Sluiten

Gevolgen baarmoeder­­verwijdering

Verwijdering van de baarmoeder heeft naast vermindering of verdwijning van uw klachten nog andere gevolgen. Welke gevolgen dit zijn, bespreekt uw behandelend arts met u. Hieronder volgen de mogelijkheden.

Na de operatie kan er op korte termijn sprake zijn van een wondinfectie of een bloeding (inwendig of uitwendig). Bij koorts en/of buikpijn vindt dan ook aanvullend onderzoek plaats door de zaalarts of gynaecoloog. Op de langere termijn kunnen er in de buik verklevingen (adhesies) ontstaan. Dit kan voor buikpijn zorgen. Als 1 of beide eierstokken gespaard blijven tijdens de operatie, treden er doorgaans geen grote hormonale veranderingen op. De eierstokken werken na de operatie normaal door.


Patiëntenzorg Behandelingen Baarmoederoperatie

Over een baarmoederoperatie

Bij een baarmoederoperatie verwijderen we de baarmoeder, eventueel met eierstokken en eileiders. Een baarmoederoperatie kan nodig zijn bij vleesbomen (myomen), stoornissen in de menstruatie, verzakking van de baarmoeder, endometriose of kwaadaardige aandoeningen.

lees meer

Sluiten

Over een baarmoederoperatie

Bij een baarmoederoperatie verwijderen we de baarmoeder, eventueel met eierstokken en eileiders. Een baarmoederoperatie kan nodig zijn bij vleesbomen (myomen), stoornissen in de menstruatie, verzakking van de baarmoeder, endometriosis of kwaadaardige aandoeningen.

Tijdens de operatie haalt de gynaecoloog doorgaans de baarmoeder weg. Ook neemt hij of zij de baarmoederhals en de baarmoedermond weg. Vaak blijven uw eierstokken en een deel van de eileiders op hun plaats. Alleen als er iets met (één van) de eierstokken niet in orde is, verwijderen we deze. Bijvoorbeeld in geval van ontstekingen of endometriose.


Contact

Afdeling Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve Geneeskunde

Telefoonnummer 024-365 57 55

Voor, tijdens en na de behandeling


Gevolgen baarmoeder­­verwijdering

Verwijdering van de baarmoeder heeft naast vermindering of verdwijning van uw klachten nog andere gevolgen. Hieronder volgen de mogelijke gevolgen.

lees meer

Voor de behandeling

Voor de opname kunnen op de polikliniek nog enkele onderzoeken plaatsvinden, zoals bloedonderzoek en een hartfilmpje of elektrocardiogram (ECG). lees meer

Sluiten

Voor de behandeling

We nemen u meestal op de dag van de operatie op. De verzorging en begeleiding tijdens uw verblijf in het ziekenhuis gebeurt zoveel mogelijk door één verpleegkundige. De verpleegkundige voert met u een opnamegesprek en leidt u rond op de afdeling. Als u vragen heeft, stel ze dan gerust. Tijdens de opname komt er dagelijks een zaalarts bij u langs. Hij of zij stelt u een aantal (medische) vragen over uw herstel. Ook verricht hij of zij zo nodig lichamelijk onderzoek. Als het nodig is komt de anesthesist of een lid van het pijnteam bij u langs om de juiste pijnstilling voor u te regelen.

Nuchter

Denkt u eraan dat u niets meer eet en drinkt vanaf het door de anesthesist afgesproken
tijdstip. U krijgt specifieke instructies hierover tijdens het preoperatieve spreekuur (pre-anesthesie evaluatie).
 

De behandeling

Afhankelijk van welk type baarmoederverwijdering we verrichten, duurt de operatie 1 tot 3 uur. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter.

lees meer

Sluiten

De behandeling

Afhankelijk van welk type baarmoederverwijdering we verrichten, duurt de operatie 1 tot 3 uur. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter.

De operatie kan op 3 manieren gebeuren:

  1. Via de schede (vaginaal)
  2. Via kleine kijkbuisjes (laparoscopie)
  3. Via de buik (abdominaal)



Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

De eerste dagen na de operatie helpt een verpleegkundige u bij de dagelijkse verzorging. Gemiddeld verblijft u 2 dagen in het ziekenhuis. Ongeveer 6 weken na ontslag vindt een controlebezoek plaats. Het is verstandig om hulp bij het huishouden te vragen aan uw omgeving.

lees meer

Sluiten

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

Na de operatie gaat u eerst naar de verkoeverafdeling (uitslaapkamer). Hier verblijft u totdat u goed wakker bent, de pijn acceptabel is en de controles (bloeddruk en pols) constant zijn. Eenmaal terug op de afdeling blijven we u regelmatig controleren. En als u een wond heeft, controleren we deze op nabloeden. Verder houdt de verpleegkundige in de gaten of u last krijgt van vaginaal bloedverlies, pijn, misselijkheid, het infuus of de blaaskatheter. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter. Hier loopt de urine door af en wordt deze opgevangen in een zakje dat aan uw bed hangt. Deze katheter verwijderen we meestal de dag na de operatie.

De eerste dagen na de operatie helpt een verpleegkundige u bij de dagelijkse verzorging totdat u dit zelf weer kunt. De dag na de operatie kunt u al uit bed komen. Tijdens de ‘visite’ legt de afdelingsarts u uit wat er gedaan is tijdens de operatie en hoe deze verlopen is. U krijgt dagelijks ’s avonds een spuit ter voorkoming van trombose (bloedstolsel in een bloedvat).

De eerste dag na de operatie nemen we soms bloed af om te kijken of uw bloedgehalte (hemoglobine) nog op peil is. Als uw bloedgehalte goed is en het drinken goed gaat, verwijderen we het infuus ’s avonds. Als u een buikwond heeft, controleren we deze dagelijks. Heeft u een pleister, dan verwijderen we deze op de eerste dag na de operatie. De gebruikte hechtingen zijn veelal oplosbaar en hoeven we dus niet te verwijderen. In sommige gevallen gebruiken we huidnietjes of niet-oplosbare hechtingen. Een verpleegkundige of doktersassistente verwijdert deze meestal op de zesde dag na de operatie.

Naar huis

Gemiddeld verblijft u 2 dagen (1 nacht) in het ziekenhuis. Op de dag dat u naar huis gaat, heeft u ’s ochtends een gesprek met de afdelingsarts of uw behandelend arts. In dit gesprek komen onder meer het verloop van de ingreep en de ziekenhuisopname aan de orde. Ook bespreken jullie de verwachte herstelperiode en de controle op de polikliniek. Verder heeft u nog een afsluitend gesprek met een verpleegkundige. In dit gesprek bespreken jullie nog een aantal zaken, zoals de controleafspraak en medicijnen.

Herstel

De duur van het uiteindelijke herstel is bij elke persoon verschillend. De meeste mensen zijn na 4 tot 6 weken redelijk goed hersteld, bij anderen duurt het langer. Na een laparoscopische operatie kan dit zelfs al eerder zijn. Sommige mensen kunnen al na 4 weken hun werk hervatten. Het herstel is verder afhankelijk van de zwaarte van de operatie en uw conditie. 

Als bij de operatie de baarmoederhals verwijderd is, is er in de top van de schede een litteken. Het is voor de genezing beter als er dan niets in de schede komt. Daarom adviseren we de eerste 6 weken na de operatie geen seks te hebben (penetratie) of tampons/een menstruatiecup te gebruiken. Het kan geen kwaad om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen.

De eerste tijd na de operatie hebben sommige mensen vaak minder zin in vrijen. Wanneer bij de controle 6 weken na de operatie blijkt dat de wond in de schede goed genezen is, kunt u weer gemeenschap hebben. Vaak zal het de eerste keer wel wat onwennig zijn voor u en een eventuele partner. Uw buik kan in het begin nog gevoelig zijn.

Controle

Ongeveer 6 weken na ontslag uit het ziekenhuis vindt een controlebezoek plaats op de polikliniek.

Thuis

Tijdens en ook na uw ziekenhuisverblijf is het verstandig hulp in het huishouden te vragen van uw omgeving. In uitzonderlijke gevallen heeft u recht op thuiszorg. Dat is afhankelijk van de samenstelling van uw gezin en het aanbod van de thuiszorg. U betaalt hiervoor een landelijk vastgestelde eigen bijdrage. De hoogte ervan is afhankelijk van uw inkomen. De verpleegkundige kan thuiszorg voor u aanvragen. Als u er gebruik van wilt maken is het goed om al voor de operatie te checken of u ervoor in aanmerking komt. Licht huishoudelijk werk kunt u na enkele weken weer hervatten. De inwendige wond is pas na 6 weken genezen. Ook de bevestiging van de ophangbanden heeft tijd nodig om te herstellen. Als u dit herstel forceert door te snel (zwaar) lichamelijk werk uit te voeren, dan vergroot u de kans op een verzakking.

Emoties

Minder vrouwelijk voelen 
Het kan zijn dat u zich na een baarmoederverwijdering minder vrouw voelt, omdat u geen kinderen meer kunt krijgen en niet meer menstrueert. Het is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Het laten verwijderen van uw baarmoeder kan een rouwproces met zich meebrengen. Erover praten kan opluchten en helpen.

Somberheid
Klachten over depressiviteit komen vooral voor als u zelf weinig inbreng hebt gehad in de besluitvorming rond de operatie. Daarom is het belangrijk dat u zich realiseert dat ú degene bent die beslist over de operatie opereren.

Depressiviteit kan ook ontstaan doordat eerdere traumatische ervaringen (zoals misbruik) weer naar boven komen. De operatie zelf is dan niet zozeer de oorzaak van de depressieve klachten, maar vormt een aanleiding. Als er bij u iets dergelijks speelt, is het belangrijk dit al vóór de operatie met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.


Naar uw afspraak adres en route

Ingang: Hoofdingang
Gebouw: F
Verdieping: 0
Route: 782

bekijk route

Sluiten

Naar uw afspraak adres en route

Bezoekadres

Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Ga naar Gebouw F, Verdieping 0 en volg route 782

Uw afspraak bij het Radboudumc

Heeft u binnenkort een afspraak in het Radboudumc? Op deze pagina vindt u alles wat u moet weten over uw afspraak in ons ziekenhuis.

naar pagina

Meer informatie


Veelgestelde vragen

Bekijk hier de antwoorden.

lees meer

Sluiten

Veelgestelde vragen



Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

naar pagina

Complexe gynaecologie

We onderzoeken en behandelen patiënten met goedaardige (benigne) gynaecologische problemen, zoals bekkenbodemproblemen, endometriose, verzakking, bekkenbodempijn en kinderen met aangeboren gynaecologische afwijkingen.

naar pagina

Aandoeningen

  • Baarmoederkanker is een kwaadaardig gezwel in het slijmvlies van de baarmoeder. Dit gezwel heet een tumor.

    naar de aandoening