Voorbereiding
opname afdeling C5
Voorbereiding opname afdeling C5
Als u wordt opgenomen voor een operatie aan uw slokdarm, lever, alvleesklier of darm, krijgt u vooraf een gesprek met een (oncologie)-verpleegkundige van verpleegafdeling C5. Voor dit gesprek ontvangt u van de casemanager belangrijke informatie over uw opname. In overleg met de casemanager kunt u kiezen voor een afspraak op de polikliniek of een afspraak via videobellen.
Hieronder staat alle informatie die belangrijk is vanaf uw opname tot aan uw ontslag.
lees meerVoorbereiding opname afdeling C5
Als u wordt opgenomen voor een operatie aan uw slokdarm, lever, alvleesklier of darm, krijgt u vooraf een gesprek met een oncologieverpleegkundige van verpleegafdeling C5 (C5, chirurgische oncologie).
Voor dit gesprek ontvangt u van de casemanager belangrijke informatie over uw opname. In overleg met de casemanager kunt u kiezen voor een afspraak op de polikliniek of een afspraak via videobellen.
Bij een afspraak op de polikliek kunt u plaatsnemen in de groene stoelen op het poliplein C0 (route 725). De verpleegkundige roept u daar op. Kiest u voor videobellen, dan krijgt u vooraf alle benodigde informatie.
Tijdens de zorgdag heeft u een persoonlijk gesprek. U krijgt uitleg over uw opname en u kunt al uw vragen of onzekerheden bespreken met de oncologieverpleegkundige van afdeling C5.
Hieronder staat alle informatie die belangrijk is vanaf uw opname tot aan uw ontslag. Wat u moet weten kan per operatie verschillen. In het gesprek nemen we met u door welke voorbereidingen bij uw operatie van toepassing zijn. De benodigde recepten heeft u van uw casemanager ontvangen.
Vóór de opname
Voordat u wordt opgenomen
- Eén week voordat u wordt geopereerd, krijgt u van de operatieplanner de definitieve datum van de operatie.
- Soms wordt u de dag vóór uw opname gebeld door de zaalarts van de afdeling. De zaalarts beantwoordt dan uw laatste vragen.
Voordat u wordt opgenomen
Eén week voordat u wordt geopereerd, krijgt u van de operatieplanner de definitieve datum van de operatie.
Soms wordt u de dag vóór uw opname gebeld door de zaalarts van de afdeling. De zaalarts beantwoordt dan uw laatste vragen. Valt de operatie op een maandag, dan wordt u al op de vrijdag ervoor gebeld.
De volgende onderwerpen zullen we met u bespreken:
- Wel of niet eten voor de operatie (nuchter).
- Gebruik medicijnen.
- Duur van de operatie.
- Laxeren (darmen leeg maken).
- Steunkousen.
- Kussentje.
Dag van de opname
Opname op de verpleegafdeling C5
Op uw opnamedag gaat u naar het Radboudumc. Eventueel kunt u bij de ingang een rolstoel lenen of met de golfkar meerijden naar de verpleegafdeling.
- De verpleegafdeling C5 heeft routenummer 751, C-gebouw, 5e etage.
- Vanuit de liften hangt er een groot informatiebord op de muur.
- U gaat linksaf richting de afdeling.
- Als u de afdeling oploopt ziet u de balie van de secretaresse.
- U kunt zich melden bij de balie. Als de secretaresse er niet is staat er een informatiebordje.
Opname op de verpleegafdeling C5
Naar de verpleegafdeling C5
U meldt zich op de afgesproken tijd bij de balie van de verpleegafdeling. Hier controleren we eerst uw gegevens. Daarna krijgt u van een opnameverpleegkundige uitleg over uw opname en de afdeling,
Naar uw kamer
De opnameverpleegkundige maakt u wegwijs op de afdeling en brengt u naar uw kamer. Hier kunt u uw spullen opbergen. De verpleegkundige doet een identificatiebandje om uw pols. Daar staat onder andere uw naam en een streepjescode op. Zo weten we zeker wie u bent en kunnen we uw gegevens controleren, bijvoorbeeld voor het toedienen van bloed en medicijnen.
Op de kamer
We hebben eenpersoonskamers en meerpersoonskamers. Er is altijd een kleine bergruimte voor uw persoonlijke eigendommen aanwezig. Deze is niet op alle kamers afsluitbaar. Binnen handbereik van het bed vindt u een knop om de verpleegkundige te waarschuwen.

Opname één dag voor de operatie
Het is mogelijk dat u een dag vóór de operatie wordt opgenomen. Dit is afhankelijk van de voorbereiding die nodig is voor uw operatie. We informeren u vooraf over uw opnamedag en het tijdstip.
lees meerOpname één dag voor de operatie
Het is mogelijk dat u een dag vóór de operatie wordt opgenomen. Dit is afhankelijk van de voorbereiding die nodig is voor uw operatie. We informeren u vooraf over uw opnamedag en het tijdstip. U mag zich op de afgesproken datum en tijd melden bij de afdelingssecretaresse.
Na ontvangst op de afdeling worden uw gegevens gecontroleerd. Hierna voert de afdelingsverpleegkundige een opnamegesprek met u. Na dit gesprek worden de opnamecontroles gedaan en bloed geprikt. In de loop van de dag komt de zaalarts en/of chirurg kennismaken en kunt u de laatste vragen stellen.
Als de operatiedag op een maandag valt, kan het zijn dat u op zondagavond om 20.00 uur op de afdeling wordt verwacht.
Opname op de dag van operatie (nuchter)
Als u op de dag van operatie opgenomen wordt, noemen we dit een nuchtere opname. Nuchter betekent dat u minimaal 6 uur voor de operatie niets meer gegeten heeft. De dag voor uw opname belt de zaalarts van de verpleegafdeling u.
lees meerOpname op de dag van operatie (nuchter)
Als u op de dag van operatie opgenomen wordt, noemen we dit een nuchtere opname. Nuchter betekent dat u minimaal 6 uur voor de operatie niets meer gegeten heeft.
Nuchter zijn
Minimaal 6 uur voor de operatie moet u nuchter zijn. Nuchter zijn betekent dat u niet meer heeft gegeten. Drinken mag tot 2 uur voor operatie, maar alleen heldere dranken zoals: thee (zonder melk), sap zonder pulp, water of aanmaaklimonade. Een lege maag is belangrijk om te voorkomen dat u zich tijdens de operatie verslikt en er maaginhoud naar uw longen gaat.
Het kan ook betekenen dat u moet stoppen met het slikken van bepaalde medicijnen. Dit heeft de anesthesist aangegeven tijdens de poli-afspraak. Dit controleren we nogmaals tijdens het opnamegesprek.
De dag voor uw opname belt de zaalarts van de verpleegafdeling u. Dit is vaak tussen 14.00 en 16.00 uur. De zaalarts geeft aan hoe laat u de volgende dag op de afdeling wordt verwacht en neemt met u een aantal medische vragen door. Als u op maandag geopereerd wordt, dan belt de zaalarts u op vrijdag.
Het opnametijdstip is afhankelijk van een aantal dingen:
- het tijdstip van uw operatie
- het tijdstip van de operatie die vóór uw operatie gepland staat
- eventuele voorbereidingen die op de afdeling moeten plaatsvinden voor uw operatie
Als u op het operatieprogramma als 2e gepland staat (bijvoorbeeld om 13.00 uur) dan wordt u om 8.00 uur verwacht, zodat u al aanwezig bent als een eerder geplande operatie door omstandigheden niet doorgaat.
Persoonsgerichte zorg
Wij vinden het belangrijk om samen over uw zorg te praten. Heeft u vragen, spreek ons dan gerust aan. U mag ook zelf iets aangeven als u iets wilt weten of als u zich zorgen maakt. Het is fijn als we onze verwachtingen met elkaar delen. Zo kunnen wij de zorg goed afstemmen op uw wensen, persoonlijke behoeften en voorkeuren.
Tijdens de opname
Tijdens de opname op afdeling C5
Elke operatie vraagt om een eigen voorbereiding. Deze voorbereiding kan per operatie en per patiënt verschillen. Voor de operatie bespreken wij dit samen met u. We leggen duidelijk uit wat u kunt verwachten en wat u zelf kunt doen, zodat u goed voorbereid bent.
Tijdens de opname op afdeling C5

Tijdens uw opname
Tijdens uw opname zijn veel dingen anders dan thuis. Om een indruk te geven, hebben we de belangrijkste zaken op een rij gezet.
naar pagina
Continu meten van vitale waarden ViSi Mobile
Op onze verpleegafdelingen gebruiken we apparatuur om doorlopend uw belangrijke vitale waarden te meten, zoals uw bloeddruk, hartslag en ademhaling.
lees meerContinu meten van vitale waarden ViSi Mobile
Op onze verpleegafdelingen gebruiken we apparatuur om doorlopend uw belangrijke vitale waarden te meten. Voorbeelden van vitale waarden zijn uw bloeddruk, hartslag en ademhaling.
Het meten van vitale waarden
Normaal gesproken meet de verpleegkundige uw vitale waarden een paar keer per dag. Tussen die metingen door kan het gebeuren dat u zieker bent geworden dan verwacht. Dat zien we dan pas bij een volgende meting. Zo’n achteruitgang kunnen we eerder ontdekken als we uw vitale waarden de hele dag doorlopend meten. Dit wordt ook wel continu monitoren genoemd. Dit kan met behulp van een polsmonitor die ViSi Mobile heet.
Hoe werkt de ViSi Mobile?
De ViSi Mobile is een kastje om uw pols. Vanuit het polskastje gaat een sensor naar uw duim, ook wel duimsensor of saturatiemeter genoemd. Aan de andere kant van het kastje gaat een kabel omhoog naar uw schouder en borst. Daarnaast draagt u 3 of 5 plakkers en kabels op uw borst en buik.
Samen meten deze sensoren uw ademhaling, zuurstofgehalte in het bloed, bloeddruk, huidtemperatuur, hartslag en hartritme.
Wat gebeurt er met de gemeten waarden?
De gemeten vitale waarden worden vanaf de ViSi Mobile via WiFi naar een computer gestuurd die bij de verpleegpost staat. Als u zieker wordt en uw vitale waarden komen onder of boven een bepaalde grens, dan stuurt de ViSi Mobile een alarm door naar de computer van de verpleging. De verpleegkundige bekijkt het alarm en als het nodig is worden extra metingen bij u uitgevoerd.
Naast de metingen van de ViSi Mobile komt de verpleegkundige nog steeds een paar keer per dag langs om uw vitale waarden te controleren en uw temperatuur te meten.
Belangrijk om te weten over continue monitoring
Het doorlopend meten van uw vitale waarden betekent niet dat uw vitale waarden doorlopend bewaakt worden. Bewaken betekent dat de vitale waarden 24 uur per dag in de gaten worden gehouden door de verpleging. Dat gebeurt bijvoorbeeld op de Intensive Care, maar niet op de verpleegafdelingen. Doordat de vitale waarden niet 24 uur per dag in de gaten worden gehouden, kan het soms voorkomen dat een alarm niet door een verpleegkundige wordt gezien. Als het nodig is dat u doorlopend bewaakt wordt, dan wordt u overgeplaatst naar een afdeling waar dit mogelijk is.
Wat zijn mogelijk nadelen van de ViSi Mobile?
Het gebruik van ViSi Mobile veroorzaakt geen beperkingen. U kunt alles doen wat u zonder het polskastje ook zou doen. Het is wel mogelijk dat het polskastje wat zwaarder aanvoelt dan bijvoorbeeld een horloge om uw pols.
Wat gebeurt er met de gemeten gegevens?
De vitale waarden die de ViSi Mobile meet, worden rechtstreeks doorgestuurd naar uw beveiligde patiëntendossier. De verpleegkundige of arts bepaalt uiteindelijk welke data worden opgeslagen. De overige data worden verwijderd als u wordt afgekoppeld van het polskastje.
Heeft u vragen?
Heeft u nog vragen over deze informatie of over de ViSi Mobile? Dan kunt u die stellen aan uw verpleegkundige.
Uw operatie
Uw operatie
Uw operatie
De operatiekamers liggen op de eerste en derde verdieping van het Radboudumc. U wordt vanaf de afdeling naar de operatieafdeling gebracht.
lees meerUw operatie
De operatiekamers liggen op de eerste en derde verdieping van het Radboudumc. U wordt vanaf de afdeling naar de operatieafdeling gebracht. Als uw partner of contactpersoon met u mee wil lopen, dan kan dat tot aan de deur vóór het operatiegebied.
Groene Golf
In de operatiekamers werken we met de Groene Golf methode. Dit betekent dat er op verschillende momenten extra controles zijn. U wordt daarom meerdere keren gevraagd naar uw naam, geboortedatum en welke operatie u krijgt. Dit doen we om zeker te weten dat de juiste operatie bij de juiste patiënt wordt uitgevoerd. Als alle controles goed zijn, is er ‘groen licht’ en kan de operatie beginnen.
Na de operatie belt de chirurg uw eerste contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is gegaan.

Zorglocatie Operatiekamers
Binnen het Radboudumc hebben we 20 operatiekamers waarin zeer complexe chirurgie mogelijk is. De afdeling Operatiekamers beheert de operatiekamers, ziet erop toe dat u veilige zorg krijgt en begeleidt u vóór, tijdens en na een ingreep.
naar paginaVerblijf na de operatie
Soms is het voor de operatie onduidelijk of u na de operatie naar de PACU of naar een Intensive Care afdeling gaat.
lees meer
PACU Post Anesthesia Care Unit
Een patiënt komt op de PACU als hij of zij extra zorg, speciale bewaking en/of behandeling nodig heeft na een grote operatie. naar pagina
Afdeling Intensive Care
Afdeling Intensive Care (IC) is een van de medisch specialismen in het Radboudumc. Er worden ernstig zieke patiënten opgenomen bij wie een of meer belangrijke lichaamsfuncties zijn uitgevallen of worden bedreigd.
naar paginaNa de operatie
op de afdeling C5
Na de operatie op afdeling C5
Ook op de verpleegafdeling C5 blijven we de nodige controles uitvoeren. U wordt aangesloten op de Visi Mobile, zodat we uw waarden goed kunnen volgen. Wanneer de situatie het toelaat starten we met mobiliseren.
lees meerNa de operatie op afdeling C5
Ook op de verpleegafdeling C5 blijven we de nodige controles uitvoeren. U wordt aangesloten op de Visi Mobile, zodat we uw waarden goed kunnen volgen. Wanneer de situatie het toelaat starten we met mobiliseren. Als het lukt helpen wij u de avond na de operatie om rechtop op de bedrand te zitten, om goed door te kunnen zuchten en de benen te bewegen. Als het lukt, gaat u al even in een stoel zitten. Daarnaast controleren we op de afdeling uw wond en de urine/katheter.
Antistolling
Na de operatie beginnen we met injecties tegen trombose. Deze injecties verkleinen de kans op bloedstolsels. U krijgt de prik één keer per dag onder de huid. Dit gaat door tot vier weken na de operatie. Tijdens uw opname leren we u hoe u deze injecties zelf kunt geven.
Verblijf op de afdeling
Hoe lang u na de operatie op de afdeling blijft, hangt af van hoe uw herstel gaat.
Mobiliseren
Elke dag gaat u iets meer bewegen. Eerst helpt de afdelingsverpleegkundige u om in de stoel te zitten. Daarna loopt u een stukje op de kamer en later een rondje over de gang. Dit gebeurt samen met de afdelingsverpleegkundige en soms ook met de fysiotherapeut.
Medicatie tegen pijn
Direct na de operatie krijgt u pijnverlichting via een ruggenprik (epiduraal katheter) of via het infuus. In de dagen daarna verminderen we dit stap voor stap en krijgt u pijnstillende tabletten. Ook dan zorgen we dat uw pijn goed onder controle blijft.
Als u te veel pijn heeft, kan uw herstel langzamer gaan. Daarom vragen we u meerdere keren per dag hoeveel pijn u op dat moment heeft. Dit noemen we de pijnscore.
Voeding
Goede voeding is belangrijk voor uw herstel. Het helpt om uw spieren sterk te houden en om uw wond goed te laten genezen. Daarom letten we extra op dat u genoeg eiwitten en genoeg calorieën binnenkrijgt en dat u daarbij voldoende beweegt. Als het nodig is, kijkt een diëtist met u mee om u hierbij te helpen.
Soms heeft u speciaal voedingsadviezen nodig. Dit kan bijvoorbeeld als u misselijk bent, een vol gevoel heeft of minder eetlust heeft. Ook kan het zijn dat u bijzondere adviezen krijgt vanwege het soort operatie dat u heeft gehad, zoals een operatie aan de slokdarm, alvleesklier of wanneer u een stoma heeft.
Fysiotherapie na de operatie
Meteen na de operatie zijn ademhalingsoefeningen erg belangrijk. En het snel weer uit bed komen na de operatie heeft een gunstig effect op uw herstel. De fysiotherapeut gaat u daarbij helpen.
lees meerFysiotherapie na de operatie
Ademhalingsoefeningen
Meteen na de operatie zijn ademhalingsoefeningen heel belangrijk. Ze helpen uw longen goed open te zetten en voorkomen dat slijm blijft vastzitten. Bij deze oefeningen is het belangrijk dat de pijn goed onder controle is.
- Ontspannen ademhalen.
- Diep ademhalen. Inademen zo mogelijk door de neus. Hoorbaar uitademen tussen lippen door.
- Ontspannen ademhalen.
- Huffen (korte uitstoot, alsof u de spiegel bewasemt).
- Hoesten (de buikwond wordt daarbij ondersteunt met een kussentje).
Deze oefeningen kunt u een paar keer dag herhalen.
Mobiliseren na de operatie.
We starten de mobilisatie na de operatie door op de bedrand te gaan zitten. Dit wordt uitgebreid naar in de stoel zitten en daarna stukjes lopen. We beginnen met 15 minuten en breiden dit langzaam uit tijdens uw opname tot 1 a 2 uur per dag.
Algemene adviezen
- Wissel regelmatig van houding.
- Verdeel uw lichamelijke inspanning over de dag.
- Het is beter om meerdere keren per dag kort te bewegen of in te spannen, in plaats van één keer lang.
Diëtist
De diëtist is de expert op het gebied van voeding. Voor al uw vragen over voeding en diëten in relatie tot uw operatie en het herstel kunt u terecht bij Diëtetiek.
naar paginaOntslag
Ontslagprocedure
Ontslagprocedure
Bij uw ontslag moet de zorg voor thuis goed geregeld zijn. Van tevoren is bekeken of u thuiszorg nodig heeft. Ook is gekeken of er andere dingen zijn die geregeld moeten worden, voordat u veilig naar huis kunt gaan.
lees meerOntslagprocedure
Bij uw ontslag moet de zorg voor thuis goed geregeld zijn. Van tevoren is bekeken of u thuiszorg nodig heeft. Ook is gekeken of er andere dingen zijn die geregeld moeten worden voordat u veilig naar huis kunt gaan.
Bij uw ontslagpapieren zit een ontslagkaart. Op deze kaart staan alle belangrijke zaken die u moet weten na uw ontslag. U leest daar ook wat u kunt doen als u vragen heeft of als er problemen ontstaan.
Ontslaggesprek
Voor u naar huis gaat, heeft u nog een gesprek met de zaalarts of de (oncologie)verpleegkundige. Hij of zij bespreekt met u hoe uw herstel is gegaan. Als het nodig is, krijgt u recepten mee en afspraken voor de polikliniek. U hoort dan ook of u daar zelf naartoe moet komen of dat u een telefoontje krijgt.
Poli-afspraken na ontslag
- Binnen 1 week na ontslag heeft u een telefonisch consult met de verpleegkundige van de afdeling.
- Na 1 of 2 weken volgt er een controle bij de chirurg en/of de stomaverpleegkundige.
- Soms krijgt u, afhankelijk van de operatie die u heeft gehad, een afspraak bij de diëtist.
Antistolling
Voor een aantal patiënten is het nodig om door te gaan met injecties tegen trombose. Deze injecties verkleinen de kans op bloedstolsels. Dit gaat door tot vier weken na de operatie. Tijdens uw opname leren we u hoe u deze injecties zelf kunt geven.