Sluiten

Wat zijn de mogelijke complicaties?

Elke operatieve ingreep brengt risico’s met zich mee. Complicaties kunnen tijdens of na de ingreep optreden. Soms is het dan nodig om een nieuwe ingreep te doen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 op de 100 patiënten. De kans op complicaties is groter bij het plaatsen van meerdere draden. 

Hieronder een overzicht van de belangrijkste complicaties: 

  • Nabloeding van de operatiewond bij ongeveer 2 van de 100 patiënten. Soms plaatsen we aansluitend aan de implantatie een kompres op de wond om dit te voorkomen. Zelden is het nodig de operatiewond te openen om de bloeding te stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt, is de kans op nabloeding iets groter.
  • Verschuiving van de draad bij ongeveer 3 van de 100 patiënten. Hierdoor werkt de ICD niet meer goed. Met een tweede ingreep plaatsen we de draad weer op de juiste plek in het hart. Om deze complicatie te vermijden ,adviseren we u uw arm aan de kant van de ICD in de eerste weken na de ingreep niet boven de schouder te bewegen. U krijgt hiervoor een leefregel mee.
  • Infectie van de operatiewond bij ongeveer 2 van de 100 patiënten die voor het eerst een ICD krijgen. Soms moeten we de ICD en de draden dan verwijderen. Ook kan behandeling met antibiotica nodig zijn. Pas na herstel van de infectie kunnen we een nieuwe ICD plaatsen.
  • Klaplong (luchtlek van de long) bij ongeveer 1 van de 100 patiënten. Bij een klaplong is een deel van de long ingeklapt. Een klaplong kan benauwdheid veroorzaken. Meestal is het luchtlek van de long zo klein dat het met enkele dagen spontaan herstelt. In sommige gevallen is het luchtlek groter en moeten we tijdelijk een slangetje (drain) plaatsen, zodat de long zich weer herstelt. U wordt dan voor een of meerdere dagen opgenomen.
  • Trombose-arm bij minder dan 1 van de 100 patiënten. Bij een trombose-arm raken de aders waar de draden doorheen lopen, verstopt. Uw arm wordt dik doordat de bloedstroom belemmerd wordt. U krijgt dan bloedverdunners om de verstopping op te heffen.
  • Bloeding in het hartzakje komt zeer zelden voor als gevolg van het plaatsen van de ICD. We plaatsen direct een slangetje (drain) in het hartzakje om het bloed af te voeren. U wordt dan voor een paar dagen opgenomen. Heel soms helpt het slangetje onvoldoende. Een openhartoperatie is dan nodig om de bloeding te stoppen.
  • De kans om te overlijden aan een ICD-implantatie is zeer klein.  

Mogelijke complicaties op lange termijn

Ook maanden tot jaren na het plaatsen van een ICD kunnen zich problemen voordoen.

  • Soms werkt een draad niet goed. De kans hierop is ongeveer 1 van de 100 patiënten per jaar. In dat geval plaatsen we een nieuwe draad. Als het nodig is, verwijderen we de oude draad. 
  • Ook kan een infectie ontstaan rondom de ICD. De kans op een infectie neemt toe als een ICD vaker gewisseld is, bijvoorbeeld bij vervanging omdat de batterij leeg is. Een ingreep is dan nodig om de ICD en draden te verwijderen. De kans hierop is  klein, minder dan 1 van de 100 patiënten per jaar.
  • Soms kan het bloedvat dichtgroeien door de draden die er doorheen gaan. Dit geeft vaak geen klachten omdat andere bloedvaten de bloeddoorstroming overnemen. Bij minder dan 1 van de 100 patiënten per jaar geeft dit wel klachten, zoals een opgezet gezicht.
  • Soms kan een ICD ongemak of pijn veroorzaken. Meestal “went” dit. In het uiterste geval kan dit tot een nieuwe ingreep leiden om de ICD anders te plaatsen. Bijvoorbeeld naar onder de borstspier (bij een transveneuze ICD). De meeste mensen ervaren geen ongemak van de ICD. 
  • De ICD kan 'onterechte therapie' geven. Bij 7 van de 100 patiënten grijpt de ICD in op een niet-levensbedreigende hartritmestoornis.
  • Er is een hele kleine kans (kleiner dan 1 op de 1000 patiënten) dat u aan de gevolgen van een complicatie komt te overlijden.

Omdat een transveneuze ICD en een subcutane ICD op een andere manier worden geplaatst, kunnen er ook verschillende problemen (complicaties) ontstaan. Als een subcutane ICD voor u mogelijk is, kan uw cardioloog dit verder uitleggen.


Wat is een ICD?

ICD staat voor de afkorting van Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Een ICD beschermt u tegen het overlijden aan een hartritmestoornis van de hartkamers.

lees meer

Sluiten

Wat is een ICD?

ICD staat voor de afkorting van Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Een ICD beschermt u tegen het overlijden aan een hartritmestoornis van de hartkamers. Er is geen andere medische behandeling beschikbaar om u hiertegen te beschermen. Sommige medicijnen verlagen de kans op levensbedreigende hartritmestoornissen wel.

De ICD bestaat uit twee delen: een kastje (pulsgenerator) en één of meerdere draden (leads). De ICD wordt onder de huid aangebracht.

Typen ICD's

Er zijn verschillende typen ICD’s:

  • Transveneuze ICD: bij deze ICD wordt het kastje onder de huid geplaatst, dicht bij het sleutelbeen. De draden verbinden de ICD via een ader met de binnenkant van uw hart. Sommige patiënten hebben ook een pacemakerfunctie nodig. Zij krijgen een tweede draad in de hartboezem (2-kamer ICD) of soms een derde draad die via een bloedvat achter het hart naar de linker hartkamer gaat (CRT-D). De arts bespreekt met u hoeveel draden nodig zijn. Dit hangt af van uw hartaandoening.
  • Subcutane ICD (S-ICD of EV-ICD): bij dit type ICD loopt de draad niet door een bloedvat naar het hart, maar wordt de draad ingebracht onder de huid, net op of onder het borstbeen. We plaatsen het kastje in uw linkerzij. Niet alle patiënten komen in aanmerking voor de subcutane ICD, omdat deze de signalen van het hart vanaf de oppervlakte van het lichaam moet opvangen en geen pacemakerfunctie heeft. Uw cardioloog geeft aan of de subcutane ICD voor u een optie is. Lees meer over deze behandeling.

Wilt u meer weten over een ICD? 

Bekijk dan deze video van de Hartstichting.


Wat doet een ICD?

Een ICD is een apparaat dat uw hartritme continu in de gaten houdt. Alleen bij een levensbedreigende hartritmestoornis die het lichaam niet zelf oplost, grijpt de ICD in.

lees meer

Sluiten

Wat doet een ICD?

Een ICD is een apparaat dat uw hartritme continu in de gaten houdt. Alleen bij een levensbedreigende hartritmestoornis die het lichaam niet zelf oplost, grijpt de ICD in. De ICD voorkomt geen hartritmestoornis.

Bij een ritmestoornis zal de transveneuze ICD eerst een aantal pijnloze elektrische pulsen (Anti Tachy Pacing, of afgekort: ATP) afgeven om het hartritme te herstellen. U hoeft niets te merken van ATP. Als dit niet voldoende helpt, volgt een elektrische schok. Dit is een stroomstoot die door het hart gaat. De subcutane ICD kan bij een hartritmestoornis geen ATP afgeven, maar alleen elektrische schokken.

Sommige mensen voelen de schok niet of nauwelijks, omdat ze buiten bewustzijn raken door de levensbedreigende hartritmestoornis. Blijft u bij bewustzijn, dan kan de schok aanvoelen als een krachtige, pijnlijke klap op de borst of rug, die kort maar hevig is. Na een schok kunt u zich vermoeid voelen en spierpijn hebben aan de kant waar de ICD is geïmplanteerd.

Pacemakerfunctie

Bij een te traag hartritme, kan een transveneuze ICD ook een pacemakerfunctie aannemen. Dat wil zeggen: wanneer het hart te traag klopt, kan de ICD het hartritme overnemen en de hartslag sneller maken. 

Pompfunctie van het hart

Een transveneuze of subcutane ICD verbetert de pompfunctie van het hart niet. Als de pompfunctie van het hart verminderd is, kan een extra draad naar de linker kamer de pompkracht in sommige gevallen verbeteren. Uw arts bespreekt met u of dit bij u het geval is.


Contact

Polikliniek Cardiologie

Telefoonnummer 024-361 93 50

De behandeling


Pacemaker of ICD in het Radboudumc


Voor de behandeling

Voorafgaand aan de implantatie ontvangt u, samen met uw partner of familielid, een uitnodiging voor een informatief gesprek met een van de ritme-cardiologen van het Radboudumc.

lees meer

Sluiten

Voor de behandeling

Voorafgaand aan de implantatie ontvangt u, samen met uw partner of familielid, een uitnodiging voor een informatief gesprek met een van de ritme-cardiologen van het Radboudumc. De ritme-cardioloog vertelt u meer over de ICD, de gang van zaken rondom de implantatie en de periode hierna. U krijgt tijdens het gesprek voldoende tijd om vragen te stellen. Ook kunt u om extra uitleg vragen over de informatie die u tot dan toe heeft gekregen.


Implantatie van de ICD

Een ICD-implantatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving en bij uitzondering onder algehele anesthesie. De arts bespreekt met u wat in uw geval het beste is. De ingreep duurt ongeveer 1 à 2 uur.

lees meer

Sluiten

Implantatie van de ICD

Een ICD-implantatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving en bij uitzondering onder algehele anesthesie. De arts bespreekt met u wat in uw geval het beste is. Voor de ICD wordt ter hoogte van het sleutelbeen, onder de schouder, onder de huid een holte gemaakt. Via een ader onder het sleutelbeen plaatst de arts dan één of twee elektrodes naar het hart. De arts sluit de elektrodes aan op de ICD en sluit de wond weer met hechtingen en een pleister.

Deze illustratie is gemaakt in opdracht van de Nederlandse umc’s.

Opnameverloop

U meldt zich op de afgesproken dag en tijd op de afdeling die u heeft doorgekregen.
Het tijdstip van aanmelden is niet het tijdstip van behandeling. De behandeling vindt in de loop van de dag plaats.

Wat neemt u mee voor de opname?

  • alle medicijnen die u gebruikt in de originele verpakking en een recent medicatieoverzicht
  • bedkleding en pantoffels/slippers
  • toiletartikelen
  • draagt u een kunstgebit, dan kunt u deze inhouden tijdens de ingreep (dit geldt niet als de implantatie onder narcose plaatsvindt) 

Meer informatie over uw opname in het Radboudumc

Een verpleegkundige en/of zaalarts ontvangt u. Deze geeft u informatie over de gang van zaken gedurende de opname. Als de ingreep in de ochtend plaatsvindt, moet u vanaf 00.00 uur nuchter blijven. Dit betekent dat u vanaf middernacht niets meer mag eten of drinken vóór de operatie.

Mogelijk krijgt u een infuusnaaldje waardoor we uw bloed afnemen en we antibiotica geven. Na de voorbereiding op de dagbehandeling, wacht u tot de ingreep gaat plaatsvinden. We brengen u in een bed naar de behandelkamer van de afdeling Hartkatheterisatie.

De ingreep

De ingreep vindt plaats op de afdeling Hartkatheterisatie en duurt ongeveer 1 à 2 uur. In de behandelkamer stapt u over op een behandeltafel, waar u nogmaals een korte uitleg krijgt over wat er precies gaat gebeuren. Hier koppelen we u aan bewakingsapparatuur. Daarna krijgt u een steriel laken over u heen en wordt het operatiegebied plaatselijk verdoofd. Tijdens de implantatie kunt u gewoon praten en aangeven hoe u zich voelt.

Mensen die deze implantatie ondergaan, verdragen deze ingreep over het algemeen goed. Toch kan het, ondanks een uitgebreide plaatselijke verdoving, soms pijnlijk zijn. Als u dit wilt, kunt u tijdens de behandeling een sterkere pijnstiller krijgen via het infuus. Geef dit gerust aan u daar behoefte aan heeft.

Terug op de afdeling

Als het nodig is, krijgt u via het infuusnaaldje pijnstilling om zo weinig mogelijk pijn van de wond te hebben. Ook koppelen we u aan bewakingsapparatuur om u in de gaten te houden. U kunt al vrij snel weer uit bed en over de afdeling lopen. Het is verstandig om na de ingreep even bedrust te houden.

Na de implantatie

Voordat u naar huis gaat, maken we ter controle een röntgenfoto van uw hart en longen. U ontvangt ook de vervolgafspraken.

Het pacemaker/ICD-pasje ontvangt u tijdens de controle op de polikliniek Hartvaatcentrum. 

Naar huis

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u de volgende afspraken:

 


Wat zijn de mogelijke complicaties?

Behandeling brengt altijd een risico met zich mee. Uiteraard probeert uw behandelend arts om complicaties te voorkomen, maar er bestaat een zeer kleine kans dat de volgende complicaties optreden.

lees meer

Aandachtspunten voor thuis

Houd rekening met een aantal zaken als u weer thuis bent. Zo mag u uw elleboog 6-8 weken niet boven uw schouder bewegen.

lees meer

Sluiten

Aandachtspunten voor thuis

  • De elleboog van uw arm aan de implantatiezijde mag de eerste 2 niet hoger dan uw schouder komen. Het is vooral belangrijk dat u met uw arm aan de kant van de pacemaker/ICD geen zwaar tilwerk of kracht uitoefent. Met name overstrekken naar boven of achteren raden we af vanwege de wondgenezing.
  • Gedurende de eerste dagen na de operatie voelt uw schouder nog pijnlijk aan. U mag hiervoor de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.
  • Zorg ervoor dat iemand u met de auto naar huis vervoert. U mag zelf geen vervoermiddel besturen. U kunt wel met een taxi of openbaar vervoer naar huis.
  • Zorg dat er thuis iemand bereikbaar is om u te helpen bij eventuele problemen.
  • Voorkom dat u via uw oksels wordt opgetild. Dit is om de wond geen trekbelasting te geven en de wond goed te laten genezen.
  • De pleister kunt u na 2 dagen (48 uur) verwijderen.
  • U mag de eerste 2 dagen na implantatie niet douchen. Daarna mag u de wond afspoelen met water. Als de wond goed geneest, mag u na 1 week weer normaal douchen en wassen.
  • Neem contact op met het ziekenhuis als u denkt dat de wond ontstoken is of als u twijfelt over de wondgenezing. Een ontsteking kunt u herkennen aan: toegenomen pijn, een opgezwollen of warme huid, roodheid rond de plaats van de ICD en eventueel koorts.
  • Het pacemaker/ICD-pasje kunt u het beste altijd bij u dragen, voor het geval u (met spoed) in een ander ziekenhuis wordt opgenomen.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

naar pagina

Wat te doen bij shock, piep- of trilsignalen?

Een ICD-shock wordt door de meeste mensen gevoeld als een harde slag of stoot midden op de borst en/of tussen de schouderbladen. Als de ICD een shock heeft afgegeven, hoeft u daarvoor meestal niet meteen met spoed naar het ziekenhuis.

lees meer

Sluiten

Wat te doen bij shock, piep- of trilsignalen?

Een ICD-shock wordt door de meeste mensen gevoeld als een harde slag of stoot midden op de borst en/of tussen de schouderbladen. Als de ICD een shock heeft afgegeven, hoeft u daarvoor meestal niet meteen met spoed naar het ziekenhuis. Het apparaat heeft immers gedaan wat het moest doen. Als uw ICD afgaat op het moment dat iemand u vasthoudt of aanraakt, is dit niet gevaarlijk voor deze persoon. Hij of zij ervaart mogelijk wel een lichte prikkeling.

Wanneer de ICD een shock geeft, moeten u, uw partner of iemand anders in uw omgeving het volgende doen:

Bij één shock

Wanneer één shock is opgetreden en u voelt zich goed, neem dan tijdens kantooruren (8.30-16.30 uur) contact op met het de Pacemaker/ICD polikliniek: (024) 361 93 50 en buiten kantooruren met de eerste harthulp:(024) 361 41 87 voor overleg om naar het ziekenhuis te komen.
De hartstimulatiespecialist kan dan het geheugen uitlezen en zien hoe de ICD gereageerd heeft. Aan de hand van deze gegevens bepaalt hij of zij of de ICD terecht of onterecht heeft ingegrepen. Als het nodig is, worden de instellingen meteen gewijzigd. Het is ook mogelijk dat in overleg met de arts uw medicijnen worden aangepast.

In het telefoongesprek geeft u aan:

  • wanneer u de shock heeft gekregen
  • wat u voor de shock aan het doen was
  • of u ook klachten had voor de shock
  • hoe u zich na de shock voelde

De arts bespreekt dan met u hoe te handelen.

Na enkele minuten nog steeds klachten

Als u enkele minuten na de shock (nog steeds) last heeft van pijn op de
borst, kortademigheid of duizeligheid, bel dan direct 112.

Bij 2 of meer shocks achter elkaar

Bij méér dan één shock op een dag belt u direct 112 zodat u naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gebracht.

In het schema staat alles nog eens samengevat:
 

Situatie Actie Telefoon-
nummer
Piep of trilsignalen uit ICD
 
 
Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
 
(024) 366 61 69

(024) 361 93 50
Een shock en verder geen klachten meer Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
 
(024) 366 61 69

(024) 361 93 50
Indien enkele minuten na de shock nog steeds lichamelijke klachten,
(Duizeligheid,hartkloppingen,
flauwvallen)
Of u denkt dat de ritmestoornis niet is gestopt.
 
Bel  112 112
Bij twee of meerdere( aanhoudende) shocks en/of lichamelijke klachten Bel 112 112
Bij angst of paniek Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
Samen met u wordt  bepaalt welke actie ondernomen moet worden.
 
(024) 366 61 69


(024) 361 93 50
 
 
Overige vragen Telefonisch contact via het hartcentrum tijdens kantooruren:
Via “mijn Radboud”
Of stelt u uw vragen tijdens uw bezoek aan de polikliniek bij de cardioloog of Pacemaker/ICD controle

(024) 361 93 50

 
 


Hoe vaak wordt de ICD gecontroleerd na implantatie?

Normaal gesproken gaat u twee keer per jaar naar het ziekenhuis voor controle. Extra controles kunnen nodig zijn als er problemen optreden.

lees meer

Sluiten

Hoe vaak wordt de ICD gecontroleerd na implantatie?

Normaal gesproken gaat u twee keer per jaar naar het ziekenhuis voor controle. Deze controles worden uitgevoerd door de hartstimulatiespecialist van de pacemaker/ICD op de polikliniek van het Radboudumc. Vaak hebben deze collega’s een verpleegkundige achtergrond. Extra controles kunnen nodig zijn als er problemen optreden.

Thuismonitoring

Bij moderne ICD’s is thuismonitoring mogelijk via een apparaat thuis of een app op uw telefoon. Hierbij leest een technicus op afstand uw ICD uit en controleert de instellingen en meetwaarden. Dankzij thuismonitoring hoeft u minder vaak naar het ziekenhuis te komen. Wanneer er problemen zijn met de ICD of hartritmestoornissen optreden, ziet het systeem dit vaak direct en wordt het doorgegeven.

Thuismonitoring is geen medische bewaking die 24 uur per dag plaatsvindt. Het aanpassen van de instellingen op afstand is niet mogelijk.


Vervanging van een ICD

Tegenwoordig gaan ICD’s tussen de 7 en meer dan 10 jaar mee. Dit is afhankelijk van het type ICD, en met name hoeveel stroom de pacemakerfunctie verbruikt.

lees meer

Sluiten

Vervanging van een ICD

Tegenwoordig gaan ICD’s tussen de 7 en meer dan 10 jaar mee. Dit is afhankelijk van het type ICD, en met name hoeveel stroom de pacemakerfunctie verbruikt. Wanneer de batterij bijna leeg is, moet het kastje met een kortdurende ingreep vervangen worden. De draden worden niet vervangen.

7 tot 10 jaar is een lange tijd. Ongeveer een jaar vóór het vervangen van een ICD bespreekt de arts met u of u, afhankelijk van uw situatie, opnieuw een ICD nodig heeft. U kunt dan ook zelf opnieuw kiezen voor wel of geen ICD. Als u geen nieuwe ICD nodig heeft, zal de ICD worden verwijderd. De draden blijven meestal zitten in het lichaam. Ook als de ICD niet leeg is, kan in uitzonderlijke gevallen de ICD worden verwijderd.

Leven met een ICD


Werking van de ICD

  • Wat is de kans dat de ICD ingrijpt?
  • Medicijnen
  • Kan ik overlijden met een ICD?
  • Reanimatie
lees meer

Sluiten

Werking van de ICD

Alles over hoe uw ICD werkt, wanneer deze ingrijpt en wat u medisch kunt verwachten.



Dagelijks leven met een ICD

  • Sporten
  • Elektrische apparatuur en magnetische velden
  • Rijbevoegdheid
  • Reizen
lees meer

Sluiten

Dagelijks leven met een ICD

Praktische tips voor sporten, reizen, apparaten en autorijden met een ICD.



Keuringen en verzekeringen

Als u een hartafwijking heeft, kan dat gevolgen hebben voor bepaalde medische keuringen en (levens)verzekeringen.

lees meer

Sluiten

Keuringen en verzekeringen

Als u een hartafwijking heeft, kan dat gevolgen hebben voor bepaalde medische keuringen en (levens)verzekeringen. Bij het afsluiten van bijvoorbeeld een levensverzekering, moet u een gezondheidsverklaring invullen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen uw premie verhogen of u zelfs afwijzen. Datzelfde kan ook gebeuren bij verzekeringen rondom het afsluiten van een hypotheek, waardoor een huis kopen duurder wordt.

Tip: voor meer informatie kunt u terecht bij uw cardioloog, hartstimulatiespecialist of bij de websites van de Stichting ICD-dragers Nederland (STIN) en de Hartstichting.

Meer informatie


Hartritme­stoornissen

Het normale hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord. U kan last hebben van een trage, onregelmatige of te snelle hartslag.

naar pagina

Naar uw afspraak adres en route

Ingang: Hoofdingang
Gebouw: C
Verdieping: 0
Route: 725

bekijk route

Sluiten

Naar uw afspraak adres en route

Bezoekadres

Cardiologie
Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Huispostnummer: 616

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Ga naar Gebouw C, Verdieping 0 en volg route 725 (Cardiologie)

Verpleeg­afdeling Hart, Vaat en Long C4

Op de verpleegafdeling Hart, Vaat en Long (C4) werken de volgende specialismen nauw met elkaar samen: Cardiologie, Cardio-thoracale Chirurgie, Longziekten en Heelkunde.

naar pagina

Patiënten­vereniging STIN

De patiëntenvereniging STIN heeft een internetsite waar u adressen kunt opzoeken van ziekenhuizen in uw vakantiegebied die bekend zijn met uw ICD. Ook bieden zij brieven in verschillende talen aan waarop staat dat u een ICD draagt. lees meer

Sluiten

Patiënten­vereniging STIN

De patiëntenvereniging STIN heeft een internetsite waar u adressen kunt opzoeken van ziekenhuizen in uw vakantiegebied die bekend zijn met uw ICD. Ook bieden zij brieven in verschillende talen aan waarop staat dat u een ICD draagt.
Bij het STIN zijn zogenaamde regiovertegenwoordigers werkzaam. Het secretariaat van het STIN kan u met hen in contact brengen. De regiovertegenwoordiger kan onder andere bemiddelen bij het leggen van contacten met andere ICD- dragers. U kunt lid worden van de stichting en zij geven een maandblad uit waar u zich op kunt abonneren.