Sluiten

Wat te doen bij shock, piep- of trilsignalen?

Een ICD-shock wordt door de meeste mensen gevoeld als een harde slag of stoot midden op de borst en/of tussen de schouderbladen. Als de ICD een shock heeft afgegeven, hoeft u daarvoor meestal niet meteen met spoed naar het ziekenhuis. Het apparaat heeft immers gedaan wat het moest doen. Als uw ICD afgaat op het moment dat iemand u vasthoudt of aanraakt, is dit niet gevaarlijk voor deze persoon. Hij of zij ervaart mogelijk wel een lichte prikkeling.

Wanneer de ICD een shock geeft, moeten u, uw partner of iemand anders in uw omgeving het volgende doen:

Bij één shock

Wanneer één shock is opgetreden en u voelt zich goed, neem dan tijdens kantooruren (8.30-16.30 uur) contact op met het de Pacemaker/ICD polikliniek: (024) 361 93 50 en buiten kantooruren met de eerste harthulp:(024) 361 41 87 voor overleg om naar het ziekenhuis te komen.
De hartstimulatiespecialist kan dan het geheugen uitlezen en zien hoe de ICD gereageerd heeft. Aan de hand van deze gegevens bepaalt hij of zij of de ICD terecht of onterecht heeft ingegrepen. Als het nodig is, worden de instellingen meteen gewijzigd. Het is ook mogelijk dat in overleg met de arts uw medicijnen worden aangepast.

In het telefoongesprek geeft u aan:

  • wanneer u de shock heeft gekregen
  • wat u voor de shock aan het doen was
  • of u ook klachten had voor de shock
  • hoe u zich na de shock voelde

De arts bespreekt dan met u hoe te handelen.

Na enkele minuten nog steeds klachten

Als u enkele minuten na de shock (nog steeds) last heeft van pijn op de
borst, kortademigheid of duizeligheid, bel dan direct 112.

Bij 2 of meer shocks achter elkaar

Bij méér dan één shock op een dag belt u direct 112 zodat u naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gebracht.

In het schema staat alles nog eens samengevat:
 

Situatie Actie Telefoon-
nummer
Piep of trilsignalen uit ICD
 
 
Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
 
(024) 366 61 69

(024) 361 93 50
Een shock en verder geen klachten meer Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
 
(024) 366 61 69

(024) 361 93 50
Indien enkele minuten na de shock nog steeds lichamelijke klachten,
(Duizeligheid,hartkloppingen,
flauwvallen)
Of u denkt dat de ritmestoornis niet is gestopt.
 
Bel  112 112
Bij twee of meerdere( aanhoudende) shocks en/of lichamelijke klachten Bel 112 112
Bij angst of paniek Neem contact op met het Hartcentrum
In het weekend, ’s avond en ‘s nachts:
Tijdens kantooruren (8:30-16:30):
Samen met u wordt  bepaalt welke actie ondernomen moet worden.
 
(024) 366 61 69


(024) 361 93 50
 
 
Overige vragen Telefonisch contact via het hartcentrum tijdens kantooruren:
Via “mijn Radboud”
Of stelt u uw vragen tijdens uw bezoek aan de polikliniek bij de cardioloog of Pacemaker/ICD controle

(024) 361 93 50

 
 


Wat is een ICD?

ICD staat voor de afkorting van Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Een ICD beschermt u tegen het overlijden aan een hartritmestoornis van de hartkamers.

lees meer

Sluiten

Wat is een ICD?

ICD staat voor de afkorting van Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Een ICD beschermt u tegen het overlijden aan een hartritmestoornis van de hartkamers. Er is geen andere medische behandeling beschikbaar om u hiertegen te beschermen. Sommige medicijnen verlagen de kans op levensbedreigende hartritmestoornissen wel.

De ICD bestaat uit twee delen: een kastje (pulsgenerator) en één of meerdere draden

(leads). De ICD wordt onder de huid aangebracht.

Typen ICD's

Er zijn verschillende typen ICD’s:

  • Transveneuze ICD: bij deze ICD wordt het kastje onder de huid geplaatst, dicht bij het sleutelbeen. De draden verbinden de ICD via een ader met de binnenkant van uw hart. Sommige patiënten hebben ook een pacemakerfunctie nodig. Zij krijgen een tweede draad in de hartboezem (2-kamer ICD) of soms een derde draad die via een bloedvat achter het hart naar de linker hartkamer gaat (CRT-D). De arts bespreekt met u hoeveel draden nodig zijn. Dit hangt af van uw hartaandoening.
  • Subcutane ICD (S-ICD of EV-ICD): bij dit type ICD loopt de draad niet door een bloedvat naar het hart, maar wordt de draad ingebracht onder de huid, net op of onder het borstbeen. We plaatsen het kastje in uw linkerzij. Niet alle patiënten komen in aanmerking voor de subcutane ICD, omdat deze de signalen van het hart vanaf de oppervlakte van het lichaam moet opvangen en geen pacemakerfunctie heeft. Uw cardioloog geeft aan of de subcutane ICD voor u een optie is.

Wat doet een ICD?

Een ICD is een apparaat dat uw hartritme continu in de gaten houdt. Alleen bij een levensbedreigende hartritmestoornis die het lichaam niet zelf oplost, grijpt de ICD in.

lees meer

Sluiten

Wat doet een ICD?

Een ICD is een apparaat dat uw hartritme continu in de gaten houdt. Alleen bij een levensbedreigende hartritmestoornis die het lichaam niet zelf oplost, grijpt de ICD in. De ICD voorkomt geen hartritmestoornis.

Bij een ritmestoornis zal de transveneuze ICD eerst een aantal pijnloze elektrische pulsen (Anti Tachy Pacing of ATP) afgeven om het hartritme te herstellen. U hoeft niets te merken van ATP. Als dit niet voldoende helpt, volgt een elektrische schok. Dit is een stroomstoot die door het hart gaat. De subcutane ICD kan bij een hartritmestoornis geen ATP afgeven, maar alleen elektrische schokken.

Sommige mensen voelen de schok niet of nauwelijks, omdat ze buiten bewustzijn raken door de levensbedreigende hartritmestoornis. Blijft u bij bewustzijn, dan kan de schok aanvoelen als een krachtige, pijnlijke klap op de borst of rug, die kort maar hevig is. Na een schok kunt u zich vermoeid voelen en spierpijn hebben aan de kant waar de ICD is geïmplanteerd.

Pacemakerfunctie

Bij een te traag hartritme, kan een transveneuze ICD ook als een pacemaker werken. Dat wil zeggen: het te traag hartritme weer normaal maken.

Pompfunctie van het hart

Een transveneuze of subcutane ICD verbetert de pompfunctie van het hart niet. Als de pompfunctie van het hart verminderd is, kan de combintatie van een transveneuze ICD met een extra draad naar de linker kamer de pompkracht in sommige gevallen verbeteren. Uw arts bespreekt met u of dit bij u het geval is.


Contact

Polikliniek Cardiologie

Telefoonnummer (024) 361 93 50

De behandeling


Pacemaker of ICD in het Radboudumc


Voor de behandeling

Voorafgaand aan de implantatie ontvangt u, samen met uw partner of familielid, een uitnodiging voor een informatief gesprek met de hartstimulatiespecialist van het Radboudumc. lees meer

Sluiten

Voor de behandeling

Voorafgaand aan de implantatie ontvangt u, samen met uw partner of familielid, een uitnodiging voor een informatief gesprek met de hartstimulatiespecialist van het Radboudumc. De hartstimulatiespecialist vertelt u meer over de ICD, de gang van zaken rondom de implantatie en de periode hierna. U hebt tijdens het gesprek ruimschoots de gelegenheid om vragen te stellen of aanvulling te vragen op de informatie die u tot dan toe heeft gekregen.
 


Hoe wordt een ICD geplaatst?

Een ICD wordt geplaatst door een cardioloog, meestal onder verdoving. De ingreep duurt één tot enkele uren, en na de operatie moet u voorzichtig zijn met je arm aan de kant van de ICD.

lees meer

Sluiten

Hoe wordt een ICD geplaatst?

Bij poliklinische patiënten plaatsen we de ICD tijdens een dagbehandeling. U kunt zich op de afgesproken dag en tijd melden bij de afdeling die u heeft doorgekregen. Het tijdstip van aanmelden is niet het tijdstip van de behandeling. De behandeling vindt in de loop van de dag plaats.

Het kan ook voorkomen dat patiënten die al bij de afdeling Cardiologie opgenomen zijn, een ICD-implantatie ondergaan.

Voorafgaand aan de ingreep moet u nuchter zijn, vanaf de avond van te voren. Dat wil zeggen: na 00.00 uur ’s nachts niets meer eten en/of drinken. Uw ochtendmedicatie mag u wel met een slokje water innemen.

Transveneuze ICD

De cardioloog plaatst een transveneuze ICD vrijwel altijd links op de borstwand onder uw huid. Met één of meer draden wordt de ICD met uw hart verbonden. De ingreep (ook wel

implantatie genoemd) duurt één tot enkele uren, afhankelijk van het type. U krijgt plaatselijke verdoving.

De cardioloog maakt een kleine snee in uw huid links op de borst, onder het sleutelbeen. Vervolgens wordt de draad (of meerdere draden) via een bloedvat in het hart gelegd. Als de draden goed liggen, wordt de ICD verbonden aan de draden. Daarna wordt onder uw huid een ruimte (pocket) vrijgemaakt waarin de ICD wordt geplaatst. Bij de meeste patiënten is lokale verdoving voldoende en bent u tijdens de ingreep bij bewustzijn. In sommige gevallen is echter een vorm van slaapmedicatie gewenst. Dit bespreekt u van te voren met uw cardioloog.

Belangrijk aandachtspunt

Na de ingreep moet u voorzichtig zijn met het bewegen van uw linkerarm, aan de kant van de ICD. U krijgt hier in het ziekenhuis instructies voor.

Subcutane ICD

De cardioloog plaatst de subcutane ICD aan de linkerkant van de borstwand onder uw huid. De implantatie duurt één uur. U wordt meestal in slaap gebracht.

De cardioloog maakt een snee in uw huid aan de linkerkant van de borstkas onder de oksel en maakt daar de ruimte (pocket) voor de ICD. Ook maakt de cardioloog een kleine snee onderaan uw borstbeen. Via deze snee wordt de draad onder de huid geplaatst. Aan het einde van de implantatie wordt de subcutane ICD meestal getest. Hierbij wordt een ritmestoornis opgewekt en wordt de werking van de ICD getest. U merkt hier niets van, want u bent dan in slaap. Uw cardioloog bespreekt met u hoe de ziekenhuisopname eruit komt te zien.


Na de behandeling

Via het infuusnaaldje krijgt u indien nodig pijnstilling om zo weinig mogelijk pijn van de wond te hebben. Het is verstandig om na de ingreep een uur bedrust te houden. lees meer

Sluiten

Na de behandeling

Terug op de afdeling

Via het infuusnaaldje krijgt u indien nodig pijnstilling om zo weinig mogelijk pijn van de wond te hebben. Ook wordt u aangesloten aan de telemetrie om uw hartritme in de gaten te houden. Als het nodig is, krijgt u een ice-pack om de zwelling van de wond te verminderen. U kunt na verloop van tijd weer over de afdeling lopen. Het is verstandig om na de ingreep een uur bedrust te houden.

Na de implantatie

Voordat u naar huis gaat, meestal aan het einde van de middag, controleert de hartstimulatiespecialist nogmaals uw ICD. U hebt ook nog de gelegenheid om vragen te stellen. Vervolgens maken we ter controle een röntgenfoto van uw hart en longen. U ontvangt tevens de data van de vervolgafspraken. Het Pacemaker/ICD pasje ontvangt u tijdens de controle op de Pacemakerspolikliniek. 

Naar huis

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u de volgende afspraken:

  • na 2 maanden: ICD controle op de Pacemaker/ICD polikliniek
  • na 2 tot 3 maanden: controle door de cardioloog
  • als het nodig is, kunt u aangemeld worden voor hartrevalidatie

Wat zijn de mogelijke complicaties?

Behandeling brengt altijd een risico met zich mee. Uiteraard probeert uw behandelend arts om complicaties te voorkomen, maar er bestaat een zeer kleine kans dat de volgende complicaties optreden.

lees meer

Sluiten

Wat zijn de mogelijke complicaties?

Elke operatieve ingreep brengt risico’s met zich mee. Complicaties kunnen tijdens of na de ingreep optreden. Soms is het dan nodig om een nieuwe ingreep te doen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 op de 100 patiënten. De kans op complicaties is groter bij het plaatsen van meerdere draden.

Hieronder een overzicht van de belangrijkste complicaties:

  • Nabloeding van de operatiewond bij ongeveer 2 van de 100 patiënten. Soms wordt aansluitend aan de implantatie een kompres geplaatst op de wond om dit te voorkomen. Zelden is het nodig de operatiewond te openen om de bloeding te stoppen. Als u bloedverdunners gebruikt, is de kans op nabloeding iets groter. Van te voren bespreken we met u hoe u uw bloedverdunners gebruikt rondom de implantatie.
  • Verschuiving van de draad bij ongeveer 3 van de 100 patiënten. Hierdoor werkt de ICD niet meer goed. Met een tweede ingreep plaatsen we de draad weer op de juiste plek in het hart. Om deze complicatie te vermijden, adviseren we u uw arm aan de kant van de ICD in de eerste weken na de ingreep niet boven uw schouder te bewegen. U krijgt hiervoor een leefregel mee.
  • Infectie van de operatiewond bij ongeveer 2 van de 100 patiënten die voor het eerst een ICD krijgen. Soms moeten de ICD en de draden dan verwijderd worden. Ook kan behandeling met antibiotica nodig zijn. Pas na herstel van de infectie kunnen we een nieuwe ICD plaatsen.
  • Klaplong (luchtlek van de long) bij ongeveer 1 van de 100 patiënten. Bij een klaplong is een deel van de long ingeklapt. Een klaplong kan benauwdheid veroorzaken. Meestal is het luchtlek van de long zo klein dat het met enkele dagen spontaan herstelt. In sommige gevallen is het luchtlek groter. Dan moet er tijdelijk een slangetje (drain) worden geplaatst, zodat de long zich weer herstelt. Hiervoor word u een of meerdere dagen opgenomen.
  • Trombose-arm bij minder dan 1 van de 100 patiënten. Bij een trombose-arm raken de aders waar de draden doorheen lopen, verstopt. Uw arm wordt dik doordat de bloedstroom belemmerd wordt. U krijgt dan bloedverdunners om de verstopping op te heffen.
  • Bloeding in het hartzakje komt zeer zelden voor als gevolg van het plaatsen van de ICD. Er wordt direct een slangetje (drain) in het hartzakje geplaatst om het bloed af te voeren. U wordt dan voor een paar dagen opgenomen. Heel soms helpt het slangetje onvoldoende. Een openhartoperatie is dan nodig om de bloeding te stoppen.
  • De kans om te overlijden aan een ICD-implantatie is zeer klein.

Mogelijke complicaties op lange termijn

Ook maanden tot jaren na het plaatsen van een ICD kunnen zich problemen voordoen.

  • Soms werkt een draad niet goed. De kans hierop is ongeveer 1 van de 100 patiënten per jaar. In dat geval plaatsen we een nieuwe. Als het nodigis, verwijderen we de oude draad.
  • Ook kan een infectie ontstaan rondom de ICD. De kans op een infectie neemt toe als een ICD vaker gewisseld is, bijvoorbeeld bij vervanging omdat de batterij leeg is. Een ingreep is dan nodig om de ICD en draden te verwijderen. De kans hierop is klein, minder dan 1 van de 100 patiënten per jaar.
  • Soms kan het bloedvat dichtgroeien door de draden die er doorheen gaan. Dit geeft vaak geen klachten omdat andere bloedvaten de bloeddoorstroming over nemen. Bij minder dan 1 van de 100 patiënten per jaar geeft dit wel klachten, zoals een opgezet gezicht of een dikke arm.
  • Soms is er ongemak of pijn door een ICD. Meestal “went” dit. In het uiterste geval kan dit tot een nieuwe ingreep leiden om de ICD anders te plaatsen. Bijvoorbeeld naar onder de borstspier (bij een transveneuze ICD). De meeste mensen ervaren geen ongemak van de ICD.
  • De ICD kan 'onterechte therapie' geven. Bij 7 van de 100 patiënten grijpt de ICD in op een niet-levensbedreigende hartritmestoornis.
  • Er is een hele kleine kans (kleiner dan 1 op de 1.000 patiënten) dat u aan de gevolgen van een complicatie komt te overlijden.

Omdat de transveneuze ICD en subcutane ICD van elkaar verschillen in hoe ze geplaatst worden, zit er ook een verschil in het soort mogelijke complicaties die u hiervan kan krijgen. Als de subcutane ICD voor u een optie is, kan uw behandeld cardioloog dit verder aan u uitleggen.


Aandachts­punten voor thuis

Houd rekening met een aantal zaken als u weer thuis bent. Zo mag u uw elleboog 6-8 weken niet boven uw schouder bewegen. lees meer

Sluiten

Aandachts­punten voor thuis

  • De elleboog van uw arm aan de implantatiezijde mag de eerste 6-8 weken niet hoger dan uw schouder komen.
  • Gedurende de eerste dagen na de operatie voelt uw schouder nog pijnlijk aan. U mag hiervoor de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.
  • Zorg ervoor dat iemand u met de auto naar huis vervoert. U mag zelf geen vervoermiddel besturen. U kunt wel met een taxi of openbaar vervoer naar huis.
  • Zorg dat er thuis iemand bereikbaar is om u te helpen bij eventuele problemen.
  • De elektrode moet zich in het hart verankeren. Daarom is het raadzaam om uw linkerarm te ontzien. Zorg dat u uw arm niet overstrekt en niet te zwaar tilt.
  • U mag niet van onder de oksels omhoog worden getild. Dit is om de draden van de elektroden geen trekbelasting te geven en de wond goed te laten genezen.
  • De pleister kunt u na 2 dagen (48 uur) verwijderen.
  • U mag de eerste 2 dagen na implantatie niet douchen. Daarna mag u de wond afspoelen met water.
  • Bij verdenking op ontsteking van de wond moet u altijd contact opnemen met het ziekenhuis.
  • Een ontsteking kunt u herkennen aan: toegenomen pijn, opgezette, warme huid, rode rand om de plaats van de ICD en eventueel koorts.
  • Het Pacemaker/ICD-pasje moet u altijd bij u dragen voor het geval u (met spoed) in een ander ziekenhuis wordt opgenomen.

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

naar pagina

Wat te doen bij shock, piep- of trilsignalen?

Een ICD-shock wordt door de meeste mensen gevoeld als een harde slag of stoot midden op de borst en/of tussen de schouderbladen. Als de ICD een shock heeft afgegeven, hoeft u daarvoor meestal niet meteen met spoed naar het ziekenhuis.

lees meer

Hoe vaak wordt de ICD gecontroleerd na implantatie?

Normaal gesproken gaat u twee keer per jaar naar het ziekenhuis voor controle. Extra controles kunnen nodig zijn als er problemen optreden.

lees meer

Sluiten

Hoe vaak wordt de ICD gecontroleerd na implantatie?

Normaal gesproken gaat u twee keer per jaar naar het ziekenhuis voor controle. Deze controles worden uitgevoerd door de hartstimulatiespecialist van de pacemaker/ICD op de polikliniek van het Radboudumc. Vaak hebben deze collega’s een verpleegkundige achtergrond. Extra controles kunnen nodig zijn als er problemen optreden.

Thuismonitoring

Bij moderne ICD’s is thuismonitoring mogelijk via een apparaat thuis of een app op uw telefoon. Hierbij leest een technicus op afstand uw ICD uit en controleert de instellingen en meetwaarden. Dankzij thuismonitoring hoeft u minder vaak naar het ziekenhuis te komen. Wanneer er problemen zijn met de ICD of hartritmestoornissen optreden, ziet het systeem dit vaak direct en wordt het doorgegeven.

Thuismonitoring is geen medische bewaking die 24 uur per dag plaatsvindt. Het aanpassen van de instellingen op afstand is niet mogelijk.


Vervanging van een ICD

Tegenwoordig gaan ICD’s tussen de 7 en meer dan 10 jaar mee. Dit is afhankelijk van het type ICD, en met name hoeveel stroom de pacemakerfunctie verbruikt.

lees meer

Sluiten

Vervanging van een ICD

Tegenwoordig gaan ICD’s tussen de 7 en meer dan 10 jaar mee. Dit is afhankelijk van het type ICD, en met name hoeveel stroom de pacemakerfunctie verbruikt. Wanneer de batterij bijna leeg is, moet het kastje met een kortdurende ingreep vervangen worden. De draden worden niet vervangen.

7 tot 10 jaar is een lange tijd. Ongeveer een jaar vóór het vervangen van een ICD bespreekt de arts met u of u, afhankelijk van uw situatie, opnieuw een ICD nodig heeft. U kunt dan ook zelf opnieuw kiezen voor wel of geen ICD. Als u geen nieuwe ICD nodig heeft, zal de ICD worden verwijderd. De draden blijven meestal zitten in het lichaam. Ook als de ICD niet leeg is, kan in uitzonderlijke gevallen de ICD worden verwijderd.

Leven met een ICD


Werking van de ICD

  • Wat is de kans dat de ICD ingrijpt?
  • Medicijnen
  • Kan ik overlijden met een ICD?
  • Reanimatie
lees meer

Sluiten

Werking van de ICD

Alles over hoe uw ICD werkt, wanneer deze ingrijpt en wat u medisch kunt verwachten.



Dagelijks leven met een ICD

  • Sporten
  • Elektrische apparatuur en magnetische velden
  • Rijbevoegdheid
  • Reizen
lees meer

Sluiten

Dagelijks leven met een ICD

Praktische tips voor sporten, reizen, apparaten en autorijden met een ICD.



Keuringen en verzekeringen

Als u een hartafwijking heeft, kan dat gevolgen hebben voor bepaalde medische keuringen en (levens)verzekeringen.

lees meer

Sluiten

Keuringen en verzekeringen

Als u een hartafwijking heeft, kan dat gevolgen hebben voor bepaalde medische keuringen en (levens)verzekeringen. Bij het afsluiten van bijvoorbeeld een levensverzekering, moet u een gezondheidsverklaring invullen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen uw premie verhogen of u zelfs afwijzen. Datzelfde kan ook gebeuren bij verzekeringen rondom het afsluiten van een hypotheek, waardoor een huis kopen duurder wordt.

Tip: voor meer informatie kunt u terecht bij uw cardioloog, hartstimulatiespecialist of bij de websites van de Stichting ICD-dragers Nederland (STIN) en de Hartstichting.

Meer informatie


Hartritme­stoornissen

Het normale hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord. U kan last hebben van een trage, onregelmatige of te snelle hartslag.

naar pagina

Naar uw afspraak adres en route

Ingang: Hoofdingang
Gebouw: C
Verdieping: 0
Route: 725

bekijk route

Sluiten

Naar uw afspraak adres en route

Bezoekadres

Cardiologie
Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Huispostnummer: 616

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Ga naar Gebouw C, Verdieping 0 en volg route 725 (Cardiologie)

Verpleeg­afdeling Hart, Vaat en Long C4

Op de verpleegafdeling Hart, Vaat en Long (C4) werken de volgende specialismen nauw met elkaar samen: Cardiologie, Cardio-thoracale Chirurgie, Longziekten en Heelkunde.

naar pagina

Patiënten­vereniging STIN

De patiëntenvereniging STIN heeft een internetsite waar u adressen kunt opzoeken van ziekenhuizen in uw vakantiegebied die bekend zijn met uw ICD. Ook bieden zij brieven in verschillende talen aan waarop staat dat u een ICD draagt. lees meer

Sluiten

Patiënten­vereniging STIN

De patiëntenvereniging STIN heeft een internetsite waar u adressen kunt opzoeken van ziekenhuizen in uw vakantiegebied die bekend zijn met uw ICD. Ook bieden zij brieven in verschillende talen aan waarop staat dat u een ICD draagt.
Bij het STIN zijn zogenaamde regiovertegenwoordigers werkzaam. Het secretariaat van het STIN kan u met hen in contact brengen. De regiovertegenwoordiger kan onder andere bemiddelen bij het leggen van contacten met andere ICD- dragers. U kunt lid worden van de stichting en zij geven een maandblad uit waar u zich op kunt abonneren.