Patiëntenzorg Aandoeningen GLUT1-deficiënctie Onderzoeken en behandelingen

Algemene informatie


Wat is het GLUT1-deficiëntie syndroom?

Het GLUT1-deficiëntie syndroom is een zeldzame aandoening die zorgt dat er te weinig suiker (glucose) naar de hersenen gaat. Hierdoor kunnen verschillende problemen ontstaan.

lees meer

Sluiten

Wat is het GLUT1-deficiëntie syndroom?

Het GLUT1-deficiëntie syndroom is een zeldzame aandoening die zorgt voor problemen met het transport van suiker (glucose) naar de hersenen. De hersenen hebben suiker nodig om goed te werken. Als er niet genoeg suiker in de hersenen komt, kunnen er problemen ontstaan, zoals epileptische aanvallen, problemen met bewegen en vertraging in de ontwikkeling.



Expertisecentrum voor Erfelijke Metabole Ziekten

Het Radboudumc Expertisecentrum voor Erfelijke Metabole Ziekten is een nationaal en internationaal erkend expertisecentrum voor klinische zorg, diagnostiek en onderzoek voor patiënten met verschillende metabole ziekten.

naar pagina

Diagnosefase

Eerste afspraak


Eerste afspraak

De diagnose van GLUT1-deficiëntie syndroom begint meestal met een verwijzing naar een (kinder)neuroloog of metabool (kinder)arts. Tijdens het eerste gesprek beoordeelt de arts of de symptomen passen bij GLUT1-deficiëntie. Ook hoort u welke onderzoeken nodig zijn.

lees meer

Sluiten

Eerste afspraak

De diagnose van GLUT1-deficiëntie syndroom begint meestal met een verwijzing naar een (kinder)neuroloog of metabool (kinder)arts. Ouders of verzorgers maken zich vaak zorgen als hun kind epileptische aanvallen heeft, zich langzaam ontwikkelt of moeite heeft met bewegen.

Tijdens het eerste gesprek vraagt de arts naar de symptomen en de gezondheid van het kind. De arts beoordeelt of de symptomen passen bij GLUT1-deficiëntie en welke vervolgonderzoeken nodig zijn.

Onderzoeken


Bloedonderzoek

Met bloedonderzoek meten met we de hoeveelheid glucose in het bloed. Dit controleren en vergelijken we met de hoeveelheid glucose in het hersenvocht. Bij GLUT1-deficiëntie kan de verhouding afwijkend zijn.


EEG (elektro-encefalogram)

Met dit onderzoeken meten we de elektrische activiteit in de hersenen. Bij mensen met het GLUT1-deficiëntie syndroom zien we vaak afwijkingen op het EEG, vooral als er epileptische aanvallen zijn.

naar pagina

Genetisch onderzoek

We bekijken in het erfelijk materiaal (dna) of er een verandering is in het SLC2A1-gen. Veranderingen in dit gen veroorzaken GLUT1-deficiëntie syndroom.

naar pagina

Lumbaalpunctie ruggenprik

Hierbij wordt hersenvocht afgenomen met een dunne naald via de onderkant van de rug. Dit wordt gedaan om de verhouding van de hoeveelheid glucose in het bloed en hersenvocht te beoordelen. Een afwijkende verhouding of lage glucose concentratie in het hersenvocht past bij GLUT1-deficiëntie syndroom.

naar pagina

MRI-scan van de hersenen

Dit onderzoek helpt ons om andere mogelijke oorzaken van de klachten uit te sluiten. Meestal is de MRI uitslag normaal bij mensen met GLUT1-deficiëntie syndroom.

naar pagina

Diagnose

Wanneer de arts alle onderzoeksresultaten heeft, stellen we de diagnose. Dit duurt soms lang, omdat veel symptomen ook bij andere aandoeningen kunnen passen. Ook zijn voor de verschillende onderzoeken vaak meerdere afspraken nodig.

Uitslag


Uitslaggesprek

Tijdens het uitslaggesprek bespreekt de kinderarts de uitslagen van alle onderzoeken met u. Ook hoort u nu of uw kind het GLUT1-deficiëntie syndroom heeft.

lees meer

Sluiten

Uitslaggesprek

Tijdens het uitslaggesprek spreekt u met de (kinder)neuroloog en/of metabool (kinder)arts op de polikliniek. Vaak is de verpleegkundig specialist hier ook bij. We nemen alle uitslagen van de verschillende onderzoeken met u door. U krijgt te horen of de diagnose GLUT1-deficiëntie syndroom bij uw kind gesteld is. Dit gesprek bevat veel informatie, daarom raden we het aan dat u een familielid meeneemt.

Soms sluiten ook artsen van andere specialisaties aan bij het gesprek. Zij kunnen direct uitleg geven over de diagnostiek of mogelijke behandelingen.

Behandelfase

De behandeling


Over de behandeling

GLUT1-deficiëntie syndroom is niet te genezen. Na het stellen van de diagnose start de behandeling om symptomen te verminderen.


Voeding

De belangrijkste behandeling een speciaal, vetrijk dieet. Dit noemen we een ketogeen dieet. Dit dieet helpt meestal goed om de epilepsie aanvallen te verminderen en het bewegen te verbeteren. De precieze reactie op het dieet verschilt per persoon en per levensfase.

lees meer

Sluiten

Voeding

De belangrijkste behandeling een speciaal, vetrijk dieet, een zogenaamd ketogeen dieet. Dit dieet ondersteunt de hersenen door ketonen als energiebron te gebruiken in plaats van suikers. Dit is nodig, omdat suiker bij GLUT1-deficiëntie syndroom niet goed in de hersenen komt. De precieze reactie op de behandeling verschilt per persoon en per levensfase. Dit dieet helpt meestal goed om de epileptische aanvallen te verminderen en het bewegen te verbeteren.

Behandelteam

Het behandelteam (ketoteam) bestaat onder andere uit een (kinder)neuroloog, metabool (kinder)arts, diëtist en een verpleegkundig specialist. Samen bekijken zij welke vorm van het ketogeen dieet het meest geschikt is. Deze keuze hangt af van de klachten, de leeftijd en de voeding van de patiënt. Soms sluiten andere specialisten aan om te helpen bij vragen over voeding, ontwikkeling of beweging. Een voorbeeld hiervan is de revalidatiearts, logopedist of fysiotherapeut.

Start van het dieet

Het starten van het dieet gebeurt vaak op de polikliniek. Soms is een opname in het ziekenhuis van enkele dagen nodig. In de eerste periode wordt het dieet opgebouwd en worden de glucose- en ketonenwaarden gecontroleerd. Ouders en/of patiënten krijgen uitleg om het dieet thuis veilig uit te voeren.

De eerste maanden

In de eerste maanden na het starten van het dieet zijn er meerdere controle afspraken. Tijdens deze afspraken wordt bekeken hoe het dieet werkt, of aanpassingen nodig zijn en of er extra medicijnen gegeven moeten worden. Voor mensen met GLUT1-deficiëntie syndroom kan het ketogeen dieet levenslang toegepast worden, maar dit is niet altijd nodig. Een groot deel van de behandeling vindt thuis plaats. Voor controles en begeleiding komt de patiënt terug naar het ziekenhuis.

Soms sluiten andere specialisten aan om te helpen bij vragen over voeding, ontwikkeling of beweging. Een voorbeeld hiervan is de revalidatiearts, logopedist of fysiotherapeut. 


Leefregels

Na de start van de behandeling zijn de volgende leefregels belangrijk om het dieet te laten werken.

lees meer

Sluiten

Leefregels

Na de start van de behandeling zijn de volgende leefregels belangrijk om het dieet te laten werken:

  • Volg het ketogeen strikt, zoals met u is besproken.
  • Weeg alle maaltijden zorgvuldig af en gebruik alleen voeding die binnen het dieet past.
  • Meet de glucose- en ketonenwaarden regelmatig volgens de instructies die u heeft gekregen.
  • Wees extra alert bij ziekte, zoals koorts, braken of diarree. Dan is de kans op een lage bloedsuiker groter. Volg in dat geval de adviezen van het ziekenhuis.
  • Gebruik alleen medicijnen die passen binnen het dieet.

Medicijnen

Sommige medicijnen of ondersteunende behandelingen kunnen helpen om de klachten te verminderen.

Controle en nazorg

Controles


Hoe vaak zijn de controles?

Na de start van de behandeling blijft de patiënt onder controle van het behandelteam. De eerste maanden plannen we regelmatig een afspraak in waarin we controleren of het dieet goed werkt of dat het aangepast moet worden. Daarna vinden afspraken minder vaak plaats.

lees meer

Sluiten

Hoe vaak zijn de controles?

Na de start van de behandeling blijft de patiënt onder controle van het behandelteam. De eerste controle vindt meestal binnen enkele weken na het starten van het dieet plaats. Gedurende de eerste maanden zijn er nog 1 of 2 extra afspraken om te zien hoe het dieet werkt of dat er aanpassingen nodig zijn.

Daarna volgt een periode van regelmatige controles, meestal in de eerste 3 tot 6 maanden. Bij deze afspraken worden de voortgang, de effecten van het dieet en eventuele bijwerkingen besproken. De patiënt komt jaarlijks of halfjaarlijks terug voor verdere controles, afhankelijk van de leeftijd en de gezondheid van de patiënt. Zolang het dieet wordt voortgezet, blijft de patiënt bij het hele team onder controle. Patiënten die (tijdelijk) geen dieet gebruiken kunnen eventueel door één of enkele medische specialisten uit het team gevolgd worden.

Soms wordt er echter ook samengewerkt met andere ziekenhuizen in de regio of een revalidatie centrum, afhankelijk van de situatie van de patiënt.


Afspraken op de polikliniek

Bij de controles op de polikliniek worden verschillende onderzoeken uitgevoerd. Het behandelteam bespreekt de voortgang van het dieet, de effecten en eventuele bijwerkingen. Dit gebeurt in samenwerking met de diëtist, (kinder)neuroloog, metabool (kinder)arts en verpleegkundig specialist.

lees meer

Sluiten

Afspraken op de polikliniek

Bij de controles op de polikliniek worden verschillende onderzoeken uitgevoerd, zoals bloedonderzoek om de glucose- en ketonenwaarden te controleren, en groei- en gewicht metingen. Daarnaast doen we ook urineonderzoeken en een ECG (elektrocardiogram) om de algehele gezondheid van de patiënt te monitoren. In sommige gevallen kan er een echografisch onderzoek van de nieren of andere organen plaatsvinden. Het behandelteam bespreekt de voortgang van het dieet, de effecten en eventuele bijwerkingen. Dit gebeurt in samenwerking met de diëtist, (kinder)neuroloog, metabool (kinder)arts en verpleegkundig specialist.


Wat als het ketogeen dieet niet lukt?

Soms werkt een ketogeen dieet niet goed genoeg. We onderzoeken dan een alternatief dieet of de mogelijkheid om de klachten met medicatie te behandelen.

lees meer

Sluiten

Wat als het ketogeen dieet niet lukt?

Bij sommige patiënten is het niet mogelijk om het ketogeen dieet uit te voeren vanwege bijwerkingen die het dieet met zich meebrengt. In samenwerking met het behandelteam wordt dan gezocht naar een alternatief dieet dat beter verdragen wordt. Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijkheden om de klachten met medicatie te behandelen. Voor een deel van de patiënten kan het zelfs helemaal niet mogelijk zijn om het ketogeen dieet te volgen. In zulke gevallen wordt er gezocht naar andere behandelopties die het beste aansluiten bij de behoeften van de patiënt.