Algemene informatie
Wat is een CI?
Een cochleair implantaat (CI) is een hoorapparaat dat de functie van het slakkenhuis elektrisch overneemt als u doof of ernstig slechthorend bent en u vanwege een defect in uw slakkenhuis met een gewoon hoortoestel geen of weinig geluiden kunt waarnemen.Hoe werkt een cochleair implantaat?
Gewone hoorapparaten maken geluiden harder. Bij ernstige beschadiging van uw slakkenhuis helpt geluidsversterking niet. Een cochleair implantaat (CI) versterkt het geluid niet, maar zet het om in elektrische signalen die worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Hierdoor kunt u weer geluiden waarnemen.
lees meerHoe werkt een cochleair implantaat?
Wat is een CI?
Gewone hoorapparaten maken geluiden harder. Als u een ernstige beschadiging hebt aan uw slakkenhuis, leidt deze ‘gewone’ geluidsversterking niet tot verbetering van de geluidswaarneming. Een cochleair implantaat (CI) versterkt het geluid niet, maar zet het om in elektrische signalen die in het slakkenhuis worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Hierdoor kunt u als uw slakkenhuis defect is, toch weer geluiden waarnemen. Deze geluidswaarneming is echter anders dan die van normaal horenden. Een cochleair implantaat verandert, net als een gewoon hoortoestel, niets aan de doofheid zelf.
De werking
Een microfoontje vangt de geluiden op. Het signaal gaat via een snoertje naar de spraakprocessor. De spraakprocessor is een microcomputer die de opgevangen geluiden omzet in een elektrische code. Deze code verzendt de zendspoel via radiogolven naar de ontvanger. De microfoon, processor en zendspoel zitten aan de buitenkant van het hoofd van uw kind. De ontvanger is het begin van het inwendige deel onder de huid. Het buitenste en het binnenste gedeelte van de CI zijn dus draadloos met elkaar verbonden. Een magneetje in de zendspoel en de ontvanger zorgt ervoor dat de zendspoel op de goede plaats op het hoofd blijft zitten.
Patiëntenvereniging OPCI
OPCI behartigt de belangen, geeft voorlichting en draagt zorg voor lotgenotencontact voor mensen met een cochleair implantaat en voor mensen die een cochleair implantaat overwegen.
naar paginaVooronderzoek
De CI intake
De CI intake
De CI intake bestaat uit een intakegesprek, een onderzoek van het oor en een audiologisch onderzoek. Op basis van de CI intake besluiten we of we de CI-procedure voortzetten of niet. lees meerDe CI intake
De CI intake bestaat uit een onderzoek van het oor (otoscopie), een medisch/otologische anamnese,een audiologisch onderzoek, en een intakegesprek.
Voor het audiologisch onderzoek graag uw eventuele hoortoestel(len) en oorstukjes meebrengen naar uw afspraak.
Onderzoek van het oor (Otoscopie)
Naast de medisch /otologische anamnese wordt tijdens het onderzoek het oor en het trommelvlies beoordeeld. Indien nodig wordt de gehoorgang gereinigd.
Het audiologisch onderzoek
Tijdens het audiologisch onderzoek maken we een toon- en spraakaudiogram met en zonder uw hoortoestel. Soms blijkt dat we nog een aanpassing van uw hoortoestel kunnen proberen voordat we verder gaan met de CI-procedure. De CI-coördinator bespreekt dit met u tijdens het intakegesprek.
Intakegesprek
Tijdens het intakegesprek bespreekt de coördinator CI volwassenen hoe uw doofheid/ slechthorendheid is ontstaan en het verloop ervan. Ook informeren we u over mogelijkheden en beperkingen met een CI in het algemeen en voor uw individuele situatie. U kunt de verschillende CI-systemen zien en krijgt uitleg over de indicatieprocedure, vereiste onderzoeken, uw tijdsinvestering, de operatie en de revalidatie. Op basis van dit intakegesprek besluiten we of we de CI-procedure voortzetten of niet.
Indien u moeite heeft met het volgen van een gesprek als gevolg van uw slechthorendheid kunt u overwegen een tolk in te schakelen. Een tolk zorgt ervoor dat iedereen elkaar begrijpt en dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen aan het gesprek. Kijk voor meer informatie op www.tolkcontact.nl.
Onderzoeken
CT- of MRI-scan
We maken een CT- of MRI-scan van uw binnenoren om na te gaan of het slakkenhuis normaal is aangelegd en of het voldoende ruimte biedt om een implantaat te plaatsen
lees meerCT- of MRI-scan
We maken een CT- of MRI-scan van uw binnenoren om na te gaan of het slakkenhuis normaal is aangelegd en of het voldoende ruimte biedt om een implantaat te plaatsen. Of u een CT- of MRI-scan krijgt, is met name afhankelijk van de oorzaak van uw gehoorverlies.
-
CT staat voor computer tomografie. Een CT-scan is een methode om foto's van het lichaam te maken.
-
MRI (Magnetische Resonantie Imaging) is een techniek om afbeeldingen van het lichaam te maken met een zeer sterke magneet en radiogolven.
BERA/ASSR-onderzoek
Bij het BERA/ASSR-onderzoek meet de onderzoeker de elektrische activiteit in uw gehoor.
naar paginaVestibulologie Evenwicht
De functieafdeling Vestibulologie (Evenwichtsafdeling) onderzoekt mensen die klachten hebben van draaiduizeligheid (‘vertigo’) of problemen hebben met hun balans (evenwicht). naar paginaPersoonlijke draagkracht
Aan de hand van een psychologische vragenlijst en eventueel een gesprek met een psycholoog brengen we uw persoonlijke draagkracht in kaart. lees meerPersoonlijke draagkracht
Aan de hand van een psychologische vragenlijst en eventueel een gesprek met een psycholoog brengen we uw persoonlijke draagkracht in kaart. Uw persoonlijke draagkracht geeft aan hoe goed u in uw dagelijks leven met uw doofheid/slechthorendheid om kunt gaan. Welke invloed heeft uw doofheid/ slechthorendheid op de kwaliteit van uw leven? En wat zijn uw verwachtingen van een CI? Als hier aandachtspunten uit naar voren komen, houden we daar rekening mee bij uw revalidatie.
Uitslag en advies
Adviesgesprek
Na alle onderzoeken nodigt de coördinator u uit voor een adviesgesprek waarin alle uitslagen met u doorgenomen worden. Ook bespreken we het advies van de CI-commissie met u.
lees meerAdviesgesprek
Na alle onderzoeken nodigt de coördinator u uit voor een adviesgesprek waarin alle uitslagen met u doorgenomen worden. Ook bespreken we het advies van de CI-commissie met u.
Positief advies
Is het advies positief en kiest u zelf ook voor implantatie? Dan krijgt u informatie over de operatie en plaatsen we u op de operatielijst. Ook beslissen we tijdens dit gesprek welk CI-systeem u gaat krijgen. Meestal kunt u zelf kiezen, maar soms heeft het CI-team voorkeur voor een bepaald merk.
Negatief advies
Als de CI-commissie verwacht dat een CI u geen betere mogelijkheden biedt in vergelijking met een gewoon hoortoestel, geeft zij een negatief advies. Uiteraard lichten we de reden voor afwijzing toe.
Keuzewijzer Cochleaire Implantatie systemen
Een uitleg van de verschillende systemen van Advanced Bionics, Cochlear, Med-El, Oticon
naar paginaVergoedingen en onderdelen die u zelf moet aanschaffen
Voor de CI-zorg gelden drie tarieven: één voor de operatie, één voor de omruil van de processor en één voor tussentijdse bezoeken na het eerste jaar.
lees meerVergoedingen en onderdelen die u zelf moet aanschaffen
Voor de CI zorg gelden drie tarieven: één voor de operatie, één voor de omruil van de processor en één voor tussentijdse bezoeken na het eerste jaar. Hierdoor worden nagenoeg alle kosten verbonden aan cochleaire implantatie vergoed door uw zorgverzekeraar. Afhankelijk van uw polisvoorwaarden zult u wel een eigen bijdrage moeten leveren. Voor meer informatie hierover verwijzen wij u naar kostenvanzorg
- Het tarief voor de operatie dekt ook de kosten van de spraakprocessor en van de revalidatie in het eerste jaar.
- Met het tarief voor de omruil kunnen wij u elke 5 jaar een nieuwe processor geven. Een aantal onderdelen zoals snoertjes en microfoons die tussentijds defect raken worden vervangen vanuit het tarief voor de operatie of voor de omruil. Voor een aantal onderdelen (o.a. de oplaadbare accu’s) geldt dat deze na de garantieperiode niet vergoed worden en door uzelf gekocht moeten worden. Deze onderdelen kunt u rechtstreeks bij uw CI fabrikant bestellen. Ook reiskosten en de aanschaf van wegwerpbatterijen (zoals bij normale hoortoestellen) zijn voor eigen rekening.
- Bezoekt u ons audiologisch centrum na het eerste jaar tussentijds, dus niet vanwege de vervanging van de processor elke 5 jaar, dan ontvangt uw zorgverzekering daarvoor een aparte rekening.
CI plaatsen
Voorbereiding
Voor de ingreep Voorbereiding
In een gesprek met de KNO-arts die u zal opereren, krijgt u uitleg over de ingreep. U kunt hierin al uw vragen stellen.
lees meerVoor de ingreep Voorbereiding
De operatiedatum die u van ons hoort, is altijd onder voorbehoud vanwege spoedoperaties. Ongeveer 1 week voor de ingreep hoort u het definitief doorgaat en waar en hoe laat we u verwachten voor de opname.
Voor de ingreep kunt u alvast kennismaken met de KNO-arts die u zal opereren. De KNO-arts geeft uitleg over de ingreep en de hieraan verbonden risico's. U kunt al uw vragen over de operatie stellen. De ingreep gebeurt onder anesthesie (verdoving/narcose). Daarom krijgt u vooraf een afspraak voor het preoperatieve spreekuur met de anesthesioloog.
Als u ver van het ziekenhuis woont kan reizen op de dag van de operatie te zwaar voor u zijn. Wij adviseren u dan te overnachten vlakbij het Radboudumc.
Inenting hersenvliesontsteking
Wij adviseren u zich te laten inenten tegen hersenvliesontsteking. Wereldwijd zijn er namelijk enkele CI-dragers die hersenvliesontsteking hebben gekregen. In overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en alle centra voor CI in Nederland is dan ook gekozen voor maximale veiligheid. In principe worden alle volwassen CI-kandidaten gevaccineerd. Na het adviesgesprek wordt contact met u opgenomen voor deze vaccinatie. Deze vaccinatie krijgt u voordat de ingreep zal plaatsvinden.
Advies vaccinaties bij CI
Wij adviseren dringend mensen die in aanmerking komen voor een Cochleaire Implantatie (CI) zich tegen verschillende vormen van hersenvliesontsteking in te laten enten.
lees meerAdvies vaccinaties bij CI
Wij adviseren dringend mensen die in aanmerking komen voor een Cochleaire Implantatie (CI) zich tegen verschillende vormen van hersenvliesontsteking in te laten enten.
-
Na het eindgesprek verwijst het CI-team u door naar de Reis- en Vaccinatiepoli van het Radboudumc voor de toediening van deze vaccinaties. De Reis- en vaccinatiepoli zal contact met u opnemen om een afspraak in te plannen. U hoeft hiervoor niets te doen. De eerste afspraak kan een videoconsult zijn om te bepalen welke vaccinaties voor u geschikt zijn. De 3 vaccins kunnen gelijktijdig toegediend worden.
-
U hoeft voor de vaccins niet te betalen.
-
- Reactie op de plek van de prik (pijn, roodheid, zwelling, jeuk of een harde plek)
- U kunt zich over het algemeen niet lekker voelen (bijvoorbeeld moe, zwak of ziek)
- Klachten die lijken op griep (zoals hoofdpijn, koorts, rillingen, spier- en gewrichtspijn en misselijkheid)
Deze klachten duren meestal maar kort en gaan vanzelf weer over.
-
Bij voorkeur krijgt u de eerste serie vaccinaties vóór de operatie, maar niet in de laatste twee weken voor de operatie. Lukt dit niet? Dan is het advies om de vaccinatie vanaf twee weken ná de operatie te doen.
-
Vaccinaties beschermen niet volledig tegen hersenvliesontsteking. Blijf daarom ook na vaccinatie letten op klachten:
Oorontsteking
Een hersenvliesontsteking kan ontstaan door een oorontsteking. In een zeldzaam geval kan een oorontsteking zich via de elektrode verspreiden naar het slakkenhuis en de hersenvliezen. Daarom is het belangrijk dat een oorontsteking bij iemand met een CI goed wordt behandeld.
Heeft u een loopoor of oorpijn aan de kant van het implantaat? Neem dan contact op met uw huisarts, een KNO-arts of het centrum voor cochleaire implantatie. De arts kan u behandelen met antibiotica. Bij een loopoor krijgt u meestal ook oordruppels.Hersenvliesontsteking
Denk u dat u een hersenvliesontsteking heeft? Neem dan direct contact op met een arts, zodat de behandeling snel kan starten. Vertel de arts dat het mogelijk om een hersenvliesontsteking gaat.
Een hersenvliesontsteking kan langzaam ontstaan, maar ook plotseling beginnen. De eerste klachten zijn vaak:
- hoge koorts
- hoofdpijn, vooral bij het naar voren buigen van het hoofd (stijve nek)
- niet tegen licht kunnen
- overgeven
- verwardheid
Bij baby’s (zuigelingen) kunnen de klachten anders zijn. Zij hebben soms geen koorts of stijve nek. Let dan op:
- sufheid
- snel geïrriteerd of veel huilen (bijvoorbeeld bij verschonen)
- slap gevoel, minder eten en er bleek of grauw uitzien
-
Het volgende schema wordt voor alle gebruikers (volwassenen en kinderen ouder dan 18 jaar) van een cochleair implantaat aanbevolen.
Vaccinatie tegen pneumokokken
1 dosis geconjugeerd vaccin (Prevenar 20). Iedereen vanaf 60 jaar wordt via de huisarts gevaccineerd tegen pneumokokken. Sinds het najaar van 2025 wordt het vaccin Prevenar 20 vaccin gebruikt. Bent u dus via de huisarts vóór die tijd gevaccineerd tegen pneumokokken dan heeft u nog een ander vaccin gehad, u krijgt dan nu alsnog het Prevenar 20 vaccin. Voor meer informatie: Pneumokokkenziekte | RIVM
Vaccinatie tegen meningokokken
1 dosis Meningokokken ACWY vaccin (Nimenrix) tenzij u deze korter dan 10 jaar geleden heeft gehad via het Rijksvaccinatieprogramma. Voor meer informatie: Meningokokken | RIVM
Vaccinatie tegen haemophilus influenzae type B (Hib)
1 dosis Haemophilus influenzae type B vaccin (Act-Hib) tenzij u deze reeds heeft gehad. Over het algemeen geldt dit laatste voor iedereen geboren vanaf 1993. Voor meer informatie: Hib-ziekten | Rijksvaccinatieprogramma.nl
Optioneel (eigen keuze)
1 dosis meningokokken B vaccin (Bexsero) minimaal 1 maand later gevolgd door een 2e meningokokken B vaccin (Bexsero). Voor meer informatie: Meningokokken B-vaccinatie | RIVM
-
Wereldwijd wordt er sinds 2002 onderzoek gedaan naar het vóórkomen van hersenvliesontsteking (de medische term is meningitis) bij mensen met een cochleair implantaat. Dit naar aanleiding van een aantal kinderen en volwassenen met een CI -wereldwijd- dat een hersenvliesontsteking heeft gekregen na implantatie.
De kans op hersenvliesontsteking na cochleaire implantatie is zeer klein. Het gaat echter om een ernstige ziekte en in overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, alle centra voor cochleaire implantatie in Nederland en deskundigen op het gebied van vaccinaties tegen hersenvliesontstekingen (RIVM) is besloten te kiezen voor maximale veiligheid. Wij adviseren alle implantaatgebruikers dringend zich tegen verschillende vormen van hersenvliesontsteking in te laten enten.
In 2022 heeft het RIVM het advies aangescherpt (Vaccinatieadvies bij mensen met een cochleair implantaat | LCI richtlijnen). Hierdoor is het aantal vaccinaties dat nodig is om tot maximale bescherming te komen uitgebreid. Voor een aantal van deze vaccinaties geldt een advies, voor de overige is dit optioneel (eigen keuze). Volgend op een advies van de Gezondheidsraad uit 2021 komen daarnaast alle CI gebruikers tevens in aanmerking voor een jaarlijkse griepprik.
-
Heeft u of uw huisarts vragen over dit vaccinatie-advies? Dan kunt u contact opnemen via: vaccinatiepoli@radboudumc.nl.
Opname
De ingreep Wat kunt u verwachten?
In een holte in uw schedel bedden we het implantaat zoveel mogelijk in. Het snoertje met elektroden plaatsen we in het slakkenhuis. De ingreep duurt 2 tot 2,5 uur. lees meerDe ingreep Wat kunt u verwachten?
De operatie vindt plaats onder anesthesie. We voeren de operatie uit in dagbehandeling of nemen u 1 à 2 nachten op in het ziekenhuis. De opnameplanning informeert u over het tijdstip en de locatie van de operatie. Heeft u geen medische problemen, dan vindt de operatie vaak plaats in dagbehandeling. Als u de dagen voor de ingreep koorts of griep heeft, geef dit dan door aan de coördinator van het CI-team.
Dagbehandeling
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de receptie van de Dagbehandeling Operatiekamers. Hier wordt u ingeschreven en vervolgens neemt u plaats in de wachtruimte. Ongeveer een half uur voor de operatie haalt de verpleegkundige van de Dagbehandeling Operatiekamers u op. Hij of zij begeleidt u naar de verpleegzaal. Daar bereiden we voor op de operatie. U kleedt zich om en krijgt een infuus. Als het nodig is krijgt u ook een pijnstiller. De verpleegkundige brengt u op een bed naar het operatiecomplex. Daar wordt u ontvangen door de anesthesiemedewerker. Daarna gaat u naar de operatiekamer. Voor, tijdens en na de operatie bent u aangesloten op bewakingsapparatuur zoals een hartmonitor en bloeddrukmeter. Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de daarvoor opgeleide verpleegkundige bij u.
Opname op de verpleegafdeling
We nemen u meestal de dag vóór de operatie op. Op deze dag wordt u op een eerder afgesproken tijdstip verwacht op verpleegafdeling (C2 of C5). U hoeft in dat geval niet nuchter te zijn, dus u kunt gewoon eten en drinken. Het kan ook zijn dat we u opnemen op de dag van de operatie. In dat geval kunt u het schema zoals bij CDB staat genoemd aanhouden, u moet dan nuchter zijn.
Op de afdeling maakt u kennis met verschillende medewerkers. De verpleegkundige haalt u op en maakt u wegwijs op de afdeling. Later op de dag volgt een lichamelijk onderzoek door een zaalarts. Hij of zij controleert of u fit genoeg bent. Een flinke verkoudheid of infecties kunnen de operatie bemoeilijken, waardoor we de operatie meestal uitstellen. Deze zaalarts verzorgt ook de medische nazorg op de zaal.
De KNO-arts of de arts-assistent, die ook bij de operatie aanwezig is, kijkt uw oren na en bespreekt de operatie nogmaals met u. Daarna komt de anesthesioloog niet meer bij u langs, tenzij hier aanleiding toe is. Tijdens de opnamedag is het belangrijk zoveel mogelijk op de afdeling aanwezig te zijn. Wanneer u toch de afdeling wilt verlaten, meld dit dan eerst bij de afdelingssecretaresse. Op de dag van de operatie moet u nuchter blijven.
De ingreep
Vlak voor de ingreep scheren we een deel van uw hoofdhaar achter/boven uw oor weg. De chirurg maakt een s-vormige snede achter/boven uw oor om het implantaat te plaatsen. In een ondiepe holte in uw schedel wordt het implantaat zoveel mogelijk ingebed. Het snoertje met elektroden plaatsen we via het middenoor in het slakkenhuis. De ingreep duurt inclusief voor- en nazorg 4 uur. Hiervan is 2 tot 2,5 uur de daadwerkelijke operatie. Tijdens en na het plaatsen van het implantaat meten we of uw hoorzenuw reageert op activering van elektroden. Hoe goed u met een CI kunt horen, kunnen we tijdens de ingreep nog niet meten.
Risico's
Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Ook indien u/uw kind een cochleair implantaat krijgt. De risico’s zijn vergelijkbaar met die van een gewone ooroperatie.
- Beschadiging aangezichtszenuw. In en rond uw oor lopen belangrijke zenuwen. Eén van die zenuwen is de aangezichtszenuw die de spieren van uw gezicht aan één zijde aanstuurt. Bij beschadiging van die zenuw kan uw gezicht halfzijdig verlamd worden. Bij een normaal aangelegd oor is de kans daarop minimaal. We proberen deze kans nog verder te verkleinen door de positie van deze zenuw op de scan goed te bekijken, de zenuw goed in beeld te brengen met een zeer moderne operatiemicroscoop en tijdens de operatie de zenuw te controleren via een monitor. Er bestaat ook een kleine kans op een tijdelijke aangezichtsverlamming. Dit gebeurt wanneer door het trillen of de warmte van de boor de aangezichtszenuw geïrriteerd raakt.
- Infectie. Bij elke operatie bestaat er een risico op infectie. Uit voorzorg krijgt u daarom tijdens de operatie antibiotica. Mocht er toch nog een infectie optreden, dan kunnen we die meestal goed behandelen. Alleen bij zeer ernstige infecties moeten we in het ergste geval het implantaat chirurgisch verwijderen.
- Hersenvliesontsteking. Tijdens de operatie en de jaren daarna hebt u een licht verhoogde kans op een hersenvliesontsteking. Daarom adviseren wij u de vaccinatie tegen hersenvliesontsteking. Ook krijgt u om deze reden aanvullend antibiotica tijdens de operatie. Wees zelf alert op middenoorontstekingen. Deze vormen een verhoogd risico op hersenvliesontsteking en moeten snel behandeld worden.
- Storing in het evenwichtsorgaan. Bij de CI-operatie bestaat een kleine kans dat de functie van uw evenwichtsorgaan verloren gaat. Vaak is het evenwichtsorgaan bij een doof oor echter al uitgevallen. Als het evenwichtsorgaan in het andere oor nog werkt, merkt u daar nauwelijks iets van. U kunt wel kortdurend klachten van misselijkheid, draaiduizeligheid en/of verminderd evenwicht ervaren. Als beide evenwichtsorganen vóór de operatie al niet werkten, hebt u tijdens de operatie niets te verliezen. Bij een dubbelzijdige CI-operatie bestaat een kleine kans dat beide evenwichtsorganen hun functie verliezen waardoor het evenwichtsgevoel beperkt wordt. Kinderen corrigeren dit na verloop van tijd met behulp van hun ogen, al bereiken ze de motorische mijlpalen (los lopen, fietsen zonder zijwieltjes) vaak later. In het donker blijft het evenwicht altijd slechter.
- Verdwijnen restgehoor. Door het plaatsen van de elektroden in het slakkenhuis kan een eventueel aanwezig restgehoor verdwijnen door beschadiging van de nog werkende haarcellen. Wanneer u in het te opereren oor bruikbaar restgehoor hebt, proberen wij dit zoveel mogelijk te sparen.
- Smaakzenuw. Soms is de zenuw wat geprikkeld door de operatie. De smaak verandert hierdoor, maar dit is meestal tijdelijk. Zelden is het nodig de kleine smaakzenuw die door het middenoor loopt door te snijden om zo een betere toegang tot het slakkenhuis te creëren.
- Oorsuizen. Oorsuizen komt vaak voor bij slechthorendheid. Wanneer u vóór de operatie last hebt van oorsuizen, dan is de kans aanwezig dat u er in het oor waar het CI geplaatst wordt minder last van heeft. Helaas komt het ook voor dat het oorsuizen (tijdelijk) erger wordt door de operatie of door het dragen van een CI. Meestal komt dit dan door de spanningen en ebt dit na verloop van tijd weer weg.

Behandeling Anesthesie
Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.
naar pagina
Verpleegafdeling Trauma, Reconstructie en Beweging C2
De verpleegafdeling Trauma, Reconstructie en Beweging is een samenwerking van de verpleegafdelingen van KNO, MKA, Plastische Chirurgie, Orthopedie en Traumachirurgie.
naar paginaNaar huis
Na de ingreep
Na de operatie heeft u een verband om uw hoofd. Enkele dagen na de ingreep mag dit verband er af. De instructie hiervoor wordt na de ingreep aan u meegegeven.
U kunt na de ingreep nog geen geluiden waarnemen. Daarvoor moeten we eerst de spraakprocessor aansluiten.
Na de ingreep
Direct na de operatie verblijft u op de verkoeverkamer (uitslaapkamer) tot u wakker wordt uit de narcose. Uw partner kan daarbij zijn. Na de operatie hebt u een verband om uw hoofd (tulband) om druk op de wond te geven. Hierdoor geneest u sneller. Laat dit verband een aantal dagen zitten. Enkele dagen na de ingreep mag dit verband er af. De instructie hiervoor wordt na de ingreep aan u meegegeven.
Tot een dag na de operatie kunt u zich misselijk voelen door de narcose. De meeste mensen knappen echter snel op en kunnen weer gewoon eten en bewegen. Ongeveer 1 week na de operatie komt u voor controle op de polikliniek. De KNO-arts controleert de wond en indien nodig wordt het verband verwijderd. De wond moet in totaal 10 dagen droog blijven. U mag wel douchen, maar het hoofd mag niet nat worden. Houd hier rekening mee. De wond moet genezen.
Na de operatie kunt u nog geen geluiden waarnemen. Daarvoor moeten we eerst de spraakprocessor aansluiten. Dit gebeurt pas enkele weken na de operatie. Na de operatie nodigen we u ook uit voor het afregelen van de apparatuur en voor een hoortraining.
Naar huis
Na de operatie krijgt u pijnstilling die u de eerste 2 dagen na de operatie kunt gebruiken. Als u na het innemen van deze pijnstilling nog zeer veel pijn heeft, kunnen we nog een aanvullende pijnstiller voorschrijven. De recepten hiervoor krijgt u van de anesthesioloog of de KNO-arts.
Regel van tevoren vervoer terug naar huis. Anesthesie en ook de ingreep kunnen uw rijvaardigheid beïnvloeden. De eerste 24 uur na de ingreep bent u niet verzekerd als u zelf aan het verkeer deelneemt. Zorg dat degene die u ophaalt bij de hoofdingang een rolstoel meeneemt. De loopafstand is namelijk 10 minuten.
Zorg ervoor dat er iemand bij u thuis is, zodat u de eerste nacht niet alleen bent.
Indien er in de eerste dagen na de operatie problemen zijn met het verband kunt u contact opnemen met uw huisarts of het dichtstbijzijnde ziekenhuis in uw omgeving. Als dit niet lukt, neem dan contact op met het CI-team of de dienstdoende KNO-arts van het Radboudumc.
Contact opnemen
Als u in de eerste week na de operatie last heeft van 1 van de onderstaande symptomen, neem dan contact op met de KNO-arts van ons ziekenhuis. Neem ook als u twijfelt contact op.
- Koorts (temperatuur boven de 38ºC).
- Hoofdpijn, vooral bij het buigen van uw hoofd.
- Niet tegen licht kunnen.
- Overgeven.
- Verwardheid.
- Als u pijn of andere klachten op de plaats van de operatiewond heeft, ondanks de ingenomen pijnmedicatie. Wanneer dit in de eerste 2 maanden na de operatie optreedt, moet u altijd contact met ons opnemen.
- Oorpijn of een loopoor.
Neem bij aanhoudende pijn of andere klachten rondom of op de plaats van de operatiewond die langer dan 1 week aanhouden ook contact op met de dienstdoende KNO-arts van ons ziekenhuis.
Controle
1 week na de operatie vindt op de polikliniek een controle plaats door een KNO-arts of verpleegkundige. De huid aan de binnenzijde is tijdens de operatie gehecht met materiaal dat vanzelf oplost. We hoeven daarom geen hechtingen te verwijderen. Als er vocht ophoopt rondom de wond, dan is het mogelijk dat u het hoofdverband een week extra draagt. U bepaalt zelf, in overleg met de KNO-arts, wanneer u uw dagelijkse werkzaamheden kunt hervatten. Als de wond zich normaal herstelt kan dat meestal al vrij snel.
Contact opnemen na de ingreep
Neem in onderstaande gevallen contact op het de KNO-arts van het zieken huis die op dat moment dienst heeft.- koorts
- hoofdpijn
- gevoelig voor licht
- overgeven
- verwardheid
- pijn
- oorpijn of loopoor
Contact opnemen na de ingreep
Neem in onderstaande gevallen contact op het de KNO-arts van het zieken huis die op dat moment dienst heeft. U belt naar het algemene ziekenhuisnummer en vraagt naar de dienstdoende KNO-arts. Als u twijfelt, neem dan ook contact op.- Koorts (temperatuur boven de 38ºC).
- Hoofdpijn, vooral bij het buigen van het hoofd.
- Niet tegen licht kunnen.
- Overgeven.
- Verwardheid.
- Pijn of andere klachten op de plaats van de operatiewond (ook na het innemen van pijnstilling).
- Oorpijn of een loopoor links of rechts.
Revalidatie en nazorg
Het eerste jaar
Revalidatie en begeleiding
Een paar dagen na de operatie begint u met revalideren. Dit is een intensief proces waarbij we ook uw omgeving betrekken.
naar paginaNazorg
Begeleiding na het eerste jaar
Na het eerste jaar van intensieve begeleiding hoeft u veel minder vaak terug te komen. Er wordt door ons team op individuele basis bekeken of en hoe vaak er controles nodig zijn. lees meerBegeleiding na het eerste jaar
Na het eerste jaar van intensieve begeleiding hoeft u veel minder vaak terug te komen. Er wordt door ons team op individuele basis bekeken of en hoe vaak er controles nodig zijn. Daarnaast kunt u zelf een afspraak maken als u een controle wenst. Bijvoorbeeld als u een achteruitgang in het horen met CI signaleert. Op verzoek kunt u ook een gesprek aanvragen met de revalidatietherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog of KNO-arts.
Om de 5 jaar ontvangt u een nieuwe processor.
Over de vergoedingen leest u meer onder Vergoedingen en onderdelen die u zelf moet aanschaffen.
Begeleiding op aanvraag
Hebt u behoefte aan extra begeleiding of doet er zich een probleem voor met uw CI? Neem dan contact op met het secretariaat van het CI-team voor een afspraak met de revalidatietherapeut, maatschappelijk werker of psycholoog.
Upgrade van de CI-processor Wat neemt u mee naar uw afspraak?
Elke 5 jaar heeft u als CI gebruiker recht op een nieuwe CI-processor.
Wat neemt u mee naar uw afspraak?
lees meerUpgrade van de CI-processor Wat neemt u mee naar uw afspraak?
Elke 5 jaar heeft u als CI gebruiker recht op een nieuwe CI-processor.
In het jaar dat u in aanmerking komt voor een nieuwe CI-processor ontvangt u van ons een brief met een link. Via deze link geeft u uw wensen aan ons door rondom de CI, zoals kleur, accu-grootte en magneetsterkte.
Gebruikt u de Smart App als afstandsbediening
- Neem uw smartphone mee. We kunnen u dan helpen bij het koppelen.
- Zorg dat u bent aangemeld bij de fabrikant. Neem uw inloggegevens mee
Heeft u een hoortoestel dat gekoppeld is aan de CI-processor
- Neem dit hoortoestel mee naar de afspraak.
- Is dit toestel 5 jaar of ouder? Dan ontvangt u van ons een recept voor een nieuw hoortoestel. Hiermee kan uw audicien een nieuw hoortoestel bestellen.
- Zorg dat u uw nieuwe hoortoestel in bezit heeft, vóórdat u voor uw afspraak bij ons komt. Lukt dit niet, verzet dan zo spoedig mogelijk uw afspraak naar een later moment. Uw nieuwe hoortoestel wordt dan in dezelfde afspraak gekoppeld aan de nieuwe CI-processor.
Mogelijkheden met CI veelgestelde vragen
over een cochleair implantaat
-
Nee, geen enkele CI-gebruiker die vóór de operatie gehoord heeft, vindt dat geluiden via het CI systeem weer helemaal normaal klinken. Sommigen zeggen dat het geluid erg mechanisch klinkt, anderen vergelijken het geluid met een radio die slecht is afgestemd. Heel lage tonen, zoals de grondtoon van de stem, komen via de CI niet door. Het is wel bijna altijd mogelijk te horen dat er iemand aan het praten is, maar niet iedereen kan zonder liplezen (spraakafzien) spraak verstaan.
-
Nee, het geluid klinkt anders. Dat komt omdat de spraakprocessor het geluid bewerkt en omdat de gehoorzenuw maar heel weinig verschillende toonhoogtes kan onderscheiden via een CI. Voor het luisteren naar spraak in stilte kunnen de meeste gebruikers ongeveer acht toonhoogtes onderscheiden. Bovendien stimuleert een CI de gehoorzenuw aan het begin van het slakkenhuis. Daarom ervaren gebruikers het geluid in het begin vaak als hoger of scherper.
-
De zachtste geluiden die u waar kunt nemen zijn ongeveer 25 dB. Dat is het geluid van een fluisterstem.
-
In het begin lijken alle spraakklanken erg op elkaar of hoort u allerlei losse piepjes in plaats van het stemgeluid. Training en ervaring leren u verschillen tussen klanken waar te nemen. Verdere training moet er dan toe leiden dat u de nieuwe woorden onthoudt en dat u de spraak na verloop van tijd kunt verstaan. Als u lang doof bent of al heel jong doof bent geworden, zal het resultaat gemiddeld genomen minder goed zijn. Dit geldt ook bij bepaalde oorzaken van doofheid. Jammer genoeg kunnen we voor de operatie niet goed voorspellen hoe goed u met uw CI spraak zult verstaan.
-
Ja, dit komt vooral voor in de eerste periode van de revalidatie, als de juiste instelling van de CI nog niet gevonden is. Het verschil tussen de zachtste geluiden waarnemen en het geluid waarnemen als te hard is maar erg klein. We stellen de spraakprocessor daar zo goed mogelijk op af. Meestal zijn geluiden na deze afregeling niet meer onaangenaam hard. Soms blijft de klank van bepaalde geluiden niet prettig.
-
Meer dan de helft van de volwassenen met een CI die op latere leeftijd doof zijn geworden kan (eenvoudige) telefoongesprekken voeren. Voor anderen is dat niet mogelijk, omdat zij afhankelijk zijn van het liplezen. Meestal kunt u toch (in beperkte mate) de telefoon gebruiken. In de training besteden we aandacht aan het leren gesprekken voeren via de telefoon.
-
Zodra u gewend bent aan het CI-geluid zult u gemakkelijker liplezen en is het minder vermoeiend.
-
Velen lukt het om in bekende situaties woorden en delen van zinnen te verstaan of zelfs gesprekken te volgen. Spraak verstaan in rumoer, bijvoorbeeld in een groepsgesprek, blijft vaak lastig. Dit is vergelijkbaar met een gewoon hoortoestel aan één oor.
-
De spraakprocessor (de oorhanger) is zo ontworpen dat spraak zo goed mogelijk wordt weergegeven. Het is vaak moeilijker om naar muziek te luisteren en ervan te genieten. Eenvoudige muziek, met een enkel instrument of een sterk ritme, is vaak redelijk te herkennen. Vaak ervaren CI-gebruikers de muziek dan als aangenaam. Bij complexe muziek met veel verschillende instrumenten is dat anders. Muziek kan dan chaotisch en onaangenaam klinken. Draagt u een hoortoestel aan uw andere oor, dan maakt dat het geluid van muziek vaak aangenamer.
-
U kunt als CI-gebruiker veel last hebben van achtergrondlawaai. Als het mogelijk is, kunt u daarom het beste achtergrondgeluiden zo veel mogelijk dempen. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van zachte materialen; gordijnen of vloerkleden. Goed licht op de mond van de spreker is ook belangrijk. Sommige CI-systemen hebben richtinggevoelige microfoons waarmee storende geluiden van achteren en opzij zachter worden gemaakt. Zo kunt u degene die u aankijkt beter horen. Op de meeste CI-systemen kunt u een draagbaar microfoontje aansluiten, waar uw gesprekspartner in kan praten. Dit is geen makkelijke oplossing. Een leerling kan in de klas de leerkracht beter verstaan door het gebruik van soloapparatuur. De microfoon van de soloapparatuur vangt het geluid vlakbij de mond van de leerkracht op en zendt het via een radiozendertje naar de leerling.
-
Als door een technisch defect of een ongeval het implantaat in uw hoofd niet meer werkt, is bijna altijd herimplantatie mogelijk aan hetzelfde oor. Het geluid kan met het nieuwe implantaat anders klinken dan voorheen waardoor u soms opnieuw een hoorrevalidatie nodig hebt. Vaak is na gewenning het horen even goed als vóór de herimplantatie.
-
Nee dat hoeft niet per sé, maar normaal gesproken draagt men de spraakprocessor ’s nachts niet. De meeste mensen willen dan stilte om te slapen. Ook is het onprettig om op één kant te slapen.
-
Bij een aantal sporten is het gebruik van een CI ongemakkelijk. Dit is vergelijkbaar met andere prothesen zoals brillen en gewone hoortoestellen. Vechtsporten zoals karate, boksen en judo raden we af.
-
Wanneer de wond van de operatie geheeld is, kunt u rustig zwemmen, douchen of haren wassen als u de oorhanger af doet. U kunt dan natuurlijk geen geluiden waarnemen. Als u gekozen hebt voor een (spat)waterdicht systeem, mag u hiermee wel zwemmen en douchen. Bijna alle processors kunnen tegen een enkel spatje regen, als u het maar snel afdroogt. Duiken raden we af, ook als u de processor afdoet.
-
Wij hanteren geen maximum leeftijd maar baseren ons advies mede op uw vitaliteit. Om dit te kunnen beoordelen, betrekken we soms een geriater bij het proces. De geriater kijkt in hoeverre het intensieve revalidatietraject voor u haalbaar is.