanaf 12 jaar

Vanaf je 12e mag je zelf meebeslissen over jouw behandeling. Daarom zal de arts vaker vragen aan jou stellen, naast de vragen die hij/zij aan je ouders stelt. We kijken naar wat je zelf al weet en kunt en leren je wat je nog wilt weten. Als je het wil, mag je ook een keer een afspraak alleen met de arts of verpleegkundig specialist hebben. We vinden het wel belangrijk dat je ouders mee blijven komen.


Sluiten

Meebelissen vanaf 12 jaar


Transitie overgang naar 18 jaar

Vanaf 12 jaar start het transitieprogramma. Hierbij bereiden we jou voor op de overgang naar de volwassenenzorg. We leren je om zelfstandig om te gaan met jouw aandoening. Meer informatie vind je hier:


1 keer per jaar controle

Elk jaar kom je op controle bij de kinderuroloog en de verpleegkundig specialist. Als je meer zindelijk/droog wil worden, dan kom je vaker op controle.

lees meer

Kinderpsycholoog

Met de psycholoog kun je praten over wat het betekent om geopereerd te zijn aan een blaasextrofie. De kinderpsycholoog vraagt daarbij hoe het met je gaat, wat je denkt en wat het voor jou betekent om blaasextrofie te hebben.

lees meer

Sluiten

Kinderpsycholoog

Een kinderpsycholoog is iemand die vraagt hoe het met je gaat en wat je denkt. Misschien ben je al eens (samen met je ouders) bij een psycholoog geweest. Als je 12 bent, ga je naar de middelbare school. Misschien zit je al wel op de middelbare school. In deze fase verandert er veel. Het kan dan fijn zijn om (opnieuw) een afspraak met een kinderpsycholoog te maken.

Met de psycholoog kun je praten over wat het betekent om geopereerd te zijn aan een blaasextrofie. De psycholoog vraagt daarbij hoe het met je gaat, wat je denkt en wat het voor jou betekent om blaasextrofie te hebben. Als jij dat fijn vindt, kun je (in overleg met je ouders) vaker met de psycholoog praten.

Zelf beslissingen nemen vanaf 16 jaar

Vanaf je 16e mag je zelfstandig beslissingen nemen over de behandeling. 


Overgang naar de volwassenenzorg

Vanaf je 18e ben je officieel volwassen. We dragen jouw behandeling geleidelijk aan over aan het team voor volwassenen. De exacte leeftijd waarop je helemaal overgaat verschilt per persoon. Meestal ben je dan tussen de 18 en 21 jaar.

lees meer

Sluiten

Overgang naar de volwassenenzorg

Vanaf je 18e ben je officieel volwassen. We dragen jouw behandeling geleidelijk aan over aan het team voor volwassenen. De exacte leeftijd waarop je helemaal overgaat verschilt per persoon maar is meestal tussen de 18 en 21 jaar. De zorg voor jou ligt dan helemaal bij het team voor volwassenen. Voor die tijd zorgen we ervoor dat de urologen en verpleegkundig specialisten voor volwassenen weten wie jij bent en wat voor behandeling jij nodig hebt.